'Wat prachtig is: hij oordeelt niet'

Veel kunstenaars zijn geïnspireerd door andere kunstenaars. Vandaag: actrice Sylvia Poorta over de schrijver J.M. Coetzee..

Ze moet het boek van haar zus Hilde hebben gekregen. ‘Zij is een lezer’, zegt ze, met ferme nadruk op dat laatste woord. Sylvia, 2003, staat er voorin. Pakweg een jaar of zeven geleden dus, kwam actrice Sylvia Poorta voor het eerst in aanraking met het werk van de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee. Het maakte diepe indruk, het liet haar niet meer los. Ze dacht nog aan andere kunstenaars die haar dierbaar zijn, aan Egon Schiele, aan Lucian Freud. Maar nee, het was toch eerst en vooral: Coetzee.

In ongenade, zo heet het boek dat ze als eerste van het stapeltje heeft gepakt. Disgrace, het leverde de auteur zijn tweede Booker Prize op. Dierenleven heeft ze ook bij zich. En Leven en wandel van Michael K., ze las het van de zomer en weet het feilloos na te vertellen. Maar het is nu ook weer niet zo dat Poorta ineens per se álles van Coetzee móest hebben. Het is ook niet zo dat ze bij zijn bezoek aan Nederland afgelopen mei ter ere van zijn 70ste verjaardag vooraan stond voor een handtekening. Ze mag een liefhebber zijn, maar niet zo eentje. Dat past Coetzee ook niet. Hij is erkend ongelukkig bij social events. Zij zou zich niet aan hem opdringen.

Poorta (1962) is zeker een lezer, maar niet zoals haar zus Hilde, of zoals haar moeder. Ze leest als het eindelijk eens kan – en ze is een druk bezet actrice. Daarbij, zegt ze een beetje besmuikt, ‘om te kunnen lezen moet het huis opgeruimd zijn. En dat is het ook niet vaak’. Ze wil maar zeggen, er moet sprake zijn van een zekere rust. Maar dan is het ook heerlijk, Coetzee lezen. En dan merkte ze dat ze steeds denkt aan zijn werk, als ze eenmaal weer speelt. En er ook bepaalde aspecten van ‘gebruikt.’

‘Hij stapelt het ene morele vraagstuk op het andere’, zo vat ze samen: ‘politieke, ethische, persoonlijke kwesties, die me keer op keer raken. Het is somber vaak, maar ík vind het getuigen van een reële visie op het menselijk bestaan, op de maatschappij. En zoals met toneel merk ik dat ook: het werk dat ik het dichtst bij mij draag, heeft een duidelijk maatschappelijke context’.

Dat was al zo met Koorts een indringende monoloog waarmee ze eind jaren negentig furore maakte bij De Trust; en dat is het geval bij de nieuwe stukken van Duitse toneelschrijfster Dea Loher waar ze bij haar vaste gezelschap het Ro Theater afgelopen seizoen met hart en ziel in dook.

‘Thematisch vind ik haar werk wel overeenkomen met dat van Coetzee. Het gaat bij beiden over onrecht, machtsmisbruik, de kloof tussen arm en rijk, de relatie slachtoffer-dader, uitbuiter en slaaf.’

‘Wat ik ook in beiden vind: het mededogen dat er altijd is. Coetzee heeft dan de reputatie mensenschuw te zijn, maar ik vermoed dat dat puur de grote massa geldt. Ik denk dat ie één op één heel charmant is. Hij doceert immers ook, hij gaat om met mensen. Wat ik prachtig vind: hij oordeelt niet. Hij gaat behoorlijk ver in het tegenover elkaar zetten van de verschillende standpunten ten aanzien van een moreel vraagstuk – maar een eenduidig vonnis komt er niet.’

In Dierenleven laat hij een oudere vrouw de wrede praktijken van de bio-industrie vergelijken met wat er gebeurde in Auschwitz. ‘Dan is de boot aan. Dan moeten we praten. Hij legt dat op tafel en dan komen er van alle kanten argumenten. Voor. Tegen. Ik vind hem daar zo rijk in. Geweldig. En dan gaat hij in rechte lijn richting mededogen. Empathie.’

Tegelijkertijd, zegt ze, ‘heeft hij een manier van vertellen die heel eenvoudig is, helder. Hij neemt mij gelijk mee. Vanaf de eerste bladzijde zit ik zijn zijn hoofd. En wat ik daar zo mooi vind: de waarnemingen. Dan is er bijvoorbeeld sprake van een heel ernstig betoog – en in een bijzin staat er dan een heel sensitief klein dingetje dat tegelijkertijd speelt. Daaruit put ik als actrice. Ik noem maar iets: een moeder krijgt te horen van een ongeluk dat haar kind is overkomen. Terwijl ze luistert, terwijl ze móet luisteren, ziet ze een dominosteentje liggen en telt ze de witte stippeltjes: zes. Dat is een beschermingsmechanisme dat intreedt, denk ik, wanneer we de volle betekenis van een mededeling niet in een keer tot ons kúnnen laten doordringen. Hij is een meester in de beschrijving van dat soort subtiliteiten.’

Ze pakt Dierenleven, en leest ten slotte een korte passage voor. Over hoe een zoon zijn oude moeder troost en tegelijkertijd bemerkt wat hij op dat moment ruikt. De relatie tussen de twee is moeizaam, de oudere dame is een heftig mens, en in de war. Ze zegt:

‘Maak je niet zo druk, houd ik mezelf voor, je maakt van een mug een olifant. Dit is het leven. Ieder ander legt zich erbij neer, waarom jij niet? Waarom kun jij dit niet?’

Ze draait een betraand gezicht naar hem toe. Wat wil ze, denkt hij. Wil ze dat ik haar vraag voor haar beantwoord?

Ze zijn nog niet op de snelweg. Hij zet zijn auto aan de kant, zet de motor af, neemt zijn moeder in zijn armen. Hij ademt de lucht in van nachtcrème, van ouderdom. ‘Stil maar’, fluistert hij in haar oor. ‘Stil maar. Het duurt niet lang meer.’

J.M. Coetzee
John Maxwell Coetzee (doopnaam John Michael Coetzee) werd op 9 februari 1940 geboren in Kaapstad. Zijn voorouders waren van Nederlandse origine, in de 17de eeuw naar Zuid-Afrika geëmigreerd. De voertaal thuis was Engels, al sprak hij met andere familieleden ook Afrikaans. Coetzee studeerde Engels en wiskunde aan de Universiteit van Kaapstad. In 1962 verhuisde hij naar Groot-Brittannië, waar hij werkte als computerprogrammeur. Twee jaar later vertrok hij naar Texas voor een vervolgstudie aan de Universiteit in Austin waar hij zich onder meer verdiepte in een computeranalyse van de stijl van Samuel Beckett. In 1968 begon hij als docent Engelse taal en letterkunde aan de Universiteit van Bufallo (New York), waar hij ook zijn eerste roman schreef: Dusklands.

Het Amerikaans staatsburgerschap werd hem uiteindelijk geweigerd op grond van betrokkenheid bij anti-Vietnambijeenkomsten, waarop hij begin jaren zeventig terugkeerde naar Kaapstad en zijn academische loopbaan vervolgde. Met zijn pensioen verhuisde hij in 2002 naar Adelaide, Australië. Hij bleef verbonden aan verschillende universiteiten en werkzaam als vertaler (van onder meer Nederlandse literatuur). Zijn literaire werk is veelvuldig bekroond: in 1999 werd Coetzee de eerste romancier die de prestigieuze Booker Prize twee keer op zijn naam schreef; met zijn postapartheidsroman Disgrace, over een hoogleraar die na een relatie met een studente te maken krijgt met wat er in het nieuwe Zuid-Afrika fout gaat, en daarvóór voor zijn allegorie op het totalitarisme, The Life and Times of Michael K. In 2003 kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur. Coetzee heeft de naam een gedisciplineerde man zijn, die niet rook, drinkt, en ook geen vlees eet. Hij fietst lange afstanden om fit te blijven en heeft een strak werkschema. Een collega die tien jaar met hem samenwerkte, zei hem maar een keer te hebben zien lachen. Hij kan etentjes bijwonen zonder de hele avond ook maar een woord te zeggen. Een prijs nam hij zelden persoonlijk in ontvangst; daarom verbaasde het toen hij in mei aanwezig was op het Coetzeefestival waarmee in de Amsterdamse Balie zijn 70ste verjaardag werd gevierd. Coetzee werd bij die gelegenheid benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden