Wat we zien als we kijken

In de eerste zaal van zijn tentoonstelling De analogie van het oog vestigt JCJ Vanderheyden meteen de aandacht op de bezoekers....

Op deze manier trekt Vanderheyden de kijker zijn tentoonstelling binnen en geeft hem daarin een eigen rol. Spiegels, verspreid door de zalen, versterken die rol. De kijker kijkt naar zichzelf en ziet zichzelf kijken naar de tentoonstelling.

Met spiegels en de werking van verborgen camera's zijn de meeste bezoekers vertrouwd. Dat geldt ook voor de beelden die het onderwerp vormen van de foto's en schilderijen van Vanderheyden (1928). Wie kent niet het adembenemende uitzicht op het wolkendek door het raampje van een vliegtuig? De levensgrote opnamen die Vanderheyden sinds de jaren zestig maakt van de zuivere, stille wereld die je al vliegend waarneemt, vormen een brug tussen hem en de kijker. De stap naar het begrijpen van de abstracte schilderijen die Vanderheyden naar deze foto's maakt, is makkelijk gezet.

De handreiking naar de toeschouwer is een leidraad die door de tentoonstelling loopt. Behalve de foto's en schilderijen die naar de gemeenschappelijke ervaring van vliegen verwijzen, heeft Vanderheyden ook grote reproducties van details uit geliefde schilderijen opgehangen. De wolken uit Het gezicht op Delft van Vermeer, de smetteloze sneeuw op het schilderij De winter van Breughel, vormen een echo op onze eigen zintuiglijke ervaringen. Waarom Vanderheyden deze extra nadruk nodig acht om zijn kunst te onderstrepen, is niet meteen duidelijk. Het lijkt wel of hij handelt uit bescheidenheid. Alsof hij met alle geweld de indruk wil wegnemen dat hij zelf een manier gevonden heeft om zuiverheid en verstilling tot het onderwerp van kunst te maken.

Het citeren van Velàzquez' beroemde schilderij De hofdames, met als middelpunt een spiegel die laat zien waar alle aanwezigen op het schilderij naar kijken, is weer zo'n verwijzing waarmee Vanderheyden de aandacht van zichzelf afleidt. Pas op, lijkt hij te waarschuwen, het spel met de spiegels dat ik je op deze tentoonstelling laat zien, heeft een grote voorganger al op virtuoze wijze bedreven.

Vanderheyden behoort tot een generatie kunstenaars die in de jaren zestig het schilderen wilde afzweren. Door de eeuwen heen was er al zoveel kunst geproduceerd, dat alles wat daaraan werd toegevoegd enkel overbodige herhaling was. Sommige kunstenaars gingen zich daarna beperken tot wat het fundamentele schilderen ging heten. Ze onderzochten wat verf, doek en schildersgebaar opleverde. Anderen, en tot hen behoort Vanderheyden, legden zich toe op een ander soort onderzoek, waarin fotografie een belangrijke rol speelt.

Net als bijvoorbeeld Jan Dibbets, raakte Vanderheyden in de ban van de waarneming. Het thema van zijn kunst werd de boodschap die het oog doorgeeft aan de hersenen. Wat zien we als we kijken en hoe komt het dat wat we waarnemen tot subjectieve en wisselende ervaringen leidt? Haast ongemerkt sloop daarbij de rol van de zintuigen zijn werk binnen. Kijken kan onze tastzin en reuk activeren, zoals bij het kijken naar een afbeelding van sneeuw we de heldere winterlucht ruiken, als we naar de wolken kijken de stilte kunnen horen.

Vanderheyden heeft daarnaast het schilderen nooit kunnen laten. Zijn abstracte blauwwitte doeken van de horizon, zijn geometrische composities in schitterende kleuren, zouden menig kunstenaar voldoende zijn. Vanderheyden presenteert ze in het Stedelijk Museum alsof ze een bijproduct zijn van iets wat van hogere orde is. Hij wil zijn publiek leren zien en gebruikt daarvoor allerlei middelen - spiegels, foto's, reporducties - die soms voor de hand liggend zijn, maar op andere momenten weer verleidelijke installaties opleveren. Zijn eigen schilderijen, van bescheiden formaat, trekken ondanks alles toch de meeste aandacht.

Dat roept de vraag op waarom Vanderheyden ze niet gewoon voor zich zelf laat spreken. Durft de kunstenaar dat niet, omdat hij te veel achteruit kijkt? Drukt de last van de kunstgeschiedenis hem zo zwaar op de schouders, dat hij zichzelf niet anders dan als schatplichtige durft te presenteren? De teksten van zijn hand in de catalogus wijzen nog op een andere, enigszins beschamende mogelijkheid. Vanderheyden lijkt ambities te hebben om meer te zijn dan kunstenaar. Hij zoekt ook erkenning als intellectueel. En dat is jammer. Wie toveren kan met verf en de kijker weet te laten delen in zijn visuele ervaringen zoals Vanderheyden, heeft geen woorden nodig om zijn bedoelingen duidelijk te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden