‘Wat ik wil? Een ploeg en een os’

In Japan vergadert de G8 over de voedselcrisis. De Zambiaanse boerin Mwanje vertelt over haar bestaan in Afrika...

Rusutsu Haar opvallende, kleurrijke hoofddoek en gouden oorringen steken fel af bij haar donkere huid en ogen. Onwennig maar ook geamuseerd kijkt de Zambiaanse boerin Joyce Mwanje om zich heen. Ze is een prachtige verschijning tussen de mannen en vrouwen in pakken die heen en weer rennen op jacht naar nieuws.

Een maand geleden werd Mwanje nog opgeslokt door de zorg voor haar zeven kinderen en het boerenbedrijf dat ze samen met haar man runt. Maar ze draait nu opeens mee met het mediacircus op Hokkaido in Japan, waar de jaarlijkse G8-top wordt gehouden. Op uitnodiging van een niet-gouvernementele organisatie maakte Mwanje haar eerste reis naar het buitenland.

Ze vertelt over haar bestaan in Afrika. ‘Ik sta iedere ochtend om zes uur op en werk tot acht uur ’s avonds. Ploegen doen we met de hand. We verbouwen zonnebloemen, maïs, sojabonen, sorghum en zoete aardappelen. Het grootste deel van de oogst eten we zelf op, en wat overblijft verkopen we.’

Er is geen vangnet voor Joyce en haar man als het tegenzit. ‘Vroeger konden we leningen van de regering krijgen als we dringend iets nodig hadden. Maar sinds 1998 is dat niet meer mogelijk. Nu zijn we op onszelf aangewezen.’ En dat is beangstigend, zegt ze, want een goede oogst is allerminst vanzelfsprekend en een mislukte oogst betekent nog altijd honger. Wat haar ook zorgen baart, zijn de prijzen van energie en kunstmest – die blijven maar stijgen.

Terwijl Mwanje haar verhaal doet in het perscentrum in Rusutsu, praten de leiders van de G8 in een luxueus conferentieoord aan de rand van het Toya-meer over de prijsstijgingen van voedsel en energie. En de problemen die dat oplevert voor de kwetsbaarsten in de wereld.

Maar wie kan er beter antwoord geven op de vraag wat zij nodig heeft dan Mwanje zelf? ‘Ik zou graag een goede ploeg willen hebben, en een os om die te trekken. Dan hoeven we het land niet meer met de hand te bewerken en kunnen we meer bebouwen. En het zou helpen als we goedkope leningen konden afsluiten wanneer we echt in moeilijkheden komen.’

Een paar uur later pleiten Robbert Zoellick, de president van de Wereldbank, en Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de VN, opnieuw voor verruiming van de financieringsmogelijkheden voor landen in nood. Arme boeren, vooral in Afrika, dienen onder meer zaden en kunstmest te krijgen om hun productie te verhogen. En er moet een einde komen aan de restricties op voedselexporten, die inmiddels door 25 landen zijn ingesteld. Ban Ki-moon wil verder een discussie over het gebruik van voedsel voor biobrandstof.

Ook de Afrikaanse leiders laten zich niet onbetuigd. Tijdens de G8-top in het Schotse Gleneagles in 2005 beloofden de deelnemers vanaf 2010 25 miljard dollar aan Afrika te besteden. Volgens de hulporganisatie Oxfam hebben de G8 slechts 14 procent van het bedrag overgemaakt.

De Afrikaanse leiders willen dat er een gedeelde controle komt op het geld dat al is gedoneerd en de bedragen die nog volgen. Nu is die controle volledig in handen van de donorlanden. Bovendien pleiten ze voor meer transparantie en duidelijkere afspraken.

En daarmee neemt de druk verder toe op de G8 om het niet bij toezeggingen te laten maar de daad bij het woord te voegen. Vorige week lekte een conceptverklaring uit. Daaruit bleek dat de afspraken van Gleneagles deels worden teruggedraaid. Woensdag, bij het voorlezen van de slotverklaring in Hokkaido, weten we of de G8 zich aan zijn beloften houdt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden