Wat maakt een agent gevoelig voor corruptie?

Agenten met migratie-achtergrond relatief vaker betrokken bij integriteitsschendingen

De cijfers van het WODC-rapport liegen er niet om: agenten met een migratie-achtergrond zijn relatief vaker betrokken bij omkoping en andere integriteits schendingen. Hoe komt dat? Vier mogelijke oorzaken op een rij.

Foto ANP

1. Screening ondermaats

Het schort de politie aan toezicht, meent een aantal respondenten die door de onderzoekers van het WODC-rapport zijn ondervraagd. De respondenten, betrokken bij de bestrijding van integriteitschendingen binnen de politie, zijn met name kritisch op het wervingsbeleid van de jaren negentig. Volgens de geïnterviewden werd de lat destijds te laag gelegd om agenten met een migratieachtergrond binnen de politie-organisatie te halen. De sluizen zijn toen 'ver opengezet', zegt een van de respondenten. 'Maar we hadden geen flauw benul wie er allemaal binnenkwamen.'

De kritiek op het vroegere wervingsbeleid - dat onder meer gericht was op meer diversiteit binnen de politie - is niet nieuw, zegt universitair docent Sinan Cankaya, die onderzoek deed naar de politiecultuur. 'Er schijnt inderdaad te zijn gemorreld aan de kwaliteitseisen, vooral op de taaltest. Maar naar mijn weten nooit op het integriteitsonderdeel. Dit zou onderzocht moeten worden bij de mensen die destijds verantwoordelijk waren voor dat beleid en niet uit derde hand overgenomen moeten worden. Binnen de politie gaan er veel verhalen rond over dat beleid, die niet persé op feiten berusten.'

'Daarbij is de vraag in hoeverre het wervingsbeleid van destijds de huidige disproportionaliteit verklaart', zegt Cankaya. 'Misschien zijn het wel nieuwe rekruten, en helemaal niet de mensen die in de jaren negentig bij de politie zijn gekomen.'

Het rapport concludeert dat 'uit oogpunt van diversiteit' er alle aanleiding is om meer mensen van niet-westerse komaf te werven en vast te houden, maar dat 'ten aanzien van de werving, selectie en begeleiding van deze groep meer zorgvuldigheid is geboden'.

Een van de respondenten wil echter niet alleen bij mensen met een migratieachtergrond extra zorgvuldigheid betrachten. De geïnterviewde wijst vooral op de sociaal-economische positie van aspirant-agenten. 'Ik ken ook een groep autochtone aspiranten afkomstig uit kansarme buurten van een grote stad, van wie de jeugdvrienden tot hun nek in de criminaliteit zijn geraakt. Als je dat soort jongens tot je organisatie toelaat, hoort daar enige controle en zorg bij. Je moet die jongens ook doordringen van hun eigen kwetsbaarheid.'

Allochtone agent extra kwetsbaar voor corruptie

Agenten, douaniers en marechaussees met een migratie-achtergrond zijn relatief vaker betrokken bij omkoping en andere integriteitsschendingen. Zij zijn extra kwetsbaar, omdat in hun doorgaans uitgebreide familie- en kennissenkring relatief vaker criminelen rondlopen die hen actief benaderen. Tijdens screeningen van personeel is onvoldoende aandacht geweest voor hun sociale herkomst.

2. Foute familie en vrienden

Een belangrijke oorzaak van de oververtegenwoordiging van agenten met een migrantenachtergrond zijn de warme en intensieve familiebanden, zo laten de auteurs van het WODC-rapport weten. Vaak zijn vriendenkringen en andere relaties intenser. Precieze cijfers van de omvang van het integriteitprobleem waren er nog niet. Wel vonden eerdere onderzoekers al aanwijzingen dat agenten met een migratieachtergrond door hun sociale en familie-achtergrond sneller in troebel juridisch water kunnen raken.

Twee keer eerder wezen onderzoekers al naar de rol van nauwe familiebanden. Iets meer dan twintig jaar geleden viel het de criminologen Cyrille Fijnaut en Frank Bovenkerk al op dat 'politiemensen die voortkomen uit een etnische minderheid' vaak betrokken zijn politiecorruptie. Bij het Amsterdamse politiekorps lichtten ze 38 gevallen van politiecorruptie door en stuitten daarbij onder meer op 'vier Surinamers' en iemand die illegale landgenoten instrueerde om een 'acceptabel vluchtverhaal' te vertellen.

De agenten zouden tot corruptie aangezet zijn door loyaliteit naar de familie en de eigen etnische groep. Het bracht Fijnaut en Bovenkerk tot de suggestie om 'etniciteit' en 'familie' voortaan aan te merken als een 'ontsteker van corruptie', naast andere ontstekers als 'dames, drank, dubbeltjes, drugs, dalven, dobbelen en dirty tricks'.

Voorzichtiger in zijn bewoording was onderzoeker J. Broekhuizen in 2007. Hij had het over de 'haken en ogen' die kunnen kleven aan de rol van niet-westerse agenten binnen het politieapparaat. Zij kunnen door hun achtergrond als 'bruggenhoofd' fungeren tussen de politie en etnische minderheidsgroepen en makkelijker 'ontoegankelijke informatie' ontsluiten. Met andere woorden: niet-westerse politieagenten kunnen makkelijker doordringen tot problematische groepen met een niet-westerse achtergrond.

Dat is echter niet zonder gevaar, stelt Broekhuizen. 'Er kunnen informele sociale contacten ontstaan, die concurrerend kunnen blijken met de sociale steun vanuit de politieorganisatie. (...) Vanuit een sociologisch perspectief is de sociale omgeving meer bepalend voor het eventueel afglijden in corruptie, dan de juiste normen en waarden van de desbetreffende agent.'

3. Vooroordelen

Wat nou als agenten met een migratieachtergrond meer dan gemiddeld betrapt worden op juridische misstappen doordat ze vanwege hun achtergrond onder het vergrootglas liggen bij de diensten die belast zijn met onderzoek naar integriteitschendingen? 'Selection bias' heet dat, oftewel selectie op basis van vooroordelen. Even overwegen de WODC-onderzoekers die mogelijkheid, om haar daarna gauw van de hand te wijzen.

'Het onderzoek kan de mogelijkheid van selectieve waarneming in dit verband weliswaar niet volledig uitsluiten, maar zowel het kwantitatieve als het kwalitatieve onderzoeksmateriaal bevat voldoende aanwijzingen voor de conclusie dat we hier niet te maken hebben met een selection bias.'

Volgens de onderzoekers is er in bredere zin sprake van een toegenomen betrokkenheid bij vormen van georganiseerde criminaliteit van personen met een migratieachtergrond. Als voorbeeld dient de zogeheten 'Mokro Mafia', een criminele groepering met leden van Marokkaanse origine. Deze ontwikkeling heeft volgens de onderzoekers ook consequenties voor agenten met een migratieachtergrond. 'De kans dat een rechtshandhaver in zijn familie- of kennissenkring iemand kent die met politie/justitie in aanraking is geweest is voor iemand met een migrantenachtergrond dan ook groter dan voor een autochtone collega.'

4. Polarisatie en onbegrip

Volgens de respondenten sluiten functionarissen met een specifieke culturele of niet-westerse achtergrond zich meer op in eigen gelederen en staan zij minder open voor collega's met een andere achtergrond.

Dat levert, denken zij, een gevaarlijke kettingreactie op: door de vorming van een subcultuur binnen de organisatie voelen agenten met dezelfde culturele achtergrond minder binding met de algemene politiecultuur. Dit leidt tot wantrouwen bij collega's die niet tot de subgroep behoren. De spanningen die daarvan het gevolg zijn, leiden tot verdere terugtrekking binnen de eigen subgroep of in het uiterste geval tot afwijkend gedrag - zoals criminele handelingen.

Redenen voor de genoemde terugtrekkende beweging van niet-westerse agenten worden echter niet gegeven in het rapport. In een eerder interview met de Volkskrant wezen leden van Pharessia, een denktank van politieleidinggevenden met een migratieachtergrond, op de homogeniteit van de politiecultuur. Volgens een lid van de denktank laat die politiecultuur zich onder meer 'moeilijk aanspreken', wat het 'weerbarstig' maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.