Wat maakt die garage uit, vraagt Petra

Volkert van der G. bleef er bij zijn vriendin op hameren de deur goed te sluiten, blijkt uit afgetapt telefoongesprek.

Van onze verslaggevers Annieke Kranenberg en Michiel Kruijt

Het telefoongesprek op 12 juni duurt een kwartiertje. In slechts een deel ervan - pakweg vijftien zinnen - wordt over de garage gesproken. Die moet op slot, probeert Volkert van der G. vanuit de gevangenis zijn vriendin Petra L. duidelijk te maken. Het is ruim een maand nadat hij is opgepakt voor de moord op Pim Fortuyn.

Volgens Van der G. moet de garage worden afgesloten omdat er kan worden ingebroken nu hun huurwoning in Harderwijk, waarnaast de garage is gesitueerd, leegstaat. Petra L. is na de arrestatie van Van der G. elders ondergedoken, vooral om de media te ontwijken.

Zij snapt niet waarom de garage moet worden afgesloten. De politie heeft immers na de aanhouding van Van der G. een alarmsysteem aangebracht. Wanneer iemand zou proberen het huis binnen te dringen, komt de politie onmiddellijk in actie. Van der G. merkt op dat alléén het huis is beveiligd, niet de garage.

Maar wat maakt die garage nou uit, vraagt L. nog eens, want die staat wel vol met spullen, maar veel waardevols zit er niet tussen. Hij houdt vol en vraagt haar later nog een keer de garage dicht te doen. Ze zegt dat de boodschap duidelijk is.

Dit gesprek wordt door de politie afgetapt. Waarom blijft Van der G. zo hameren op de garage, vragen ze zich af in de tapkamer. De agenten besluiten dit deel van het gesprek uit te werken en naar de officieren Koos Plooy en Frits Posthumus te sturen, die het onderzoek leiden naar de moord op Fortuyn.

Versluierd taalgebruik, concluderen zij ook. Ze besluiten nog eens in de garage te kijken. Twaalf dagen later gebeurt dat, op 24 juni. Dan treffen ze de chemicaliën aan in een kunststof kist. Voor de veiligheid wordt er een expert van het Explosieven Opruimings Commando van de Landmacht bijgehaald. Ook wordt in de tuin gegraven, omdat Van der G. in hetzelfde afgetapte gesprek zijn vriendin vraagt hoe de moestuin erbij staat. Hij wijst erop dat het onkruid moet worden gewied.

Als het Nederlands Forensisch Instituut weken later constateert dat de in de garage aangetroffen chemicaliën grondstoffen zijn voor explosieven, wordt Petra L. meteen (op woensdag 4 september) opgepakt. Zij wordt ervan beschuldigd voorbereidingen te hebben getroffen om brand te stichten of een ontploffing teweeg te brengen.

Tijdens een verhoor wordt ze met het tapverslag geconfronteerd. Dat telefoongesprek zegt ze zich nauwelijks te kunnen herinneren. Ze zegt niets van de stoffen in de garage af te weten.

Het Openbaar Ministerie besluit niettemin de rechter-commissaris te vragen haar voorarrest te verlengen. Het feit dat ze in het telefoongesprek zei dat ze de boodschap had begrepen, wijst volgens officier Posthumus op haar betrokkenheid.

Maar de rechter-commissaris ziet dat anders. De woorden van L. kunnen op verschillende manieren worden uitgelegd, meent hij. Zij kan ook hebben gezegd dat de boodschap duidelijk is, om van het gezeur af te zijn, zoals haar advocaat Edmund van Gils heeft aangevoerd. Ze was de herhaalde vragen beu, ze wilde het over belangrijker zaken hebben dan de garagedeur.

Nog een ander argument pleit tegen haar betrokkenheid. Als gevolg van het afgeluisterde gesprek is justitie nog een keer in de garage gaan kijken. Twaalf dagen na het gesprek, maar de chemicaliën zijn er dan nog steeds.

Bovendien heeft het OM inmiddels vastgesteld dat de kist met stoffen ook al in de opslagruimte stond tijdens de eerste huiszoeking op 6 mei, de dag van de moord. Toen was alleen naar zaken gezocht die verband houden met de moord, zoals munitie. Omdat de aanslag niet met chemicaliën was gepleegd, was de zoektocht daar niet op gericht, aldus het OM.

Zeven weken lang kon Petra L. in de garage, moet het OM erkennen, maar ze heeft de chemicaliën niet weggehaald. Zelfs niet nadat Van der G. haar herhaaldelijk had verzocht de garage goed af te sluiten.

Hoewel de verdenking tegen Petra L. blijft, besluit de rechter-commissaris haar nog dezelfde vrijdagmiddag op vrije voeten te stellen. Gevaar voor het wegmaken van bewijs bestaat er dan immers al lang niet meer, de kans op herhaling evenmin.

L.'s raadsman Van Gils beschouwt haar arrestatie nog steeds als een drukmiddel om Van der G. aan het praten te krijgen. 'Als het telefoongesprek was bedoeld om een boodschap door te geven, wat we niet weten, dan heeft ze die in ieder geval niet begrepen', zegt hij in een reactie.

Hoewel het telefoontje van Van der G. voor justitie de 'tip' was die leidde tot de ontdekking van de chemicaliën, is onduidelijk of de verdachte hierop doelde in het 'garage-gesprek'. Vanaf 1 juni, toen de beperkingen van zijn voorarrest werden opgeheven, mocht hij contact hebben met de buitenwereld. Als hij Petra L. had willen bewegen de stoffen weg te halen, had hij dat al veel eerder kunnen doen.

Bovendien wist Van der G. hoogst waarschijnlijk dat zijn telefoongesprekken worden afgeluisterd. Normaal gesproken waarschuwen advocaten hun gedetineerde cliënten daarvoor. Het feit dat Van der G. zo nadrukkelijk over de garage sprak, is niet handig als hij had willen voorkomen dat de chemicaliën zouden worden gevonden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden