Wat is lijden nog waard, als je elke dag een prijs wint?

Column Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 26 oktober

Zo vaak heeft mijn vader verteld over het bombardement op zijn geboortestad Rotterdam in 1940, toen hij 10 jaar was. En over keienwippers. Of over de hongerwinter, toen armoedzaaiers van de grond aten als de bedeling soep op straat knoeide. En over zijn wandeltocht in 1944 naar De Weere, op het platteland in Noord-Holland, toen het eten echt op was en stadsjongetjes overleefden bij boeren.


Rotterdam fascineerde. Feyenoord is Rotterdam. Hoe konden mijn ouders me een shirt van Ajax geven op mijn achtste verjaardag? Misschien omdat Ajax net zijn tweede Europa Cup 1 had gewonnen en die van Feyenoord alweer twee jaar oud was.
De Kuip zien vanuit onze Opel Kadett was een sensatie. Maar vader nam me niet mee, want hij had niets met voetbal.


Het eerste bezoek aan De Kuip was tijdens een AD-toernooi, met de Duitse club Schalke als deelnemer. Vak S zong massaal over Scheisse 04.
Mooie voetballers, door de jaren heen. Jeliazkov, Petursson, Sabau, Kalou, Van Persie, al die anderen. Feyenoord is een oergevoel. Veel lezers denken dat ‘wij’ bij de Volkskrant een hekel aan Feyenoord hebben. Integendeel. Alleen: vaak ontbreekt elke aanleiding voor een positieve benadering.


Maar het is fantastisch om, zoals vorige week, voor de wedstrijd naar De Kuip te rijden, dwars door de stad, en bij de ondergaande zon de fabuleuze skyline te aanschouwen met, aan de horizon, het schijnsel van de tempel. Ze kunnen zo goed bouwen in Rotterdam, behalve als het om hun voetbalelftal gaat.
Feyenoord is uniek, ook door de extremen. Die fans, soms verwerpelijk in hun gedrag, als ze schelden zoals je bijna nergens hoort schelden, of als ze staan te pissen tegen de Dom van Milaan, zoals voor de halve finale van de UEFA Cup tegen Inter, in 2002. Maar ze kunnen ook hartverscheurend houden van hun club. En ze lijden.


Natuurlijk lijden ze, want Feyenoord is helemaal geen topclub, alleen in gedachten. Bijna nooit is Feyenoord een topclub geweest, behalve dan in die schitterende tijden van Van Hanegem, Moulijn, Hasil, Happel en al die andere sterren. Toen waren ze ook meteen de besten van de wereld. Later leefde de club soms op, als Cruijff een handje hielp of als het lijden even op adem moest komen. Veertien keer kampioen, waarvan drie maal sinds1974; in 1984, in 1993 en in 1999. Ben je een topclub als je geen kampioen kunt worden van een kippelandje?
Feyenoord zou Feyenoord ook niet zijn als het elk seizoen een prijs won. Wat valt er dan nog te lijden? Maar met 10-0 verliezen, zoals zondag tegen PSV, dat is het andere uiterste. Dát kan niet. Mijn zoon en zijn D-juniorenteam hebben dit seizoen al een keer met 10-0 verloren, en ook eens met 9-4. Ze zijn te hoog ingedeeld, hoor je de coördinator zeggen. Na de winterstop zal de KNVB ze een klasse lager plaatsen, vermoedelijk.


Die ontsnappingsroute is geen optie voor Feyenoord. Het zal toch niet zo zijn dat ze te hoog zijn ingedeeld? Kom op zeg. Voetballen nu, en snel een beetje.

Willem Vissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden