Wat is er over van de idylle van het woonerf?

Het allereerste woonerf in de wereld staat in Emmen. Nieuwbouw, maar met de sfeer van een boerenerf, dát was het idee in de jaren zestig. Wat is er over van deze idylle?

Beeld Martijn van de Griendt

In het jaar dat Hans Kalter (79) in het eerste woonerf van de wereld ging wonen,schoot hij zijn eerste reebok. Hij hoeft alleen maar de opgezette kop van de muur te halen in zijn huis aan de Laan van de Eekharst om de precieze datum te weten, 26-8-1968.

Hij staat nu voor de 49 trofeëen in de gang, en zijn kaken hebben de vaart erin. Want Kalter is dus een echte jager, door zijn grootvader opgevoed in het veld. Van de 49 reebokken heeft hij alleen de uitgekookte en gebleekte schedels hangen, behalve dus van die eerste, daarvan is de kop nog intact. Want de eerste die je schiet, is toch iets speciaals

Woonerven in Miami

Hij loopt van de gang naar de woonkamer waar zijn vrouw Annie (78) zit. Af en toe klinkt er gepiep in de kamer en kijkt Hans in paniek naar Annie, wat hij moet doen met het aan zijn riem bevestigde kastje dat zijn bloeddruk in de gaten houdt. Hoe dan ook, die schedels hingen dus eerst in de woonkamer, maar daar heeft Annie een stokje voor gestoken. Ze wilde al die lijken niet in het zicht, en daar had ze wel een punt, vond Hans. Maar om ze boven te hangen, dat ging hem weer te ver. Als je zo lang getrouwd bent, moet je alles kunnen delen. Hoe het er in Emmerhout uit ging zien, daar had Hans Kalter in 1968 geen idee van. Hij wilde dat hoekhuis aan de Laan van de Eekharst, grenzend aan het bos, het behoorde tot de eerste gebouwde rijtjes aldaar. Hij kreeg het ook voor elkaar dat het geplande voetpad naast zijn huis sneuvelde en hij zelfs een carport kon aanleggen, wie wil dat nou niet?

Toen het echtpaar Kalter in maart 1968 dit huis betrok, bestond het grootste deel van deze wijk in Emmen alleen op papier. Dit woonerf aan de Laan van de Eekharst was het allereerste van de wijk, van het land, van de wereld - de bakermat van het woonerf. In Emmerhout alleen zouden er nog 33 volgen. Later zouden er overal in Nederland woonerven komen, in de stadsvernieuwing, in de bloemkoolwijken, in de vinexwijken. Er bestaat inmiddels zelfs een speciaal verkeersbord dat men een woonerf nadert, een bord dat in de wijk Emmerhout overigens niet is terug te vinden.

Onlangs werd bekend dat er in de Amerikaanse stad Miami ook woonerven komen; in drie Canadese steden deed 'the woenurf' al in de jaren tachtig zijn intrede. In Hongaarse, Italiaanse, Spaanse en Zweedse publicaties wordt het uitgebreid beschreven. Het woonerf is als typisch Nederlands fenomeen onverwacht een exportproduct geworden.

Woonerf-bewoner Hans Kalter met zijn reebokschedels: één met de natuur. Beeld Martijn van de Griendt

Uitvinder van het woonerf


De uitvinder van het woonerf is Niek de Boer - en niemand anders. Zijn gezondheid laat het niet meer toe dat de nu 90-jarige Amsterdamse stedebouwkundige meegaat naar de Laan van de Eekharst om te kijken hoe zijn bedenksel het na al die jaren is vergaan. Hij was in de jaren vijftig als onervaren stedebouwkundige voor deze klus naar Emmen gehaald. Wat had hij eigenlijk bedacht, in de jaren zestig? En hoe kwam hij tot dat wonderlijke, inmiddels universele begrip, woonerf?

In een correspondentie met Onze Taal en een gesprek veertien jaar geleden met publicist Tijs van den Boomen, legde hij het uit. Als jonge stedebouwkundige kreeg hij in Emmen de opdracht twee nieuwe wijken vorm te geven, eerst Angelso, daarna Emmerhout. Door de vestiging van een nylon- en kunstvezelfabriek kreeg het ooit zo armlastige Emmen een economische injectie van jewelste en moesten de vele nieuwe werknemers een passend onderkomen krijgen.

Beeld Martijn van de Griendt

Teloorgang erffunctie

De Boer vreesde door de opkomst van de auto voor de teloorgang van de 'erffunctie' in de nieuwe woonwijken. Kinderen konden niet zomaar meer op straat spelen door die rotauto's en vrouwen elkaar niet meer treffen aan de groentekar, zoals op het Drentse platteland, in zijn optiek, normaal was. De idylle van het afgeschermde woonmilieu was ruw verstoord. Daar bedacht De Boer dus een oplossing voor: het woonerf, een samenvoeging van het boerenerf en modern wonen.

Het woord rolde er zomaar uit, bij Niek de Boer.

Woonerven bestonden uit een aantal woningen aan een verkeersvrije zone, waar de wegen langs liepen, ruim en open aangelegd, met veel groen. Wonen en verkeer moesten daarin streng gescheiden worden, parkeren gebeurde op een doodlopend terrein. Dit alles met als doel dat buurtbewoners veel en innig contact met elkaar konden hebben. Het verheffen van het volk, geheel volgens het socialistische gedachtengoed, zou daarmee een belangrijke bijvangst zijn van het woonerf. Hoe beter het huis én het erf, hoe beter de mens werd.

Oud-Hollandse memorabilia

Lydia van der Velde staat in de keuken en is omringd door oud-Hollandse memorabilia, alle in zogeheten boerenblauw. Dat paste bij het idee dat ze had toen ze met haar man hier kwam wonen, in de Laan van de Eekharst, in 1968. Zo aan de rand van het bos, toch nieuwbouw, en met de sfeer van het boerenerf.

Haar man had een vaste betrekking bij een herenkledingzaak in Emmen en ze waren vanuit Friesland op zoek gegaan naar een huis. In begin was het pionieren, winkels moesten er nog komen, net als de rest van de wijk. Maar het was leuk, met alleen maar jonge gezinnen, waar moeders met elkaar op het pleintje rond de zandbak zaten, als op een erf.

Niet iedereen kon, weet ze nog, op dit woonerf terecht. Je moest eerst bij de wethouder van Emmen je loonstrookje laten zien, om te laten zien dat je je een huurhuis aldaar kon permitteren. Op deze manier kreeg je mensen van hetzelfde niveau, was de gedachte. Een tikkeltje anders dan in Angelso, dat daarvóór was aangelegd.

Bij die selectie moeten we ons ook weer niet te veel voorstellen, menen Gretha (65) en Sjöke Bosma (68). Hij is net iets meer dan een boerenlul, zegt de gepensioneerde oud-AKU-werknemer: onderwijzend personeel en leidinggevenden, dat volk kwam er te wonen. Meestal standvastige mensen, die trots durven te zijn op hun woonerf en op waar hun woonerf voor staat. Zoals zij dus. Elke keer als ze terugkeren van vakantie en hun eigen laan inrijden, zeggen ze tegen elkaar: wat wonen we hier toch mooi. Zo ruim van opzet ook. Want in die andere wijken, her en der in Nederland, waar ook woonerven zijn aangelegd, kun je bij elkaar in de pan kijken. Daar zouden ze nooit gaan wonen.

Het is Niek de Boer gelukt, zegt Sjöke, om het ideale gevoel van het platteland en het nieuwe wonen hier te combineren. Hij zegt het met de nadruk op hier, in zijn Laan van de Eekharst, verderop is het toch minder. Het is sowieso steeds minder aan het worden, zeggen ook de andere bewoners van de Laan van de Eekharst.

Want Emmerhout is vele malen groter dan dat bescheiden, eerste woonerf aan de Laan van Eekharst. De wijk, aangelegd tussen 1967 en 1973, herbergt inmiddels bijna achtduizend mensen, circa 3.400 woningen, heeft een (verbouwd) winkelcentrum en flink wat hoogbouw. In de lanen en erven klagen mensen over buurmannen die aan de drank en drugs zitten. Dat er schuttingen schuin hangen. Het gras te hoog is. Er zijn te veel probleemgevallen, psychisch gestoorden, pestkoppen en losgeslagen jongeren. In het bos wordt in drugs gedeald. De bus komt niet meer.

Lydia van der Velde temidden van haar verzameling boerenblauw. Beeld Martijn van de Griendt

Een idylle? Nee

Onlangs bleek uit een onderzoek onder wijkbewoners boven de 65 jaardat 53 procent van hen somber is en 'niet lekker in hun vel zitten'. Volgens Joke Bakker, voorzitter van Wijkbelangen Emmerhout, was de criminaliteit de laatste jaren 'bovengemiddeld, maar nu stabiel'. Problemen worden vooral veroorzaakt door drugsgerelateerde criminaliteit en inwoners vragen zich af of één agent voor zo'n grote wijk wel voldoende is. Wel is de tevredenheid toegenomen in de wijk, dankzij de renovatie van het winkelcentrum.

Hilly van der Dobbelsteen is dan wel geen bewoner van het eerste uur, ze woont hier toch al achttien jaar. Nee, een idylle kan ze de woonerven niet meer noemen. Dat je door betere huizen, betere mensen zou krijgen in die woonerven, gaat al niet meer op. De wijk is aan het verpauperen, zegt ze, en het is een doorgangshuis geworden: mensen wonen er te kort, zodat er geen samenhang in de buurt kan ontstaan. Je hebt de tijd niet meer om elkaar te leren kennen, zeggen verscheidene bewoners.

Toen Niek de Boer in 2001 terugblikte, vond hij dat de originele gedachte van het woonerf verloochend was. Hij vond het mooi dat zijn eerste woonerf er nog zo goed bijstond, en dat de mensen tevreden zijn. Maar hij stelde ook vast dat het begrip woonerf was uitgehold en overal te pas en te onpas werd toegepast. Alles met een verkeersdrempel wordt tegenwoordig woonerf genoemd. Hij sprak van een 'akelig compromis, een karikatuur', er was een 'onzalige menging van verkeerssoorten en kinderspel' ontstaan. En in de wijk die hij had bedacht, Emmerhout, waren zelfs huizen met puntdaken gebouwd - puntdaken, hoe halen ze het in hun hoofd!

Niek de Boer toen: 'Je ontwerp kan beter worden gesloopt dan vertrut.'

Beeld Martijn van de Griendt

Boerenblauw

De verzameling boerenblauw - boerenblauwe kannen, boerenblauwe petroleumkannetjes - heeft Lydia van der Velde in al die jaren vergaard, in binnen- en buitenland. Ooit had ze de droom terug te gaan naar Friesland en daar in een verbouwde boerderij te wonen, met uitzicht op een wei vol koeien, en al die spulletjes een natuurlijk omgeving te geven. Het kwam er nooit van en in de tussentijd kochten zij en haar man nog meer boerenantiek, voor in huis. Acht jaar geleden ging haar man dood. Ze overwoog het woonerf te verlaten. Maar te worden omringd door de bedoening die ze samen met haar man had verzameld, dat gaf troost. En vanaf haar huis fietst ze zo door het bos naar Emmen, dat kan toch nergens zo makkelijk.

Hans Kalter loopt vanuit zijn tuin zijn carport in. Hier heeft hij zijn slachthok van gemaakt. Hier hangen die door hem geschoten reebokken en konijnen aan haken. Slachten doet hij zelf, en bijna al het vlees verdwijnt in de pan. Ook rookt hij er duiven en ganzen. Het is in de Laan van de Eekharst ideaal, zegt Hans. Voor zijn Annie is er de stad, in de buurt, en voor hem het bos, en zijn slachthok. Hans durft zelfs te zeggen dat hij hier in de carport van zijn woonerf zich één voelt met de natuur.

Beeld Martijn van de Griendt
Beeld Heike Gulker000
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden