Wat wil Geert?

De Partij voor de Vrijheid was juist niet bedoeld als een rechtse splinter van moslimhaters. Als Wilders wil inbreken bij de VVD, moet hij terug naar zijn oorsprong – en weg van het rechts-populisme.door Hans Wansink..

Hans Wansink
null Beeld Martijn Beekman
Beeld Martijn Beekman

‘Ik heb één kans’, zei Geert Wilders een jaar geleden. ‘Dat is bij de Kamerverkiezingen. Die ga ik niet verpesten door me in te laten met LPF-achtige toestanden.’

Wilders presenteerde in maart vorig jaar twee geschriften: zijn verkiezingsprogramma Klare Wijn en een beginselprogramma-achtig document, getiteld Een nieuw-realistische visie. Voor het ontvouwen van die visie deed Wilders een beroep op niemand minder dan Bart Jan Spruyt, die als oprichter van de Edmund Burke Stichting de belangrijkste verkondiger van het neoconservatisme in Nederland was.

Wilders was een jaar geleden serieus bezig. Hij ergerde zich aan de dilettanten van de LPF die voornamelijk elkaar het leven zuur maakten. Hij zag niets in gemakzuchtige types als Peter R. de Vries en Marco Pastors die dachten dat ze ook zonder een degelijk programma bij de zwevende kiezers zouden kunnen scoren. Daarom wilde hij een conservatieve kritiek op de tekortkomingen van het liberalisme formuleren.

Dat Wilders het grondig aanpakte, was niet verbazingwekkend. In tegenstelling tot de Hollandse populisten rond de Leefbaar-beweging en Fortuyn, is Wilders een carrièrepoliticus. Hij begon in 1990 als assistent van fractievoorzitter Frits Bolkestein, een man die een hekel heeft aan middelmatige mensen om zich heen. Hij zat ook voor de VVD in de gemeenteraad van Utrecht, waar hij op Kanaleneiland, een wijk met veel moslimmigranten, woonde. Toen Wilders in 1998 Kamerlid werd (hij was toen 34 jaar), was hij goed voorbereid op het echte werk. De ijdele Wilders had een enorme geldingsdrang en grote ambities. Hij was meer dan het gemiddelde Kamerlid op de hoogte van de geschiedenis van het liberalisme. Hij had, geïnspireerd door Bolkestein, bovendien een keuze gemaakt voor de conservatieve variant. Dat was niet de lijn van Bolkesteins opvolger Hans Dijkstal, die streefde naar verzoening van oude en nieuwe Nederlanders, en van liberalen en sociaal-democraten onder Paars.

Maar Dijkstal gaf Wilders wel de ruimte zich te profileren als rechtsbuiten. Door hard te werken, een eigen geluid te laten horen en zich met veel initiatieven in de kijker te spelen, steeg zijn ster in de fractie snel. Met Jozias van Aartsen, die in 2003 fractievoorzitter werd, had Wilders een veel minder goede verstandhouding. Van Aartsen werd, volgens Wilders althans, knap zenuwachtig van diens aanhoudende kritiek op de koers van de VVD. Mede omdat Van Aartsen in een strijd om het partijleiderschap was gewikkeld met Gerrit Zalm.

In de fractie van de VVD vertegenwoordigde Wilders een minderheid, maar hij stond niet alleen. Hij trok met Ayaan Hirsi Ali ten strijde tegen de radicale islam. Onder de kiezers van de VVD genoot Wilders, als kampioen van de populistisch-conservatieve tendens, een aanzienlijke populariteit. Steeds sterker kreeg Wilders zelfs het idee dat hij meer steun had bij de achterban dan de links-liberale Van Aartsen. Maar een elite van partijbonzen, inclusief Bolkestein, had daar zijns inziens geen oog voor en hield Van Aartsen de hand boven het hoofd. De rivaliteit tussen de twee deed sterk denken aan de strijd tussen Verdonk en Rutte twee jaar later – maar dan met een andere afloop.

Toen het conflict met Van Aart-sen in de herfst van 2004 tot een uitbarsting kwam, probeerde Hirsi Ali Wilders binnenboord te houden. Zij vond hem een hele goede parlementariër, die zeer alert problemen aanpakte. Maar zij zag niets in een machtsstrijd die de partij zou kunnen scheuren. En ze zag helemaal niets in afsplitsing: ‘Wat mij betreft moet de kiesdrempel omhoog, dan kom je ook niet in de verleiding.’

De nieuwe Groep Wilders wilde zich niet profileren als one issue partij, niet als anti-islampartij en al helemaal niet als een partij die aanpapt met extreemrechtse types als Filip Dewinter. Een conservatief alternatief voor de VVD, met een breed programma – dat was eigenlijk het idee. Maar Wilders kreeg te maken met zware bedreigingen van moslimradicalen, bewaking en zelfs met een gedwongen verblijf in Kamp Zeist. Onder invloed van dit isolement radicaliseerde Wilders, die weinig meer kon doen dan alles op alles te zetten om die ene kans te benutten. Mensen die hem zouden kunnen corrigeren, of tegenspreken, raakten van Wilders vervreemd.

Dat gold niet voor de kiezers. De Partij voor de Vrijheid maakte in november een vliegende start met negen zetels, en in de peilingen scoort Wilders al bijna het dubbele. Wat in 2005 onmogelijk was, zit er nu opeens wel in: de PVV kan het de VVD heel moeilijk maken. De VVD is niet alleen verzwakt, maar ook gespleten: in een kamp-Rutte en een kamp-Verdonk.

Maar het is de vraag of Wilders ten opzichte van de VVD dezelfde ambitie heeft als Marijnissen ten opzichte van de PvdA, namelijk de concurrent leegzuigen en – als het even kan – overvleugelen.

Wat Wilders nu laat zien, wijst daar niet op. Zijn partij lijkt zich te versmallen tot een beweging van moslimhaters – precies dat wat Wilders een jaar geleden nog wilde voorkomen.

Hoe radicaler de Partij van de Vrijheid wordt, hoe minder benauwd de VVD voor een inbraak hoeft te zijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden