Wat het boek ontbreekt is de afstandsbediening

Cecilia en de ontrouw (La noia in het Italiaans) is een prachtige roman van Alberto Moravia. Rijkdom en verveling - nog in een wat traditionele context - zijn de voedingsbodem voor een volslagen 'amoreel' liefdesavontuur van de gemelijke semi-artist Dino met het meisje Cecilia, een schildersmodel....

La noia verscheen in 1960, toen Moravia's reputatie in Italië al lang was gevestigd. Het Vaticaan kon al die erotiek van Moravia niet aan en zette zijn boeken op de Index librorum prohibitorum, de lijst van verboden boeken, die voor een breed publiek eens openbaar gemaakt zou moeten worden, want er staan ongetwijfeld vele, vergeten meesterwerken op, waaruit door lezers, vertalers en uitgevers ook nu nog met vrucht geput kan worden. Zo'n kwaliteitskeurmerk van de hoogste clerus, daar kan geen criticus tegenop.

In het buitenland volgde men Moravia op de voet. Bijna al zijn boeken werden overal vertaald. Van La noia verscheen al in 1963 een Nederlandse versie, van de hand van Frédérique van der Velde, en dat boek, herinner ik me, liet niet na grote indruk te maken. Moravia (1907-1990) schreef zeer veel. Hij debuteerde in 1929 met De onverschilligen en daarop volgden boeken als De conformist, door Bertolucci verfilmd, De reis naar Rome en De luipaardvrouw, maar toen hij in 1990 overleed had ik het gevoel dat de gemene lezer zijn oeuvre al enige tijd had bijgezet in het reusachtige pantheon van de ongelezen meesterwerken. Gelukkig verscheen op zijn sterfdag zijn autobiografie, Het leven van Moravia, waardoor de necrologische nabeschouwingen nog een vleugje actualiteit behielden.

Herlezen, ik heb het in deze kroniek vaak genoeg gezegd, is niet alleen het aangenaamste wat een lezer op zekere leeftijd kan doen, het is ook een mogelijkheid om de (eeuwige) waarde van de 'canon' te beproeven. Het is een merkwaardig verschijnsel dat ogenschijnlijk veel 'vluchtiger' vormen van kunst als film en muziek tegenwoordig heel makkelijk - met een simpele druk op de knop - opnieuw zijn te beleven, terwijl literaire kunstwerken staan te vergelen in het moderne antikwariaat (of in je eigen boekenkast).

Er wordt, is mijn indruk, niet zoveel herlezen, behalve wanneer een uitgever weer eens een klassiek boek in het licht geeft (eventueel naar aanleiding van een verfilming). Van een zekere 'recycling' van de literatuurgeschiedenis is dan ook wel sprake, maar niet in de mate waarin muziek en film dankzij de cd en de video een durende wedergeboorte kunnen ondergaan. Scripta manent, wat geschreven is blijft, zeiden de latinisten, jawel, maar toen die gedachte postvatte, kenden we de zegening van de afstandsbediening nog niet.

Was Cecilia en de ontrouw het afgelopen regenachtige herfstweekend bestand tegen een wandeling door ons onnoemelijk schone duinlandschap? Absoluut. De Wereldbibliotheek had Frédérique van der Velde de oude vertaling uit 1963 laten herzien en dus stond niets mij in de weg weer volop te genieten van deze Moravia, die geraffineerd, intelligent en toegankelijk genoeg geschreven blijkt te zijn om de concurrentie met het allernieuwste aan te kunnen. Het boek zou eenvoudigweg opnieuw gerecenseerd moeten worden (Wereldbibliotheek, ¿ 34,50).

Vertalingen, ook dat heb ik al eerder gezegd, ik verval in herhalingen, zijn hét middel om de literatuur te ontdoen van het nauwe keurslijf waarin het eigentijdse uitgeversbedrijf haar perst, omdat wat nieuw is zo massaal de voorkeur heeft gekregen. In het Franse Magazine Littéraire van september las ik dat er deze maand in Frankrijk alleen al driehonderd nieuwe romans uitkomen. Driehonderd. Wie de Duitse, Engelse en Amerikaanse folders met aankondigingen van nieuwe boeken erbij neemt, komt tot een veelvoud van dit getal. Het schrijven is nu zo vérgaand gedemocratiseerd - iedereen doet het - dat er voor lézen nauwelijks nog tijd overschiet.

Ook de Nederlandse uitgevers laten zich niet onbetuigd. De afgelopen weken signaleerde ik al flink wat nieuwe romans en verhalenbundels. Nu kan ik daar het volgende aan toevoegen: Onblusbaar vuur ('een meisje in gesprek met God') van Marcella Baete (Prometheus, ¿ 29,90). En, bij dezelfde uitgever, Honderd deuren van Maria Stahlie (¿ 39,90); De kleurenvanger van Peter Verhelst (¿ 39,90) en Hongerwebben van Ingrid Verhelst (geen familie), dat deze week door A. F. Th. van der Heijden zal worden gepresenteerd (¿ 39,90). Beide 'Verhelsten' prikkelen de nieuwsgierigheid, omdat hun vorige boeken (Het spierenalfabet van Peter en De verzamelde leugens van J. Mboya van Ingrid mijns inziens terecht heel goed besproken werden).

Maar dan heb je ook nog Anja Meulenbelt, die Je broer en ik afscheidde (Van Gennep, ¿ 29,50); de 'leukerd' Pjeroo Roobjee, wiens nieuwe boek Van het nieuwland - in Vlaanderen al door Adriaan van Dis ten doop gehouden en in Nederland door Balans gepubliceerd (¿ 32,50) - je Noordnederlandse gevoel voor humor net zo op de proef stelt als zijn voorganger De kleinzoon van de letterzetter (die Jeroen Vullings in Vrij Nederland deed schuddebuiken).

Ad ten Bosch, de boekverkoper uit Zutphen en een tijdlang eigenaar van Johan Polaks Athenaeum, Polak & Van Gennep, voltooide met Erfenissen zijn (autobiografische) trilogie over Anton Traandijk (Meulenhoff, ¿ 32,90); Bert van Molle, wiens verhalen door Herman de Coninck zo bewonderd worden, komt met de roman Toen vond zijn vader de avond uit (De Geus, ¿ 39,50); Karin Overmars debuteert met Vermoorde onschuld, 'een even scherp als hilarisch portret van een generatie die op te jonge leeftijd in aanraking komt met geld, seks, drugs en dure psychologen' (Veen, ¿ 29,90); Fabian Takx schreef De conceptie van de bastaard, over twee Amsterdamse jongens die 'op zoek zijn naar de waarheid' (Meulenhoff, ¿ 29,90) en Lieve Joris vertelt in Mali Blues over haar belevenissen in Afrika (Meulenhoff, ¿ 39,90).

Me dunkt, u hoeft dit najaar de deur niet meer uit.

Toch ging mijn belangstelling niet in eerste instantie naar déze titels uit. Dat kwam, behalve door Moravia, door de Rus Varlam Sjalamov (1907-1982), die zeventien jaar in de werkkampen van Kolyma in Siberië heeft doorgebracht en daarover schreef op een manier die Solzjenitsyns Goelag in de schaduw stelt. Het kon, kennelijk, nog erger. In 1978 becijferde Robert Conquest dat in Kolyma, die 'enorme natuurlijke gevangenis', zoals John Glad in zijn inleiding bij Verhalen uit Kolyma schrijft, drie miljoen mensen de dood vonden en zeker niet minder dan twee miljoen. 'Het is moeilijk', merkt Glad op, 'zulke getallen te bevatten.'

Maar Sjalamov heeft zijn naam en faam niet alleen aan Stalin en diens uitroeiend vermogen te danken, hij is ook een uitzonderlijk schrijver, begonnen als dichter, wiens verhalen zich als het ware losmaken van de gruwelijke, historische omstandigheden. Solzjenitsyn zei ervan: 'De kampervaring van Sjalamov was bitterder en langer dan die van mij, en ik erken met respect dat door hem en niet door mij de bodem is bereikt van de verdierlijking en wanhoop waar het hele kampbestaan ons naar toe trok.'

De verhalen van Sjalamov werden vertaald door Marja Wiebes en Yolanda Bloemen (Bert Bakker, ¿ 34,90).

Ook een ander boek, waarover ik in de Amerikaanse pers al had gelezen, hield mij nog even af van de door mij zo geliefde Nederlandse literatuur. Dat was De sterfmaand van Vladimir Arsenijevic, 'de eerste belangrijke roman uit voormalig Joegoslavië', zoals de uitgever, Bert Bakker, het boek omschrijft. Het werd uit het Engels vertaald door Marieke Hulshoff (¿ 29,90).

De sterfmaand is het verhaal van een jongeman die zich 'uit Wanhoop en Verveling' aan ledige rituelen overgeeft en zich daarvoor diep schaamt. Zijn vriendin is zwanger en geeft om die reden haar drugsgebruik eraan. Langzaam maar zeker dringt de oorlog hun wereld binnen, ze kijken niet meer naar de tv, omdat ze de vernietiging van Dubrovnik en Vukovar niet kunnen verdragen. En dan wordt hun zo gewone, lege westerse leven definitief vernield als een familielid, een jonge Servische soldaat, wordt doodgeschoten.

Het boek heet 'een soap-opera' en de manier waarop Arsenijevic vertelt, geeft ook wel aanleiding tot zo'n ironische aanduiding, maar het is een vorm van ironie die weliswaar de Verveling in een ander licht plaatst, maar niet de Wanhoop. De sterfmaand is een bijzonder boek.

Het treurigste orkest van de wereld van de jonge Hongaar László Darvasi (Van Gennep, vertaald door Frans van Nes, ¿ 34,90) sluit daar bij aan, zowel door de toon, die in dit geval poëtisch en sprookjesachtig mag heten, alsook door de uitzichtloze sfeer die jonge mensen in een voormalig communistisch land het hoofd te bieden hebben.

Van een dergelijke tristesse kan ook de Haïtiaanse schrijfster Edwige Danticat meepraten, wat zij doet in de verhalen in Krik? Krak! (Wereldbibliotheek, vertaald uit het Engels door Nicolette Hoekmeijer, ¿ 29,50). Edwige Danticat werd hier bekend met haar boek Adem, ogen, herinnering (over een jonge vrouw en haar moeder tegen de achtergrond van de Haïtiaanse terreur van de Tonton Macoute).

Andere vertalingen, die ik met meer dan gewone belangstelling inzag, waren Brieven uit de gevangenis van D. A. F. de Sade (Bert Bakker, vertaald door Théo Buckinx, ¿ 29,90); Blind geschopt van de Schot James Kelman, over de randfiguur Sammy, die in de gevangenis van zijn gezichtsvermogen wordt beroofd (De Bezige Bij, vertaald door Guido Golüke, ¿ 49,90); Het gesticht van de Ier Patrick McGrath, een psychologische thriller over de liefde van de gevoelige Stella voor de moordenaar Edgar (Prometheus, vertaald door Ria Loohuizen, ¿ 39,90); Het Swann symposium van de Canadese schrijfster Carol Shields, die in dit boek uit 1987 vertelt over een academische hype rond een onbekende, primitieve dichteres, Mary Swann (De Geus, vertaald door Edith van Dijk en Chawwa Wijnberg, die Swanns verzen voor haar rekening nam, ¿ 49,90); en De as van mijn moeder, het aangrijpende levensverhaal van (alweer een Ier; dat moet te maken hebben met het Ierse Schwerpunkt op de Frankfurter Buchmesse) Frank McCourt (Bert Bakker, vertaald door Christien Jonkheer, ¿ 45,-).

Het langst heb ik zitten lezen in Het conclaaf van Michael Bracewell, een auteur die hier niet helemaal onbekend is. Eerder verschenen van hem De Crypto-Amnesia Club en Hemelse lichamen en als zijn boeken hier 'aanslaan', zoals dat heet, dan moet dat komen door de typische zelfironie waarmee Bracewell het hedendaagse, zeg maar 'moderne' leven tongue-in-cheek beschrijft. Het conclaaf, dat na 10 oktober in de boekwinkel ligt, werd vertaald door Rob van Erkelens (In de Knipscheer, ¿ 49,50).

Ik besluit met een paar studieuze boeken, Grondslagen van het scepticisme van Sextus Empiricus (Ambo, vertaald door R. Ferwerda, ¿ 99,-) en Commentaar op Psalm 118/119 van Aurelius Augustinus (Ambo, vertaald door T. J. van Bavel, ¿ 49,50); twee poëziebundels: Hoefprent van Pegasus van Ida Gerhardt, een keuze uit haar gedichten (Athenaeum-Polak & Van Gennep, ¿ 25,-) en Spiegeling voorbij de weg van Hans van Pinxteren (Athenaeum-Polak & Van Gennep, ¿ 29,90). En één boek, dat me voor even ècht naar een geheel andere wereld verplaatste, de wereld van de Arabische ridderromans, overspelige vrouwen en djinns, die in De vertellingen van duizend-en-één-nacht bewaard is gebleven.

In 1993 werden de lezers die zich deze vertellingen van allerlei bewerkingen uit hun jeugd herinnerden, verblijd met de eerste twee delen van deze complete, ongekuiste en verantwoorde editie en vervolgens verschenen de andere delen - op drie en vier na, die als een ononderbroken ridderverhaal pas op het eind van de reeks zullen verschijnen. In 1999 wordt deze monumentale editie voltooid. De delen 9 en 10, die nu zijn uitgekomen (Bulaaq, ¿ 95,- gebonden; ¿ 39,90 per deel als paperback), ervoer ik weer als een onbetaalbare luxe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden