Wat las Anne Frank?

Na de dood van vader Otto Frank in 1980 kwam de papieren nalatenschap van zijn dochter Anne bij testamentaire beschikking in het bezit van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie....

Daarmee is al het scheppende werk van de prille schrijfster uitgegeven. Toch zijn er dit jaar nog twee intieme documenten gepubliceerd, die vanwege hun kwaliteit opmerkzaamheid verdienen. De Anne Frank Stichting is al jaren in het bezit van de zeventig haarscherpe foto's die Otto Frank in de jaren 1926-1941 met zijn Leica maakte van zijn vrouw Edith en vooral hun dochtertjes Margot en Anne. Pas nu is besloten tot een tentoonstelling, te zien in het FOAM (Fotografiemuseum Amsterdam), en een boekje van bescheiden afmetingen.

Onschuldige straat-en strandtaferelen zijn het, deskundig genomen, bestemd voor albums die het echtpaar Frank later aan de dochters had willen schenken. Toen het gezin moest onderduiken in het Achterhuis aan de Prinsengracht 263, gingen de albums mee, zoals we weten doordat Anne foto's eruit haalde om in haar dagboek te plakken. Niemand zal deze lieve plaatjes van de twee joodse meisjes onbevangen kunnen bekijken.

Niet minder ontroerend is de (door Gerrold van der Stroom) geannoteerde facsimile-editie van Annes Mooie-zinnenboek, dat ze bijhield in het Achterhuis: in een smal kasboek noteerde ze tussen de zomer van 1943 en mei 1944 in een sierlijk, smetteloos handschrift passages uit de wereldliteratuur die haar hadden getroffen. Aan dit document uit de erfenis is voorheen weinig aandacht besteed, terwijl het een zinvolle aanvulling op de dagboeken is; daarin noteerde Anne Frank weliswaar boektitels, maar hier treffen we de kernpassages aan die haar gedachten omtrent goedheid, geluk, liefde en oorlog mede hebben gevormd.

Niet alleen door te schrijven, maar ook door te lezen heeft ze 'zichzelf bewaard', zoals Jessica Durlacher in haar woord vooraf opmerkt. Los van de schrijnende context (wat, opnieuw, in dit geval eigenlijk onmogelijk is): zo'n Mooie-zinnenboek zou je wel van e goede schrijver willen kennen. Door welke lectuur werd hij of zij gepireerd in de tijd dat het meesterwerk van eigen hand gestalte kreeg?

De citaten die Anne Frank consciieus overpende, komen van Goethe, Shakespeare, Multatuli, Oscar Wilde, John Galsworthy, Thomas More, Jacob van Maerlant, de blinde Alice Bretz en de dove Frida de Clerq Zubli. Ze bewijzen dat de schrijfster die zichzelf en haar omgeving zo nauwkeurig kon analyseren, behalve dikwijls uitgelaten en 'Himmelhoch jauchzend' ook op gezette tijden zeer ernstig en 'Zum Tode betrwas. Piekerend over onrecht, zich vastklampend aan een passage uit Het eeuwig lied (1939) van De Clerq Zubli: 'In een waarachtig boek schrijft een schrijver zichzelf vrij.'

De laatste genoteerde spreuk is vermoedelijk van Anne Frank zelf: 'Wie niet kan luisteren,/kan ook niet vertellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden