ANALYSEEUROPESE KLOOF

Wat klopt er van de vooroordelen over Noord- en Zuid-Europa?

null Beeld Joren Joshua
Beeld Joren Joshua

Er loopt een diepe kloof door Europa, als we de clichés mogen geloven. Het zuiden is arm, want lui en spilziek, en houdt steeds weer de hand op. Het noorden is rijk, want zuinig en hardwerkend, en betaalt telkens de rekening. Maar wat is daarvan waar?

Dat kon er ook nog wel bij. Na de schampere opmerkingen van premier Mark Rutte en minister Wopke Hoekstra over Zuid-Europa besloot opinietijdschrift Elsevier de toch al gevoelige noord-zuidtegenstelling verder op scherp te zetten. ‘Geen stuiver extra naar Zuid-Europa!’ stond er eind mei groot op de cover.

Het noorden werd afgebeeld door een hardwerkende blonde man die geconcentreerd aan een tandwiel sleutelt en een vrouw die zich, zakentas in de hand, al bellend naar een afspraak spoedt. Terwijl in het zuiden enkel een bevallige vrouw aan de rand van een zwembad zit, met naast haar een Don Juan-achtige man die loom een glas rode wijn drinkt – stelletje uitvreters!

Zelden zullen zo veel Zuid-Europeanen een cover van Elsevier onder ogen hebben gekregen. De Italiaanse politicus Giorgia Meloni noemde de cover ‘walgelijk’ en eiste excuses van Nederland. En in Spanje en Portugal werd een afbeelding waarin de rollen juist waren omgedraaid (een dikbuikige noorderling die zich rood liet verbranden op het strand, terwijl een donkerharige, besnorde man al het werk deed) dagenlang rondgepompt op sociale media.

Sinds Nederland door het leven gaat als aanvoerder van de ‘vrekkige vier’, is de reputatie van de Nederlanders er niet beter op geworden in Zuid-Europa. Dat komt deels door de stijl van de betrokken politici, die opereren met de aan botheid grenzende directheid die al eeuwen het handelsmerk is van Nederlanders in het buitenland.

Maar de ergernis ontstaat vooral doordat Nederland zich moreel verheven lijkt te voelen boven de zuidelijke landen. Ga maar na: toen Spanje en Italië dag en nacht in touw waren om hun coronadoden te begraven en om extra geld vroegen in Brussel, eiste minister Hoekstra eerst een onderzoek naar de vraag hoe het kon dat Nederland wel buffers had aangelegd en andere landen niet. Volgens de Portugese premier António Costa waren dit ‘walgelijke’ en ‘kleinzielige’ opmerkingen en de Franse minister Bruno Le Maire sprak van ‘een schande voor de ministers, voor de Eurogroep, voor Europa’.

Later was de beurt aan Rutte (hij bepleitte ‘vergaande hervormingen’ in ruil voor Europees geld, ‘zodat het zuiden de volgende keer voor zichzelf kan zorgen’), eerder aan toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (‘Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven om vervolgens u om bijstand te vragen’) en altijd is de onderliggende boodschap hetzelfde: er loopt een diepe kloof door Europa met aan de ene kant het arme, want luie en spilzieke zuiden dat om de haverklap extra geld verlangt, en aan de andere kant het rijke, want zuinige en hardwerkende noorden, dat elke keer weer de rekening betaalt.

De grote vraag is alleen: klopt dat beeld wel? Zes clichés onderzocht op hun waarheidsgehalte.

1. De economie van het zuiden is altijd aan het kwakkelen

Ach, het zuiden, met zijn ezeltjes, zijn schaapsherders, zijn vissersbootjes. Zo fotogeniek, maar ook zo achtergebleven qua economie – althans, in de ogen van sommige vakantiegangers.

Want is het werkelijk zo dat de economie van het zuiden die van het noorden niet kan bijbenen? In zekere zin wel. De omvang van de economie (het bruto binnenlands product, oftewel bbp) per hoofd van de bevolking is in de ‘vrekkige vier’ – Denemarken, Zweden, Nederland en Oostenrijk – inderdaad groter dan in Italië, Spanje, Portugal of Griekenland.

Toch ziet het economische plaatje er een stuk minder rustiek uit als je niet naar het platteland, maar naar bruisende Spaanse regio’s als Madrid, Baskenland, Navarra of Catalonië kijkt. Dan blijkt dat de economie per hoofd van de bevolking daar groter is dan die in Friesland, Drenthe of Flevoland. Hetzelfde geldt voor grote delen van Noord-Italië: de provincie Alto Adige is met een gemiddeld jaarinkomen van 42.300 euro zelfs rijker dan acht van de twaalf Nederlandse provincies.

Om het bij Spanje te houden: de economie in het zuiden van het land drijft weliswaar op toerisme, maar in noordelijke regio’s als Baskenland of Catalonië is er daarnaast veel industrie en technologie. Spanje is na Duitsland bijvoorbeeld de grootste autoproducent van Europa. In Baskenland rollen Mercedessen van de lopende band, in Catalonië zijn dat Seats en Nissans – al heeft het laatste bedrijf kort geleden bekendgemaakt Spanje te verlaten. Treinenbouwer CAF bouwde in Baskenland de Nederlandse Sprinters. Nog iets westelijker, in Galicië, bevindt zich de thuishaven van Inditex, het kledingbedrijf dat de wereld veroverde met merken als Zara, Bershka en Pull & Bear.

Kortom, grote delen van Spanje en Italië bieden een veel hoopvoller aanblik dan landen in Midden- en Oost-Europa, die in hun geheel ver achterblijven bij het Europese gemiddelde.

Als je kijkt naar de economische groei, doen vooral Spanje en Portugal het in Europees opzicht helemaal niet slecht. Hoewel de economieën van deze landen tijdens de crisis enkele maten krompen, is de laatste jaren de groei terug. Spanje springt eruit met een gemiddelde groei van 2,8 procent in de afgelopen vijf jaar. Daarmee steekt het land de ‘vrekkige vier’ alle de loef af.

Ook opbeurend: Spanje heeft, na eerdere tekorten, nu een handelsoverschot; dat wil zeggen dat het land meer exporteert dan importeert. Voor Italië geldt dat ook, behalve als je alleen de handel binnen de eurozone meerekent. Nee, die overschotten zijn niet zo hoog als dat van Nederland – maar bedenk dan dat Nederland elk jaar weer kritiek oogst vanwege zijn exorbitante handelsoverschot.

2. In het zuiden werken ze minder hard dan in het noorden

Het was de voornaamste reden dat er in het zuiden zo boos werd gereageerd op de gewraakte Elsevier-cover: terwijl de blonde mannen en vrouwen zich onder een grijs wolkendek het leplazarus werkten, waren de Italianen, Spanjaarden, Grieken, Fransen en Portugezen in een aangenaam lentezonnetje aan het pierewaaien.

Nu klopt het dat Nederlanders gemiddeld meer jaren werken dan bijvoorbeeld Italianen (41 tegenover 32 jaar). Ook klopt het dat de arbeidsparticipatie in Nederland hoger ligt en dat Nederlanders ook nog eens een hogere arbeidsproductiviteit hebben. Je zou dus kunnen zeggen dat Nederlanders meer, beter en langer werken dan Italianen (die ook nog eens twee uur per dag de tijd nemen om te lunchen!). Duidelijke cijfers. Einde discussie, punt.

Maar misschien is een komma toch beter, want er zijn wel degelijk mitsen en maren bij deze cijfers te plaatsen. Om bij het belangrijkste te beginnen: Italiaanse lunchpauzes duren inderdaad langer dan in Nederland, maar dat compenseren ze vaak weer aan het einde van de dag – een Italiaanse werkdag eindigt nooit ofte nimmer om half zes. Iets soortgelijks geldt voor de hele werkweek: Italianen (maar ook Grieken en Spanjaarden) brengen gemiddeld meer tijd door op hun kantoor dan Nederlanders, waar de werkweken met 28 uur relatief kort zijn. Dat komt hoofdzakelijk doordat veel Nederlanders (vooral vrouwen) in deeltijd werken, aldus een veelgehoord tegenargument, maar Zuid-Europeanen beschikken ook over een hele reeks soortgelijke verzachtende omstandigheden. Kijk bijvoorbeeld naar de 816 duizend Italianen die de afgelopen tien jaar emigreerden, simpelweg omdat ze in eigen land geen werk konden vinden: niet bepaald cijfers die passen bij een luie volksaard.

En wat te denken van de naar schatting 15 procent van de Italiaanse beroepsbevolking die noodgedwongen zwartwerkt, meestal omdat hun werkgevers simpelweg weigeren de benodigde premies voor ze te betalen? Dat betekent dat er dus 3,3 miljoen Italianen bestaan die op papier weliswaar luie uitvreters zijn, maar die in de praktijk net zo veel uren maken als een advocaat op de Zuidas, ook ver nadat ze de pensioengerechtigde leeftijd zijn gepasseerd.

3. Zuid-Europeanen kunnen niet met geld omgaan

De uitspraak is inmiddels gevleugeld in Zuid-Europa: ‘Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven om vervolgens u om bijstand te vragen’, van toenmalig Nederlands minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. Hij gaf later weliswaar toe dat zijn opmerking ietwat verkeerd was geformuleerd, maar zijn boodschap bleef wel overeind. Want waarom moet het zuinige Nederland geld geven aan de zuidelijke staten die structureel op te grote voet leven?

Zonder in te gaan op de specifieke voorbeelden van Dijsselbloem (over de kosten van vrouwen zijn weinig cijfers voorhanden en uit een onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat Nederlanders gemiddeld 7,5 liter pure alcohol per jaar drinken, tegenover ‘slechts’ 7,1 liter in Italië en 6,4 liter in Griekenland) heeft Dijsselbloem wel gelijk als je naar de staatsschuld kijkt. Die ligt in een land als Italië immers vele malen hoger dan in Nederland. En dat is geen momentopname, want toen de euro in 1999 werd ingevoerd, was de Italiaanse staatsschuld al 113 procent van het bbp. Italië beloofde die schuld toen terug te brengen naar 60 procent, maar in werkelijkheid steeg hij de afgelopen jaren juist verder naar 135 procent in 2018. Dat terwijl Nederland zijn schuld in dezelfde periode afbouwde van 58,6 procent van het bbp naar 52,4 procent.

null Beeld Joren Joshua
Beeld Joren Joshua

De conclusie lijkt dus simpel: Nederlanders gaan verstandiger met hun geld om dan in dit geval Italianen. Helaas is de werkelijkheid minder eenvoudig. Zo betekent een toenemende staatsschuld niet per definitie dat je te veel geld uitgeeft. Het kan ook betekenen dat je economie onvoldoende groeit (misschien zelfs doordat je te weinig geld uitgeeft). De staatsschuld wordt immers gemeten als percentage van het bbp. Dus als jouw bbp op magische wijze verdubbelt, halveert daarmee ook het percentage van je staatsschuld. En omdat het Italiaanse bbp gemiddeld 0,8 procent minder hard groeit dan in de rest van Europa, is het voor Italië automatisch lastiger het percentage van de staatsschuld af te bouwen.

Bovendien is de minister van Financiën niet de enige persoon die geld uitgeeft in een land. Wie bijvoorbeeld kijkt naar de particuliere schulden (hypotheken, bankleningen, studieschulden) moet juist concluderen dat de Nederlanders spilziek zijn en de Italianen zuinig. In Italië is de verhouding tussen particuliere schuld en bbp 107 procent. In Nederland ligt dat percentage op een gigantische 241,6 procent. Conclusie: iedereen geeft geld uit aan drank en vrouwen, alleen houden Italianen daarvoor hun hand op bij de staat, terwijl de Nederlanders drinken op kosten van de bank.

4. Het noorden betaalt, het zuiden ontvangt

Geen cent meer naar Griekenland? ‘Zo is het’, beloofde VVD-leider Mark Rutte in 2012. Het was een van de grote kwesties tijdens de verkiezingscampagne dat jaar. Door alle noodleningen kreeg een deel van de Nederlanders het idee dat hun belastingcenten in een razend tempo aan het verdampen waren onder de Zuid-Europese zon.

Klopt dat idee? De grootste nettobetalers aan de begroting van de Europese Unie bevinden zich inderdaad in het noorden van Europa. Als je rekening houdt met de omvang van het bbp, spekken Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Nederland – in die volgorde – de Europese kas het meest.

In absolute termen was Duitsland in 2018 de gulste gever aan de Europese meerjarenbegroting, gevolgd door Groot-Brittannië en Frankrijk. Maar dan volgt – en dat is misschien verrassend – Italië. Ook dat land is steevast nettobetaler.

Spanje, Portugal en Griekenland staan te boek als netto-ontvangers. Hun inkomsten vallen echter in het niet vergeleken met de grootste profiteur van de meerjarenbegroting, Polen. Het land legde met dat geld de afgelopen jaren bijvoorbeeld spoorwegen, metrolijnen en breedbandinternet aan.

Tegelijkertijd is het volgens Rafael Doménech, hoofd economische analyse bij het Spaanse BBVA Research, de vraag of het land waar al die infrastructuur uit de grond wordt gestampt, ook het meest profiteert. ‘Als er bijvoorbeeld een hogesnelheidslijn komt, heeft niet alleen een land als Spanje daar profijt van’, zegt hij. ‘Misschien komt het rollend materieel van een Duits bedrijf als Siemens, en het is zeker dat andere Europeanen met die treinen reizen. Dat is de essentie van de Europese samenwerking: uiteindelijk gaan we er allemaal op vooruit.’

Naast de reguliere EU-begroting bestaat er voor eurolanden het ‘noodfonds’, oftewel het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) – dat was het geld dat als lening naar de Grieken ging. Italië (20,2 procent) en Spanje (17,8 procent) hebben veel meer ingelegd dan Nederland (5,7 procent). Van de andere kant heeft Spanje al eens een beroep gedaan op het noodfonds. Voor Italië geldt dat niet. Dit kan veranderen tijdens de komende crisis; het is een van de onderwerpen waarover de Italiaanse politiek heftige discussies voert. Van het nieuwe coronaherstelfonds zouden Italië en Spanje in het voorstel van de Europese Commissie het meest profiteren.

Maar los van de overboekingen naar de EU en terug is er ook nog de interne markt. En daarvan heeft Nederland veel meer voordeel dan de zuidelijke landen. Wie dat zegt? De directeur-generaal voor de EU-begroting van de Europese Commissie, die toevallig uit Nederland komt en Gert-Jan Koopman heet. Bij een technische briefing afgelopen najaar becijferde hij dat de interne markt een Nederlander gemiddeld 4.891 euro per jaar oplevert, een Spanjaard 1.382 en een Italiaan 1.350. Een aanzienlijk verschil.

‘De voordelen voor landen als Nederland en Oostenrijk zijn disproportioneel groot’, zei Koopman volgens het verslag van de bijeenkomst. ‘Dat is niet verbazingwekkend, (…) want dit zijn heel open economieën, ze drijven veel handel.’

Iets dergelijks geldt voor de invoering van de euro. Terwijl Nederland en Oostenrijk hun bbp per hoofd flink hebben zien groeien als gevolg van de euro, leed Italië juist verlies, schreven de Tilburgse econoom Lex Meijdam en zijn collega’s in 2017 in het economische vakblad ESB.

Tijdens de recessie tussen 2008 en 2014 waren zelfs alle zuidelijke landen beter af geweest zonder de euro. Waarom? Zonder de euro was de koers van de lire of peseta gedaald, waardoor de export had kunnen aantrekken en de economische crisis minder diep was geweest.

Vandaar dat in het zuiden ook het omgekeerde te horen was tijdens de crisis: geen cent meer naar de Duitsers of de Nederlanders.

5. Het zuiden vierde feest tijdens de crisis

‘Nederland heeft in de vette jaren gespaard, de EU kan nu niet van ons verlangen dat we gaan betalen voor landen die feest hebben gevierd’, zei SGP-leider Kees van der Staaij eind maart in een uitzending van Goedemorgen Nederland.

Is dat zo? Als feestvieren gelijkstaat aan meer geld uitgeven dan er binnenkomt, dan heeft Van der Staaij een punt. Denemarken, Nederland, Zweden en Oostenrijk hadden de afgelopen jaren een begrotingsoverschot. Portugal en Griekenland ook. Maar Spanje en Italië niet. Die twee landen bleven weliswaar ruimschoots binnen de Europese 3-procentsnorm, maar hadden ook volgens de Europese Commissie zuiniger aan moeten doen.

Daar staat tegenover dat tijdens de magere crisisjaren wél hard is bezuinigd in de meeste Zuid-Europese landen. In Spanje, Portugal en Griekenland lieten de totale overheidsuitgaven rond 2012 een duidelijke knik naar beneden zien. Dat geldt voor Nederland en Oostenrijk niet, en voor Denemarken en Zweden maar in heel lichte mate. In zekere zin hebben de zuidelijke landen, met uitzondering van Italië, zich dus méér ingespannen om te bezuinigen dan het noorden.

Dat gebeurde in Portugal en Griekenland onder zware druk van de trojka – het driemanschap van Europese Commissie, Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds. Over feestvieren gesproken: in Portugal ging zelfs de kerstverlichting destijds in de ban.

In Spanje ging de rechtse regering-Rajoy zelf aan de slag met het kortwieken van de begroting. Geen overheidsdienst bleef gespaard: het onderwijs en de zorg werden gekort, de werkloosheidsuitkeringen werden verlaagd, de pensioenen bevroren, in de salarissen van de ambtenaren gesneden. Ook waren er belastingverhogingen, bijvoorbeeld van de inkomstenbelasting en de btw (van 18 naar 21 procent).

Dit alles leidde tot grootschalige straatprotesten van de indignados, die zich later omvormden tot de politieke partij Podemos. Misschien leek de sfeer tijdens die demonstraties feestelijk. Maar de werkelijkheid erachter was dat zeker niet.

6. In het zuiden betaalt niemand belasting

Het is misschien wel het hardnekkigste cliché van noord over zuid: beneden de spaghettilijn wonen hoofdzakelijk corrupte maffiosi die nog nooit een bonnetje hebben gezien, laat staan dat ze ooit een blauwe envelop hebben geopend.

Nu klopt het dat de belastingmoraal in Zuid-Europa doorgaans lager ligt dan in het noorden. Niet voor niets stelde de burgemeester van de Siciliaanse hoofdstad Palermo, waar een op de drie inwoners een betalingsachterstand heeft bij de belasting, onlangs voor om het openbaar vervoer gratis te maken voor eenieder die zijn gemeentebelasting op tijd betaalt – alles om de burgers ervan te overtuigen geld over te maken naar de staat.

Veel burgers praten dat goed door te wijzen op wat er met dat belastinggeld gebeurt. Kijk naar Italië, het land waar Kamerleden met bijna twee ton salaris (vijf keer zoveel als de gemiddelde Italiaan) het best worden betaald van al hun Europese collega’s, maar waar tevens snelwegbruggen instorten en hele steden vol onopgehaald vuilnis liggen. En dan zijn ze ook nog eens niet te vertrouwen: tussen 1991 en 2018 werden in totaal 266 Italiaanse gemeenteraden ontbonden vanwege aantoonbare maffia-inmenging.

Maar, zo was het veelgehoorde tegenargument de afgelopen weken in Zuid-Europa, dat het er bij ons belabberd aan toe gaat, betekent niet dat jullie het in het noorden perfect doen. Want wat te denken van al die gekke regels in Olanda paradiso fiscale, zoals Nederland sinds kort bekendstaat in Italië, waardoor Italiaanse bedrijven als ENI, Enel, Exor, Pirelli, Tiscali, Fiat, Piaggio, Aprilia, Barilla, Luxottica, Segafredo, Illy, Ferrero en Campari allemaal verhuisden naar Amsterdam (het Prins Bernhardplein 200 is buitengewoon populair bij Italiaanse bedrijven) en daar hun belasting betalen? Zoals de econoom Thomas Piketty eind mei schreef in de Volkskrant: ‘Nederland onttrekt jaarlijks meer dan 10 miljard euro aan belastinginkomsten van andere landen als Spanje, Italië en Duitsland.’

En tuurlijk, die Italiaanse bedrijven vertrokken zelf naar Amsterdam dus ook hen treft blaam. En ja: die paar miljard vallen in het niet bij de bijna 200 miljard euro die in Italië aan belasting wordt ontdoken/ontweken. De vraag die veel Italianen zich desalniettemin stellen is: waarom wijst dat opgestoken Nederlandse vingertje altijd naar anderen, en vrijwel nooit naar zichzelf? Het is een beetje zoals dat citaat van de beroemde Italiaanse dichter Pier Paolo Pasolini: ‘Een moralist zegt nee tegen anderen, een moreel man zegt nee tegen zichzelf.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden