Analyseonderwijsmiljarden

Wat schieten de scholen op met die 8,5 miljard coronasteun?

Een duizelingwekkende 8,5 miljard euro trok het kabinet in februari uit voor het wegwerken van de leerachterstanden door corona. Ruim drie maanden later is het Nationaal Programma Onderwijs veel van zijn glans verloren. Wat is er mis met het miljardenplan? En wat valt daar aan toe doen?

Leerlingen van het  Amstelveen College  krijgen na de tweede lockdown weer les in het lokaal. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Leerlingen van het Amstelveen College krijgen na de tweede lockdown weer les in het lokaal.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Na intensief overleg besluit het kabinet midden februari om 8,5 miljard euro vrij te maken. Het geld gaat grotendeels naar het basis- en middelbaar onderwijs. Scholen krijgen er voor elke leerling zo’n 700 euro bij, boven op de reguliere financiering. Dat maakt het Nationaal Programma Onderwijs de grootste impuls voor het onderwijs in decennia. En schoolbesturen mogen grotendeels zelf beslissen hoe ze het geld uitgeven.

De eerste waarschuwing komt al na een paar dagen van een groep onderwijswetenschappers, die zich heeft verenigd in het Onderwijs-OMT. Ze voorzien dat de termijn waarbinnen het geld moet worden opgemaakt, tweeënhalf jaar, te kort is. ‘Dat betekent dat scholen nu plannen moeten maken, terwijl ze soms nog niet weten hoe groot de achterstanden zijn en waar hun leerlingen behoefte aan hebben’, zegt Thijs Bol, een van de initiatiefnemers, in de Volkskrant. ‘Het risico is dat scholen in de haast met verkeerde partijen in zee gaan.’

Schooldirecteuren ontvangen inderdaad vanaf maart tientallen mails per dag van partijen die een graantje willen meepikken van het nieuw verworven budget. Afzenders variëren van onderwijskundige adviesbureaus die personeel willen trainen tot sportverenigingen die sportclinics willen geven.

Waarschuwing vooraf

In april trekt de Algemene Rekenkamer aan de bel. Die vindt de gestelde doelen van het ministerie te ‘vaag’, waardoor onduidelijk is welke resultaten onderwijsinstellingen willen behalen. Daarnaast ontbreekt toezicht op de uitgaven van scholen, waardoor misbruik op de loer ligt. Bij eerdere miljoenensubsidies voor het onderwijs zag de Rekenkamer dat achteraf onduidelijk was waaraan het geld was uitgegeven en of het had geholpen. Dat het instituut vooraf met een waarschuwing komt is opmerkelijk, omdat het normaal gesproken pas achteraf controleert of overheidsgeld goed is besteed.

In mei komt het ministerie scholen tegemoet met een menukaart, waarop methodes staan die volgens het ministerie ‘bewezen effectief’ zijn. Scholen kunnen ervoor kiezen de schooldag te verlengen of extra lestijd aan te bieden aan zwakke leerlingen. Ook remedial teaching, één-op-één-instructie, sportactiviteiten en cultuureducatie staan op de lijst.

Maar voor veel van deze ingrepen hebben scholen extra personeel nodig. Het tijdelijke karakter van de miljardeninjectie maakt het duur om personeel aan te trekken. Scholen die leraren in dienst nemen maar hun na twee jaar geen contractverlenging kunnen bieden, zijn geld kwijt aan afvloeiingsregelingen. In de praktijk betekent het dat scholen noodgedwongen hun eigen parttimers vragen meer uren te maken. Donderdag vraagt ook de invloedrijke Onderwijsraad aandacht voor dit probleem. De raad stelt voor om het herstelplan na een eerste evaluatie over een langere periode uit te smeren.

Ongelijk investeren

Ook spreekt de raad de zorg uit dat deze miljarden de bestaande kwaliteitsverschillen tussen scholen vergroten. Elke school krijgt immers hetzelfde bedrag uitgekeerd, terwijl leerlingen op zwakke scholen een veel grotere ‘onderwijsbehoefte’ hebben. Beter zou het daarom zijn om ‘ongelijk te investeren’, zegt de raad. Dan komt het geld terecht bij scholen die dat het hardst nodig hebben.

Al met al staat het onderwijs zich dus voor de ongemakkelijke taak een gigantisch bedrag snel op te souperen, zonder duurzame investeringen te kunnen doen. Alleen politiek Den Haag kan aan die situatie iets veranderen. Met ongeduld wordt er daarom vanuit het onderwijs gekeken naar moeizame formatieonderhandelingen.

Dat dat wachten uiteindelijk zal worden beloond, ligt wel voor de hand. Vrijwel alle partijen die kans maken op regeringsdeelname willen structureel meer geld voor het onderwijs. PvdA, GroenLinks en D66 lopen daarin voorop en willen er minimaal 7 miljard euro bij. Ook de ChristenUnie en het CDA beloven te investeren in het onderwijs, respectievelijk 4,5 en 1,3 miljard. Alleen de VVD is een stuk zuiniger: die beoogt een structurele onderwijsinvestering van 100 miljoen euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden