Wat heeft Jan Jaap van der Wal met kunst? Alles

Jan Jaap van der Wal is juryvoorzitter van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, die komend weekend wordt uitgereikt. Wat heeft hij met beeldende kunst? Het antwoord: alles.

Jan Jaap van der Wal. Beeld anp

Zo werkt het voor Jan Jaap van der Wal niet: dat hij zich enkel laat inspireren door andere cabaretiers. Zei de door hem bewonderde jazzpianist Keith Jarrett in de documentaire The Art of Improvisation niet: het is nonsens om te beweren dat muziek voortkomt uit muziek? Dat literatuur, filosofie, beeldende kunst minstens zo belangrijk waren voor een musicus, misschien wel belangrijker?
Daar is Van der Wal het dus helemaal mee eens. Hij mag júíst graag rondlopen in een museum, galerie of boekwinkel. 'Die plekken prikkelen me om weer iets te maken. Sarah Silverman, een Amerikaanse ­comedian, zei: 'Zo lang ik een pen op papier kan zetten, heb ik werk.' Zo voel ik het ook. Het is misschien niet altijd werk in economische zin, maar als je een pen of een kwast vasthoudt, sta je aan.'

Een paar maanden geleden bezocht hij de open dagen van de Rijksakademie in Amsterdam. Kijken naar wat jonge kunstenaars uit andere disciplines maken: 'Een enorme vorkheftruck ingesmeerd met dierlijk vet en stukken vlees eromheen. Of een geëngageerd werk van een Surinaamse kunstenaar over de Decembermoorden.'

Wat sprak je meer aan?
'Ik kan dat niet met elkaar vergelijken. Het eerste werk is me bijgebleven, omdat het zo groot was en zo penetrant rook. Het tweede omdat het duidelijk was waarover het ging. Ik vind het fijn als ik weet dat die kunstenaar ergens over heeft nagedacht.'
Meteen: 'Nu ontploffen de abstracte kunstenaars, want die denken: ik denk ook van alles. Maar dat vind ik toch moeilijker te begrijpen. Soms hangen er ook nog van die agressie-opwekkende, vage tekstbordjes naast een kunstwerk; dan laat je dus alles bij de kijker. Ik vind het fijner om een richting mee te krijgen.'

Als juryvoorzitter van de Volkskrant Beeldende Kunstprijs maakt hij zondag in het NTR-programma Kunststof (18.05 uur, ­Nederland 2) bekend wie zich de winnaar van 2013 mag noemen. De vijf genomineerden zijn generatiegenoten, 'in dezelfde extreme vrijheid opgegroeid als ik'.

De monumentale installaties van Zoro Feigl, Chaim van Luit en Esther de Graaf, de kwetsbare beelden van Femmy Otten, de archivarische verzameling beelden van Saskia Noor van Imhoff: 'Ik vond het indrukwekkend en heel actueel. Saskia Noor van Imhoff pluisde het depot van het Stedelijk Museum in Schiedam uit en maakte daar met eigen beelden een nieuwe installatie van. Dat is heel erg van nu: iets nieuws maken van het bestaande.'

Hij was van tevoren vooral nieuwsgierig of hij iets van zijn eigen fascinatie in hun werk zou herkennen. 'Ik ben nu 33, mijn oren en ogen zijn gespitst op alles wat met voortplanting te maken heeft, met nieuwe fasen en nieuw leven.' Maar toen hij eenmaal door de zalen met hun werken liep, heeft hij zich laten leiden door de vraag: wat raakt me?

Houdt een maatschappij-kritische cabaretier als jij bij voorkeur van kunst die kritiek levert op de samenleving?
'Nee, ik hou juist ook van het poëtische van kunst. Het lastige van maatschappijkritische kunst is dat het zo tijdgebonden is. Ik las onlangs iets op internet over een kunstenaar die een portret van de vorige paus maakte van 17 duizend condooms. Dat is nu leuk, maar over tien jaar denk je: wie was die Benedictus ook weer? Het is net als een show spelen uit 2003, dat doe ik ook niet meer.'
Hij kocht zijn eerste kunstwerk toen hij 15 was, een kleurige zeefdruk van de Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely voor 400 gulden.

'Vriendjes kochten een stereotoren of Nintendo, maar ik had hier echt voor gespaard. Het hing bij een lijstenmaker in Leeuwarden, en elke week ging ik even kijken. 400 gulden was veel geld.'

Grappig toeval, zegt hij: hij woont tegenwoordig in een oud huis in de buurt van de Amsterdamse Nieuwmarkt. Het is een fabriek uit de 16de eeuw die in de jaren zestig verbouwd werd tot woning. Een voormalige eigenares belde op een dag bij hem aan en hij leidde haar rond.

Een emotionele ontmoeting werd het, ze vertelde over de renovatie en dat het pand in Italiaanse woonbladen had gestaan. 'Er was een keer een man komen kijken die als een blok voor het huis was gevallen, die over de verdiepingen had gedwaald en zonder dat ze er erg in had weer was verdwenen. Dat bleek dus ­Tinguely te zijn.'

Op zijn 18de ging Jan Jaap van der Wal studeren. Vergelijkende Kunstwetenschappen Woord en Beeld: 'Een studie die poogt te onderzoeken wat de relatie is tussen woordkunst en beeldkunst.'

Wat leerde je daar?
'Ik herinner me een extreem leuk vak over architectuur in Las Vegas, waarbij de vraag werd gesteld: wat zet je neer in zo'n omgeving? Wat valt daar op? Je kon kiezen tussen een hoog gebouw met neonlichten, of The Duck, een restaurant in de vorm van een eend.'

Wat koos jij?
'Ik ben altijd voor The Duck. Alleen al omdat je na een week natuurlijk spijt krijgt dat je zoiets hebt ontworpen.'
Heb je iets aan je studie gehad toen je met comedy begon?
'Ik stopte al na drie maanden. Maar ik kom nog weleens iemand tegen uit die tijd en als ik dan hoor waar ze terecht zijn gekomen denk ik: ik ben degene die het samenbrengen van tekst en beeld het meest in de praktijk brengt. In veel van mijn shows heb ik foto's gebruikt als decor. Om mijn verhaal te ondersteunen of een sfeer op te roepen.'

Van der Wal is een groot liefhebber van fotografie. Thuis hangt een kleine collectie: Christophe Jacrot, Roger Ballen, Magnumfotograaf ­Elliott Erwitt. ­'Jacrot fotografeert alleen als het sneeuwt of regent. ­Ballen, een Amerikaan die in Zuid-Afrika woont, heeft daar heel naargeestige, poëtische foto's gemaakt van de armste witte bevolkingslaag. Van ­Erwitt heb ik een foto van een stel dat een dansje doet in de keuken.'

Laatst zag hij bij galerie Reflex in Amsterdam een tentoonstelling van de Japanse fotograaf Hisaji Hara, ­A photographic portrayal of the paintings of Balthus. 'Heel sexy en opwindend werk, zelfs de stillevens zijn nog een beetje geil.'

Ook hier vindt hij het een meerwaarde als hij iets te weten komt over het werk. 'Balthus was een Franse kunstenaar die in de jaren dertig en veertig erotische portretten schilderde, en Hara maakt die portretten na met Japanse modellen. Er hangt een foto op die tentoonstelling van een vrouw in de schemer, haar benen een beetje wijd. Voor die foto wil ik net zo dralen als destijds voor de zeefdruk van Tinguely.'

Zit er een lijn in jouw verzameling foto's?
'Ze zijn niet vrolijk. Terwijl je dat misschien wel van een komiek zou verwachten.'

Zijn laatste show Live begint en eindigt met Keith Jarretts The Köln ­Concert. Terwijl de eerste aarzelende noten op de Bösendorfer Baby Grand piano uit de boxen klinken, vertelt Van der Wal het verhaal achter wat een van de meest legendarische jazzconcerten van de vorige eeuw zou worden. Jarrett had de avond ervoor slecht geslapen, de zaaltechnici hadden de verkeerde vleugel op het podium gezet, een kleine versie van de Bösendorfer waar de pianist normaal op speelde, alleen de middelste registers bleken zuiver te klinken, er was geen tijd meer om te stemmen.

Van der Wal: 'Alles wat kon misgaan, ging mis, en toch heeft hij die avond een geweldig concert gegeven. Op de plaat hoor je het ook: ­Jarrett leert die vleugel al zoekend kennen en hij gaat steeds beter spelen.'

