'Wat we daar doen, moet ook gunstig zijn voor ons'

DoorTheo KoeléenRemco MeijerFotoMike Roelofs

Hij was een van de verrassende benoemingen in het kabinet-Rutte. Als 59-jarige kwam de oud-journalist en wetenschapper Ben Knapen in de politiek terecht: als staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking en Europese Zaken, die zich in het buitenland minister mag noemen. 'Ik had er nooit aan gedacht; ik heb er niet om gevraagd en lang geaarzeld toen ik werd benaderd.' Inmiddels vindt hij zijn werkomgeving 'buitengewoon inspirerend'. Het deert de CDA-bewindsman niet dat hij in een minderheidskabinet zit. 'Het is juist interessant. We kunnen niet zomaar dingen zitten regelen, je moet alles met de Kamer bediscussiëren.'


De ministerraad ging vrijdag akkoord met de uitwerking van Knapens eerste grote beleidsdocument: de Focusbrief. Kern is dat Nederland de hulp concentreert op vijftien landen (het waren er ruim dertig) en een viertal thema's. Zijn twee petten kwamen Knapen van pas; zo overlegde hij met Europese collega's over de nieuwe 'landenlijst'.


'Het is geen spelletje stratego, geen landjes ruilen. Feit is dat de hulp te versnipperd is. Daar hebben de ontvangende landen last van, maar ook wij, de donorlanden. We hebben met Europese partners nagedacht over arbeidsverdeling. Om een voorbeeld te geven: we hebben een discussie gevoerd met de Britten, Duitsers, Zweden, Belgen en Spanjaarden over onze hulp in Mali, Benin en Burkina Faso. Vier van de zes landen willen in Burkina Faso blijven en overwogen zich terug te trekken uit Benin. Voor ons aanleiding om te zeggen: dan blijven wij daar en niet in Burkina Faso. We hebben het vooral praktisch aangepakt, zonder te wachten op een grand design.'


'Ja, maar het is in de eerste plaats een strategische exercitie.'


'Het is logisch dat je iets doet met de toegevoegde waarde die we te bieden hebben. Bij voedselzekerheid is het niet erg verrassend dat ontwikkelingslanden naar ons kijken. We zijn een van de grootste voedselexporteurs ter wereld, met de beste laboratoria en researchcentra op dat gebied. Dus men kent ons al.


'Een aardig voorbeeld van een programma waarbij het mes aan twee kanten snijdt, is water in Kenia. Daar werken zo'n vijftigduizend mensen in de snijbloemen. Meer dan de helft loopt als handelsproduct via Nederland. De teelt kent problemen door gebrek aan zoet water. We hebben met het Wereldnatuurfonds een programma ontwikkeld om op een slimmere manier met water om te gaan. We zijn bijna zover dat een plant gaat groeien als hij denkt dat hij water krijgt - bij wijze van spreken. Daar is een wereld te winnen. Nederland wordt gevraagd omdat we iets kunnen betekenen.'


'Ik spreek nooit over nationaal belang. Mijn primaire verantwoordelijkheid is te letten op het belang van ontwikkelingslanden. Maar het bevorderen van economische groei daar betekent: hulp bij het ontwikkelen van een private sector. Denk aan joint ventures, andere vormen van samenwerking met bedrijven hier, kennisinstellingen, banken.


'Idealiter probeer je het zo te organiseren dat in ontwikkelingslanden de motor van economische groei aanspringt. Als die landen evolueren naar een niveau dat ze ons niet meer nodig hebben, moeten we ze niet uitzwaaien maar er een profijtelijk netwerk van economische verbindingen aan overhouden. Zodat je ook hier duidelijk kunt maken dat wat we doen uiteindelijk gunstig is voor ons. Dat is iets anders dan een soort plat eigenbelang.'


'Dat is te kort door de bocht. En te opportunistisch. Voor het draagvlak helpt het enorm dat je kunt laten zien dat je verschil maakt. Op dit moment zijn we in meer dan dertig landen actief, soms met maar een paar miljoen euro. Hoe kun je dan laten zien wat je doet? Het is een bijna niet waarneembaar partikel in het geheel.'


'Dat is een beetje speculeren. Het heeft iets te maken met globaliseringsangst. De buitenwereld wordt eerder als bedreiging dan als kans gezien. Dat hangt samen met de opkomst en het succes van voormalige ontwikkelingslanden. Twintig jaar geleden las je over India als ontwikkelingsland, nu is het een land waarheen je baan geoutsourced wordt als je bij een helpdesk werkt. En naar de resultaten van hulp is eindeloos veel onderzoek gedaan, er zijn veel uiteenlopende theorieën. De verleiding om te zeggen: ach, het is toch allemaal weggegooid geld, wordt daardoor eerder groter dan kleiner.'


'Dat beeld klopt niet. Het is begeleidende muziek bij de groeiende scepsis over hulp. Als je ziet hoeveel tijd en energie besteed wordt aan het inzichtelijke maken van resultaten; aan keurmerken, transparantie, bestrijding van corruptie¿. Waar wel veel geld in omgaat, en wat je kunt aanpakken, is de consultancy. Vaak worden duurbetaalde consultants ingevlogen. Dat kan anders.'


'Ik vind het niet erg te discussiëren met de representanten van een deel van Nederland dat hierover anders denkt. Maar er zijn twee dingen. We hebben een regeerakkoord en iedereen houdt zich daaraan. In deze kabinetsperiode besteden we 0,7 procent van wat we met elkaar verdienen aan ontwikkelingssamenwerking. Daarmee zijn we voor het buitenland een betrouwbare partner. Het tweede is: wij doen onze stinkende best meer focus aan te brengen en zo beter zichtbaar te maken wat we doen. Dus ik vind die scepsis niet zo storend.'


'Nee, want wij zitten ook met dit kabinet met ontwikkelingssamenwerking in de top-5 van de wereld.'


'Dat is niet waar. Want we bezuinigen wel, en we reduceren het aantal landen, maar we verhogen de middelen voor de landen die we uitkiezen. Wat mijn Europese portefeuille betreft: iedereen heeft genoteerd hoe in 2005 het referendum hier is gelopen. Het publiek staat een stuk kritischer tegenover Europese integratie. Ik probeer een werkrelatie te ontwikkelen waarbij we uit dat post-referendumsyndroom komen. We hebben een verzakelijkte relatie rond het onderwerp Europa, maar godzijdank ook een veel politiekere. Hier wordt enorm over Europa gediscussieerd en niet alleen negatief.


'Ik sta bijvoorbeeld vaak tegenover PVV-Kamerlid Louis Bontes. Die is buitengewoon kritisch. Maar hij vertolkt een geluid dat leeft en je kunt met hem in debat. Hij wil dat we opletten dat we ons geld niet verspillen in Griekenland, maar aan de andere kant wil hij harde maatregelen die voorkomen dat zoiets als in Griekenland nog eens gebeurt. Die maatregelen moet iemand nemen. Dat is toch vaak een Europese instelling. Ik ervaar dat als zakelijke en nuttige debatten over de vraag: wat willen we bereiken en hoe doen we dat?'


'Luister, ik ben het met heel veel dingen die zij zeggen niet eens, helemaal niet eens dan wel totaal niet eens. Maar als zij zeggen: die Polen pikken onze banen weg, kan ik u verzekeren dat dat buiten deze vierkante mijl hier in Den Haag een geluid is dat leeft. Om politieke, morele en historische redenen was het buitengewoon verstandig dat wij de EU hebben uitgebreid. Ik sta daar honderd procent achter. Maar wij hebben de sociale verwerking van dat proces onderschat. Daar hebben we de kiezers ook veel te weinig in meegenomen. Als je dat signaal hoort, in dit geval via de PVV, heb ik daar geen enkele moeite mee.


'Nee. Ik ben hem wel een paar keer tegengekomen, maar ik heb hem nog niet gesproken.'


'Kort na mijn vertrek bij NRC Handelsblad in 1996 ben ik op een ochtend aan mijn bureau gaan zitten met de feestelijke gedachte: ik word lid van een politieke partij. Ik vond dat dat tevoren niet kon en toen wel. Dat is het CDA geworden.'


'Het was een slecht moment toen, dat klopt, sommigen zagen de club zelfs uitsterven. Ik heb het gezocht in een partij van het midden. Komende van NRC denk je dan al gauw aan D66. Dat had gekund. De partij moest internationaal en Europees georiënteerd zijn. Juist de christen-democratische partijen behoren tot de founding fathers van de Europese gemeenschap.'


'Nee. Wat ik wel heel waardevol vind van het CDA is dat het, anders dan D66, een partij is die door alle rangen en standen loopt. Ik heb wat meegeholpen aan het blad Christen Democratische Verkenningen. In 2008 ben ik lid geworden van de buitenland-commissie van de partij. Betrekkelijk perifere activiteiten.'


'In dit kabinet is Verhagen evident de leider van het CDA. Als wij als CDA-bewindslieden onderling discussiëren, doen we dat onder zijn leiding. Ik sta paf van zijn dossierkennis, op alle mogelijke terreinen. Hij is wat mij betreft een goede leider. Maar ik vind dat we de dingen in de juiste volgorde moeten doen. Agendapunt 1 is nu een voorzitter kiezen. Die moet vervolgens een verkiezingsprogramma ontwikkelen en daarna moet er bij dat programma een passend gezicht worden gezocht.


'We moeten ons niet gek laten maken. Ik adviseer niemand om voor dit proces drie jaar uit te trekken, maar ik vind het onnodig en onzorgvuldig om te zeggen dat het binnen een maand geregeld moet zijn.'


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden