Wat te doen met de omstreden imam Fawaz Jneid?

Drie scenario's om de radicale imam aan te pakken

De Tweede Kamer en minister van Justitie Grapperhaus willen de omstreden Haagse imam Fawaz graag de mond snoeren. Maar zo eenvoudig is dat niet. Wat zijn de mogelijkheden?

Imam Fawaz Jneid Beeld ANP

1. De wet aanpassen

Justitieminister Ferd Grapperhaus tergde dinsdag de Tweede Kamer, toen hij maar bleef draaien om de vraag waarom hij niets kan beginnen tegen Fawaz Jneid. De Haagse imam haalt in een preek op Facebook uit naar de Rotterdamse PvdA-burgemeester Ahmed Aboutaleb, als lid van ‘een partij die de vijand is van moslims en die moslims bestrijdt’.

De uitspraken van Fawaz kunnen volgens nationaal veiligheidscoördinator Dick Schoof kwaadwillende moslims op het idee brengen in actie te komen tegen Aboutaleb. In het meest recente dreigingsbeeld van het ministerie van Justitie en Veiligheid wordt de imam met naam genoemd als iemand die mogelijk aanzet tot eigenrichting.

Fawaz is de Nederlandse autoriteiten al een doorn in het oog sinds hij Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali een ziekte toewenste die ‘geen mens kon genezen’. In twee kwetsbare Haagse wijken mag hij zich al niet meer vertonen, omdat hij er met zijn opruiende teksten jongeren kwalijk kan beïnvloeden. En in november verbande burgemeester Krikke van Den Haag de  imam uit een boekhandel die hij als illegale moskee gebruikte. De rechter was het met haar eens.

‘Verwerpelijk’, noemt Grapperhaus de uitlatingen van Fawaz, die in Nieuwsuur laconiek op alle commotie reageerde. Maar doordat de imam precies weet hoe ver hij kan gaan met zijn uitspraken staat de minister naar eigen zeggen machteloos.

Misschien wordt het tijd om zwaardere middelen in te zetten, opperde Grapperhaus na het debat. Als de Kamer het wil, kan het volgens de minister een optie zijn om de vrijheid van meningsuiting tegen het licht te houden. Die vrijheid vormt ‘een fundament onder onze rechtsstaat’, zei Grapperhaus, maar maakt het er niet makkelijker op om types als Fawaz aan te pakken.

De vrijheid van 17 miljoen Nederlanders inperken omdat één imam controversiële teksten verspreidt? Zolang de Tweede Kamer er niet warm voor loopt, lijkt het bij een idee te blijven.

2. Fawaz vervolgen

In Fawaz' video op Facebook noemt hij Aboutaleb niet letterlijk een afvallige. De arabisten Jan Jaap de Ruiter en Halim El Madkouri wijzen erop dat hij dan de woorden kafir (ongelovige) of murtadd (afvallige) had moeten gebruiken. 'En het had me verbaasd als hij dat had gedaan, want in zulke bewoordingen praat hij niet', zegt El Madkouri.

Toch  vindt Schoof dat Fawaz de Rotterdamse burgemeester als een afvallige neerzet, zei deze tegen Nieuwsuur. 'Wat hij zegt, is echt wel zo te duiden. En dat heeft in de islamitische context grote betekenis.'

Dat maakt het volgens hem ook zo lastig om hem voor de rechter te brengen. Het Openbaar Ministerie is dat dan ook niet van plan. ‘Als we een zaak hadden tegen de heer Fawaz, waren we er al mee begonnen’, zegt een woordvoerder van het OM in Den Haag. ‘We kijken per geval of hij wat ons betreft een strafbaar feit pleegt of niet. Als dat zo is, ondernemen we actie.’

Centraal staat de vraag of de uitspraken van Fawaz als een uitingsdelict kunnen worden uitgelegd. Uitingsdelicten zijn onder meer smaad, het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld en opruiing. De woordvoerder: ‘Zulke delicten zijn per definitie juridisch ingewikkeld, vanwege het spanningsveld met andere rechten zoals de vrijheid van meningsuiting. Die hebben we in Nederland hoog in het vaandel staan. We leggen zijn uitspraken naast het wetboek van strafrecht en houden hem in de gaten. Dat doen de gemeente en politie ook.’

Theo Hiddema, strafpleiter en Tweede Kamerlid voor het Forum voor Democratie, snapt het gedraal van het OM niet: ‘Als je toch een beetje behept bent met opsporingsinstinct, dan spring je van dit soort uitspraken toch uit je stoel? Dit is een gouden kans om een levensgevaarlijk type in de kraag te vatten.’

Het OM kan Fawaz wel degelijk vervolgen, zegt Hiddema, en wel via artikel 137d: het aanzetten tot discriminatie, haat en geweld. ‘De kneep zit hem in het juridische bewijsargument dat je bij de rechter aandraagt. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort ophitsende teksten in bepaalde kringen nogal eens tot gewelddadigheid leiden. Maar als je dat als OM benoemt, geef je het signaal af dat er in de ene gemeenschap meer kans is op brokken dan in de andere. En de schoen zou best eens kunnen wringen bij het benoemen daarvan.’

De woordvoerder van Schoof kan niet bevestigen dat Fawaz behalve de Nederlandse ook de Syrische nationaliteit heeft, zoals Elsevier meldt. Hem het Nederlanderschap ontnemen, kan hoe dan ook alleen als hij zich schuldig maakt aan een terroristisch misdrijf.

3. Fawaz’ (digitale) podium inperken

Fawaz mag zich al niet meer vertonen in de Haagse Schilderswijk en Transvaal omdat hij een bedreiging voor de nationale veiligheid zou zijn. ‘Maar in deze tijden van sociale media kun je wel vraagtekens plaatsen bij de effectiviteit van zo’n gebiedsverbod’, zegt advocaat Menno Weij van het in internetrecht gespecialiseerde kantoor SOLV. 

Fawaz predikt gewoon door op Facebook, waar bijna 5.500 personen hem volgen.  De rechter kan ook een socialmedia-verbod opleggen, iets wat geregeld gebeurt in andere zaken. ‘Het betreft dan mensen die in een dronken bui smaad- of lasterachtige uitspraken tweeten over iemand anders of het koningshuis. Maar in deze specifieke context, waarbij het gaat om de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst versus aanzetten tot haat, is het nog nooit voorgekomen.’

Niet Facebook, maar de veroordeelde zelf is verantwoordelijk voor het naleven van zijn socialmedia-verbod. Stribbelt hij tegen, dan kan het OM Facebook dwingen om iemands account op zwart te zetten. Weij: ‘En in de voorwaarden van Facebook en Twitter staat ongetwijfeld dat gebruikers niets strafbaars of onrechtmatigs mogen doen, dus op basis van hun eigen spelregels kunnen zij ook bepaalde accounts blokkeren. Maar ze doen dat bijna nooit. Ze zeggen: wij zijn een neutrale tussenpersoon en geven het alleen maar door.’

Vorig jaar kreeg een verdachte die van plan was uit te reizen naar Syrië als schorsingsvoorwaarde van haar voorlopige hechtenis opgelegd dat ze geen gebruik mocht maken van internet en sociale media. Uit haar dossier zou blijken dat de mogelijkheid bestond dat ze via internet mensen zou ronselen om op jihad te gaan. Het hof realiseerde zich dat het verbod zwaar is, ‘maar ziet thans geen andere mogelijkheid om aan het belang dat de samenleving heeft, namelijk beschermd te worden tegen terrorisme in welke vorm dan ook, tegemoet te komen’. 

In 2014 eiste het OM een Facebookverbod voor een rijschoolhouder uit Den Haag nadat hij een opruiend filmpje op Facebook had geplaatst waarin hij met gaspistolen zwaaide en opriep tot het doden van zionisten. De rechter ging hier niet in mee en gaf hem alleen een celstraf vanwege het oproepen tot geweld, onder meer omdat ‘de verdachte heeft verklaard voor de bedrijfsvoering van zijn rijschool in grote mate van Facebook afhankelijk te zijn.’

Weij betwijfelt of het zin heeft om de Facebookpagina van Fawaz te blokkeren. ‘Als hij überhaupt al strafbaar handelt, kan je aan je water voelen dat dit ook qua handhaving een uitdaging is. Het OM moet keer op keer per uitspraak kijken wat hij concreet zegt in zo’n filmpje en of hij daarmee strafbaar handelt. Dat is erg lastig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.