'Wat waar is, weet je nooit. Dat heeft wielrennen genekt'

Deze zomer is het dan echt zo ver: na ruim 40 jaar neemt Mart Smeets ( 69 ) afscheid van de NOS. In zijn boek Aan de meet blikt hij terug op de Tour de France, en - toch weer - het bedrog van de renners.

Mart Smeets Beeld null
Mart Smeets

Bord op schoot of restaurant? 'Nu restaurant, maar altijd ergens lekker en goed eten gaat op den duur ook vreselijk vervelen. Ik behoor tot de school Nelissen. Jean was de man die het nuttige met het aangename verenigde. Jean wist hoe de schoonmoeder van Eddy Merckx heette, maar ook waar je voortreffelijk kon eten, waar ter wereld ook.

'Heel veel sportjournalisten leefden zo hoor. Het was een bijna ingebrand kenmerk. De Guide Michelin ging mee op reportage, een goed diner was de afsluiting van de avond. Om tien voor half één 's nachts het restaurant uit, dat was het leven. Althans, dat dacht ik toen.

'Het bord op schoot is een belangrijk deel van mijn leven geweest, de periode dat ik op zondagavond Studio Sport presenteerde, van 1973 tot 2002. Ik kijk er met veel plezier op terug. Toen ik er vanaf was, openden zich nieuwe vergezichten. Ik doe nog steeds veel, maar de haast is een beetje uit mijn leven verdwenen. Ik ben bijvoorbeeld meer gaan lezen.

'Bord op schoot was puur werk. De kreet werd door Kees Jansma en mij gelanceerd. Nu hoef ik niet meer zo nodig in beeld te zijn. Ik heb gemerkt dat het leuker is om een film over Ard Schenk te maken dan om te zeggen hoe Groningen en Heerenveen tegen elkaar hebben gespeeld. Ik kijk er niet op neer hoor, maar ik kijk erop terug. Er werd op tijd een wissel omgezet. Dat was lekker.'

Donald Trump of Hillary Clinton?

'Clinton. Daar hoef ik niet eens over na te denken. Ik snap niets van Trump. Je mag het niet zeggen, maar Trump is een volslagen malloot. Maar goed, ik ben dan ook een geboren democraat en ik hang ook nog eens sterk aan de opvattingen van Obama. Amerika heeft de afgelopen acht jaar een stabiele president gehad, maar aanzien heeft Obama vooral in de rest van de wereld. Ik heb Nederlandse vrienden in Florida, die moeten niets van hem hebben. Hij is een neger, zeggen ze. Nou en? Nederlandse mensen! Ongelofelijk! Ik vind Amerika leuk door de sport, ik ga er nog steeds twee, drie keer per jaar heen, maar ik zou er niet kunnen leven.'

Waarheid of werkelijkheid?

'Dat is de grote vraag, ook in mijn boek. Misschien heeft de journalistiek zich er te weinig over gebogen. Praten en schrijven we over wat we zien, de werkelijkheid van een prachtige etappe bijvoorbeeld? Of is alleen de waarheid van belang, namelijk dat die hoofdrolspelers in die prachtige etappe de boel bedrogen?

'Ik heb veel geleerd van de zienswijze van Maarten Ducrot over bedrog in de sport; over doping. Hij veroordeelt niet, maar probeert te achterhalen waarom iemand heeft gebruikt. Wat bracht hem ertoe? Heel hard foei roepen, zoals veel media doen, is te makkelijk.

'Zeker in de wielrennerij zit een enorm grijs vlak tussen de werkelijkheid en de waarheid. Dat is de voornaamste reden waarom ik deze 27 renners portretteer in Aan de meet. Aan al deze mannen hangt een vorm van bedrog vast.

'Wat waar is, weet je nooit. Of pas veel later. Dat is wat wielrennen heeft genekt. Niet in de ogen van het publiek trouwens. Ooit kwam ik er, op een heel nette manier, achter dat Joop Zoetemelk dope had gebruikt. Nadat we het hadden gemeld, werden de ruiten van onze auto's ingegooid en zei men: blijf met je vuile poten van onze Joop af!'

Het Spaarne of de Seine?

'Het Spaarne. Ik heb veertig jaar in Amsterdam gewoond. Karin wilde graag in Haarlem blijven en we hadden de mazzel dat we hier een huis aan het water vonden. Het is zo rustgevend, water voor je deur in combinatie met de mentaliteit van deze stad. Hier gaat alles een beetje trager.

'De Seine betekent voor mij het einde van de Tour de France. Ik heb het 42 keer meegemaakt en daar schaam ik me niet voor. Anderen stapten na vier, vijf keer al uit. Thuis zijn of on the road, daar gaat het hier om hè. Ik heb dertig jaar lang als een zombie over de wereld getrokken, van vliegveld naar hotel naar stadion. Ik heb de rem gevonden, een beetje laat, dat wel. Sinds een jaar of acht merk ik dat ik het erg prettig vind om thuis te zijn, met mijn eigen spullen en familie in de buurt.

'Deze zomer neem ik in Rio afscheid van de NOS, als commentator van het olympische basketbaltoernooi. Het komt goed uit en ik ben blij met dit geschenk. Na ruim veertig jaar komt er natuurlijk zo'n feestje aan. Zo'n periode poets je niet zomaar weg. Dit is leuker dan een afscheid in een bruin, donker zaaltje met allemaal oud-collega's die een fles wijn komen brengen. Ik zie dit wel zitten. Finale, glas wijn, dankjewel en wegwezen.'

Mart Smeets Beeld null
Mart Smeets

Lance Armstrong: klootzak of man die de mensen hoop en vechtlust gaf?

'Ja, dat schrijf ik hè. Over dat hoofdstuk in het boek heb ik drie weken gedaan. Karin werd er gek van. Stop ermee! Ik kon het niet eens worden met mezelf. Hij is een klootzak, maar ik heb hem ook gezien tijdens zijn bezoek aan kankerpatiënten in de Daniel den Hoed-kliniek in Rotterdam. Dat emotioneert me nog steeds. En nu weer.

'Ik zat naast Peter Ouwerkerk, de wielerjournalist, en we hadden moeite om onze tranen te bedwingen. Ik ga janken, zei Peter. En waarom? We wisten allebei dat er een boef stond, maar wat hij daar deed was zo natuurlijk, zo inspirerend, zo knap. Later ging hij nog naar een parkeerplaats om met een doodzieke man in een ambulance te praten.

null Beeld null

'Die man, die dus de hele boel en ons allen besodemieterd heeft! Hoe moest ik hem in het boek beschrijven? En waar viel ik nou eigenlijk over? Dat hij soms gedrogeerd was? Maar dat waren ze allemaal. Als je hem aanvalt, moet je Ullrich ook aanvallen, en Basso, en Boogerd. Het hele zooitje kan door de shredder.

'En een tijd later zie je plotseling een foto waarop hij voor zijn zeven gele truien op een luie bank ligt, als provocatie naar de wereld. Toen was Lance weer een lul. Ik heb geschreven hoe ik het heb meegemaakt. Ik wist gewoon dingen niet. Klaar. Ik ben aangewezen als de grote schuldige, maar niemand wist het. Lance Armstrong had de kracht om ongegeneerd te liegen, hij heeft het ons allemaal erg moeilijk gemaakt.'

De tel kwijt

Iedereen is de tel kwijt, maar uitgeverij De Kring houdt het erop dat Aan de meet het 51ste boek is van Mart Smeets. In het boek vermengt Smeets (69) persoonlijke herinneringen aan 27 wielrenners met hun prestaties in de Tour de France. Voor de NOS deed hij 42 keer verslag van de Tour. Afgelopen april nam hij afscheid als wielerverslaggever, tijdens de Amstel Gold Race.

Schrijven of praten?

'Ik ben begonnen als schrijver, in 1968 bij het Haarlems Dagblad. Mijn chef daar, Hans Rombouts, zei toen al dat ik moest opschrijven wat ik had meegemaakt. Dat was vernieuwend. Daar kwam Ruud van den Hende bij De Tijd, toen ook nog een krant, overheen. Ga jij maar naar München toe, zei hij na de aanslagen op de Olympische Spelen in 1972, en schrijf vooral op wat je voelt.

'Ik ben door heel goede collega's in de arm genomen. Ken je de naam van Herman van Run nog? Hij was hoofdredacteur van De Tijd. Hij had een heel klein rood potloodje. Daarmee corrigeerde hij je stuk. En maar doorstrepen. Dit is geen Nederlands, zei hij dan, dit is een stijlbreuk, enzovoort. Je kreeg het keihard om je oren. Schrijven, dus liefdevol en zorgvuldig omgaan met taal, is de basis van alles wat ik daarna heb gedaan.'

Tour de France of Olympische Spelen?

'Ik heb zulke mooie dingen gezien in mijn leven. Ik weet dat ik nu klink als Ivo Niehe, maar ik ben enorm bevoorrecht. Zeventien, achttien keer de Olympische Spelen meegemaakt, tweeënveertig keer de Tour. Het was een aaneenschakeling van idiote momenten.

'Maar andere reportages zijn me net zo dierbaar. Vorig jaar heb ik Ard Schenk gevolgd tijdens een schaatswedstrijd boven de Poolcirkel. Ik vloog naar Alta, in Noorwegen. Zoek het maar op. Schenk schaatste tegen de Noren die hij vroeger ook tegenkwam. Ik mocht daar een filmpje over maken van de NOS. Het leverde precies op wat ik hoopte: een prachtig afgetrainde zeventiger met die karakteristieke lange slagen, het ideaalbeeld van een schaatser. Er waren misschien 1.923 mensen, iedereen uit de verre omtrek was gekomen om het wonder Ard Schenk nog een keer met eigen ogen te zien. Zó puur. Dank u. Hier gaat het om in dit leven.'

'Mag ik dat zeggen?' of 'ja, dat mag ik zeggen'?

'Dat is helemaal geen uitspraak die ik veel gebruikte. Dat is ervan gemaakt. Natuurlijk heb ik het weleens gezegd, maar de wereld van spottende lieden en Smeets-bashers heeft het veel groter gemaakt. Ik leg er iets terughoudends in. Mag ik zo brutaal zijn? Of zo dom? Of eerlijk? Toen ik doorkreeg dat nota bene derderangs VARA-cabaretiers er goede sier mee maakten, dacht ik: nou, dat moest ik maar niet meer doen. Ik heb het jaren geleden al begraven, maar ik moet me nog steeds wel eens inhouden.

'Als je 42 jaar met je kop op dat kassie komt, gebeuren dit soort dingen. Tv werkt stigmatiserend. Mij wordt ook nagedragen dat ik mijn hele leven lang Noorse truien heb gedragen. Iedereen maakt er verkeerde en zielige grappen over. Ik heb ze tijdens precies één Olympische Spelen gedragen, in 2006 in Turijn en daarna nog een keer in de Tour de France toen het 's avonds ergens in de Alpen nogal koud was. Maar dat was vooral een knipoog naar de rest van de wereld; een gemene, doordachte knipoog.'

Mart Smeets: Aan de meet, uitgeverij De Kring, 16,50 euro, 320 pagina's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden