ProfielJaap van Dissel

Wat voor man is RIVM-directeur Jaap van Dissel? ‘Op een prettige manier kritisch’ en ‘niet van zijn stuk te krijgen’

Opnieuw zijn dinsdag alle ogen gericht op Jaap van Dissel, als hij naast premier Mark Rutte spreekt tijdens de persconferentie waar al weken reikhalzend naar wordt uitgekeken. Wie is de RIVM-directeur die uitgroeide tot het gezicht van de bestrijding van de pandemie?

Jaap van Dissel.Beeld Freek van den Bergh

Het is in de jungle van Suriname dat je iemands ware karakter leert kennen, zegt George Maat. In 2013 varen de hoogleraar anatomie, Jaap van Dissel en een handvol andere wetenschappers per rivierboot naar Batavia, een voormalige leprozenkolonie op ongeveer honderd kilometer ten westen van Paramaribo. De gelegenheidsformatie gaat er onderzoek doen naar de oorsprong van de leprabesmettingen in Suriname, die honderden slaven in de 19de eeuw voorgoed tot de kolonie veroordeelden.

Het graafwerk naar de botresten is loodzwaar, de tropische zon onverbiddelijk, het contact met de bevolking – die vreemden in hun graven ziet wroeten – breekbaar. En natuurlijk gaat er ook een hoop mis. ‘Maar Jaap heb ik in mijn leven nooit boos gezien, echt waar’, zegt Maat. Zelfs in de jungle blijft hij flexibel en tegelijk koersvast. ‘Die man heeft engelengeduld.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De evenwichtigheid van Jaap van Dissel (62) is onmisbaar op zijn nieuwste missie die hem af en toe zal doen terugverlangen naar de overzichtelijke chaos van de Surinaamse expeditie. Als hoofd infectiebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is Van Dissel de belangrijkste wetenschappelijke stem tijdens de coronacrisis. ‘Chef corona’ weet alle Nederlandse ogen op hem gericht – met de lof en kritiek die daar bij horen.

De crisis dwingt de eerder min of meer anonieme RIVM-directeur op het podium naast premier Mark Rutte. Achter de schermen instrueert hij het kabinet dat de ‘intelligente lockdown’ op zijn advies baseert. In de Tweede Kamer geeft Van Dissel wekelijks college over hoe het RIVM grip probeert te krijgen op het grillige coronavirus. Dat doet hij op de rustige, resolute toon van de hoogleraar die hij ook nog is aan de Universiteit Leiden. Vaktermen als ‘titreren’ gaat hij niet uit de weg, maar gebruikt hij zo dat de leek het kan volgen.

De meeste Kamerleden zijn hem daar dankbaar voor. Ook Henk Krol, die dagelijks honderden mailtjes krijgt van zijn bezorgde achterban. De 50Plus-leider trok Van Dissel na zo’n college al twee keer (figuurlijk) aan zijn jasje voor extra uitleg. ‘Dan krijg je uitgebreid antwoord.’ Met die informatie beantwoordt Krol de vele mails. ‘Ik ben oprecht blij dat we zo iemand hebben.’

Ringen van Venus

Jaap Tamino van Dissel (1957) groeit op in het Noord-Hollandse Bakkum, bij Castricum. Hij is de derde zoon in een gezin met vier kinderen dat broer Han als ‘buitengewoon liefdevol’ omschrijft. Later verhuist het gezin naar het nabijgelegen Limmen.

De vier jonge Van Dissels fietsen iedere dag naar het Murmellius Gymnasium in Alkmaar, zo’n tien kilometer heen en weer terug door de vlakke Noord-Hollandse polder. Ze krijgen er biologieles van hun moeder Tilly, in een tijd dat werkende moeders een uitzondering zijn. Vader Dick, econoom, werkt bij de effectenbeurs in Amsterdam en later voor ABN.

Individualisme en het nemen van je verantwoordelijkheid staan thuis hoog in het vaandel, geheel in de vrijzinnig hervormde traditie, zegt broer Han. De kinderen worden gestimuleerd, maar geen richting in gedwongen. Drie van de vier zouden later promoveren, waaronder Han, nu de decaan van de faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Zijn één jaar jongere broer Jaap is altijd al onderzoekend, druk in de weer met proefjes en experimenten. Als puber kweekt hij bonen op. Ieder potje gevoed met een andere stof om te zien waar de planten het hardst van groeien. Op zijn veertiende krijgt Jaap zijn eerste sterrenkijker. ‘Die zette hij op in de tuin. Moest iedereen Venus komen bekijken.’ De hobby beklijft. Inmiddels heeft hij een ruime collectie telescopen. In het buitenland kan hij het niet nalaten een bezoekje te brengen aan de dichtstbijzijnde sterrenwacht.

Na de middelbare kiest Jaap voor een studie geneeskunde in Leiden, de stad waar veel familieleden voor hem al hadden gestudeerd. Han is er lid van studentenvereniging Minerva. Zijn broertje volgt hem niet. ‘Het interesseerde hem niet zo, denk ik. Jaap was een heel serieuze student. Iemand die alle boeken op zijn lijst ook daadwerkelijk las.’

Het lot beslist dat infecties zijn expertise zouden worden. Bij toeval neemt hij een telefoontje op van een opleider uit Leiden die een vakantieassistent zoekt voor de afdeling infectieziekten. Een richting die nooit bij hem was opgekomen, maar hem vanaf het eerste moment grijpt.

Onderbouwde gok

De beller, hoogleraar Ralph van Furth, speelt een belangrijke rol in Van Dissels carrière. Op zijn 31ste promoveert hij cum laude bij Van Furth op afweermechanismen tegen bacteriën als salmonella en listeria. In deze jaren ontmoet Van Dissel zijn latere vrouw, Susanne Osanto, ook student medicijnen. Zij specialiseert zich in de oncologie. Beide werken begin jaren negentig een jaar aan de prestigieuze Duke University in de VS. 

In 1999 volgt Van Dissel zijn leermeester Van Furth op als hoogleraar interne geneeskunde, in het bijzonder infectieziekten. In die rol neemt hij in Leiden zitting in de beroepscommissie voor examens, net als George Maat. Samen beoordelen ze klachten van studenten over examenuitslagen – ‘typische universiteitsdingen’, aldus Maat.

‘Jaap is op een prettige manier kritisch. Hij verpakt het enigszins schertsend. Zelf heb ik ook die neiging, dus in die commissie werkte dat nogal aanstekelijk. Ik sluit niet uit dat anderen vonden dat wij wat serieuzer van toon mochten zijn, al waren we als het op de resultaten aankwam altijd heel serieus.’

In de kleine wereld van toonaangevende virologen in Nederland groeit Van Dissel in een kwart eeuw uit tot een grote naam. Hij begeleidt een stoet aan promovendi en publiceert erop los. Het vak brengt hem ook over de grens. In Jakarta doet hij onderzoek naar tyfus, terwijl zijn drang om eeuwenoude infectiemysteries te kraken hem meermaals naar Suriname voert, onder andere voor de leprozen.

Het gezicht van de Nederlandse virologen is in die jaren Roel Coutinho, bekend van de aids-epidemie en begin deze eeuw de eerste directeur van het nieuwe Centrum Infectiebestrijding van het RIVM. In die rol leidt hij de aanpak van de Mexicaanse griep en de Q-koorts. Als Coutinho in 2013 vertrekt, volgt Van Dissel hem op. Na al die jaren Leiden is hij toe aan een nieuwe omgeving, al blijft hij een dag per week aan de universiteit werken.

De keuze van het RIVM voor Van Dissel is een onderbouwde gok. De sollicitatiecommissie gaat af op zijn uitstekende conduitestaat als arts, wetenschapper en docent. Maar met media-optredens – onvermijdelijk tijdens een grote gezondheidscrisis – had hij anders dan de extraverte Coutinho ‘nul’ ervaring, zegt Jos van der Meer, emeritus-hoogleraar interne geneeskunde en lid van de commissie die Van Dissel voordraagt. ‘Je moet er niet aan denken dat je er net zit en een pandemie als de huidige voor je kiezen krijgt.’

Echt geen mondkapjes

Zijn relatief rustige beginjaren bieden hem de tijd om vertrouwd te worden met zijn nieuwe rol. Publieke optredens zijn er mondjesmaat, zoals in 2014 en 2016, als hij in de media en Tweede Kamer praat over de verspreiding van respectievelijk ebola en het zika-virus. Van zijn huidige opstelling in de coronacrisis is Van der Meer ‘diep onder de indruk’. ‘De voordrachten van Jaap zijn tot in de puntjes verzorgd. En hij is niet van zijn stuk te krijgen met vragen.’

Kritiek is er ook. Het RIVM heeft zijn ramingen al meermaals moeten bijstellen omdat het virus sneller om zich heen grijpt dan gedacht. Een logisch gevolg van het gebrek aan Nederlandse onderzoeksgegevens in het begin, aldus Van Dissel, maar niet alle Kamerleden waren daarmee gerustgesteld. Een deel drong aan op het nemen van extra maatregelen, maar daar ging de RIVM-baas niet in mee.

Zo vroeg de ChristenUnie vorige week woensdag of het echt niet verstandiger was om mondkapjes te dragen, al was het maar om anderen te beschermen. ‘Het realistische antwoord is gewoon: nee’, antwoordde Van Dissel resoluut. Een uur later kreeg hij de vraag opnieuw, nu van een op ruime afstand staande journalist. Zou hij toch geen mondkapje aanraden aan mensen die zich onveilig voelen in de supermarkt? ‘Nee, natuurlijk niet.’

Zulke antwoorden geeft Van Dissel met de kennis van nu, wetende dat de situatie snel kan veranderen en hij eventueel op zijn schreden moet terugkeren. Ook dat zit in het takenpakket van de belangrijkste infectiebestrijder van Nederland, besefte hij bij zijn aantreden in 2013. ‘Met kennis achteraf is het altijd veel makkelijker om het net iets anders te zien. Dus daar zullen ongetwijfeld wel wrijfpunten komen, dat kan haast niet anders.’

CV Jaap van Dissel 

1957: geboren in Amsterdam

1969 – 1975: Murmellius Gymnasium in Alkmaar

1975 – 1982: Studie geneeskunde, Universiteit Leiden

1987: Cum laude promotie-onderzoek infectieziekten als salmonella

1988 - 1999: Arts infectieziekten in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), tussendoor één jaar onderzoek aan Duke University in de VS

1999 - heden: Hoogleraar interne geneeskunde in Leiden

2007 - 2013: lid Gezondheidsraad

2008 – 2013: voorzitter Centrum voor Infectieziekten, LUMC

2013 – heden: hoofd Centrum Infectiebestrijding bij het RIVM

Jaap van Dissel is getrouwd met hoogleraar oncologie Susanne Osanto en heeft twee kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden