Wat lazen zij?

In de Boekenweek, nog tot 19 maart, vertellen zes auteurs en één tekenaar-ontwerper over dat ene speciale boek. Van de Petteflet tot een mix van geweld en erotiek....

fotografie Frouwkje Smit . tekst Wietske Loebis

Joost Swarte (1947).

Anna van Annejet van der Zijl, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.

Tekenaar en ontwerper Joost Swarte maakte voor de Boekenweektest, het cadeau van de openbare bibliotheken, illustraties van elf verhalen over het verleden. 'Ik werd het meest gegrepen door de biografie over Annie M.G. Schmidt van Annejet van der Zijl. De schrijfstijl is zo levendig, alsof Annie zelf tegen ons praat. Het verhaal dat ik heb geïllustreerd, beschrijft haar tijd op de redactie van

Het Parool. Ik maakte een tekening van Schmidt tussen de krantenknipsels, met op de achtergrond nog net leesbaar 'ool' van Het Parool. Destijds nog met de O's als twee ringen door elkaar. Waarom ze dat veranderd hebben, dóódzonde.'

Manon Uphoff (1962).

Adult Comics.

'Mijn broers lazen die strips altijd. Ze lagen onder hun kussens of ergens in een la. Er hing een geheimzinnige sfeer omheen. Een mix van geweld en erotiek. Vrouwen met enorme tieten, met wie de afschuwelijkste dingen gebeurden. Ik was gefascineerd door die getekende ogen zonder irissen. Vampirella droeg een latex pak, met alleen een dun streepje over tepels en schaamhaar. En dan ook nog lakleren laarzen. Mijn fascinatie zat hem in die herhaalde bevestiging van seks en geweld, het repetitieve en de angst voor vrouwelijke seksualiteit. Zit ik toch weer over seks te praten? Ik wou het zo graag eens hebben over echte literatuur.'

Rascha Peper (1949).

De gouden bril uit de bundel Het verhaal van Ferrara van Giorgio Bassani, uitgeverij J.M. Meulenhoff.

'Ik kreeg het boek cadeau, ongeveer... oh god, is dat alweer 25 jaar geleden? Het was meteen raak. Bassani beschrijft het leven in Ferrara, de stad waar hij zijn leven lang heeft gewoond, in de periode rond 1935. De joodse gemeenschap in de tijd dat Mussolini opkwam. Hij schreef niet vanuit zieligheid of verontwaardiging. Je zou zijn werk zelfs kunnen lezen zonder dat de oorlogsdreiging op de achtergrond speelt. Je voelt wel een vervreemdende sfeer. Een joodse jongeman wordt meer en meer bedreigd door het fascisme. In een trage, gedetailleerde stijl schetst Bassani een fantastisch beeld van die tijd.'

Abdelkader Benali (1975). Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt, uitgeverij Querido.

'Zes jaar was ik, toen ik het boek in handen kreeg. Het maakte een verpletterende indruk. Ik heb alles van Schmidt gelezen. Altijd geleend bij de bibliotheek, nooit gekocht. Moet je die illustraties zien, prachtig. Dit boek maakt de grotemensenwereld begrijpelijk, omdat de personages zo grotesk worden aangezet. Mevrouw Helderder, de agenten... Ik zie het als het een metafysische roman. Ik hou ervan als de realiteit en de fantasie samenvloeien. Dat hebben Alice in Wonderland en de verhalen van Salman Rushdie bijvoorbeeld ook. Het is een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven.'

Tommy Wieringa (1967).

Lapidarium van Ryszard Kapuscinski, uitgeverij

De Arbeiderspers.

'Tijdens het inlezen voor een reis naar Ethiopië stuitte ik op De keizer van Ryszard Kapuscinski, een verbijsterende reportage over het leven aan het hof van Haile Selassie. Van dezelfde auteur lees ik nu Lapidarium, waarin de auteur twintig jaar lang notities van zijn reizen heeft verzameld. Hij maakt geen onderscheid tussen wat hij op straat ziet en een gesprek met een hoogwaardigheidsbekleder. Afrika is zijn voornaamste werkveld, maar hij beschrijft ook de bijna religieuze, extatische koopzucht in de Keulse Hohestrasse en het massatoerisme op Capri.'

Ingmar Heytze (1970).

De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry, uitgeverij Ad. Donker.

'Eigenlijk had ik willen-kiezen voor het telefoonboek of het theorieboek voor motorrijders of een mythisch boek als het Woudlopershandboek van Kwik, Kwek en Kwak, dat antwoorden geeft op alle vragen. Maar het is De kleine prins geworden. Dat boek heeft voor mij een eeuwige waarde. Ik heb het altijd nieuw in huis, omdat ik vaak een exemplaar weggeef.

Het is te lezen als een lang gedicht. Ik las het voor het eerst toen ik zo klein was als de hoofdpersoon zelf.

Het gaat over alles, op een niet opdringerige manier overigens. Het legt niks uit.'

Karin Giphart (1968).

M'as-tu vue van Sophie Calle, uitgeverij Prestel.

'Mijn bovenbuurvrouw gaf me dit boek. Ik las het en was meteen verkocht. Alleen al dat papier dat ze hebben gebruikt! Toen ik vastzat in mijn eigen schrijfproces, hielp zij me weer op gang. Het leerde me open te kijken en risico's te nemen in het schrijven. Sophie Calle beschrijft haar leven tot in elk detail, zonder censuur. Foto's, dagboekfragmenten, ansichtkaarten... Alles laat ze zien. Ze verheft haar eigen bestaan tot kunst. Je blijft erin lezen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden