'Wat we willen is juist nóg een titel'

Toen Arnold Bruggink op 10 maart 1996 na een 6-1-nederlaag met FC Twente tegen Ajax terugreed naar Enschede, was het leed snel verwerkt. Jammer, volgende keer beter, was de heersende gedachte in de spelersgroep. Zondag, na de 6-2 in Heerenveen, proefde hij een heel andere reactie. 'Dit kan niet, vond iedereen. Dat is de status die de club nu heeft.'


Na de afstraffing in het Abe Lenstra Stadion, vormgegeven door de ongrijpbare Oussama Assaidi, werd het eerdere verlies in Amsterdam in herinnering geroepen. Toen had Twente namelijk voor het laatst zes doelpunten moeten incasseren.


Destijds was Bruggink een beloftevolle tiener, die zijn eerste stappen zette in een profloopbaan die hem later nog langs PSV, Mallorca, Heerenveen en Hannover zou voeren. Nu is hij een 33-jarige routinier, die in oktober teruggekeerde bij zijn eerste liefde met een contract voor een jaar.


Vooralsnog moet hij zich schikken in een invallersrol, zoals in Friesland bijvoorbeeld, toen hij tien minuten speeltijd kreeg op het moment dat de nederlaag onvermijdelijk was. Op een gegeven moment zal zijn kans vanzelf komen, houdt hij zichzelf voor.


Op het trainingscomplex van de club in Hengelo vergelijkt de aanvaller zijn periodes bij Twente. De ploeg van halverwege de jaren negentig, gecoacht door de Duitser Meyer, was een uitstekend elftal met prima profs als Hoogma, Ten Caat, Boerebach, Bosvelt en Oude Kamphuis. Uiteraard was Boschker er ook al bij.


Hoewel de ploeg in 1997 bijvoorbeeld een keer derde werd in de eredivisie, werd nooit gefilosofeerd over een mogelijke titel. 'Dat kwam niet eens in je op. Twente kampioen? Nee joh, die gedachte bestond niet.'


Nu is Twente toch echt de regerend kampioen en worden de doelen anders gesteld. Want de club wil zich aan de top handhaven. Maar zelfs als er tegen Heerenveen voor de derde keer in vijf competitieronden is verloren, na nederlagen tegen NAC en AZ, blijft het rustig in Enschede. Wonderlijk?


'Als ik met Hannover verloor, en dat gebeurde nogal eens, was er onmiddellijk paniek. Ik zat drie keer per week bij de trainer en op vrijdag vroeg de voorzitter: en, gaan we winnen? Dat vind je hier niet. Maar je merkt wel dat er tegen Heerenveen iets is gebeurd, dat hersteld moet worden. Het is geen gêne, eerder ergernis. We willen reageren.'


Hoewel de druk bij Twente onvergelijkbaar is met die bij de concurrenten Ajax en PSV, vraagt ook de kampioen steeds meer van zichzelf. 'Hier wordt niet gedacht: we zijn kampioen geworden, goh wat mooi. We willen juist nóg een titel. Twente behoort nu bij de Nederlandse top. Dat mag de club niet door de vingers laten glippen. Nu moeten we scherp zijn, beseffen dat we ons niet al te veel fouten kunnen veroorloven.'


In zijn PSV-tijd hield Bobby Robson hem voor dat topteams nooit twee keer op rij verliezen. 'Kijk, we hebben een doel. Het gaat nu om de vraag: heeft die nederlaag van zondag ons daar zover van afgebracht, dat we gaan twijfelen over een volgende wedstrijd? Als je het mij vraagt, hebben we tien procent minder gegeven dan tegen Tottenham Hotspur. Ik denk dat de meeste jongens dat ook wel inzien.'


Want Twente moet zijn nieuwe status koesteren, zegt Bruggink. 'De voorzitter is daar heel belangrijk in. Hij is heel ambitieus en heeft een doel. De rest gaat daarin mee.


'In het Diekman stadion speelden we vroeger voor 7000 toeschouwers. Alleen als Feyenoord, Ajax of PSV langskwamen, zaten er 13 duizend mensen. Die hadden andere verwachtingen. De sfeer in de Grolsch Veste is compleet anders. Het publiek legt de lat hoger.


'Iedereen wil er bij horen. Als ik vroeger in een Twente-shirt rondliep, zeiden vriendjes: waarom heb je dat aan? Dan werd je bijna uitgelachen. Nu fietst de hele regio in Twente-shirt naar school.'


En de huidige selectie wordt ook anders bejegend. 'Er is een soort heldenverering. Ik was gewoon Arnold uit Geesteren die bij Twente ging spelen en de koning te rijk was. Twente leefde in die tijd veel minder. In de regio had je ook veel meer Ajax-fans. Toen vonden mensen het hier ook nog best leuk dat Ajax met 6-1 had gewonnen van ons, want die club had veel supporters in Enschede en omstreken.'


Dat is in deze tijd lastig voor te stellen. 'Nu is iedereen voor Twente en is Ajax de concurrent. Dat is een heel verschil in denken. Kijk ook even naar de namen bij Ajax destijds. Van der Sar, de broertjes De Boer, Blind, Davids, Kluivert. Dat was Europese top.


'Toen wij terugkwamen van die 6-1 in Amsterdam, konden we dat wat makkelijker accepteren. Ik kan je zeggen: dat was maandag niet zo. Als je eerste kunt worden door te winnen van Heerenveen, moet je die kans grijpen. Dat moet je van jezelf eisen en dat zit ook wel in deze selectie.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden