Wat weet leraar van computers?

De roep om meer aandacht te besteden aan computeronderwijs klinkt steeds luider. Maar voordat alle leerlingen van een laptop worden voorzien, moeten eerst de leraren op het digitale tijdperk worden voorbereid, meent Marcel Mirande....

VORIG JAAR kwam een apparaat op de markt dat eruit ziet als een draagbare telefoon, maar wie het openklapt beschikt over een computer (met beeldscherm en toetsenbord), die toegang geeft tot het Internet.

Op grond van deze en andere ontwikkelingen is het te verwachten dat over een aantal jaren elke leerling de beschikking heeft over een 'digitale schooltas'. Dit apparaat is betaalbaar, draagbaar, draadloos, kan tegen een stootje, heeft een beeldschermresolutie die kan wedijveren met gedrukte tekst en geeft toegang tot 'het web'.

Brugklassers hoeven geen zware tassen meer te torsen, want de schoolboeken, schriften en werkbladen zijn via hun computer toegankelijk.

In de Volkskrant van 29 januari is te lezen dat een groep vertegenwoordigers uit bedrijfsleven, onderwijs en media vindt dat de overheid aan alle leerlingen uit groep 7 zo'n apparaat moet geven.

Daarnaast moet de overheid investeren in computeronderwijs, computeronderzoek en elektronische overheidsdiensten. Kosten: een miljard gulden, te financieren uit de veiling van een vergunning voor mobiele telefonie. Het bericht besluit met de opmerking dat de wens van de groep weinig kans maakt in de Den Haag.

Het grootste probleem voor het onderwijs om van de nieuwe technologie op een zinvolle manier gebruik te maken, is eigenlijk niet eens zo zeer de beschikbaarheid van die digitale schooltas. Als de overheid het op dit punt laat afweten, zouden andere instanties initiatieven moeten nemen om de scholen te helpen het onderwijs bij de tijd te houden. Ik denk aan een nationale stichting die zich ten doel stelt de scholen te voorzien van de middelen die daarvoor nodig zijn. Een kans voor de banken om eens goed voor de dag te komen.

Het grootste probleem is het onderwijs zelf, omdat het in alle opzichten niet is voorbereid op een digitale invasie. Weinig leraren beschikken over de technische vaar- digheden die nodig zijn om met computers om te gaan en zij weten nog minder van hoe je computers op een didactisch zinvolle manier kunt gebruiken.

De computer stelt nieuwe eisen aan het onderwijs - aan de schoolorganisatie, de didactiek, de lesplannen en aan de deskundigheid van de leraren. Het onderwijs kan hierdoor interessanter en relevanter worden: meer leren door te doen, meer werken aan echte problemen, meer samenwerken aan opdrachten, meer zelf informatie opzoeken, zelf communiceren over uitgevoerd werk.

Daarbij is de supervisie nodig van een leerkracht die is gespecialiseerd in het formuleren van opdrachten en het begeleiden van leerlingen. Zo'n vernieuwing is bepaald niet overbodig, want nu verlaten te veel leerlingen het onderwijs met een te grote weerzin tegen alles wat met leren heeft te maken.

Bovendien bestaat in Nederland bezorgdheid over een op handen zijnde nieuwe tweedeling in de samenleving. De informatiemaatschappij zou leiden tot een scherpe scheiding tussen mensen die wel en geen toegang hebben tot relevante bronnen van informatie.

Dat is inderdaad denkbaar, indien men ervan uitgaat dat het onderwijs op dit gebied geen taak zou hebben. Maar evenals het onderwijs er in redelijke mate in slaagt om kinderen te leren lezen en schrijven, zo kan het onderwijs kinderen ook leren met informatietechnologie om te gaan.

Hoe meer mensen toegang hebben tot het World Wide Web, hoe meer dit zich zal ontwikkelen tot een medium voor levenslang leren. Behalve als speeltuin en marktplein wordt het web meer en meer gebruikt als leeromgeving. Het web is, naast een vraagbaak, een gereedschapschuur om dingen te ontwerpen en te construeren.

Het is niet alleen een opslag- en distributiemedium voor onderwijsmaterialen, maar ook een publicatiemedium voor leerlingen. En het is niet alleen een kanaal voor coaching en consultatie, maar ook een elektronische 'agora' voor het leren in groepen en tussen groepen uit verschillende landen.

We moeten het web zien als een aanvulling op het gangbare onderwijs. Werkgroepen worden aangevuld met elektronische werkgroepen, practica met multimediale simulaties, individuele begeleiding met het elektronische spreekuur en het zoeken naar schriftelijke informatie met het zoeken naar elektronische informatie.

Nu al beschikken sommige onderwijsinstellingen over een web-site, die steeds meer wordt gevuld met onderwijsmateriaal en met bijdragen van leerlingen. Mogelijk krijgt op den duur elke leerling een eigen homepage.

Het betrekken van het onderwijs bij de 'elektronische snelweg' begint niet zozeer bij de hardware, maar bij de leraren, bij hun methoden van werken en bij hun visie op het geven van onderwijs. Zij moeten als eersten de beschikking krijgen over een computer om zich voor te bereiden op de komst van de digitale schooltas.

Want anders is de kans groot dat wanneer het bedrijfsleven alle scholen van laptopjes voorziet, de leerlingen aan de leraren moeten voordoen hoe je daarmee omgaat.

Marcel Mirande is verbonden aan het instituut voor onderwijskundige dienstverlening van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden