Wat is er sinds de moord op Theo van Gogh veranderd?

Stemming in Nederland - Wat zeiden we toen, wat zeggen we nu? Is de polarisatie groter, of niet?

De demonstratie op de Dam nadat Theo van Gogh werd vermoord in 2004.Beeld anp

Het is een donkere avond en Mostafa Douairi tuurt door de voorruit van zijn Volkswagen, die hij strategisch heeft geparkeerd voor de moskee in de Schilderswijk in Den Haag. Binnen wordt gebeden, maar Mostafa heeft iets belangrijkers te doen. De moskee wordt bedreigd en hij is het gebouw aan het bewaken. 'Wij hebben altijd gedacht dat Nederland veilig is', zegt hij. 'Maar we voelen ons niet meer veilig.'

Het is november 2004. Het zijn dagen van wanhoop: Theo van Gogh is vermoord en niet ver van de moskee, in de Antheunisstraat, gooiden moslimterroristen een granaat naar de politie. De helikopters zijn weg, maar het lijkt alsof het geluid van de rotors nog in de lucht hangt.

Hij is nu tien jaar ouder: 42. Is er in die jaren iets veranderd, Mostafa, in Nederland?

'Er is geen steek veranderd', zegt hij. 'We zijn niks opgeschoten. De polarisatie is doorgegaan, en met de komst van sociale media alleen maar versterkt.' De angst die hij toen had, heeft hij vandaag weer. Beveiliging van moskees is in 2014 heel gewoon geworden. 'En er blijven altijd idioten die aanslagen plegen.'

Er zijn veel overeenkomsten tussen de dagen van wanhoop in 2004, en die van nu. Donderdagavond sprak Ahmed Aboutaleb fel en aangedaan op een podium in Rotterdam - als moslim en als burgemeester. Tien jaar geleden sprak hij fel en aangedaan op een podium in Amsterdam - als moslim en als wethouder. Het kwam hem op ongeveer dezelfde lof en dezelfde kritiek te staan.

De vragen die voorbij blijven komen op televisie, op de radio, in kranten, op blogs, Twitter en Facebook blijven dezelfde. Wat is dit? Waarom gebeurt dit? Hoe moet dit verder? Wat staat ons nog te wachten? Wie heeft een antwoord?

Er is veel veranderd, in Nederland en vooral daarbuiten. Er was terreur in Madrid en in Londen. Het kwaad is manifest geworden: het heeft zich genesteld op een paar uur vliegen van Amsterdam, en komt nu onverwacht tot leven in Parijs. De aanslag op Van Gogh was wat dat betreft een aanslag op Nederland, die in Parijs een aanslag op de westerse wereld.

Het Midden-Oosten explodeerde, het terrorisme professionaliseerde. In heel Europa kwam een tegenbeweging op gang. Geert Wilders begon zijn partij vlak voor de moord op Van Gogh. Nu voert hij de peilingen aan. 'De revolutie komt er', zei Wilders, vrijdag in het AD, 'de geest gaat niet meer terug in de fles.' Marine Le Pen presenteert zich in Frankrijk als de komende president.

Jonge moslims

'Ik denk dat de mensen tegenwoordig beter begrijpen wat moslims zijn, wat een moskee is en de islam ', zegt Ali Belhadj, bestuurslid van de Haagse nieuwbouwmoskee El Islam, die tien jaar geleden de deur wijd openzette voor de Volkskrant. 'Maar net als je denkt dat je ergens bent, dat het de goede kant op gaat, maken de idioten weer kapot wat we hebben opgebouwd. Dat is de pijn.'

Wat opviel de afgelopen dagen, zijn de jonge, welsprekende moslims die van toespraak naar radioprogramma naar televisietalkshow trokken om te vertellen. Dat ging tien jaar geleden een stuk stroever. Met de hashtag #nietmijnislam weren Nederlandse moslims zich nu snel en effectief tegen de idee dat ze allemaal extremisten zijn. Tijdens de demonstratie donderdag in Nijmegen, stond het jonge bestuurslid Saïd Bouharrou van moskee Al Moslimin op het podium; hij riep journalisten op 'nooit gas terug te nemen'. Hij zei het helder, en met een licht Nijmeegs accent.

Maar tegelijk is er een jongen uit Maastricht met een Limburgs accent naar Irak gereisd, en met een bomvest aan naar een politiebureau gegaan waar hij (waarschijnlijk) zichzelf en 22 anderen opblies. Het waarom vertelt hij kalm op een internetfilmpje. Honderdtachtig Nederlandse moslims maten zich tot nu toe een oorlogsnaam aan, en vertrokken voor de jihad. Meer dan dertig kwamen terug. 'Rot toch op', zei Ahmed Aboutaleb tegen de jihadisten, woensdagavond live bij Nieuwsuur. Dat is een antwoord, maar helpt het?

'Er is geen plaats voor defaitisme. We zijn tien jaar verder. Er zijn meer hoogopgeleide moslims in Nederland, de mate van marginalisering is minder. Dat is geen garantie, mensen kunnen elkaar tóch gaan demoniseren, maar ik denk wel dat het iets uitmaakt.'

Dat zei socioloog Jan Willem Duyvendak in september 2001, in een interview in de Volkskrant. De hele tekst zou met een paar kleine aanpassingen zo in de krant van vandaag kunnen. Is er iets veranderd in Nederland, Jan Willem Duyvendak?

Jawel, zegt hij nu. Nederlandse moslims die op de sociale media direct en helder vertellen waar het op staat - dat is nieuw. 'Ik heb het gevoel dat het 'wij' groter is geworden. Maar tegelijk krijgen, blijkt uit onderzoek, juist de hoger opgeleide moslims het steeds moeilijker. Hoe meer ze integreren, hoe meer ze zich moeten verantwoorden: ik ben tegen terrorisme. Degenen die het objectief het beste doen, worden het meest gekwetst door het debat.'

Terugkijkend is hij ook teleurgesteld. 'Omdat we tien jaar later opnieuw met z'n allen enorm ons best moeten doen. Het is een platitude om te zeggen dat integratie tijd kost, want het is zo. Maar ik durf geen enkele voorspelling meer te doen. Als er weer een aanslag komt, in Frankrijk of ergens anders... Het is allemaal veel internationaler nu. De mate waarin we dit kunnen beïnvloeden, is marginaal geworden.'

Er is van alles ondernomen en bediscussieerd in Nederland, na 9/11 en na de moord op Van Gogh. En toch lijken veel reacties en opinies een herhaling van die van toen. Het debat over de vrijheid van meningsuiting is opnieuw geopend, en zal nog wekenlang weerklinken. Waar de grens ligt, is iets duidelijker geworden de laatste jaren, ook door de rechtszaak tegen Geert Wilders: die ligt bij geweld, haatzaaien en discriminatie. Maar pogingen om het strafrecht te wijzigen, liepen op niets uit.

De PVV diende ruim twee jaar geleden een wetsvoorstel in om de vrijheid van meningsuiting te versterken. Maar daar heeft de partij vervolgens nooit meer wat mee gedaan. Als je ernaar vraagt bij Kamerlid Martin Bosma, krijg je geen enkele reactie.

'Nee, we zijn NIET allemaal Charlie (en dat is een probleem)', schrijft Cas Mudde meteen na de terreur in Parijs op de website Open Democracy. Hij is een Nederlandse politicoloog die werkt in Amerika. De algemene reactie nu, schrijft Mudde, is dezelfde als die na de moord op Van Gogh. Maar angst staat discussie steeds meer in de weg: 'Zelfcensuur is in toenemende mate de norm aan het worden.' We moeten, vindt hij, 'vrijheid van meningsuiting werkelijk omarmen als vrijheid voor iedereen', of ze nu de profeet beschimpen, christenen, joden, links of rechts. Alleen zo kom je verder.

Maar wie durft dat?

Premier Mark Rutte hield donderdagavond een toespraak op de Dam en een vrouw in het publiek schreeuwde: wat ga je eraan doen? Ze stond dichtbij, want ze was te horen op de radio. Rutte reageerde niet, ging door met het voordragen van zijn zorgvuldig gecomponeerde tekst, en de vrouw riep nog een keer: wat ga je eraan doen? De wanhoop van de afgelopen week, ligt nog steeds in die vraag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden