Wat moet je na je ontplooiing?

Zo, zo, jij hebt het goed voor mekaar. Zo klonken in eerste instantie de hele en half-jaloerse reacties uit de, vooral vrouwelijke, omgeving....

Welke vrouw kwam er nu 's avonds thuis van haar werk om man en dochtertje vrolijk Knexend op de grond aan te treffen, terwijl een godenmaal al stond te pruttelen? Dat overkwam en overkomt maar weinig werkende moeders. En zeker niet elke dag.

Mij dus wel.

Het was een paar jaar geleden een flitsende nieuwe start. Een nieuwe man, een nieuw huis, een nieuw kind, nieuwe parttime stiefkinderen en, o heer, twee nieuwe honden. Het zou de doorstart worden van het leefmodel waarin ik mijn brood allang zelf verdiende. Nu zou ik voor de hele menagerie de kost gaan winnen. Deze feministische reuzenklapper was zo bedacht en, aanvankelijk, zo gedaan.

Gelukkig, je bent vrouw of niet, bleef er genoeg over om over te klagen. Toegegeven, wat betreft eten en drinken was in huis alles in orde. En de kleine G. was bij vader beslist in goede handen. Daar hoorde je mij niet over. Maar om nou te zeggen dat de was vanzelf buiten hing, de ramen spontaan waren gelapt en de nieuwe kinderkleertjes aangeschaft, nee.

Ons besluit was destijds achteloos genomen, in de praktijk bleek de rolwisseling zich niet vanzelfsprekend symmetrisch te voltrekken.

Ik viel er bijvoorbeeld over dat ik de donkere wouden van spinnenweb moest aanwijzen. En verwijderen. Dat ik beter zelf de tandarts kon regelen. Dat ik moest voorkauwen dat dochterlief 's anderendaags verkleed naar school moest.

Tegenover mijn kanonskogels had geliefde J. natuurlijk terug kunnen kaatsen dat ik zelden of nooit een rekening afhandelde. Dat ik het onderhoud van de auto volledig aan hem overliet. En dat ik voor het knippen van de heg of het timmeren van het konijnenhok nooit thuis gaf.

Maar omdat het besluit huisman te worden met het hart was genomen en J. niet doorgeleerd had in de feministische cathechismus, kwam hij daar niet op. Hij werd alleen maar erg moe van mij.

Of ons gesteggel nou goed- of kwaadaardig verliep, dat onze rolwisseling vooral een heuse win-winsituatie had gecreëerd, stond buiten kijf. Met mijn ontplooiing ging het prima en zijn Werdegang in en rond het huis beviel hem uitstekend.

Natuurlijk was ik weleens jaloers als hij 's ochtends achterbleef met koffie en ochtendkrant. En nooit zal ik de steek rond de hartstreek vergeten toen de kleuterjuf zei dat G. op de eerste dag een paar keer om 'papa' had geroepen. Ouderwetse jaloezie, maar toch.

Op de spaarzame dagen dat de verzorging van kind, honden en avondmaal geheel op mijn schoudertjes terechtkwam, wist ik weer heel zeker dat we goed hadden geruild. Ik begon zo'n dag meestal vol goede moed en efficiënte plannen, om rond zessen half hysterisch boven de kookpotten te eindigen. Dat overkwam hem zelden.

Wij hadden het dus prima voor elkaar. Maar ook het bezit van deze Saeck bleek na verloop van tijd het einde van het Vermaeck. Joke Kool-Smits 'onbehagen van de vrouw' begon weer de kop op te steken. Bij huisman J. deze keer. Hij begon steeds meer te klagen over de last van het eeuwig terugkerende avondmaal. Over de cirkelgang van het huishouden, waarin de prestaties zo weinig zichtbaar zijn, zo kort duren en zelden een spontaan compliment oproepen.

Ik begon op mijn beurt te lijden onder het mannelijke kostwinnerssyndroom. De hypotheekdruk. Het altijd maar moeten. Volgens de klassieke leer van de mannelijke midlifecrisis legt de man het op zo'n moment aan met z'n secretaresse. Ik had als gevorderde damesdertiger niemand om het mee aan te leggen. En voor een intense liefdesaffaire met mijn almaar leukere dochtertje was geen plaats.

Had ik jaren staan juichen over de rolomkering, nu voelde ik kolkende jaloezie. Kwam ik 's zomers met een bleek hoofd thuis, stond hij met de buurman bruinverbrand naast de barbecue. Ging ik in de herfst de koude regenochtend in, bleef hij lekker aan de keukentafel achter. Ik begon hem zachtjes te haten.

Nee, de schuld van een uitgewoond leefmodel mag je niet zomaar bij de Ander neerleggen. Maar ja, aan wie moet een werkende moeder met een midlifcrisis zich dan toetsen? J. kon ik nog op Joke Smit wijzen. Ik kon hem manen eens aan een baan te denken. Voor ons soort dames is er helemaal geen concept voorhanden. Zelfs de simpelste levensclichés om op terug te vallen, ontbreken.

Werk, zo leerde het feminisme, maakt vrij. Met werk kun je je talenten ontplooien. Door werken krijg je economische zelfstandigheid. Jammer dat het bevrijdingsfeminisme van de jaren zeventig er nooit bij verteld heeft wat je ná je ontplooiing moet doen. Of wat je moet doen als je even geen zin meer in werken hebt, maar zonder werk je gezin economisch te gronde gaat.

Voorlopig zit er toch niks anders op dan J. de schuld van alles te geven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden