Wat wil de aandeelhouder?

De commissie-Tabaksblat wil misstanden in het bedrijfsleven bestrijden door de positie van de aandeelhouder te versterken. Helpt niet, betoogt Ewald Engelen....

Het gaat niet goed met de aandeelhoudersdemocratie in Nederland en ook niet met het toezicht op het management. De commissie-Tabaksblat heeft daaraan wat willen doen. Grotere openheid, professioneler toezicht, betere verantwoording moet worden afgedwongen door de aandeelhouder die daar via meer zeggenschap toe moet worden geprest.

Aan de basis liggen drie ontwikkelingen. Ten eerste heeft de nakende pensionering van de babyboomers geleid tot de opkomst van het pensioenfondskapitalisme. Amerikaanse, Britse, Japanse, Zwitserse en Nederlandse pensioenfondsen zijn tegelijk slaaf en meester van de internationale aandelenbeurzen geworden en laten hun miljarden over de aardkloot flitsen, op zoek naar het hoogste rendement. Hierdoor is tussen beleidsmakers een wedren losgebarsten om het efficiste model van corporate governance met als prijs: buitenlandse investeringen. Ten derde waart sinds het midden van de jaren zeventig een neoliberale eigendomsideologie rond, die bestaande checks and balances als onteigening beschouwt en grotere zeggenschap voor de eigenaar-/aandeelhouder eist.

Ingegeven door fraude en zelfverrijking, mogelijk gemaakt door de opkomst van professionele beleggers en noodzakelijk geworden door toenemende beleidsconcurrentie in een internationaliserende economie, hebben beleidsmakers wereldwijd de aandeelhouder aangewezen als antwoord op het controle-vacun de top van de onderneming. Maar wil en kan die aandeelhouder dat wel? Dat hangt ervan af of we het hebben over beursgenoteerde of over niet-beursgenoteerde ondernemingen. Alleen aandeelhouders van het laatste type ondernemingen hebben productief kapitaal geesteerd, kunnen hun aandelen niet makkelijk kwijt en lopen dus daadwerkelijk risico. Dat geldt niet voor aandeelhouders van beursgenoteerde ondernemingen. Het gaat hen meestal uitsluitend om de hoogte van het dividend of, vaker nog, om koersfluctuaties. Alleen de eerste soort aandeelhouder heeft belang, kennis en betrokkenheid en zou de rol aankunnen die de commissie-Tabaksblat voor hem heeft gereserveerd. De speculatieve aandeelhouder heeft geen belang, alleen kennis van financi waarden en mist de nodige betrokkenheid voor effectieve controle.

Ga maar na. De grote beursgenoteerde onderneming financiert haar kapitaalinvesteringen niet uit aandelenuitgifte maar uit het bedrijfsresultaat. Aan de beurs verhandelde aandelen dienen slechts als pasmunt voor fusies, overnames en de financiering van de optieregelingen van het management. De aandeelhouder is een afwezige eigenaar wiens betrokkenheid loopt via de band van adviseurs, analisten en andere tussenpersonen.

Ten tweede zijn de meeste beleggingen indirect. Niet alleen is het merendeel ingelegd in pensioenfondsen en verzekeraars, tevens is er een tendens onder institutionelebeleggers om het beheer over te hevelen naar externe fondsen. Naarmate de investeringsketen langer wordt en de zeggenschapsrechten diffuser, wordt de roep om zeggenschap voor de aandeelhouder onwezenlijker. Wie is de aandeelhouder?

Ten derde is de institutionele belegger niet meer de geduldige aandeelhouder van vroeger. Volwassen pensioenfondsen moeten aan een aantal botsende eisen voldoen, waarvan liquiditeit en rendementde belangrijkste zijn. Als gevolg daarvan zijn de beleggingen riskanter en de omloopsnelheid van aandelen in de beleggingsportefeuille groter geworden. Kunnen we van deze speculanten verwachten dat zij de tijd en de moeite nemen om de nieren te proeven van het bestuur van de ondernemingen waarvan zij aandelen bezitten?

Niet alleen is de roep om zeggenschap voor de aandeelhouder onwezenlijk, zij is ook gevaarlijk. In kapitalistische economiegeschiedt waardecreatie via private ondernemingen. Door die onderneming worden beslissingen genomen over de besteding van middelen die bepalend zijn voor het waardecrend vermogen op de langere termijn. Deze besluiten worden sterk bepaald door nationale wetten. Als de aandeelhouder daarin centraal staat, speelt de beurskoers een belangrijkere rol in de strategie van het management dan wanneer de aandeelhouderdeze rol moet delen met de werknemer, de bank of de lokale gemeenschap. In dat laatste geval is groei, marktaandeel, continuit of technologische excellentie veelal een belangrijker doel. Door de zeggenschap van de aandeelhouder te vergroten, zoals Tablaksblat voorstaat, wordt maximalisering van de aandeelhouderswaarde tot voornaamste doel van de onderneming verklaard. Wat betekent dat voor het waardecrend vermogen?

Amerika leert dat meer zeggenschap voor de aandeelhouder leidt tot een andere samenstelling en rol van het management. Financieel geschoolde managers hebben daar de klassieke company man verdreven en hebben zich als feo (financial executive officer) naast de ceo (chief executive officer) weten te manoeuvreren. En terwijl 'management van de aandelenkoers' in de plaats is gekomen van 'management van productie', is de kloof tussen management en werkvloer niet alleen in organisatorische, maar ook in sociale, culturele en financi zin groter geworden. Een bedrijfscultuur waarin massaontslagen, loonmatiging, uitbesteding en bedrijfsverplaatsingen samengaan met exorbitante zelfverrijking is weinig bevorderlijk voor het wederzijdse vertrouwen dat nodig is voor de soepele uitwisseling van kennis die centraal staat in de 'lerende organisatie' die in de kenniseconomie van vandaag de toekomst zou hebben. Zo bezien is er alle reden om de afstand tussen onderneming en aandeelhouder niet te verkleinen, zoals de commissie-Tabaksblat voorstaat, maar juist te vergroten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden