Wat met China kan, kan ook met Cuba

Nu de VS de relaties met China weer aanhalen, is er alles voor te zeggen om ook de confrontatiepolitiek tegenover Cuba te beëindigen, meent Carlos Fuentes....

HET BEZOEK van Bill Clinton aan China toont duidelijk aan dat de Verenigde Staten er veel aan gelegen is om de betrekkingen met dit land te verbeteren. Het hoeft niet te verbazen dat wij in Latijns-Amerika ons afvragen: waarom China wel, en Cuba niet?

Omdat China meer dan een miljard inwoners heeft en Cuba maar een paar miljoen? Omdat China een machtig land is en Cuba niet? Omdat China in Azië ligt en Cuba in Latijns-Amerika? Omdat de anti-China lobby in Washington momenteel erg zwak is en de Cubaanse oppositie in Miami relatief sterk?

Of ligt het simpeler en heeft Henry Kissinger het bij het rechte eind als hij stelt dat China geen dictatuur is, maar een kapitalistische markteconomie? Zou Cuba zich alleen maar hoeven te bekeren tot het kapitalisme om bij Amerika in de gratie te komen?

De zaak ligt wat gecompliceerder. De scherpzinnige multimiljardair Georges Soros beweert dat de zogenaamde 'vrije wereld' zich sinds het einde van de Koude Oorlog niet meer verplicht voelt overal te ijveren voor democratie omdat ze zich niet langer teweer hoeft te stellen tegen een totalitaire vijand.

Toch kunnen we ons met Jorge Castañeda nog steeds afvragen waarom de Verenigde Staten altijd uitstekend hebben kunnen leven met de autoritaire regimes in Mexico en tegelijk zoveel moeite hebben met het Cubaanse bewind.

Wat maakt het China van het bloedbad op het Tienanmen-plein en het Mexico van het bloedbad in Tlatelolco acceptabeler dan het Cuba van de politieke gevangenen en de politieterreur?

De machtige anti-Castro lobby in Miami, de Americo-Cuban National Federation, die grote invloed heeft op politici als de Republikeinse senator Jesse Helms, gaat het niet meer voor de wind. Hun grote voorman Jorge Mas Canosa is overleden en buiten Amerika is nauwelijks steun te vinden voor de Helms-Burtonwet.

Nog niet zo lang geleden brachten de Zweedse vice-premier Pierre Schori en de Pool Adam Michnik, die samen met Lech Walesa een van de oprichters was van het vakverbond Solidariteit, een bezoek aan Miami. Opmerkelijk was dat deze twee Europeanen na uitgebreide gesprekken met leden van de Cubaanse ballingengemeenschap tot de conclusie kwamen dat er niet langer sprake is van een gesloten front.

Nog maar een deel is voorstander van een gewelddadige omverwerping van Castro's regime. De meerderheid van de ballingen - bekend onder de naam dialogueros - bepleit een geleidelijke, vreedzame omwenteling, die bovendien vanuit de Cubaanse samenleving zelf moet komen.

Michnik herinnerde de extremisten eraan dat de politieke veranderingen in Polen met kleine stapjes werden afgedwongen. In het verzet tegen een dictatuur moet je compromisloos vasthouden aan je principes, maar flexibel zijn in je methodes. 'Er is geen handboek voor het afschaffen van dictaturen', hield de vakbondsman de Cubaanse ballingen voor.

Toch kan men uit de geschiedenis wel enige richtlijnen distilleren. Een daarvan is dat de tijd rijp is voor een dialoog op het moment dat zowel het dictatoriale regime als de oppositie beseft dat geen van beide partijen in staat is om de ander de beslissende slag toe te brengen.

Nog een regel is dat chaos nooit tot democratie leidt, maar altijd alleen de dictatuur in de kaart speelt. En weer een andere dat veranderingen niet van buitenaf kunnen worden afgedwongen, maar alleen van binnenuit. Dat betekent in het geval van Cuba dat de Cubanen die in het land zelf wonen en niet de Miami-Cubanen het voortouw moeten nemen.

Veel Cubanen die in ballingschap leven en met name de jongeren zijn inmiddels tot dit inzicht gekomen. Maar ook iemand als Eloy Gutierrez Menoyo, die de repressie van het regime aan den lijve heeft ondervonden. Menoyo was een van de revolutionairen in de strijd tegen het bewind van Batista, maar werd later gevangen gezet door Castro vanwege zijn kritiek op diens ongebreidelde machtshonger. Ook hij pleit tegenwoordig voor een dialoog.

Hetzelfde geldt voor een groep Amerikaanse bankiers onder leiding van David Rockefeller en voormalig minister van Financiën, Lloyd Bentsen. Zij willen dat de Helms-Burtonwet wordt afgeschaft en dat de VS normale betrekkingen met Cuba aanknoopt.

Het geldt voor Elisardo Sanchez, de voorzitter van de Cubaanse Mensenrechtencommissie, die acht jaar gevangen heeft gezeten. Het geldt voor het Pentagon, dat Cuba blijkens een recent rapport niet langer als een bedreiging ziet voor de nationale veiligheid van de VS.

Het geldt ook voor Paus Johannes Paulus II, wiens belangrijkste boodschap bij zijn bezoek aan Havana luidde dat Cuba zich moet openstellen voor de wereld, zodat de wereld zich kan openen voor Cuba.

Aan het einde van zijn reis naar China verklaarde Clinton 'dat nu het wachten is op een teken van Cuba'. Het is bekend dat hij bereid was tot een minder harde koers ten opzichte van Cuba, totdat extremistische Cubaanse ballingen besloten om boven de Cubaanse territoriale wateren te gaan vliegen, waarna Fidel Castro de vliegtuigjes met Amerikaanse burgers neerhaalde.

Castro heeft van zijn kant verklaard dat hij nu wel genoeg signalen heeft afgegeven: hij is allang geen lid meer van het - ontbonden - Warschau Pact, hij heeft afstand genomen van het motto van Che Guevara 'twee, drie, veel Vietnams in Latijns-Amerika', en hij heeft zich teruggetrokken uit Angola. Wat zijn economische politiek aangaat, beperkt het marktdenken zich helaas tot twee weinig verheffende sectoren: toerisme en prostitutie.

Ondanks dit alles blijft de vraag: is Castro bereid tot hervormingen of wil hij tot het bittere eind de Don Quichot van de wereld blijven? Of is het wachten misschien op zijn oude strijdmakkers die zich opmaken voor het post-Castrotijdperk, waarin de dogma's van El Lider Maximo zullen worden afgeschud?

Als de bereidheid tot het aangaan van een dialoog en het geduld om te onderhandelen ontbreken, als de Verenigde Staten lijdzaam afwachten tot Cuba weer deel gaat uitmaken van hun achtertuin, alsof er sinds eind jaren vijftig niets is gebeurd, en als Fidel Castro besluit om van het eiland een bolwerk te maken van een moreel corrupt en in economisch opzicht uitzichtloos socialisme, dan wordt Cuba onafwendbaar weer het toneel van bloedvergieten.

We moeten dus onze hoop vestigen op een open dialoog. Om het in de woorden van Elisardo Sanchez te zeggen: 'Cuba is niet rijp voor een economische of politieke shocktherapie. Het zou het beste zijn als alle veranderingen geleidelijk en van binnenuit tot stand werden gebracht. Wanneer de regering zelf het initiatief neemt, zal dit de minste maatschappelijke ontwrichting tot gevolg hebben.

Als de Cubaanse regering voor een dergelijke koers kiest, kan ze op mijn steun rekenen en die van het overgrote deel van de gematigde dissidenten.'

Carlos Fuentes is Mexicaans schrijver.

Los Angeles Times Syndicate

Vertaling: Brigit Kooijman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.