Waarom koos je voor dit verhaal als rode draad door je show?
'Omdat het over de essentie van kunst gaat, namelijk: de grootsheid van talent kan door een valse piano heen klinken. Ik heb best vaak strijd met andere comedians die zeggen: 'Ik heb wel iets nieuws geschreven, maar het is vast niet goed.' Dan denk ik: het heeft een reden gehad dat je het hebt geschreven, die drang kwam ergens vandaan. Zeg dan niet dat het niet goed is, het is hooguit niet áf.'

Intuïtie en ervaring, zeg je in Live, daar draait het in de kunst om.
'Dan kom ik weer terug op iets dat Keith Jarrett in die documentaire vertelt, over het verschil tussen klassiek spelen en jazz spelen. Jarrett kan allebei, hij heeft de Goldberg ­Variaties van Bach op de plaat gezet, en Arvo Pärt, en Sjostakovitsj. 'Als ik weet dat ik 's avonds een klassiek concert moet geven', zegt hij op een gegeven moment, 'ben ik de hele dag alleen maar bezig met de partituur, met wanneer ik de bladzijde moet omdraaien en waar ik moet verstillen, vertragen, versnellen. Maar als ik weet dat ik een jazz­concert geef, sta ik 's ochtends op en denk ik: ik heb zin om te spelen. Omdat ik dan kan improviseren.'

Sindsdien leef ik naar dat motto, en ben ik veel gelukkiger. Het geraamte voor Live heb ik in twee weken tijd gemaakt, de rest van mijn optredens bereid ik helemaal niet meer voor.'

Hij noemt het 'creatief dodelijk': de verplichting om anderhalf jaar van tevoren aan theaterdirecteuren door te geven wat titel en inhoud worden van een nieuw programma, zodat zij hun seizoensbrochures kunnen maken. 'En vervolgens ligt je tournee ook nog een jaar vast. Terwijl bij voorstelling zestig er echt wel de klad in komt.'

Zou je vaker een nieuw programma willen maken en dat korter spelen?
'Ja. Maar je moet er ook mee uitkijken. Freek de Jonge heeft een tijdje elke week een nieuw programma gemaakt. Dat was volgens mij niet vol te houden.'

Live eindigt met een waarschuwing: intuïtie en ervaring zullen plaatsmaken voor cijfers en data. Wat betekent dat voor het cabaret?
'Voor het theater in het algemeen: dat er steeds minder programmeurs zijn die verstand hebben van hun vak en steeds meer die alleen maar kijken naar bezoekersaantallen. Ik vind: talent moet tijd krijgen om te rijpen. Ik heb in redelijke anonimiteit mijn eerste shows kunnen maken en die werden echt niet allemaal goed gerecenseerd. Tegenwoordig kun je je als nieuwkomer geen misser meer veroorloven, omdat de schijnwerpers al meteen op je staan. De finale van een festival als Camaretten staat in het nieuwe Luxor Theater in Rotterdam. Dat is toch een veel te grote zaal voor beginnende cabaretiers? Wat wil je daarmee uitdragen?

'En hoe wil je met talent omgaan als elk jaar honderdtachtig cabaret­acts door het land reizen? Daar is misschien maar 20 procent goed van. En die 20 procent heeft er last van als het publiek cabaretmoe wordt van de rest.

'En dan nog: cabaretiers kunnen nog redelijk de eigen broek ophouden. In de beeldende kunst is het echt een kaalslag. De opening van het Rijksmuseum geeft gelukkig weer een boost aan de kunst, maar het is te hopen dat mensen niet alleen de grote kunstinstellingen omarmen. Dat ze ook bij jonge kunstenaars denken: op termijn wordt er een écht groot.'

Hij is optimistisch. De sleutel tot succes, zegt hij, is er in gelegen dat de jonge generatie bereid is over de schutting van de eigen discipline samen te werken. En mag hij dan eindigen met de foto die Richard Avedon in 1969 maakte, Andy Warhol & members of The Factory? Los van al die naakte lichamen: beter ziet hij de toekomst van jonge kunstenaars niet verbeeld. 'Kunstenaars, schrijvers, ­comedians, acteurs: probeer niet vanaf je eigen eilandje de wereld te veroveren. Zoek elkaar op, en combineer je talenten zo, dat niemand meer om je heen kan.'

Over de vijf genomineerden voor de VKBK-prijs maakte programmamaker Sandra Parry voor de NTR vijf reportages. Ze zijn te te zien op volkskrant.nl/kunstprijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden