specialblack lives matter

Wat is er over van George Floyds erfenis?

null Beeld Dennis Vernooij
Beeld Dennis Vernooij

Dat een jaar geleden in Minneapolis een witte politieagent acht minuten en zesenveertig seconden lang met zijn knie en zijn volle gewicht op de nek drukte van een zwarte man die geboeid op zijn buik op straat lag, tot het moment dat de man voor de twintigste keer riep dat hij geen lucht kreeg, voor de laatste maal om zijn moeder smeekte en toen stierf, was om woedend, verdrietig en kotsmisselijk van te worden. Maar zinloos, zoals de dood zo vaak kan voelen, leek het bittere einde van George Floyd allerminst.

In de maanden erna klonk overal ter wereld het geluid van druppels die emmers deden overlopen en schellen die van ogen vielen. Honderden miljoenen mensen gingen de straat op om te scanderen dat zwarte levens ertoe doen. De woorden ‘I can’t breathe’ nestelden zich in het geheugen als het wrange equivalent van ‘I have a dream’. Filmmaker Spike Lee, genadeloos chroniqueur van de rassenongelijkheid in de Verenigde Staten, sprak van een revolutie en zei: ‘Het geeft me een goed gevoel dat George Floyd niet voor niets gestorven is.’

Nu, een jaar later, rijst de vraag wat er over is van Floyds erfenis. Hebben al die gebalde vuisten iets wezenlijks opgeleverd?

Wie de hoopgevende signalen wilde zien, zag ze overal. In de VS werd politieagent Derk Chauvin niet langer gedekt door zijn collega’s en schuldig bevonden aan moord. Een herstelbetalingsplan voor slachtoffers van de slavernij belandde voor het eerst hoog op de politieke agenda. Ook besloten de makers van het Merriam Webster-woordenboek de definitie van racisme te verruimen met voorbeelden van systemische onderdrukking, zoals discriminatie op de huizenmarkt en ongelijke kansen op scholen.

Aan de andere kant van de oceaan vielen ook lichtpuntjes te ontwaren. Zo verschenen in Italië, waar nooit helemaal is afgerekend met Mussolini, voor het eerst televisieseries met zwarte hoofdrolspelers. In Hongarije, waar het evenmin naarstig zoeken is naar xenofobie, werd een groepje Roma-jongeren gevraagd de spoken word-bundel van Amanda Gorman te vertalen. In eigen land betrad Sylvana Simons als eerste zwarte partijleider in onze parlementaire geschiedenis de Tweede Kamer, bracht tophockeyer Terrance Pieters het racisme in zijn overwegend spierwitte sport aan het licht en werd Jeangu Macrooy afgevaardigd voor het Songfestival met een deels in het Sranantongo geschreven liedje over strijd en eigenwaarde – hetgeen het leed dat in het verleden was aangericht door Sieneke en de 3JS enigszins compenseerde.

Tot zover genoeg redenen voor optimisme. Maar Black Lives Matter bracht méér voort: verharding en onversneden haat aan de andere kant van het politiek-maatschappelijke spectrum. Republikeinen in de VS stelden demonstranten al snel synoniem aan plunderaars en terroristen, in Oklahoma en Florida werden zelfs wetten goedgekeurd die juridische rugdekking geven aan automobilisten die op betogers inrijden. In Frankrijk werd de gendarmerie, die toch al niet als je beste vriend bekendstond, nog net iets fanatieker. En bij ons groeide de invloed van de als volksvertegenwoordiger vermomde treitervloggers Terror Thierry en Freaky Freek, die voortdurend op sociale media lieten zien wat voor lekker fouts ze nu weer durfden te roepen.

Maar hoe zorgwekkend ook, van deze ontwikkelingen kun je in elk geval nog zeggen dat ze out in the open waren. Het ressentiment was tastbaar. Je kon het oppakken en in de lucht houden, zoals Stanley Menzo vroeger deed met de bananen die vanaf de tribune naar zijn hoofd werden gesmeten.

De lastigste barrières voor de antiracismebeweging zijn subtieler, geraffineerder, onttrekken zich vaak aan het zicht. Denk aan de opiniemakers die Black Lives Matter maar een uit Amerika overgewaaide hype vinden en zich erover beklagen dat je tegenwoordig ‘niets meer mag zeggen’. Aan de historici die met een beroep op de academische vrijheid ook eens de andere kant van de slavernij willen belichten. Aan de politiekorpsen die collega’s die onderling appen over ‘kutafrikanen’ en ‘kankervolk’ uit de wind houden. Aan de KNVB, die goede sier maakt met de aanpak van racisme, maar ondertussen een ex-grensrechter die openlijk waagt te beweren dat de voetbalbond onderdeel is van het probleem op het matje roept.

En om echt van blijvende betekenis te kunnen zijn, zal het antiracistische kamp ook naar zichzelf moeten kijken. Want met betogers die alleen meelopen voor de foto op Instagram, met universiteiten die compleet in de overdrive schieten door een database aan te leggen met de ‘diversiteitsinformatie’ van het wetenschappelijk personeel en met activisten die achter elke boom een witte beer zien, is de revolutie niet geholpen.

Laat onverlet dat de balans van Black Lives Matter vooralsnog positief uitslaat. Belangrijkste resultaat is misschien wel dat de antiracisten een stempel op het publieke debat hebben weten te drukken die zich niet meer eenvoudig laat wegpoetsen, niet in Oval Office, noch aan de Hollandse keukentafel.

Ook bij de Volkskrant is er het afgelopen jaar het nodige veranderd, al waren de stappen daartoe al ruim vóór de mondiale protesten gezet. Het colofon is door het aantrekken van nieuwe verslaggevers, beeldredacteuren, columnisten en stagiaires langzaam aan het verkleuren. Er is meer aandacht gekomen voor onderwerpen als kansenongelijkheid in het onderwijs en racisme in de sport, maar ook voor geweld onder drillrappers en cancelcultuur. Verder worden op de redactie levendige gesprekken gevoerd over inclusief taalgebruik. We zijn er nog lang niet, maar de beweging is onomkeerbaar (wie ons nu al te woke vindt, hoeft zich overigens geen zorgen te maken, de krant koestert haar quotum aan columnisten die het racismedebat graag zuinigjes gadeslaan. Noem het: diversiteitspolitiek).

Zelf maak ik vanaf 1 juni plaats voor een nieuwe chef Zaterdag en Opinie. Na vier jaar met veel liefde en trots deze katernen te hebben gemaakt, ga ik weer aan de slag als schrijvend journalist. Mijn opvolger Alex Burghoorn, voorheen onder meer werkzaam als Israël-correspondent, chef Buitenland en kunstredacteur, is een witte heteroseksuele man van in de 40. Toegegeven, misschien niet de gedroomde posterboy voor de antiracistische opstand. Maar hé, gelukkig is hij wel verdomd goed in zijn werk.

Reageren? r.vandegriend@volkskrant.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden