Wat zagen Reve en Hermans op het Boekenbal?

‘Ik hoop je te zien op het boekenbal’, schreef W.F. Hermans op 21 februari 1951 vanuit Voorburg aan zijn toenmalige vriend Gerard Reve in Amsterdam, ‘D.w.z.: misschien....

Wat kregen ze daar te zien, alvorens het traditionele slenteren, slempen en swingen in de Stadsschouwburg een aanvang nam? Een voorstelling van Wim Sonneveld’s Cabaret, met teksten van onder meer Hella S. Haasse en Annie M.G. Schmidt, en optredens van Hetty Blok, Conny Stuart en Lia Dorana. Een jaar later zou Sonneveld wederom het programma verzorgen, toen met onder meer de pantomime-act getiteld Stomme film, uitgevoerd door Conny Stuart en Albert Mol.

Aan de hand van de teksten en programma’s uit Sonnevelds archief heeft Marco Entrop een artikel geschreven over deze twee Boekenbals, dat maandag verschijnt in het tijdschrift De Parelduiker. Een mooi stuk, dat vanwege al die roemruchte namen (op het toneel, maar ook in de zaal) spijt oproept dat er van die optredens geen filmopnamen zijn gemaakt. Maar de geciteerde fragmenten zijn van een gestileerde oubolligheid die de nog in weemoed verwijlende lezer doet opschrikken. Heeft het publiek dat toen léúk gevonden? De dichtersgod Apollo (in 1952, gespeeld door Kees Brusse) heeft een kijkje genomen in het woud der letteren, waar ‘het dartele Vestdijkje’ stoeit en ‘het prille Blamannetje’ met haar kopje knikt. In de act ‘Het boekenplankje’ (van Annie Schmidt) klagen twee boekensteunen dat ze genoeg hebben van dat ondersteunen, waarop elf personages uit grote boekbanden te voorschijn stappen: Eline Vere, Kleine Johannes, Kniertje, en Sara Burgerhart die zich ergert aan het taalgebruik van Frits van Egters.

Vissersweduwe Kniertje heeft het laatste woord: ‘Goddank, Goddank! Wij zijn weer in veilige haven./ Zonder schipbreuk hebben wij ’t gehaald./ Wij kunnen ons weer in onszelf begraven,/ Want u denkt toch: Het boek wordt duur betaald.’

Dat was in 1951 – vier jaar na verschijnen gold Frits van Egters uit De Avonden reeds als net zo klassiek als die anderen. Heeft de auteur in het publiek zitten genieten, of naar Willem Frederik geknipoogd? Nee toch. Wat zei hij ook weer in 2001, met die donkere stem die uit geduchte ervaring sprak: ‘Vrolijke mensen zijn eng.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.