‘Wat ik doe is wel anders dan wijvencabaret’

Het Leids Cabaret Festival wordt deze week voor de 30ste keer gehouden. Veronique Sodano (30) is een van de vijf deelnemers die vanavond strijden om een plek in de finale....

Waarover gaat de voorstelling die u tot de halve finale bracht?

‘Vooral over eten. Ik heb een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder. Door die achtergrond kijk ik anders tegen sommige dingen aan. Mij valt bijvoorbeeld op hoe we hier snel een boterham naar binnen proppen, terwijl ze er in Italië eens lekker voor gaan zitten met een wijntje erbij. Die tegengestelde leefwijzen zet ik tegen elkaar af: mijn vader, de flamboyante man die het leven neemt zoals het komt en mijn moeder, die met meditatie en zweefboekjes bezig is om gelukkig te worden. Het gaat er ook over dat we niet zo moeten miepen en moeilijk doen. Eigenlijk hoop ik dat de mensen bij het weggaan denken: ja, morgen ga ik gewoon eens lekker uitgebreid een lasagne maken!’

Cabaretiers van nu krijgen vaak de kritiek dat ze te veel navelstaren. Is dat iets wat u probeert te voorkomen?

‘Ik ben niet iemand die de krant doorbladert en grappen verzint bij het nieuws, laat ik het zo zeggen. Als ik schrijf, begin ik heel dicht bij mezelf, maar volgens mij geldt dat voor iedere cabaretier. Voor mij is een voorstelling geslaagd als je als toeschouwer wordt meegetrokken door iemands persoonlijkheid, als iemand zoveel zeggingskracht heeft dat je zijn verhaal móet horen. Maar er sluimeren wel maatschappelijke onderwerpen door mijn show heen.’

Hoe dan?

‘We zijn voortdurend bezig met de vraag ‘hoe worden we gelukkig?’. Als ik het er bijvoorbeeld over heb dat je niet de smerige lasagne bij de Albert Heijn moet halen, maar tijd uit zou moeten trekken om zelf iets lekkers te maken, dan gaat dat impliciet ook over die vraag.’

Een ander verwijt is dat veel cabaretiers vooral scoren op de ‘makkelijke lach’.

‘Nou dat vind ik in elk geval niet van mijn eigen voorstelling. Ik wil dat mijn show behalve komisch, ook ontroerend is. Maar ik ben niet iemand die een aaneenschakeling van grappen brengt, ik vertel een groter verhaal waar komische dingen in zitten. Niet elke cabaretier is even goed, maar volgens mij heeft dat niet zozeer te maken met het spelen op die makkelijke lach. Sommige cabaretiers zijn inderdaad vooral grappenvertellers en gaan richting stand-up comedy. Maar als het publiek daarin meegaat, kan het juist ook heel goed werken en krijgt het toch betekenis.’

Er is een hardnekkig vooroordeel dat vrouwen minder grappig zouden zijn dan mannen. Merkt u daar iets van?

‘Tot nu toe niet, en zeker niet op dit festival. Wat ik doe, is wel anders dan het zogenaamde wijvencabaret. Ik ben niet zo van het neuken en dat soort woorden. Terwijl ik Brigitte Kaandorp of Lenette van Dongen wel heel goed vind hoor. Ik zou ook best eens de bitch willen spelen, maar zo ben ik gewoon niet. Het zijn wel vaak mannen die succes hebben in het cabaret, maar daar sta ik niet zo bij stil. Daar word je alleen maar onzeker van en dan lukt het zeker niet.’

U klinkt trouwens erg verkouden, gaat dat wel goed komen straks in die halve finale?

‘Ik heb keel-, oog-, én oorontsteking, maar ik heb goede hoop dat het over is als ik het podium op moet. Maandag tijdens mijn optreden in de voorronde was ik ook al ziek, maar door de adrenaline ben je dat tijdens de show helemaal kwijt. Ik ga er gewoon voor, die 25 minuten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden