Wat is er mis met de menselijke maat?

Sally Brown, zusje van stripfiguur Charlie Brown, tegen een onderwijzer: ‘My name is Sally Brown and I hate school.’..

Onwil, chagrijn, irritatie, boosheid en agressie – het zijn allemaal heel normale verschijnselen, die we blijmoedig onder ogen moeten zien. Er is geen enkele reden te wanhopen als Sally Brown een hekel heeft aan geschiedenis. Of als ze boos wordt en haar kleren stom vindt. Of als ze niet naar school wil, omdat ze niets weet. Die dingen zijn zo.

In het algemeen is het goed om negativiteit een plaats te geven in je wereldbeeld. Om die reden besloot ik ooit, toen ik nog lesgaf, mijn studenten iets bij te brengen over de gewoonheid van negatieve uitingen en verlangens. Ik hield een gloedvol college waarin ik vertelde dat niet iedereen altijd alleen maar gelijkmatig is en naar harmonie streeft, ik sprak over Nietzsche en Markies de Sade, en ik vond na afloop een afvaardiging van de studenten op mijn stoep met het verzoek zoiets nooit meer te doen.

Anders dan mijn vriendelijke studenten, die liever niet te veel wisten en zeker niets over het boze, is de kleine Sally Brown ervan overtuigd dat ze iets moet leren. Ook al ziet ze in de verste verte niet in waarom. Ze heeft een hekel aan school, en ze maakt haar onderwijzers aan het huilen, maar ze roept zich zelf onveranderlijk tot de orde. ‘Wie de vader was van Henry!V?! HET KAN ME HELEMAAL NIKS SCHELEN! Sorry Neem me niet kwalijkDat was een instinctmatige reactie.’

Aan deze even aandoenlijke als bozige Sally Brown denk ik vaak, en vooral aan de aflevering waarin ze naar school wil met haar cowboylaarzen aan. Een onzichtbare volwassene verbiedt dat, waarop Sally boos uitroept: ‘Waarom mag ik nooit eens gewone kleren aan? Menselijke kleren?’ Precies de vraag die me regelmatig door het hoofd spookt. Wat is er mis met menselijke kleren? Met gewone verlangens? Met de menselijke maat?

Deze zomer sprak de pedagoog Jo Hermanns aan de Universiteit van Amsterdam een oratie uit over opvoeding. ‘Over kinderen en jongeren wordt vooral gesproken in termen van risico’s en overlast’, zei hij. Daarbij is sprake van een rare paradox. Aan de ene kant gaat het heel goed met de Nederlandse jeugd, en de Nederlandse opvoeding. De problemen worden langzaamaan minder, en ‘in vergelijking met andere landen vallen we in positieve zin op’.

Aan de andere kant komen steeds meer kinderen, en juist niet die met de grootste problemen, in de jeugdzorg terecht. Het ziet er al met al naar uit dat we het opvoeden verleerd zijn, zegt Hermanns. Gewone opvoedproblemen kunnen we niet meer oplossen zonder specialisten in te schakelen: we voeden niet meer op, we behandelen. En als die psychopathologisering niet werkt, die dramatisering van het gewone, dan schakelen we het strafrecht in.

Hermanns roept op opvoedproblemen weer te gaan beschouwen als een zaak van ‘gewone mensen’. En dat is een pleidooi dat je prima kunt overhevelen naar andere gebieden dan de jeugdzorg alleen. We hebben namelijk de neiging niet alleen het gewone gedrag van kinderen te pathologiseren en te criminaliseren, we laten de deskundigen en het strafrecht los op iedereen. Bozige burgers heten extreem-rechts; en als ik me niet onverwijld inschrijf als columnist, dreigt de Kamer van Koophandel, pleeg ik een economisch delict.

Het is allemaal controledwang. Een wanhopige behoefte greep te krijgen op de ingewikkeldheden van het leven. Misschien was het vroeger ook wel een economisch delict als je je niet inschreef bij de Kamer van Koophandel, maar nieuw is dat iedere straatventer en iedere zelfstandige visser zich moet registreren. Nieuw is het dat we, als uitzondering in Europa, vingerafdrukken centraal opslaan en dat we leraren vragen te gaan tijdschrijven. De minister van Binnenlandse Zaken denkt oprecht dat agenten hun gezag herwinnen als ze meer bekeuringen uitdelen. En waarom grijpen agenten op straat niet meer gewoon in? Omdat ze dan terug moeten naar het bureau en een rapport opmaken in zeventienvoud.

De controledwang komt voort uit onzekerheid: we zijn bang dat opvoeden niet voldoende is, dus gaan we behandelen en straffen. En daar hopen we beter van te worden. Pedagoog Hermanns wijst erop dat in Nederland veel aandacht bestaat voor James Heckman, die in 2000 de Nobelprijs voor de economie kreeg. In 2006 schreef Heckman een artikel onder de titel ‘Catch ’em Young’, waarin hij opriep zogenaamde‘risicokinderen’ al op jonge leeftijd in de kladden te grijpen en tot de orde te roepen. Dat levert economisch veel meer op dan latere interventies. Het duurt waarschijnlijk niet lang meer, denk ik, of je pleegt een economisch delict als je je kind niet al bij de geboorte laat registreren als risicokind.

In de coulissen van het huidige politieke theater is een ontwikkeling gaande die veel bedreigender is dan de discussie op de voorgrond: het sociologiseren, pathologiseren, registreren, politicologiseren en criminaliseren van het gewone. Om het leven weer te kunnen beschouwen als het terrein van gewone mensen zal de politiek een verhaal moeten vinden dat recht doet aan de rommeligheid van het dagelijks leven. Aan de problemen, hoe futiel ook, aan alle uiteenlopende irritaties, wensen en grote ambities. Zonder meteen uit te wijken naar behandeling of straf.

Wie vervolgens iets wil veranderen aan de manier waarop mensen de wereld tegemoet treden, doet er goed aan ze hun eigen waarde te laten beseffen. In het licht hiervan was ik uiterst verbaasd te lezen dat de Amsterdams oppositiepartijen kansarme jongeren geen studiereis gunnen naar New York. Toe nou toch. Studenten krijgen toch ook beurzen? Geef die kinderen een ticket.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden