'Wat mij trok was het handmatige'

Ze hadden een keurige baan of een topfunctie. Maar besloten na zoveel jaren toch hun hart te volgen. De een werd hovenier, de ander schipper bij de bruine vloot....

'VIOOLBOUWER worden zat al langer in mijn hoofd. Ik speel al sinds m'n dertigste cello. En dan ontwikkel je een bepaalde liefde voor het instrument. Strijkers hebben een innige band met hun instrument. Het is een direct gevoel. Je voelt het geluid trillen tussen je knieën. En: de klank heeft mij altijd erg aangetrokken. Voor mij is de cello altijd het mooiste instrument geweest dat er bestaat.

De omgeving vindt het fantastisch wat ik heb gedaan. ''Wat moedig'', zeggen ze dan. Want ze vinden het vooral moedig. Maar dat vind ik zelf niet. Ik vind het gewoon stom dat ik eerst al dat andere heb gedaan, want ik ben met dit vak wel erg laat begonnen.

Ik werkte in het Rooms-Katholiek Ziekenhuis, hier in Dordrecht. Het was een echt oud binnenstadsziekenhuis, dat goed bekend stond. Maar op een gegeven moment moest er nieuwbouw komen. In Zwijndrecht. Dat was een stuk minder. Het oude ziekenhuis had sfeer. Die nieuwbouw had dat niet. Toen we in Zwijndrecht zaten, keek een collega van mij uit het raam en zei: ''Ik kan me nu goed voorstellen hoe het er na een atoomoorlog uitziet.''

Er kwam ook een fusie tussen ons ziekenhuis en een protestants-christelijk ziekenhuis, het Refaja. Dat werd een moeizaam huwelijk waaruit het Drechtstedenziekenhuis is voortgekomen. Maar dat was niet mijn sfeer. Dat heeft met mijn karakter te maken. Ik ben iemand die zegt wat-ie denkt. En ik merkte al gauw dat dat niet op prijs werd gesteld. Al werd dat dan niet gezegd.

Daar kwam bij dat ik het steeds lastiger vond om te functioneren in een organisatie met nog een organisatie ernaast, namelijk die van de artsen. Als hoofd van de klinische dienst was ik verantwoordelijk voor het verpleegkundig ziekenhuisbudget. De artsen hadden in het ziekenhuis hun eigen organisatie, ze eisten enorme geldstromen op, maar ze namen daar niet de verantwoordelijkheid voor. En daar loop je dan tegenaan. Bovendien vond ik het vervelend dat je niet goed om de tafel over dingen kon praten. Je moest via een lobby proberen zaken voor elkaar te krijgen. Nou, dat was niks voor mij. Ik ben rechtlijnig, en weinig diplomatiek.

Na de fusie waren er twee hoofden van de klinische dienst, en dat moest er één worden. Die ander vertrok. Toen heb ik tegen mijn baas gezegd: jullie moesten mij maar niet voor die functie nemen. Ik ben daarna weggegaan met een wachtgeldregeling voor vier jaar.

In 1993 ben ik een opleiding voor vioolbouwer gaan doen in Antwerpen, bij een hts. Drie jaar lang elke dag naar Antwerpen, en 's avonds deed ik er nog een opleiding bij. Wat mij trok in het vioolbouwen was het handmatige, en het gegeven dat het al een heel oud vak is. Maar wat natuurlijk ook een rol speelde was dat ik geen zin meer had in praten met mensen, steeds maar het initiatief moeten nemen omdat je aan de voorzitterskant zit, je steeds maar moeten plooien. Ik geniet nu van de rust. Helemaal in je eentje bezig zijn met je werk. Zonder mensen om je heen.

Toen ik begon, moest ik natuurlijk een sponsor hebben. Dat werd de BV Kiele. Kiele is mijn vrouw. Zij besloot weer te gaan werken, zodat ik dit werk kon gaan doen. In februari vorig jaar ben ik in dit pandje getrokken. Ons huis ligt hier pal achter, daar woonden we al. Op een gegeven moment kwam dit vrij en heb ik meteen toegehapt. Ik heb het opgeknapt en ben hier gaan zitten.

Als je de vaardigheden van het vioolbouwen onder de knie hebt, ga je zoeken naar perfectie. Die vind je misschien nooit. Want veel is toeval. En geluk. Het gaat in de eerste plaats om de klank. Je kunt esthetisch prachtige instrumenten bouwen, maar als ze niet klinken heb je er niks aan. Je zoekt dus naar de perfecte klank. En die kun je niet van tevoren bedenken. Dan moet je mazzel hebben.

In de vioolbouw hangt het van veel dingen af hoe je je ontwikkelt. Je kunt wel kwaliteit leveren, maar dat is geen garantie dat je ook veel instrumenten verkoopt. Soms dacht ik weleens: ik maak hier heel mooie dingen, waarom komen ze nou niet langs? Maar zo werkt het niet. Het is ook een kwestie van acquisitie plegen, een netwerk opbouwen en een beetje mazzel hebben. Mijn eerste, zelfgebouwde cello verkocht ik aan een meisje dat er allerlei masterclasses in de wereld mee afreisde. Zij vertelde: iedereen vindt het een goed instrument. En dat is het ook. Ze ontmoette de solocellist van het Israëlisch Philharmonisch Orkest. Die zei: ik ben zeker van plan langs te komen en er een te kopen. Dat zijn dus dingen waar je het van moet hebben.

Ik kan er nu niet van leven. Maar vorig jaar was ik bijna uit de kosten. En dat is niet slecht, want ik heb hier wel het een en ander in moeten investeren. Ik heb voor mezelf vijf jaar uitgetrokken. Dan moet het lukken. Dan moet ik enige naamsbekendheid hebben. Als iemand nu zou zeggen: ik heb een echte Stavast gekocht, dan is de reactie waarschijnlijk: huh? Ideaal is dat je gebeld wordt en dat je kunt zeggen: u komt op de wachtlijst.

Als beginnend vioolbouwer heb je geen status en geen geld. Dat had ik in mijn vorige baan wél. Maar plezier, zoals ik nu heb, dat had ik daar niet. Bovendien: het lijkt me afschuwelijk om later als ik oud ben, óm te kijken en dan te moeten zeggen: dát had ik nog willen doen, en dát, maar ik heb het allemaal niet gedaan. Ik hoop dan te kunnen zeggen: ik heb gedaan wat ik wilde, het is misschien niet gelukt, maar ik heb het wél gedaan.'

Wim Wirtz

Dit is de laatste aflevering van een serie. De drie vorige afleveringen verschenen op 21, 14 en 7 juli.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden