Wat Ruud en Onno zouden doen

Wat het kabinet niet voor elkaar krijgt, lukte Ruud Lubbers en Onno Ruding begin jaren tachtig wel: het economisch tij keren. Robert Giebels en Gijs Herderscheê stellen zich voor wat er zou gebeuren als Mark Rutte en Jeroen Dijsselbloem hun voorgangers zouden inzetten in de crisisstrijd.

Met een theatrale zucht laat Mark Rutte zijn krant zakken. 'Dat ingezonden stuk van Ruding, hè', raadt Jeroen Dijsselbloem zijn gedachten. 'Ja', kreunt de premier, 'Onno Ruding. Doctor Onno Ruding. Nu zegt-ie alweer dat wij het moeten doen zoals hij het samen met Lubbers begin jaren tachtig heeft gedaan - de crisis oplossen.' De minister van Financiën trekt zijn gezicht in een meelevende plooi.


De minister van Financiën ziet voor zijn geestesoog weer dat CDA-campagnebord uit 1986 in dat weiland bij Wageningen staan. 'Waarom nodig je ze niet uit, Mark? Ik wil wel van die twee weten wat wij moeten doen. Wat hun recept is.' Hij glimlacht. 'Zeg gewoon tegen Lubbers dat hij zijn karwei mag komen afmaken, maar nu echt.'


Glorieus overwon Nederland in de jaren tachtig van de vorige eeuw een schijnbaar diepere crisis dan nu. Waarom lukte het toen wel en nu na vijf jaar nog steeds niet? Kunnen Rutte en Dijsselbloem de aanpak van hun voorgangers van dertig jaar geleden, Lubbers en Ruding, niet gewoon kopiëren?


De 74-jarige Ruud Lubbers kijkt rond in zijn oude werkkamer. Thorbecke hangt er nog, maar de moderne stoelen zitten niet zo lekker als toen. Zijn instinct zegt hem dat hij de leiding in het gesprek moet nemen, maar Rutte is hem voor. Hij bedankt de CDA-coryfeeën voor hun komst en smeert ze stroop om de mond: 'Jullie hebben de crisis van de jaren tachtig kordaat tot staan gebracht. Dat kunnen jullie vast nog wel een keer.'


Lubbers haalt adem voor een lang exposé, maar Ruding zegt op docerende toon: 'Laten we dan eerst eens kijken naar de overeenkomsten tussen toen en nu.' Wat verbaasd zien Dijsselbloem en Rutte dat de lange man gaat staan. Ze herinneren hem als de kille saneerder, bekend van zijn oneliner 'werklozen wonen liever in de buurt van Tante Truus dan te verhuizen'. Ruding begint te ijsberen en vertelt hoe hij de economische situatie aantrof toen hij eind 1982 minister werd.


Ook toen waren de overheidsfinanciën ontspoord, was de huizenmarkt ingestort en liep de werkloosheid maandelijks op met duizenden tegelijk. Net als nu daalde de koopkracht jaar na jaar. 'De enige keren dat dat vier jaar achter elkaar gebeurde waren toen en nu', zegt Ruding. Ook toen kwam een bank, de Westland Utrecht Hypotheekbank, in de problemen. Hij moest door een overname worden gered. En ook toen beschouwde Nederland zichzelf als 'de zieke man van Europa' en presteerden de omringende economieën beter.


Lubbers maakt gebruik van de pauze in Rudings verhaal om de politieke overeenkomsten aan Rutte en Dijsselbloem voor te houden. Ook toen had Nederland jaren van polarisatie achter de rug, legt de langstzittende premier uit. Al ging het toen over de verdeling van kennis, macht en inkomen en de afgelopen jaren over integratie van minderheden.


'En toen kwamen wij', zegt Ruding, die nog steeds boven zijn gehoor uittorent. 'Het eerste kabinet-Lubbers. Van CDA...' De twee oude mannen kijken allebei Rutte in de ogen en zeggen tegelijk: '... en VVD.' Ze gingen orde op zaken stellen, vertelt het tweetal. 'No nonsens', zegt Lubbers. Stevig korten op uitkeringen dus. Heel even werden ambtenarensalarissen op nul gehouden, zoals nu, maar al snel gingen ze 2 procent omlaag.


Er waren forse bezuinigingen op de salarissen van nieuwe docenten in het onderwijs. Een nieuw stelsel van studiefinanciering dwong studenten tot zo kort mogelijk studeren. Overheidsbedrijven zoals de PTT gingen in de verkoop. 'Wat nog meer?' peinst Lubbers. 'Benzineaccijns omhoog', vult Ruding aan, 'minimumloon omlaag, duurder openbaar vervoer, minder geld naar jeugdhulpverlening en De Grote Stelselherziening.' Bij die hervorming van de sociale zekerheid werden de eisen voor een WW-uitkering strenger en ging die naar 70 procent van het laatste loon.


'Onze... huhuh... rapportcijfers werden daardoor subliem', zegt Ruding. De economische krimp van 1,2 procent werd een groei van 3,5 procent. De jarenlange stijging van het begrotingstekort stopte meteen. De inflatie ging van 6 naar 2 procent, de werkloosheid daalde flink en met de loonstijgingen van 10 procent per jaar was het afgelopen. 'Jullie wilden ons recept weten?' vraagt hij uitdagend aan Rutte en Dijsselbloem. 'Bezuinigingen', bast Ruding en even lijkt hij te zwijmelen. 'Ik weet nog, in 1984 bezuinigde ik 12 miljard gulden. Goed, nu zijn misschien eerder hervormingen nodig, maar het was in elk geval van een ongekende daadkracht.'


Bij de aanblik van zijn wegdromende voorganger doorbreekt Dijsselbloem zijn stilzwijgen. 'Ja, maar wacht nou eens even', zegt de PvdA'er. En dan zijn standaarddooddoener: 'Laten we wel even bij de feiten blijven.' Ruding gaat enigszins verbluft zitten.


Lubbers schuift wat op zijn stoel. Hij weet dat Ruding net met die rapportcijfers niet alles heeft verteld. De daling van de werkloosheid kwam vooral doordat mensen in de WAO verdwenen, of vervroegd met pensioen gingen of korter gingen werken.


Maar opgelucht stelt hij vast dat de man met de krullen het gesprek een andere richting op wil sturen. 'De financieel-economische en de politiek situatie is nu heel anders', steekt Dijsselbloem van wal. 'Neem de positie van vakbeweging en werkgevers. Toen waren dat gezaghebbende instituten, nu hebben zij, net als politieke partijen, te lijden onder mondige burgers die minder volgzaam zijn en zeggen wat ze denken.'


Lubbers steekt zijn vinger op. 'Jullie hebben anders, net als wij in 1982 met het Akkoord van Wassenaar, een akkoord met de sociale partners gesloten.'


'Ja, maar de sociale partners speelden in jullie tijd nog een grote rol bij de uitvoering van overheidsbeleid', houdt historicus Rutte de twee CDA'ers voor. Sinds de oorlog werd in Den Haag gezamenlijk de loonpolitiek vastgesteld. De sociale partners voerden het grootste deel van de sociale zekerheid uit en bestuurden ziekenfondsen. Daardoor hadden ze ook een enorme hindermacht. Als de politiek een onwelgevallig plan had, dan werd dat feitelijk niet uitgevoerd. Konden ze zich wel in de politieke plannen vinden, dan waren ze ook meteen een krachtige bondgenoot achter het overheidsingrijpen. Na het Akkoord van Wassenaar in 1982 waren de sociale partners die bondgenoot.


Nu staan de sociale partners aan de zijlijn. Ze zijn niet meer betrokken bij de zorg en de sociale zekerheid. De positie van voorzitter Ton Heerts in onvergelijkbaar met die van Wim Kok in 1982. Dijsselbloem: 'Den Haag was toen nog de regisseur van de economie.' Dat is nu veel minder, ook al omdat Brussel de staatssteun aan banden heeft gelegd.


'En wat dacht je van de politieke verschillen?' vult Rutte Dijsselbloem aan. De 46-jarige premier kijkt zijn bijna dertig jaar oudere voorganger recht aan. 'Jij kon twaalf jaar lang rekenen op een stabiele meerderheid in de Tweede én de Eerste Kamer. Jouw CDA heeft jarenlang vier-en-vijf-tig zetels gehad!' Vergelijk dat met mijn positie, zegt Rutte. In de senaat moeten we steun krijgen van minimaal één, waarschijnlijk twee oppositiepartijen. En de grootste partij, 'mijn partij', had in 2010 maar 31 zetels, nu 41.


Het begint Lubbers en Ruding te dagen waarom ze zo hoffelijk ontboden zijn. Hun opvolgers geloven er niets van dat de manier waarop het CDA-tweetal Nederland ooit uit de crisis loodste, nu weer zou kunnen werken.


Rutte en Dijsselbloem wisselen een blik van verstandhouding. De premier beweegt zijn mond en de minister lipleest 'economie'. Dijsselbloem doet of hij denkt. 'Heren', zegt hij, 'onze crisis is een andere dan die van jullie.' Dat was een normale, zij het diepe, recessie, legt hij uit. Er was een loonprijsspiraal: de lonen stegen te veel waardoor de inflatie hoog opliep. Gevoegd bij twee mondiale oliecrises was Nederland voor het buitenland veel te duur geworden. 'Plezierig was wel dat jullie nog op een schier onuitputtelijk berg gratis geld zaten: de aardgasbel uit Slochteren.' Met dat geld is geprobeerd de economie te stimuleren.


'Die berg geld is er bijna niet meer', zegt Dijsselbloem. Bovendien was de overheid toen veel groter. Tijdens de periode-Lubbers is een reeks van overheidstaken afgestoten. De NS werd verzelfstandigd en de post geprivatiseerd. Zelfs de greep op de ziekenhuizen is kleiner. Toen kregen die jaarlijkse budgetten, nu sluiten ze contracten met zorgverzekeraars. Belangrijker: dit is een financiële crisis. Die gaat tot het bot van een economie en ontwricht de levenslijn ervan: het geld. De geschiedenis leert dat financiële crises langer duren dan een conjuncturele dip. Dat blijkt nu ook.


'Er is nog een verschil', zegt Rutte, 'een gevoelsmatig verschil.' Over de beginjaren tachtig van de vorige eeuw hangt een grauwsluier. De crisis werd door iedereen gevoeld en aan de Koude Oorlog kwam ook maar geen eind. Massaal werd tegen de plaatsing van kruisraketten gedemonstreerd: liever een Rus in de keuken dan een raket in de tuin. De samenleving was doordesemd van het besef dat de broekriem moest worden aangehaald. In die jaren werd de term 'doemdenken' gemunt. 'Jullie crisis was meer van voorbijgaande aard, jullie greep op de economie was groter, de bevolking stond meer open voor bezuinigingen. Die hadden daardoor meer effect. Kortom: een perfecte voedingsbodem voor jullie ongebruikelijk strenge overheidsmaatregelen.'


'Nu is die er niet', neemt Dijsselbloem over. De crisis ontkiemde in financiële instellingen en burgers zien daar de schuldigen in. Bezuinigingsplannen die rigoureus beginnen, verwateren onder druk van maatschappelijke weerstand. Onze structurele maatregelen, zoals het verkorten van de werkloosheidsuitkering en het ontslagrecht versoepelen, worden pas op termijn ingevoerd.


Het roer krijgt nu telkens een klein duwtje, waar die dertig jaar geleden in één klap kon worden omgegooid. Nu is er elk jaar een plan dat net voldoet om het jaar erna te constateren dat er een tandje bij moet. Daarmee zet een kabinet nu kleine stapjes, maar onder grote tijdsdruk. In de jaren tachtig was er geen Brussel dat zich bemoeide met de overheidsbegroting en kon een kabinet zijn eigen tempo bepalen.


'De verschillen zijn groter en diepgaander dan de overeenkomsten', concludeert Dijsselbloem. 'Maar niets ten nadele van wat jullie hebben gedaan hoor', haast de lachende Rutte eraan toe te voegen. De premier houdt het graag gezellig. Maar Lubbers en Ruding hebben genoeg van dit vreemde gesprek.


Ze staan korzelig op. Lubbers voelt een onbedwingbare behoefte die twee jonge mannen met beide voeten op aarde te brengen. 'Wij kunnen het niet oplossen, maar jullie moeten jezelf ook niet overschatten', zegt hij.


'Bij elke internationale crisis wordt Nederland harder en langer getroffen dan de omringende landen. De Nederlandse economie is open en dus gevoelig voor de grillen van de wereldhandel. Tegelijk is de eigen markt relatief klein, waardoor het lastig is om de Nederlandse economie met stimuleringsmaatregelen er bovenop te helpen. De revenuen van die maatregelen lekken bovendien voor een groot deel weg naar het buitenland.'


'Dat is de les die wij hebben geleerd', valt Ruding in. Die spectaculaire omslag van krimp naar groei hadden ze destijds vooral te danken aan de exploderende wereldhandel in combinatie met een halvering van de olieprijs. 'In een klein, open land als dit, kan een kabinet niet zo veel uitrichten als de kiezer wel denkt.' Lubbers kijkt even naar zijn collega van destijds. 'Zelfs niet als je zo streng bent als Onno destijds.'


De vier mannen staan nu buiten en de blik van de oud-premier dwaalt even af naar de wolken boven hem. 'Daarom kozen wij voor het wijze woord van Jan de Koning, mijn leermeester. Hij zei altijd: als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.' En met een knipoog naar Rutte: 'Daar kun je heel lang premier mee blijven.'


OOK NU 'VALSE PROFETEN'


Zijn beleid in de jaren tachtig leverde Onno Ruding de reputatie op van kille saneerder. Van oproepen de economie te stimuleren, wil hij nog steeds niks weten. 'Ook toen waarschuwden sommigen tegen bezuinigingen', zei hij eerder in deze krant. 'Dat waren de valse profeten van toen en eigenlijk ook van nu.'


MEER GROEI éN MEER SCHULD


Onder Ruud Lubbers als premier ging de Nederlandse economie weer groeien (4,4 procent in 1989!). Toch liep de staatsschuld op. Van 54,6 procent van het nationaal inkomen in 1982 tot 74,1 bij zijn afscheid in 1994. Nu bedraagt die 71,2 procent.


6,8 PROCENT


geen last van brusselse 3%

Lubbers en Ruding kregen het begrotingstekort niet lager dan 3,6 procent. In 1987 bedroeg het zelfs 6,8 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden