Wat moet Rotterdam met de spierballentaal van de Coolsingel?

Avondklok, reisverbod, cameratoezicht, preventief fouilleren, aso-woningen: soms is Rotterdam net een veiligheidslaboratorium. Moet een stad wel zo streng zijn voor haar inwoners?...

Terwijl hij stiekem de mini-muffin pikt op het koffieschoteltje van zijn schrijvende gesprekspartner, legt de lokale PvdA-fractieleider Peter van Heemst uit waarom Rotterdam met het vertrek van Ivo Opstelten (VVD) per 1 januari opnieuw een strenge burgemeester nodig heeft. Met volle mond: ‘Je inspanningen op het terrein van zorg en hulpverlening hebben alleen effect in combinatie met een stevig politioneel beleid.’

Van Heemst is ‘het vijftiende fractielid van Leefbaar Rotterdam’, spot Theo Cornelissen, leider van de Rotterdamse SP. Aanhakend bij het onbehagen over allochtonen – een sentiment dat duizenden PvdA-kiezers al eerder naar de rechterkant van het politieke spectrum joeg – bezigt de politieke leider van de Rotterdamse PvdA om de haverklap spierballentaal waar de honden geen brood van lusten, vindt Cornelissen. ‘Zo kweek je een oorlogssfeer in de stad.’

Bij risicowedstrijden van Feyenoord mag dat, vindt hij, maar overigens moet de bestuurscoalitie van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks niet voortdurend de suggestie wekken alsof in Rotterdam de noodtoestand geldt. ‘Alsof we in deze stad no-go-area’s hebben. We hebben geen toestanden als in de Parijse voorsteden en die moeten we ook niet willen creëren.’

Groene streep op straat
In de deelgemeente Delfshaven trok een ‘stadsmarinier’ – de Rotterdamse aanduiding voor een projectleider veiligheidsbeleid die rechtstreeks onder de burgemeester valt – eerder dit jaar een groene streep op straat, pal voor de stoep van een middelbare school die al geruime tijd een schoolplein mist. De leerlingen moesten achter die streep blijven, omdat ze alleen al met hun aanwezigheid buiten het schoolgebouw een aantal mondige buurtbewoners irriteerden. ‘Als jongeren zich onwelkom voelen, gaan ze hun eigen parallelle samenleving creëren’, verzucht Cornelissen.

De SP, toch gepokt en gemazeld in het voeren van actie, weet hoe lastig het is voldoende mensen op de been te krijgen voor een protestdemonstratie tegen het huidige zero tolerance-beleid. Cornelissen: ‘Veel burgers redeneren dat zij niks te verbergen hebben.’

Rotterdam is het veiligheidslaboratorium van Europa, stelt Monica den Boer, hoogleraar vergelijkende bestuurskunde aan de Vrije Universiteit. Als Rotterdamse moeder van twee opgroeiende kinderen is ze ervaringsdeskundige. Overdreven strengheid is geen blijk van geloof in eigen kunnen, zegt ze. ‘Juist zwakke overheden hebben de neiging hun sterke arm te laten zien.’

De modieuze spierballentaal problematiseert de positie van de politie, waarschuwt ze. ‘De vraag van de burger naar veiligheid is potentieel oneindig. Daarmee komt de politie voor een klus te staan die zij niet kan klaren. Veiligheid wordt te weinig bezien in een mondiaal perspectief. Hoe onveilig is Rotterdam nu helemaal, vergeleken met Rio de Janeiro, Karachi, Johannesburg, Detroit?’

Militair geïnspireerde metaforen
We raken door het verscherpte toezicht steeds meer mentaal gedisciplineerd in ons handelen, vermoedt ze, en het is maar de vraag of je daar als samenleving blij mee moet zijn. ‘Zo ben ik mij er steeds meer van bewust dat ik in mijn stad op allerlei plekken geregistreerd word door camera’s, en dus bekeken word. Goedwillende burgers zoals ik, en die vormen toch de meerderheid, gaan zich daarnaar gedragen. De criminelen zullen zich intussen voortbewegen naar niet-gecontroleerde zones en niet te penetreren niches.’

Een avondklok voor overlastgevende kinderen, een reisverbod voor tuig in tram, een gebiedsverbod, bedelverbod, preventief fouilleren, gebruik van zogeheten mosquito’s (een schrille fluittoon) tegen hangjongeren, uitgebreid cameratoezicht, verplichte gezinscoaches, aso-woningen, interventieteams, stadswachten met handboeien, foto’s van verdachten op internet: met een breed scala aan repressieve maatregelen is in Rotterdam al uitvoerig geëxperimenteerd; een flink deel ervan is staand beleid geworden. Andere steden volgen het voorbeeld.

In zijn boek Regimeverandering in Rotterdam beschrijft de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops hoe na de moord op Pim Fortuyn een ongekend urgentiegevoel op gang kwam aan de Coolsingel. Was repressie tot die tijd het sluitstuk, voortaan kwam veiligheid op de eerste plaats, dan de (paternalistische) zorg, dan de sociale en fysieke investering gericht op preventie.

Een nieuw ambtelijk jargon, vol militair geïnspireerde metaforen, deed zijn intrede op het stadhuis: ‘frontlijn sturing’ door ‘stadsmariniers’, gericht op ‘sociale herovering’ van de wijken, door ‘oorlog’ te voeren tegen fraudeurs en huisjesmelkers. De cultuur van het doen kwam centraal te staan.

Grenzen van de wet
De klantenkring van advocaat Reinier Feiner bevindt zich aan de onderkant van de Rotterdamse samenleving. Feiner stelt onomwonden vast dat het stadsbestuur volop ‘meegaat in de hufterigheid’ van de autochtone Rotterdammer die zich aangesproken voelt door politici als Geert Wilders en Rita Verdonk. ‘De gemeente gebruikt instrumenten uit de Wet Werk en Bijstand om ouders te dwingen te luisteren naar gezinscoaches’, zegt hij ter illustratie. ‘Als die ouders niet doen wat ze wordt opgedragen, worden ze gekort op hun uitkering.’

Feiners collega Ton Rhijnsburger van het Advokatenkollektief Rotterdam constateert in de achterstandswijken van zijn stad toenemend wantrouwen jegens de overheid. ‘Mijn belangrijkste pleidooi is dan ook: overheid, hou je alsjeblieft aan de regels. De realiteit is dat Rotterdam een grote stad is met een dynamiek die je in een randgemeente als Barendrecht niet aantreft. Sommige stadsbestuurders lijken van Rotterdam een soort Groot-Barendrecht te willen maken.’

‘Repressie gaat bij ons altijd hand in hand met de aanpak van sociale achterstanden’, verdedigt PvdA-leider Van Heemst zich tegen die aantijgingen. ‘Waar nodig gooien we er nog een schepje bovenop. Wel zullen we iets meer de combinatie zichtbaar moeten maken van repressie en preventie.’

Dat de stad frequent de grenzen van de wet opzoekt, hoort volgens hem bij Rotterdam. Van Heemst zou het slecht vinden als een Rotterdamse wethouder of burgemeester nooit meer bij de rechter onderuit zou gaan. ‘Het moet niet elke week gebeuren, maar dat je af en toe gecorrigeerd wordt door de rechter is all in the game. Rotterdam zoekt de grenzen van de wet ook op met de bedoeling de landelijke wetgever in beweging te krijgen. De stad is het sociale laboratorium waar je met vallen en opstaan ontdekt wat werkt en wat niet.’

De stad die zichzelf aanprijst met de slogan Rotterdam Durft! heeft het tij mee. Burgemeesters die om extra bevoegdheden schreeuwen, vinden een gewillig oor bij minister Ter Horst (PvdA) van Binnenlandse Zaken.

De Leidse hoogleraar veiligheid en recht Erwin Muller, tevens directeur van het COT, instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, concludeert in zijn recent verschenen boek Bestuur, recht en veiligheid dat de burgemeester geen extra bevoegdheden nodig heeft: ‘Het risico bestaat dat de burgemeester een soort sheriff wordt die niet alleen problemen oplost, maar ook straft. Er kan dan een taakvervaging ontstaan tussen het bestuur en het Openbaar Ministerie.’

Veiligheid is een containerbegrip geworden waar je alles onder kunt scharen, van internationaal terrorisme tot sociaal beleid op buurtniveau, zegt hij. ‘Overlast is de nieuwe mode. De trend is dat bestuursrecht belangrijker wordt dan strafrecht. Het sluiten van drugsinrichtingen, het persoonsgericht verstoren en het tijdelijke huisverbod zijn voorbeelden van bevoegdheden van de burgemeester die eigenlijk bij het Openbaar Ministerie thuishoren.’

Havels en Solzjenitsyns
De Rotterdamse ombudsman, Migiel van Kinderen, constateert dezelfde taakvervaging en ook hij onderstreept het belang van een zuivere scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. ‘Ik vrees de inktvlekwerking. Ambtenaren die horen wat aan opvattingen leeft in de gemeenteraad, gaan hun eigen bevoegdheden uitbreiden. Het gebeurt al dat ze camera’s installeren in spreekkamers. Het heeft, kortom, een eroderende werking.’

In de Rotterdamse politiek, waar het woord ‘trots’ bij velen voor de op tong ligt, worden types als Van Kinderen al snel weggezet als ‘spelbreker’ of ‘nestbevuiler’. Oppositiepartij Leefbaar Rotterdam drong bij motie aan op zijn ontslag, en ook Van Kinderens relatie met het stadsbestuur is het voorbije jaar in het ongerede geraakt.

Inperking van burgerlijke rechten en vrijheden is in Rotterdam de laatste vijf jaar eerder regel geworden dan uitzondering, houdt de ombudsman vol. ‘Terwijl dat in een rechtsstaat toch andersom behoort te zijn.’ Het is een boodschap die volgens hem moeilijk over het voetlicht valt te brengen.

In zijn vorig jaar verschenen rapport Baas in eigen huis en zijn jaarverslag 2007 refereert Van Kinderen aan de onaangekondigde huisbezoeken die gemeentelijke ‘interventieteams’ bij Rotterdammers in achterstandswijken afleggen (25.000 per jaar). De gemeente wil zo illegale bewoning, fraude en andere schrijnende toestanden ‘achter de voordeur’ (huiselijk geweld, verwaarlozing) aanpakken, maar overschrijdt daarbij bewust de grenzen van de wet, stelt de ombudsman.

‘De ombudsman overschrijdt met politieke stellingnames keer op keer zijn eigen bevoegdheid’, reageert Marco Pastors, leider van Leefbaar Rotterdam. ‘Bovendien doet hij alsof er in Rotterdamse achterstandswijken allemaal Havels en Solzjenitsyns achter de voordeur zitten. Terwijl we in werkelijkheid veel mensen tegenkomen die de weg kwijt zijn of in de criminaliteit zitten, mensen die afhankelijk zijn van een maffialijn met het land van herkomst. Dat Antilliaanse meiden gratis op vakantie gaan naar de Antillen en met drugs in hun koffer terugreizen naar Nederland, boeit hem niet.’

Een overheid moet durven intimideren, vindt Pastors. ‘Daar is niks mis mee. Voor sommige mensen – en geloof mij, in Rotterdam hebben we daar veel van – is het de enige boodschap die ze verstaan. We zijn nog maar net begonnen. Een burgemeesterskandidaat die meent dat het wel een tikje minder kan, maakt in Rotterdam geen schijn van kans.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden