WAT MEER SPEKTAKEL GRAAG

Tweede-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven wil meer leven in het parlement. Op de valreep van het parlementaire jaar (de Kamer gaat vandaag met reces) riep ze haar collega's op lawaai te maken....

Levendig allegaartje

Het Italiaanse parlement is al levendig genoeg. Er wordt luid geroepen en gescholden; soms stemmen gekocht. Als een volksvertegenwoordiger het met een bepaald standpunt niet eens is, of een beloofde post aan z'n neus voorbij ziet gaan, wisselt hij gewoon van partij.

De recordhouder heet Nico Miraglia del Giudice, een 38-jarige ex-rechter uit Napels en voormalig onderzoeker van corruptie in het Italiaanse voetbal. Binnen drie jaar is hij vier keer van partij gewisseld, zodat vorig jaar voor het eerst het onmogelijke een feit werd: een allegaartje van partijlozen vormde plotseling de op een na grootste politieke partij van het land.

De partij, die dus eigenlijk geen politieke partij is, heet de gruppo misto, de gemixte groep. Er zitten ex-communisten in, Groenen, socialisten, christen-democraten, liberalen, postfascisten, royalisten en republikeinen. Gisteren telde de groep 129 leden, al sluit de persdienst van het parlement niet uit dat het er vandaag 130 of 119 kunnen zijn.

Trasformismo heet het merkwaardige en verlammende verschijnsel van telkens overlopende volksvertegenwoordigers, die erin slagen de parlementaire pers goed bezig te houden. Telkens komen ze met verrassende wetsvoorstellen, die het nooit halen, maar wel aardige kopij en tv-beelden opleveren.

Algehele verkiezingen, om de vijf jaar, hebben geen invloed op het verschijnsel, waardoor Italië ogenschijnlijk een uiterst stabiel parlement heeft. Gerekend vanaf de oprichting van de republiek, op 2 juni 1946, is pas de dertiende wetgevende vergadering aan de macht. Het aantal regeringen over die periode is omgekeerd evenredig groot: 57 stuks.

Het parlement in Rome - 630 leden van de Tweede Kamer, 315 senatoren en tien senatoren-voor-het-leven onder wie Fiat-erepresident Agnelli - is bovendien dikwijls slecht gevuld. Dat komt door de zogenoemde pianisti, de pianisten, die tijdens stemmingen zo vriendelijk zijn voor de vele verhinderde collega's te stemmen. Je ziet ze zijwaarts buigen, van links naar rechts, om het toetsenbord van de buurman te kunnen bedienen.

Wat minder mag ook wel

'Order, order', roept Madame Speaker. Parlementsleden van Labour mompelen luidkeels 'tok, tok' als een van de conservatieve collega's tijdens Question Time een vraag stelt aan de minister-president. Het Lagerhuis ligt onder tafel van het lachen. Alleen Madame Speaker kan de humor niet waarderen. Het parlementslid blijkt met kippengeluiden te worden bestookt, omdat hij bij een vorige Question Time vragen had gesteld over legbatterijen.

Leuk? Levendig?

Het lijkt eerder flauw en onbeschoft. Niettemin wordt het Britse Lagerhuis beschouwd als het Mekka van het debat. Nergens wordt zo fel en gevat gediscussieerd als in Westminster. Allerlei uitingen van instemming of afkeer worden niet geschuwd: goedkeurende hear hear-yells, afkeurende no no's, maar ook het zwaaien met stukken of het roffelen op de banken. Madame Speaker heeft er haar handen vol aan.

Parlementsleden vertegenwoordigen hun district en moeten zich daarom aan hun kiezers manifesteren met geestige opmerkingen en kritische vragen. Wie een minister of de premier in de hoek zet, heeft zijn zetel bij de volgende verkiezingen alweer bijna veiliggesteld.

Ook het decor draagt veel bij aan de faam van het Britse debat. Het Lagerhuis kan eigenlijk maar tweederde van de ruim zeshonderd parlementsleden herbergen. De twee partijen staan door de te krap bemeten bankjes in compacte formatie tegenover elkaar in een soort traditioneel strijdperk. Officieren (frontbenchers) met machinegeweren vooraan en soldaten (backbenchers) als sluipschutters in de tweede linie. Wie niet tijdig wegduikt, wordt weggespoeld onder een vloed van woorden.

Het beroemdste Britse parlementslid, Sir Winston Churchill, was de grootmeester van het debat, hoewel hij het niet altijd even nauw nam met de waarheid. 'We weten allemaal hoe dr. Guillotine werd geëxecuteerd met het instrument dat hij zelf uitvond', zei Churchill op 29 april 1931. 'Dat is niet gebeurd', antwoordde Samuel. 'Maar het had moeten gebeuren', repliceerde Churchill.

Voor het Lagerhuis geldt hetzelfde als voor de Britse televisiecomedy: soms zijn de afleveringen grandioos goed, soms hopeloos slecht.

Het Lagerhuis wil niet langer het lachertje van Europa zijn en zich in de toekomst serieuzer gaan manifesteren. Daarom denkt een commissie na over hervormingen, waarbij de vorm meer ondergeschikt wordt gemaakt aan de inhoud. Zo zouden parlementsleden redes van papier moeten mogen voorlezen, nu mag alleen een reminder op papier worden gezet. Ook zou een bescheiden applausje de vocale wijze van instemming moeten vervangen. Ten slotte zou de spreektijd aan banden moeten worden gelegd. Maar zoals met het afschaffen van alle Britse tradities het geval is, zal het wel enige tijd duren voor het allemaal is gerealiseerd.

Strijd, geen consensus

Vergeleken met de doorgaans saaie Tweede Kamer zijn de debatten in de Duitse Bondsdag een verademing. Er wordt op het scherp van de snede gediscussieerd en hard aangevallen. Dat heeft te maken met de Duitse cultuur, waar onaangename tegenstellingen minder worden verdoezeld dan in Nederland. Maar vooral met de politieke cultuur, die niet op consensus, maar op strijd is ingesteld. SPD en CDU, die afwisselend in regering en oppositie zitten en zelden een coalitie vormen, proberen elkaar voortdurend vliegen af te vangen. Ze geven ook spottende verklaringen uit over elkaars interne partij-aangelegenheden.

In de Bondsdag kan het er door deze opvatting van politiek soms flauw toegaan, zoals die keer dat minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer bij een debat over de Kosovo-oorlog de fractieleider van de ex-communistische PDS, Gregor Gysi, verweet tijdens de oorlog met vakantie te zijn geweest in Gran Canaria. 'Ik laat me dat niet zeggen door mensen, die voortdurend in Toscane zitten', riep Gysi verontwaardigd.

Toen Joschka Fischer nog een opstandig lid van de Groenen-fractie was, werd hij een keer uit de plenaire zaal verwijderd. Hij had tegen de Bondsdagvoorzitter gezegd: 'Met verlof, meneer de voorzitter, u bent een klootzak.'

De indruk bestaat dat de Bondsdag sneller reageert op de actuele politiek dan de Tweede Kamer. Regelmatig legt de kanselier een regeringsverklaring af. Er zijn drie manieren om de regering te lijf te gaan: de aktuelle Stunde over een door een fractie aangebracht onderwerp (maximaal een per dag), de Fragenstunde (een keer per week) en de Regierungsbefragung (over de thema's die in de kabinetszitting zijn besproken, een keer per week).

Bij al deze gelegenheden bestaan uitgebreide interpellatie-mogelijkheden. Niettemin klinken ook in Duitsland klachten over saaie politici die hun bijdrage van papier oplezen. Onlangs brachten de kranten een foto van scholieren die tijdens een bezoek aan de Rijksdag op de publieke tribune in slaap waren gevallen.

Luidruchtig, maar weinig te vertellen

In de Franse Assemblée Nationale begint elke Kamersessie met de plechtige entree van de Kamervoorzitter. Hij draagt een pandjesjas en wordt begeleid door het tromgeroffel en de bajonetten van de Garde Républicaine. Het persgepeupel mag niet verder dan de Salle des quatre colonnes, maar ook daar is niet bezuinigd op bladgoud en barok.

In de vergaderzaal zelf zit de voorzitter hoog boven de afgevaardigden. De ministers zitten op de eerste rij van de halve cirkel, en hoeven om de Kamerleden van repliek te dienen alleen maar op te staan en zich om te draaien. Zodoende kunnen regering en oppositie elkaar op een paar meter afstand verbaal te lijf.

Hier doet de moeder van de democratie haar werk. Hier werden de begrippen links en rechts uitgevonden. Op een steenworp afstand ging in 1793 het laatste koninklijke hoofd onder de guillotine. Hier wordt overtuigingskracht als in de tijd van Danton gemeten in decibellen.

Kenners noemen het huidige Franse Kamerdebat kleuterwerk, vergeleken bij de tijd van reuzen als Gaston Deferre en Georges Marchais. Dat zal wel waar wezen. Maar de poldergast kwam toch ruimschoots aan zijn trekken toen Christine Boutin (UDF-conservatief-liberaal), als een moderne Jeanne d'Arc zwaaiend met een bijbel, onlangs ten strijde trok tegen het samenlevingscontract.

Even spectaculair was het moment dat de Groene afgevaardigde Noël Mamère in de Kamer riep dat 'de hoogste kringen' betrokken waren bij het corruptieschandaal van de stad Parijs. Rumoer, geroep, uit protest weglopende fracties, én een berisping van de voorzitter. In de Assemblée kan veel, maar niet het betwijfelen van de integriteit van de president van de republiek.

Slechts één klein gebrek heeft het Franse parlement. Het heeft weinig in te brengen. In de jaren vijftig ging de Vierde Republiek tenonder aan wat ze hier 'partijdemocratie' noemen - coalitieregeringen die op z'n Italiaans om de paar maanden werden weggestemd. Daarna ontwierp president De Gaulle zijn Vijfde Republiek, waar de uitvoerende macht zich niet langer door partijrumoer hoefde te laten dwarsbomen. De Gaulle was nu eenmaal militair, en Mitterrand sprak van een 'permanente staatsgreep'.

Zo is het gebleven. De Franse president legt géén verantwoording aan de Kamer af. Hij benoemt de premier, die vervolgens zelf bepaalt wanneer het hem goeddunkt voor de afgevaardigden te verschijnen. De taak van Kamerleden is het verzorgen van luidruchtig politiek behang. De macht moet je zoeken in de, ook niet mis te verstane, paleizen van de ministeries.

Emoties ver te zoeken

Niemand de Tweede Kamer uit: het lijkenregister is weg! Tientallen jaren werden de scheldwoorden en onparlementaire uitingen die niet in de officiële handelingen van de Kamer mochten worden opgenomen, bewaard in het gestaag uitdijende register. Blijkt het plots verdwenen. Gestolen door een parlementair fetisjist of gewoon kwijtgeraakt? Niemand die het weet. 'Nou ja, we gebruiken het toch haast niet meer', zegt een van de griffiers van de Tweede Kamer relativerend. 'Alles mag toch tegenwoordig.'

Dat kan zo zijn, Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven vindt het in de Kamer nog lang niet levendig genoeg. Ze deed vorige week een oproep aan de collega's wat meer 'lawaai' te maken. Een roffel op de banken, een 'hear, hear' bij een opmerkelijke uitspraak.

Het zijn opmerkingen die bij Nederlandse parlementariërs op een positieve ontvangst mogen rekenen. Zoals alle voorstellen die daarvoor de afgelopen jaren zijn gedaan, maar tot nog toe weinig resultaat hebben gehad.

Er is in het Nederlandse parlement weleens een demonstrant op de regeringstafel gesprongen, een Kamerlid uitgemaakt voor NSB'er of kletsmeier. Soms klonk of klinkt een 'verdomme'. En toen de extreemrechts Janmaat nog in de bankjes zat was het weleens op het randje. Maar emoties en verbale uitbarstingen zijn over het algemeen ver te zoeken. Als een bewindsvrouw in huilen uitbarst, is het voorpaginanieuws en maken Kamerleden partijenbreed afspraken haar een tijdje te ontzien.

Nederlandse parlementariërs zijn over het algemeen geen grote debaters en zeker geen bloedhonden. Het parlement ademt de cultuur van de polder.

Al jaren geleden werd het vragenuurtje ingesteld om daar wat aan te doen. Het is dinsdagmiddag tussen twee en drie live op televisie; dé mogelijkheid voor partijen om zich te profileren. Het kan dus een wekelijks hoogtepunt zijn. Maar het is vaak een gênante vertoning van labbekakkerigheid.

De enorme moeite die vooral de oppositiepartijen doen om een vraag aan de regering te mogen stellen, staat in geen verhouding tot de oogst. Vragen worden, vanachter een katheder, voorgelezen van papier en leiden hoogst zelden tot vuurwerk. Als acht man in de bankjes luisteren is het veel. Vijftien collega's buurten wat met elkaar, de rest probeert in de wandelgangen wat aan zijn of haar pr te doen bij de daar rondlummelende journalisten.

Afgelopen dinsdag moest vice-premier Jorritsma zich verantwoorden. Op zeker moment vond de minister dat ze een mooi punt had gescoord, waarvan de essentie alle toehoorders echter ontgaan was. Leek het. Want plots klonk op een van de bankjes een kort klopje, aarzelend, een roffel mocht het niet heten. Toen was er weer stilte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden