Wat is erger: een robot of Diederik Stapel?

Wat is erger: een kreukloze robot voor de klas of een bedrieger als Diederik Stapel? Stapel mag studenten van de Fontys Hogeschool Tilburg gaan vertellen over de 'schaduwkanten van roem en succes'. Is de boel belazeren een 'schaduwkant' van roem? Daarmee beledig je in een klap alle beroemde mensen.


Vijfendertig jaar geleden werd een hoogleraar, criminoloog Buikhuisen, met pek en veren van de universiteit verjaagd om dat hij hersenonderzoek bij criminelen deed en de uitkomsten daarvan niet pasten in de heersende ideologie. Nu wordt een charlatan binnengehaald als een deskundige in oplichterij.


Beide gebeurtenissen zijn in tegenspraak met het doel van hoger onderwijs: onderscheid leren maken tussen feiten en verzinsels, werkelijkheid en ideologie, onderzoeksresultaten en mythen. Stapel lijkt me dus eerder een fijne case of een scriptieonderwerp dan een geschikte docent. Studenten lieten al weten zijn verhalen 'met een korreltje zout' te nemen.

Onuitroeibaar is de neiging om de werkelijkheid een beetje bij te vijlen tot ze ons bevalt. De vader van Pippi Langkous mag geen negerkoning meer zijn, wat hij ís, in de door miljoenen kinderen verslonden boeken van Astrid Lindgren. Woedend zou de schrijfster zijn geweest als ze had gezien hoe politiek correcte pedagogen glimlachend haar werk censureren. Provoceren, tegen de stroom in denken, benepenheid belachelijk maken het waren haar thema's. Maar met het gedachtengoed van een dode schrijfster mag je kennelijk alles uitvreten.

Misschien kan de vertaalrobot voortaan die kleine ideologische correctie even meenemen bij het vertalen van kinderboeken. Lodewijk Asscher zei in zijn toespraak op het SZW-congres dat hij niet alleen verwachtte dat schoonmakers en vakkenvullers binnenkort vervangen worden door robots, maar ook vertalers.

Ook leraren kunnen goeddeels plaatsmaken voor robots, denkt Asscher. In het verhaal in de Volkskrant over de gevolgen van de robotisering zijn docenten, op ict-specialisten na, de meest onvervangbare werknemers. Maar Asscher denkt daar in zijn toespraak anders over. Hij heeft visioenen van leerlingen die thuis op de bank van een lesrobot 'op maat' les krijgen, en docenten die alleen de hoognodige begeleiding bieden. Dat scheelt een hoop dure en eigenwijze leraren. Nu nog, stelt de minister hoofdschuddend vast, leren kinderen vooral lezen, schrijven en rekenen, maar dat zal spoedig worden vervangen door 'conceptueel denken, brede patroonherkenning en complexe communicatie'.

In het NOS Journaal hoorde ik hem zeggen dat de oprukkende robots dwingen tot een 'radicale verandering' van het onderwijs. Kinderen moeten niet langer 'kennis stampen', maar 'slimme oplossingen bedenken en 'goed leren communiceren'. Uit zijn toespraak begreep ik dat Asscher vindt dat iederéén voortaan hoogopgeleid moet zijn. Maar hoe hoog is hoog als iedereen hoog zit? Hoe kun je op bevel slim en communicatief zijn? Of krijgen we straks een tweedeling tussen slimme oplossers en minder slimme, meegaande, overal inzetbare werksoldaatjes? Wat bedoelt Asscher nu eigenlijk?


Het is niet slim om zomaar te roepen dat het onderwijs weer eens 'radicaal moet veranderen'. Het valt me tegen van Asscher dat hij domweg de holle kreten herhaalt van de propagandisten van de zogenoemde 21st Century Skills, inclusief het cliché van het 'stamponderwijs' dat in werkelijkheid niet meer bestaat. Deze profeten beweren niets anders dan de voorvechters van het Nieuwe Leren een decennium eerder, en met even weinig wetenschappelijke onderbouwing. Het zijn vooral cursusaanbieders die de mond vol hebben van de zelfsturende, niet door snel verouderende kennis gehinderde Nieuwe Mens met zijn fonkelnieuwe skills. Ze hebben immers een winkel. Treurig dat Asscher daar zijn oren naar laat hangen.

Natuurlijk moet het onderwijs zich aanpassen aan de praktijk. Het heeft geen zin mensen op te leiden voor verdwenen beroepen, maar het heeft altijd zin hun goed te leren lezen, schrijven en rekenen, anders wordt het niks met dat conceptdenken en complexe communiceren. Welke veranderingen zinvol zijn, daarnaar moet betrouwbaar onderzoek worden gedaan.

Ik vind het onthutsend dat onderwijs voor Asscher niets anders is dan het klaarstomen van werknemers. De belangrijkste taak van onderwijs, in deze en alle volgende eeuwen, is kinderen te leren nadenken over de wereld waarin ze leven. Over feiten en mythen, goed en kwaad, schoonheid en liefde. Zodat ze zich staande houden in een wereld vol oplichters, moraalpredikers en wensdenkers. En zelf geen robots worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.