Wat kunnen we verwachten van minister Ferdinand Grapperhaus?

'CDA'er, maar van een totaal ander slag dan de grijze figuren van het midden'

Een vechter met een angstaanjagende energie, zeggen vrienden over Ferdinand Grapperhaus. Een scherp criticus van de huidige politiek, die hij opportunisme verwijt. Wat kunnen we van deze sociaal bewogen patriciër verwachten nu hij minister van Justitie en Veiligheid is?

Foto anp

Gedurende een aantal jaren werd Louise Fresco, internationaal vermaard landbouw- en voedseldeskundige, vurig pleitbezorger van duurzaamheid, op vrijdagochtend om kwart over zeven bij de Kleine Komedie aan de Amstel opgehaald door een andere Amsterdamse notabele. Ferdinand Grapperhaus, vooraanstaand advocaat ter stede, hoogleraar arbeidsrecht in Maastricht, kwam voorrijden in een van zijn bolides. Zeker in de ogen van Fresco - geen auto - vertegenwoordigden die wagens de wereld van het luxe. Voorverwarmde stoelen! De bestemming was Den Haag, waar beiden om half negen verwacht werden aan de Bezuidenhoutseweg om in hun hoedanigheid van kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) de wekelijkse vergadering van het dagelijks bestuur bij te wonen.

De wereld verbeteren

Onderweg had men vijf kwartier om de wereld te behandelen. Beter: om de wereld te verbeteren. Wat ze gemeen hebben, is een zeker soort praktisch idealisme, een geloof in vooruitgang tegen alle klippen op. De nieuwe eeuw was nog geen decennium oud, de crisis spreidde de vleugels uit over heel het raderwerk en overal zagen ze stagnatie. Onvermijdelijk kwam tijdens de autoritten de vraag op: en hoe zou jij het doen? Fresco heeft altijd vriendelijk doch beslist een ministerschap afgewezen. 'Ik geloof meer in invloed dan in macht. Voor Ferd was al langere tijd duidelijk dat hij een optie op een ministerschap serieus zou nemen. We hebben er vaak over gesproken. Ik heb hem eerlijk gezegd aangemoedigd.'

Sinds 26 oktober is prof. dr. mr. Ferdinand Grapperhaus (1959) namens het CDA minister van Justitie en Veiligheid. Hij is de tweede Grapperhaus in een Nederlands kabinet. Grootvader was nog als boer uit Duitsland naar Nederland gekomen, vader was staatssecretaris voor Financiën in het kabinet-De Jong tussen 1967 en 1971. 'Een zeer opgewekte, katholieke man', herinnert Hans Wiegel zich. 'Hij sloeg zich in de Kamer overal doorheen.'

Wandelend declaratiefomulier

Er zijn andere redenen waarom de benoeming van Grapperhaus tot minister opmerkelijk is. Hij was bestuursvoorzitter van Allen & Overy, een groot, internationaal georiënteerd advocatenkantoor in Amsterdam-Zuid. Met zijn ministerssalaris van 180 duizend euro levert hij vermoedelijk zo'n 80 procent van zijn inkomen in.

Zijn vriend Mai Spijkers, directeur van uitgeverij Prometheus: 'Ferdinand is nooit een wandelend declaratiefomulier geweest. Hij wil iets met de publieke zaak. Nu zegt hij: dat het mij in mijn portemonnee scheelt, nou, boeien.'

Grapperhaus behoort tot het klassieke patriciaat; hij woont nabij het Vondelpark, zat in het bestuur van het Concertgebouw, haalde de Chinese kunstenaar Ai Weiwei voor een expositie naar Nederland, geeft huisdiners voor een vriendenkring die schier onbegrensd is. Het zijn, zou je kunnen zeggen, uitdrukkingen van een elitaire levenswijze. Tegelijk is Grapperhaus een sociaal beest. 'Er is geen gemeenschapszin meer', schrijft hij in een van zijn blogs. 'We verplaatsen ons van reservaat naar reservaat.'

Grapperhaus met Eric Wiebes van Economische Zaken. Foto anp

Stedelijke elite

Hij belichaamt de stedelijke elite en voelt zich tegelijk verantwoordelijk voor de gemeenschap op een wijze die je in het geïndividualiseerde en gefragmentariseerde klimaat nog maar weinig tegenkomt. Louise Fresco: 'Ik zie de tegenstelling niet. Het besef dat je bevoorrecht bent, schept juist een extra verantwoordelijkheid om serieus om te gaan met je talenten.'

Grapperhaus is een cultuurcriticus die de politiek waarvan hij nu zelf deel uitmaakt, opportunisme en gebrek aan betrokkenheid verwijt. Hij spreekt zich zonder omwegen uit, zonder berekening, zonder dat listige wikken en wegen dat de politiek zo'n slechte naam kan bezorgen.

In december 2016 publiceerde hij in Het Financieele Dagblad een open brief, gericht aan minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Deze had kort daarvoor de opkomst van het populisme toegeschreven aan de bankencrisis.

Grapperhaus schrijft: 'Excellentie, ik ben het niet met U eens. Het populisme is opgekomen, omdat er al twee decennia een maatschappelijke onthechting gaande is. De onderste laag van de samenleving, vijftien procent van onze bevolking, is als enige, sinds 2005, stil blijven staan in een tijd van welvaartstoename en megagrote technologische vooruitgang.'

Er is een tweede groep bij gekomen, vervolgde Grapperhaus zijn brief aan Dijsselbloem, een groep mensen die het Sociaal en Cultureel Planbureau de Onzeker Werkenden noemt. 'Het zijn mensen wier baan op de tocht staat of die net werkeloos of arbeidsongeschikt zijn geworden, en geen vooruitzichten hebben in de door uw kabinet zo vrolijk geformuleerde participatiemaatschappij. Een aanzienlijk deel van deze twee groepen behoort tot de Nederlanders die op de rand van of in armoede leven, met kinderen die geen sportclubje of Playstation hebben.'

Mai Spijkers over Grapperhaus: 'Hij is CDA'er. Maar van een totaal ander slag dan de grijze figuren van het midden. Ferdinand is een katholieke jongen. Hij neemt dat katholieke heel serieus. Hij is wezenlijk barmhartig. Hij leeft naar de regel dat in het huis van mijn vader vele kamers zijn.'

Nog maar net in functie als minister gooit Grapperhaus een bal na de uitreiking van de Hein Roethofprijs aan het jongerenproject Heilige Boontjes. Foto anp

Vluchtelingenopvang

In september 2015 schrijft Grapperhaus over de vluchtelingenstroom: 'Elke politicus die haat preekt tegen vluchtelingenopvang moet zich afvragen of hij in dit land thuishoort. Elke landgenoot, vriend, collega, buurman die zijn gelaat afwendt, verraadt onze ruimhartigheid en ontkent de ruimte die wij hebben. Wij hebben het goed. Zij worden rücksichtslos opgejaagd, vervolgd. (...) Opvang in de regio is geen optie meer. (...) Wat dan wel? Daar gaat-ie dan. Ik zeg het met veel nervositeit, want ik weet ook niet hoe het zal gaan. Maar bij ons thuis is plaats.'

CDA-partijleider Sybrand Buma hield begin september de jaarlijkse HJ Schoo-lezing. Hij maakte er een sleutelrede van voor de positionering van het CDA in de komende tijd. Daaruit: 'De migratie vanuit Afrika verstoort het evenwicht op dit continent.'

Grapperhaus in een van zijn columns voor Het Financieele Dagblad: 'De huizenprijzen gaan niet door immigranten omlaag, de criminaliteit neemt er niet door toe, en het laaggeschoolde werk dat immigranten doen is het vuile werk dat niet door onze eigen laaggeschoolden gedaan zou worden.'

De Nederlandse cultuur

Buma in zijn Schoo-lezing: 'De Nederlandse cultuur is gebouwd op eenheid in verscheidenheid en niet op het cultuurrelativisme van het multiculturele vooruitgangsdenken.'

Grapperhaus in weer een andere column: 'Persoonlijk vind ik het fantastisch dat wij in Nederland kinderen hebben van wie de ouders nog op de steppe of in de jungle zijn opgegroeid en die hier volledig zijn ingeburgerd. (...) Die kinderen zijn niet alleen waardevol voor onze samenleving, ze vormen bovendien een fantastische reclame voor onze openheid, onze economie en ons onderwijs.'

Spijkers en Grapperhaus kennen elkaar van een akkefietje dat Spijkers had toen hij in een arbeidsconflict verzeild raakte en even een goeie advocaat nodig had. Daar begon de vriendschap. Beiden zijn liefhebber van het betere kostuum. Men toog naar Napels om zich iets knaps te laten aanmeten. Spijkers werd uitgenodigd om naar Bandol aan de Middellandse Zeekust te komen, waar Grapperhaus een zomerhuis heeft. Op zijn beurt reserveerde Spijkers voor de heer en mevrouw Grapperhaus een tafeltje bij Le Petit Prince in Marseille. Drie Michelinsterren, uitzicht op zee. Mai Spijkers leerde er Florentine kennen, de vrouw met wie Ferdinand Grapperhaus vier kinderen heeft. Bij terugkeer in Nederland voelde Florentine zich niet goed. Zeven weken later, in oktober vorig jaar, was ze dood. De maagkanker was te laat opgemerkt. Spijkers: 'In die periode hebben Ferdinand en ik elkaar heel vaak gezien. We hebben veel gefietst, veel gepraat.'

Met zijn goede vriend Mai Spijkers, directeur van uitgeverij Prometheus.

Tegenwindfietsen

In december 2015 werd op de Oosterscheldekering het Nederlands kampioenschap Tegenwindfietsen verreden. Negen kilometer tegen de wind in, op een fiets zonder versnelling. Grapperhaus was erbij - 'bibberend in mijn acrylmaillot', schrijft hij in zijn blog. Hij moest denken aan de woorden van zijn schoonvader als hij driftig was: 'Even tegen de wind in fietsen, jongen. Dan gaat het vanzelf over.' In januari, nog geen drie maanden na de dood van zijn vrouw, schreef hij in het FD: 'Eigenlijk moet je uitblinken in het geestelijke en het lichamelijke afzien.' Een maand daarvoor noteerde hij: 'Als ik somber ben, ligt dat ook aan mezelf. 'Get up and deal with it', zeg ik tegenwoordig elke ochtend.'

Ze waren laatst in de Ardennen aan het fietsen. Spijkers als het berggeitje en Grapperhaus met dat grote, zware, maar beresterke lichaam erachteraan. 'Hij komt er wel, hè. Dat doorzettingsvermogen van hem is ongelofelijk.'

Het wordt bevestigd door Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de SER toen Grapperhaus er kroonlid was. Hij omschrijft hem als een man 'met extreem veel energie'. Rinnooy Kan, die zelf ook van wanten weet: 'Angstaanjagend is het, werkelijk verbijsterend.' Zelf heeft Grapperhaus over zijn tomeloosheid het een en ander gezegd in het SER-bulletin, bij zijn komst in 2006: 'Een collega-hoogleraar heeft mij ooit in een gezelschap geïntroduceerd als de eerste adhd-volwassene in Nederland.'

Enorme vechtersbaas

'Je ziet hem heel snel denken met dat grote hoofd, hier en daar wordt een toetsende vraag gesteld en dan is het: zo gaan we het doen.' Madeleine de Cock Buning, voorzitter van het Commissariaat voor de Media en lid van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum in Amsterdam, haalde Grapperhaus dit najaar als voorzitter naar het museum. Ze moet eerlijk bekennen dat ze aanvankelijk enige aarzeling voelde. Ze had hem eerder meegemaakt als advocaat in een rechtszaak en was daar een enorme vechtersbaas tegengekomen. In de gesprekken die ze met hem voerde, raakte ze onder de indruk van zijn bestuurlijke kracht: 'Het is de combinatie van het afwegen van belangen met daadkracht. Hij is daar ongelofelijk goed in.'

Grapperhaus is zegge en schrijve drie weken voorzitter geweest van de raad van toezicht. Als minister moet je al je bijbanen opgeven. Het waren cruciale weken voor het Stedelijk. De crisis rond directeur Beatrix Ruf barstte open. De raad van toezicht besloot tot twee externe onderzoeken en Ruf stapte op, naar men veilig mag aannemen daarbij een flink handje geholpen door de voorzitter van de raad van toezicht.

Wat is zijn stijl van overleg voeren?, wilde het bulletin van de SER in 2006 weten. Grapperhaus: 'Redelijkheid mag, onderhandelingstactiek mag, machiavellisme mag én emotie mag. Ik houd niet van liegen of van mensen een dictaat opleggen. Maar ik heb wel eens opgefokt mijn tas gepakt en ben naar buiten gestampt. Je mag best laten blijken dat ze allemaal kunnen oprotten.'

Rinnooy Kan stond niet te kijken van de benoeming van Grapperhaus tot minister. 'Binnen de SER was hij buitengewoon creatief, een echte en actieve verzoener van standpunten.' Rinnooy zegt dit over de man die in augustus vorig jaar over de verkiezingsprogramma's schreef: 'Geen oprechtheid of moraal, laat staan een maatschappijbeeld. Slap, opportunistisch. Meer woorden maak ik er niet aan vuil.'

Hoe moet zo iemand als minister overleven? Rinnooy Kan: 'Dat gaat anders worden, dat kan niet anders. Het leven van een bewindspersoon vergt zelfbeperkingen.'

Gereformeerde mannenbroeders

Grapperhaus roept in zijn denken over politiek en maatschappij herinneringen op aan de oude ARP, aan de gereformeerde mannenbroeders die in de jaren zeventig het CDA-in-wording probeerden weg te houden van een pragmatische koers. Opstellen van Grapperhaus doen denken aan de Bergrede uit 1975 van ARP-voorman Aantjes. Met trillende lip verwees die op de bühne van het Haagse Congresgebouw naar Mattheus 25: 'De hongerigen worden niet gevoed. Zij sterven als ratten. (...) De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. (...) En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen.'

In zijn onlangs verschenen boek Rafels aan de rechtsstaat wendt Grapperhaus zich tot een andere evangelieschrijver. Uit Marcus 10: 'Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan. (...) Velen eersten zullen de laatsten zijn en velen laatsten de eersten.'

Grapperhaus haalt Thorbecke aan die waarschuwde 'dat wanneer de kloof tussen arm en rijk te groot werd wetgeving nog slechts de betekenis van ironie zou hebben'. Hij concludeert: 'Een rechtsstaat die zo is ingericht dat daarin ongelijkheid en zelfs toename van ongelijkheid wordt toegestaan, is op zijn minst gerafeld.'

In zijn studententijd, in de jaren zeventig, was Grapperhaus lid van Institutio Amicitiae Nostrae, IAN, bekend van het studentenlied Als de foetus weer eens teut is. Intussen was IAN diep gereformeerd.

Studievriend Jorad Jongeneel: 'Ferdinand kwam uit een katholiek gezin, maar hij paste goed in het gereformeerde milieu van onze studentenvereniging. Hij is niet echt veranderd. Zijn ideeën van nu zijn niet anders dan zijn ideeën van toen. Hij wil dat de politiek een socialer gezicht krijgt.'

De vraag is hoe hij politiek gaat overleven. Hij heeft er zelf van gezegd dat hij nu in een andere rol verkeert. Maar waarom zou iemand door een andere rol van zijn geloof moeten vallen, zeker als dit met vuur wordt beleden. Van de andere kant: hij is zijn leven lang al advocaat. Lenigheid van geest is een kenmerk van de beroepsgroep.

Louise Fresco: 'We zijn als land heel erg in onszelf gekeerd geraakt. Het geldt a fortiori voor Den Haag. Ferd wil de politiek veranderen. Het is een diep doorleefde wens van hem. Maar hij is niet naïef. Hij is door de wol geverfd.

'He will pick his battles. Ferd is bereid, denk ik, een paar gevechten aan te gaan die van wezenlijk belang voor hem zijn. Ik hoop dat hij de dingen dan zo formuleert dat ze ook in Haagse termen acceptabel zijn.'

Studievriend Jorad Jongeneel: 'Als hij zijn overtuigingen zou moeten verloochenen, wordt het moeilijk. Ik geloof niet dat hij met het pluche is getrouwd. Hij zal zijn principes overeind willen houden. Hij geeft zichzelf een goede kans dat het lukt. Ik denk dat hij weet dat ze hem nodig hebben. Want zo kan het niet blijven.'


Euthanasie: 'wie lijdt heeft recht op de dood'

Ferdinand Grapperhaus in een column in het FD: 'Van de huisarts moest ik op de website van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie op zoek naar een euthanasieverklaring voor mijn vrouw. Maar het eerste wat ik op de site tegenkwam was een overzicht: de voordelen van euthanasie. Ik stopte met lezen. Voordelen. Zo ver was ik nog niet.

'Maar mijn vrouw had wel al besloten, dus moest ik doorlezen, en ervoor zorgen dat de verklaring werd uitgeprint en zij die kon lezen en tekenen.

'Het is het dilemma van iedere achterblijver. Je wilt geen stap zetten richting het afscheid voor altijd, maar je moet de ander daar juist bij helpen als je van haar houdt. En de ander die ondraaglijk lijdt heeft recht op de dood, hoe hard dat ook klinkt.

Het is een zegen dat het kabinet nu komt met een voorstel om ook ouderen die niet verder willen omdat hun leven voleindigd is, het recht te geven op de zelfgekozen dood. Het gaat om ouderen die een weloverwogen wens hebben te sterven, omdat ze hun leven als voorbij ervaren.

'Nederland blijft daarmee vooroplopen als het gaat om euthanasie. Ik vind dat goed.

'Het is nu leeg thuis. De innigheid ontbreekt aan alles. De kat is gedesoriënteerd, en ik ben zelf ook niet echt op koers. Maar ik heb vrede met haar keuze.'


Van topsalaris naar mager ministersalaris

Grapperhaus en Hoekstra gaan dankzij hun nieuwe baan van een topsalaris naar een mager ministersalaris
Met de benoeming van Wopke Hoekstra en Ferdinand Grapperhaus zitten er (oud-)topadviseurs van consultancyfirma McKinsey en Zuidas-kantoor Allen & Overy aan tafel in de Trêveszaal. Zorgelijk, of juist een zegen?