Opinie

'Wat ons overkwam, lag niet aan Jeugdzorg'

Tegen het gedrag van mijn vrouw was Jeugdzorg niet opgewassen, maar familie en vrienden evenmin, schrijft Hans van der Heijden.

Beeld anp

De berichten over de twee dode jongetjes uit Zeist roepen weer vragen op over het functioneren van Jeugdzorg. Ik wil niet schermen met het natuurlijke gelijk van de ervaringsdeskundige. Maar ik heb gezien hoe Jeugdzorg functioneerde toen het in mijn gezin verkeerd ging.

Midden in het ministerschap van André Rouvoet kwam Jeugdzorg bij mijn toenmalige echtgenote en mij achter-de-voordeur-kijken. Het is niet anders, maar de twee afgevaardigden voldeden aan alle clichés. Meneer was een veertiger met een pluizige baard, een dito wollen trui en een vieze broek. Hij had sigarettenvlekken op zijn handen. Mevrouw was ook een veertiger, een wat schrikachtig, verlegen persoon. Moedig leek zij van plan om niet onaantrekkelijk over te komen. Zij droeg de mode van eergisteren. Op de afgesproken tijd stapten zij ons huis in Kralingen binnen. Zij gingen zitten. Belangstellend vroegen zij naar onze kunstverzameling. Ons huis was niet hun wereld. Zij lazen niet onze krant, zo bleek.

Zij dronken espresso en kruidenthee. Meneer vertelde dat hij een melding had ontvangen. Hij had ons dossier niet gelezen. Het was van belang om een fris oordeel te vormen. Hij liet er geen twijfel over bestaan: dat oordeel ging hij geven.

Meneer was niet op de hoogte en wilde dat ook niet zijn, maar hij wist desondanks precies hoe de vork in de steel zat. Het ging over huiselijk geweld. Hij zat diagonaal van mij aan tafel en richtte het woord tot mij. Of ik wist waar Jeugdzorg voor kwam. Hoe het zat met de agressie hier in huis, en meer van dat soort vragen. Ik maakte duidelijk dat als hij bij ons kwam om zijn onderzoek te doen, dat dan moest gebeuren. Mijn voorwaarde was dat hij zijn oordeel zou uitstellen tot hij klaar was met de feiten. Ik verzocht hem de suggesties vooraf achterwege te laten. Meneer hapte naar adem. Hij zocht naar woorden om deze aanslag op zijn autoriteit goed te maken. De ogen boven de baard waren woest. Ik besloot: 'Anders krijgt u nog een kopje espresso van mij en dan beëindigen wij het gesprek.'

Mevrouw greep zachtmoedig in. Fluisterend greep zij de arm van meneer en bracht hem tot bedaren. Blijkbaar kwam het niet vaak voor wat ik van meneer vroeg. Afgemeten wist hij uit te brengen: 'Ik start opnieuw.' De rest is geschiedenis. Het was toen niet in het gezamenlijke belang van mijn echtgenote en mijzelf om opening van zaken te geven in het wel en wee van ons gezin. Het bleek voor ons niet zo moeilijk om de functionarissen van Jeugdzorg tevreden te stellen. Dat lag geenszins aan hun goede bedoelingen. Integendeel, die kwamen ons goed van pas. Geen weldenkend mens kan het oneens zijn met de doelen van Jeugdzorg. Natúúrlijk stond het belang van onze kinderen voorop. En tja, in elk huis breekt wel eens een bordje, het gaat erom hoe je dat weer oplost. Uiteraard hadden onze kinderen een bloeiend sociaal leven. Enthousiast vertelden wij over successen op het hockeyveld, op school met de krantenwijk en de muziekles.

Desinformatie
Het was allemaal waar. Wij gaven desinformatie. Het was niet heel ingewikkeld om Jeugdzorg de informatie waar zij naar op zoek waren niet te geven. Meneer en mevrouw bleken alleraardigste mensen. Opgewekt stapten zij de deur uit.

Mijn echtgenote en ik stelden lachend vast: zó ziet dat eruit, het achter-de-voordeur-kijken-bij-treurige-gezinnen van minister Rouvoet. Dat gebeurt door goedwillende, aardige mensen van de sociale academie. Als dat achter-de-voordeur-kijken de missie van onze overheid is, dan is het geen eenvoudige missie.

Jeugdzorg bestrijkt een enorm probleemveld, dat even uitgestrekt als complex is. Zie de missie van Jeugdzorg maar eens te operationaliseren. Het achter-de-voordeur-kijken is volstrekt afhankelijk van de persoonlijke kwaliteiten van de mensen bij Jeugdzorg. Die Rouvoet! Zo spraken wij toen het nog niet te laat was.

Later was het wel te laat. Mijn huis werd door mijn echtgenote in brand gestoken. Onze kinderen zijn bijna al hun spullen kwijtgeraakt. Tastbare herinneringen van foto's en dierbaarheden zijn ingeruild voor herinneringen aan brand, agressie, politie, strafzittingen, detentie en reclassering. De kinderen doen hun best om te leven met een afschuwelijke familiegeschiedenis. Zij hebben hun jeugd voortijdig achter zich gelaten. De vraag zal altijd blijven of dat nodig was. Was dit allemaal te vermijden?

Lege handen
Mijn antwoord is nee. Dit was niet te vermijden. Daar helpt geen Jeugdzorg aan. Alle familie en vrienden en een lange rij van andere hulpverleners stonden net zo goed met lege handen. De rechter die oordeelde over wat de moeder van mijn kinderen had gedaan, stelde vast dat zij leed aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en acting out -gedrag. Tegen het gedrag dat eigen is aan haar kwaal was Jeugdzorg niet opgewassen. Familie, vrienden en hulpverlening waren daar niet tegen bestand. Ik ook niet.

Ik zou niet durven om Jeugdzorg of welke instantie dan ook verantwoordelijk te stellen voor het gebeurde. De problematiek in ons gezin was hardnekkig en dat bleef zo. Wij waren nog net bij machte die zo goed en zo kwaad als het kon het hoofd te bieden. Het had nog veel verschrikkelijker kunnen aflopen. Dat roept vragen op over onze persoonlijkheid, de gezinsdynamiek, onze kracht en tekortkomingen om met psychiatrie en crises om te gaan. Dat is een proces van bewustwording dat even langdurig als pijnlijk is.

Maar het is óns proces, het is geen gevolg van het falend professionalisme van Jeugdzorg of van de zorgplicht van onze staat. Veel beter dan te wijzen naar de tekortkomingen van de instanties is dat wij inzien dat definitieve oplossingen soms niet bestaan en dat wij leren omgaan met de onvermijdelijkheid van de ramp die ons trof.

Hans van der Heijden is architect.

 
Wij moeten leren omgaan met de onvermijdelijkheid van de ramp die ons trof
 
Het achter-de-voordeur-kijken is volstrekt afhankelijk van de persoonlijke kwaliteiten van de mensen bij Jeugdzorg. Die Rouvoet! Zo spraken wij toen het nog niet te laat was.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.