Vijf vragenmodernisering onderwijs

Wat moeten onze kinderen leren? Tweede Kamer waagt nieuwe poging tot modernisering onderwijs

Minister Arie Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.Beeld ANP

Een nieuw onderwijsdrama in wording, of hoogst noodzakelijke onderwijsvernieuwing? De Tweede Kamer vergadert donderdag zes uur lang met minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) over modernisering van het curriculum in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

1. Wat zijn de plannen?

De gangbare kritiek op het huidige lesprogramma luidt: het is te vol, het is te veel een lappendeken, mist samenhang, en geeft geen doorlopende leerlijnen tussen basis- en voortgezet onderwijs. Een landelijke coördinatiegroep van 125 leraren en 18 schoolleiders, onder de naam ‘curriculum.nu’, heeft in het najaar voorstellen gedaan voor vereenvoudiging en aanscherping van het lesaanbod.

Op bijeenkomsten door het hele land, tussen februari 2018 en oktober 2019, werden meningen verzameld van vakbonden, schoolbesturen en leraren over wat er in het onderwijsaanbod moet veranderen. Scholen zouden landelijk een kerncurriculum moeten aanbieden dat 70 procent van de onderwijstijd beslaat. Dan hebben zij daarnaast 30 procent vrije ruimte voor eigen accenten. Ook moeten twee vakken worden toegevoegd: digitale geletterdheid en burgerschap.

2. Geef eens een voorbeeld voor een vak?

Neem Nederlands. Dat is ‘verkaveld in allemaal losse onderdelen’, luidt de analyse. Maar verwacht geen gedetailleerde oplossing bij het lezen van de plannen. Er staat bijvoorbeeld bij ‘Wat wordt er anders?’: ‘Leerlingen werken aan hun taal- en cultuurbewustzijn. Ze leren begrijpen wat (eerste) talen en taalvariëteiten betekenen voor zichzelf en de ander. Ze worden zich bewust van de meertaligheid in hun directe omgeving en in de samenleving, en van de rol van het Standaardnederlands als gemeenschappelijke taal in een meertalige samenleving.’

3. Wat ging hieraan vooraf?

In 2014 bracht de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op onderwijsgebied, het rapport Een eigentijds curriculum uit. Het analyseerde dat het onderwijs te weinig meebewoog met de eisen van de tijd. De laatste algehele curriculumherziening dateert van 2006.

Daarop stelde toenmalig staatssecretaris Dekker (VVD) begin 2015 het ‘Platform Ons Onderwijs 2032’ in, onder voorzitterschap van Paul Schnabel, oud-directeur van het Sociaal- en Cultureel Planbureau. Het platform deed een jaar later de aanbeveling te komen tot ‘kennisdomeinen’ en niet langer te werken met losse vakken. De voorstellen kregen geen steun in de Tweede Kamer.

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III werd niettemin afgesproken dat een herziening van het onderwijscurriculum noodzakelijk bleef. Curriculum.nu heeft aanbevelingen gedaan voor negen leergebieden (de zeven bestaande plus de twee nieuwe): bewegen en sport, burgerschap, digitale geletterdheid, Engels en andere moderne vreemde talen, kunst en cultuur, mens en maatschappij, mens en natuur, Nederlands, en rekenen en wiskunde. Leergebieden beslaan meerdere vakken. Onder mens en maatschappij vallen bijvoorbeeld aardrijkskunde, geschiedenis en economie. Vakverenigingen van leraren vinden de plannen nog vaag. Curriculum.nu vindt die klacht voorbarig – het komt juist nu op verdere invulling aan.

4. Wat vindt de Kamer?

De Kamer worstelt al jaren met dit onderwerp. De overheid moet voorzichtig zijn in bemoeienis met de inhoud van het onderwijs, maar tegelijkertijd zijn de kwalificaties voor de eindstreep (het examen) een nationale zaak.

Als voorbereiding op het debat hield de Kamer hoorzittingen met vertegenwoordigers van het onderwijsveld, die een tamelijk onthutsend beeld gaven. Iedereen die betrokken is bij de modernisering van de benodigde kennis en vaardigheden van leerlingen, bleek warm voorstander. Maar zij die slechts zijdelings weet hebben van de beoogde curriculumvernieuwing of er op afstand kennis van nemen, toonden grote scepsis.

Leraar en columnist Ton van Haperen zei in de plannen geen antwoord te vinden op het echte probleem van het onderwijs: kinderen leren steeds minder. En onderwijsadviseur Marcel Schmeier voorzag een ramp à la het ideologisch gedreven ‘nieuwe leren’ dat zelfstandig leren propageerde in plaats van directe instructie. Hij bepleitte: geef gewoon beter les.

Belangrijkste vraag waarmee de Kamer achterbleef: is het noodzakelijk om voor veranderingen zo’n enorme infrastructuur op te tuigen of kan het wel een onsje minder?

5. Hoe nu verder?

De coördinatiegroep adviseert de minister verdere uitwerking. Daar moet de Kamer groen licht voor geven. Vervolgens moeten de voorstellen worden vertaald in (wettelijke) kerndoelen en eindtermen. Voorzitter Theo Douma van curriculum.nu noemde de huidige situatie ‘een surplace’. In een brief aan de Kamer voorafgaand aan het debat schetst minister Slob een mogelijk tijdpad. Dat loopt tot 2027. Dan zijn we tenminste twee kabinetten verder.

LEES OOK:

De Onderwijsinspectie maakt zich zorgen over het niveau van lezen en schrijven. Maar zij onthoudt zich van een oordeel over het curriculum, blijkt uit dit interview met de inspecteur-generaal.

De Onderwijsraad bepleit een permanente curriculumcommissie. U leest hier wat daarvoor de argumenten zijn.

Waarom de vakverenigingen gereserveerd reageerden op de plannen van curriculum.nu, is hier na te lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden