WAT SCHUIFT ZO’N MELANIE NOU? OP ZOEK NAAR TOPFUNCTIES

Met de verkiezingen in aantocht verlaat een reeks bewindslieden Den Haag. Een aantal van hen vlast op een baantje in het bedrijfsleven....

‘Hebben we iets voor Gerrit Zalm? Daar wordt veel over gesproken in de top van het bedrijfsleven’, zegt een insider. De VVD-minister van Financiën en vice-premier vertrekt uit Den Haag en is nu als 54-jarige op zoek naar een nieuwe baan.

Een afzwaaiend bewindsman van Zalms statuur heeft op het eerste gezicht uitstekende papieren voor een topfunctie in de (internationale) financiële wereld of in Europa. Als langstzittende minister op het belangrijkste departement verwierf hij alom respect. Headhunters moeten in de rij staan.

Toch gaat het lastig worden, denken de insiders. Alle voordehandliggende topbanen zijn bezet. Als lid van de raad van bestuur van ABN Amro of ING is Zalm, na twaalf jaar heer en meester te zijn geweest op Financiën, moeilijk denkbaar. President van De Nederlandsche Bank zou kunnen, maar Nout Wellink heeft twee jaar terug bijgetekend tot 2011. De Europese Centrale Bank en de Europese Commissie zijn voorzien. ‘Nee, in onze wereld heeft men nog niks kunnen bedenken.’

Met de verkiezingen van 22 november in aantocht, maken de betere executive searchers zich op voor drukke tijden. Niet alleen veel Kamerleden komen op de arbeidsmarkt, ook een hele rij bewindslieden heeft aangegeven de politiek te verlaten, zodat vast bekend is dat ze beschikbaar zijn voor iets anders. Of ze willen alleen terug als minister of staatssecretaris, wat afhankelijk van de verkiezingsuitslag slechts voor enkelen is weggelegd. Wie niet in de Kamerbankjes wil of kan, moet dus op zoek naar ander werk.

Wachtgeld

En dat is tegenwoordig niet eenvoudig. Volgens cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken maken – met de volgende verkiezingen, en dus nieuwe concurrenten, alweer op komst – nog achttien bewindslieden gebruik van de wachtgeldregeling: negen oud-ministers en negen oud-staatssecretarissen. Ze hebben nog geen nieuwe baan gevonden, of hun huidige bezigheden brengen minder op dan het wachtgeld waar ze als bewindspersoon recht op hebben. In dat geval wordt hun inkomen aangevuld. Dezelfde regeling geldt voor Kamerleden, van wie er nog 62 aangewezen zijn op wachtgeld.

‘Het bedrijfsleven zit niet te wachten op oud-politici, en nog wel het minst op Kamerleden’, zegt de Rotterdamse politicoloog Rinus van Schendelen. ‘Politiek is een vak, kijk maar naar de chaos die de amateurs van de LPF ervan hebben gemaakt. Maar de politiek vergt bekwaamheden die in de rest van de samenleving niet hoog worden geacht. Ik weet van een headhunter die een Kamerlid vroeg of hij zijn jaren in de Kamer niet van zijn cv kon verwijderen; dat vergrootte zijn kansen op een baan.’

De overstap van politiek naar bedrijfsleven is altijd een uitzondering geweest, zegt ook Peter van der Heiden van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen. Wel lag het vroeger eenvoudiger: de politiek stond in aanzien, bewindslieden werden met excellentie aangesproken en het bedrijfsleven was nog vooral nationaal en overzichtelijk. Zo kon oud-KVP-minister Roelof Nelissen opgenomen worden in de top van de Amro Bank, bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl. VVD-minister Harry Langman vertrok naar de ABN en Pierre Lardinois (CDA) werd hoofd-directeur van de Rabobank, waar later ook nog plek was voor de jonge ex-minister van Financiën Wim Duisenberg (PvdA).

Maar ook in het verleden bleek al dat minister een heel ander vak is dan manager. CHU-minister Berend-Jan Udink werd in de jaren zeventig de baas bij OGEM. Het roemruchte bedrijvenconglomeraat, in de volksmond bekend als Open Gesticht voor Ex-Ministers, ging onder zijn leiding dramatisch ten onder. Topfuncties in het bedrijfsleven vereisen leiderschap, visie, durf en communicatief vermogen, naast gedegen financiële kennis en managementervaring. Geen vanzelfsprekende eigenschappen voor politici, die nog steeds overwegend afkomstig zijn uit ambtenarij of semi-overheid.

Overtuigingskracht

‘Politici hebben, naast het Haagse netwerk dat ze meebrengen, één pluspunt in het bedrijfsleven: hun overtuigingskracht’, zegt Eric van Zelm van adviesbureau Hay Group, dat onderzoek deed naar de geschiktheid van oud-politici voor het bedrijfsleven. ‘Ze moeten altijd hun achterban en de Kamer zien mee te krijgen. Een baas in het bedrijfsleven heeft dat veel minder. Die neemt gewoon een besluit.’

Maar de minpunten van politici zijn groter. Van Zelm: ‘Bazen moeten zorgen dat besluiten ook echt worden uitgevoerd. Dat uitvoerende werk staat in Den Haag niet in hoog aanzien. In het bedrijfsleven draait het daar juist om. Daar wordt ook sneller en informeler gewerkt. De politiek werkt noodgedwongen over veel schijven. Den Haag is ook heel schriftelijk ingesteld, met veel beleidsnota’s. In het bedrijfsleven is een korte presentatie vaak genoeg. Daar hoef je geen nota te kunnen schrijven.’

Politieke ervaring is dus geen entreekaartje voor topfuncties elders. ‘Het bedrijfsleven heeft een haat-liefde verhouding met de politiek’, zegt een insider die beide sectoren goed kent. ‘Het is moeilijk met de politiek tot zaken te komen, en dat creëert achterdocht. De kwaliteiten die je in de politiek ontwikkelt – lang onderhandelen met allerlei partijen, masseren in de wandelgangen – spreken ook niet aan. Dat maakt de overgang moeilijk, zeker voor wie al langere tijd in de politiek heeft meegelopen.’

Bepalend voor de kansen op een mooi vervolg van de loopbaan is niet alleen hoe iemand het in Den Haag heeft gedaan: vooral de rest van het cv telt. ‘De key in de hele discussie is het cv: wat deed iemand vóór hij Kamerlid of minister was’, zegt Willem Stevens, topadvocaat en oud-senator voor het CDA. ‘Als je geen goed cv meebrengt, wordt het moeilijk. Dan heb je een heel lange weg te gaan.’

‘Als het bedrijfsleven naar een kandidaat uit de politiek kijkt, kijkt men door zijn politieke functie heen’, zegt ook oud-Akzo Nobel-baas en voormalig VNO-voorzitter Kees van Lede, nog steeds goed bekend in Den Haag. ‘Men kijkt naar wat die persoon daarvóór deed. Wat brengt hij in?’

‘Als je in de financieel-economische hoek zit, word je veel vanzelfsprekender in het bedrijfsleven opgenomen, met name in de financiële sector. Maar dan nog blijft het zeer gelimiteerd’, aldus Van Lede.

Het dédain in grote delen van het bedrijfsleven voor de politiek speelt volgens Van Lede minder een rol. ‘Wie verstandig heeft geopereerd in de politiek, kan aan de slag, mits hij bepaalde kwaliteiten heeft. Politici hebben wel een extra meerwaarde in de semi-publieke sector: zorginstellingen, verzekeraars en zo. Maar dat moet je ook niet te hoog inschatten. In de samenstelling van besturen kan het handig zijn om er iemand bij te hebben die de weg weet in Den Haag. Maar de hoofdvraag blijft: wat heeft hij of zij in zijn mars?’

Dat belang van een goed cv blijkt ook bij de schaarse voorbeelden van politici die de overstap naar het bedrijfsleven wél succesvol maakten. Naast Onno Ruding, die na zijn ministerschap carrière maakte in het internationale bankwezen, is voormalig D66-minister Hans Wijers van Economische Zaken het bekendste voorbeeld. De huidige topman van Akzo Nobel was al actief in het bedrijfsleven als consultant en één periode minister. Oud-minister en partijgenoot Roger van Boxtel, als Kamerlid woordvoerder gezondheidszorg, is nu de baas bij zorgverzekeraar Menzis. En oud-PvdA-staatssecretaris Dick Benschop van Europese Zaken werd na Paars II vice-president strategy and portfolio bij de Europese tak van Shell.

Leeftijd

Grote dossierkennis op een bepaald terrein vergroot dus de kansen op een topfunctie elders, net als een loopbaan op Financiën of Economische Zaken. Verder helpt het niet te zeer met de politiek vergroeid te zijn – acht en zeker twaalf jaar Den Haag is vaak te lang. Dan gaat ook de leeftijd tellen. ‘Als je vijftig bent kun je je cv niet meer repareren’, zegt Willem Stevens. ‘Als je boven de vijftig bent, wordt een functie in een raad van bestuur steeds moeilijker, vanwege de in te halen achterstand.’

Mochten de vertrekkende bewindslieden toch zo’n topfunctie weten te bemachtigen, dan wordt hun geploeter voor de publieke zaak beloond. Volgens onderzoek van Hay Group zou premier Balkenende (inclusief onkostenvergoeding ruim 140 duizend euro bruto per jaar) dik acht keer meer verdienen als hij een functie van vergelijkbare zwaarte in het bedrijfsleven had (Hay noemt topman van Aegon, DSM of Randstad). Ministers (134 duizend euro) zouden gezien de verantwoordelijkheden van hun functie bijna acht keer zoveel kunnen verdienen in de private sector.

Maar echte topfuncties met zulke beloningen zijn schaars. ‘Het is een cut-throat competition’, zegt een toonaangevende headhunter. ‘Vroeger kwamen die heel knappe mensen uit Den Haag gewoon in de top van een grote bank, maar dat zie je niet meer. Oud-VNO-NCW-voorzitter Alexander Rinnooy Kan was eigenlijk de laatste, bij ING.’ Een andere insider zegt: ‘Zorginstellingen, onderwijs, woningcorporaties, daar komen veel oud-politici terecht. Maar van topfuncties is lang niet altijd sprake.’

Achter de pc

En dan is de landing hard: geen auto met chauffeur meer, geen staf. ‘Dan moeten ze weer zelf achter de pc’, zegt een headhunter. ‘Want zulke extra’s krijg je alleen in de echte top. Lukt dat niet, dan sta je ineens weer met beide benen op de grond.’

Volgens politicoloog Van Schendelen kan een deel van de afzwaaiende politici terecht bij het maatschappelijk middenveld. ‘Zoals Pieter-Jan Biesheuvel, jarenlang CDA-Kamerlid en daarna voorzitter geworden van het Bedrijfschap Horeca en Catering. Dat werk. Politici kunnen namelijk wel succesvol opereren bij organisaties met een achterban, zoals branche-organisaties en productschappen.’

Komt een politicus er ook in dat circuit niet aan te pas, dan wordt het echt moeilijk. Van Schendelen: ‘Als ze geen gat in hun cv willen, beginnen ze hun eigen consultancybedrijf. Of ze sluiten zich aan bij een bestaande consultant. Dan gaat er een persbericht de hele wereld rond dat hij of zij partner is geworden. Maar in de praktijk stelt dat vaak heel weinig voor.’

Lukt niks, dan wordt het hopen op een politieke benoeming, al liggen die onder vuur. ‘Maar voor zo’n partijpolitieke parachutering moet je partij wel in het kabinet zitten, want de regeringspartijen verdelen de baantjes’, zegt Van Schendelen. ‘Die D66’ers hebben nu dus een probleem. Die staan op straat met wachtgeld, tenzij ze geluk hebben of contacten. Zo’n Boris Dittrich heeft zich netjes gedragen, die krijgt van CDA en PvdA nog wel een broodkorst toegeworpen. Iemand als Lousewies van der Laan hoeft daar niet op te rekenen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden