Column

'Wat wist ik eigenlijk nog zeker?'

Beeld Robin de Puy

Ineens was de Zaanstreek in het nieuws en dit keer ging het niet eens over de Zaanse Schans, de cacaolucht of het stadhuis, door velen toch gezien als het lelijkste gebouw ter wereld.

Het ging over Poelenburg, over de Vomar en over de strapatsen van een stelletje tuigvloggers. Ik zag de beelden, dacht wat iedereen dacht en wilde daarna weer overgaan tot de orde van de dag, maar zo makkelijk ging dat niet.

Ik kom zelf uit de Zaanstreek. Niet uit Poelenburg, maar uit Krommenie, een dorp dat in de 13de eeuw nog Crommenye heette en waarvan de bewoners Koekvreters worden genoemd. Notenvreters zou beter hebben gepast: altzangeres Aafje Heynis werd er geboren, muzikant Huub van der Lubbe woonde er en pianist Rob Hoeke ging er dood, die laatste kende ik goed.

Met het nieuws kwamen de herinneringen, en ze leken in niets op de beelden op de televisie, al was het maar omdat we geen Vomar hadden in Krommenie.

Wel een Komart, en op de dag dat die werd geopend, liep het hele dorp uit. Terecht - ze verkochten er Italiaanse bollen, die kenden we toen nog niet. Hetzelfde gebeurde toen we jaren later een HEMA kregen, waarmee we ons in één klap verheven voelden boven de ons omringende Gortbuiken (Assendelft), Gladoren (Wormerveer) en Kroosduikers (Westzaan).

Wat we toen ook nog niet hadden, waren Turkse en Marokkaanse tuigvloggers. Wel woonden even verderop twee geadopteerde meisjes uit Sri Lanka die 'de zwartjes' werden genoemd, iets wat nu een pittige vlog zou opleveren. Toen niet, vonden ze zelf ook niet. Zouden ze daar nu, dertig jaar later, inmiddels anders over denken? Werd daar de rancune geplant waarmee je dertig jaar later mensen van de fiets sloeg? En gebeurde dat nog steeds? Tijden veranderden, ook voor Zaankanters, al wist je het nooit zeker: je kon ze immers wel voor de kop, maar niet in de krop kijken.

En dus lijkt veel onveranderd.

In het voorbijgaan zeggen Zaankanters nog altijd doeg in plaats van hoi.

Op de fiets steken ze alleen een wijsvinger op.

Achter vragen waarop ze het antwoord al weten, voegen ze het woordje 'denk' toe, met Kerst eten ze duivenkater, ouders komen uit gezinnen van dertien man, ze zijn van huis uit allemaal rood, er trots op dat bijeenkomsten over azc's rustig verlopen, zeggen aardebeien in plaats van aardbeien, skool is school, de keuken de kuiken en op de fiets heb je de wind altijd tegen, hoe die ook staat. Ook typisch Zaans is om dat niet erg te vinden, omdat ze 'niet van seuker zijn'.

In Psychologie Magazine las ik een mooi verhaal van bijzonder hoogleraar Douwe Draaisma over herinneringen en over hoe ons geheugen geen keurig archief is. Herinneringen zijn vatbaar voor manipulatie en het komt ook voor dat herinneringen spontaan van eigenaar verwisselen: soms denk je je iets te herinneren dat in werkelijkheid door iemand anders - een broer, een vriendin, de buurman - is beleefd. Het tegenovergestelde gebeurt ook, waarbij je een herinnering 'doneert' aan een ander. Grappig detail: succesverhalen worden vaak voor zichzelf opgeëist. Ik maakte die ene beslissende tackle, jij liet dat blikje cola vallen op het nieuwe tapijt.

Wat wist ik eigenlijk nog zeker?

Eén ding: we hadden destijds wel een buurthuis. Het heette De Snuiver, aangezien het aan de Snuiverstraat stond, en ik kreeg er balletles van juffrouw Truus. Ze had gemillimeterd felblond haar, een stem als een scheepshoorn en grote, fonkelende ogen, en ik denk dat er niet één tuigvlogger zou zijn geweest die tegen haar in had durven gaan.

Maar misschien is ook dat een betwiste herinnering.

Reageren? eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden