Wat hebben we tegen klokkenluiders?

Niet mogen klikken hoort bij in zichzelf gekeerde dorpjes, jeugdbendes en sektes

Wat hebben we toch tegen klokkenluiders? Waarom prijzen we ze niet de hemel in? Als er dan toch bonussen vergeven worden, waarom dan niet allereerst aan klokkenluiders? Waarom hebben klokkenluiders het nog steeds zo verdomde moeilijk? Die vraag blijft hangen na lezing van het relaas van Radboud Verberne, de docent van ROC Rijn IJssel die protesteerde tegen het gesjoemel met handtekeningen om subsidies op te strijken (het Vervolg, 2 april).

Het leven van een klokkenluider is doorgaans een hel. Eerst de interne en meestal eenzame strijd tegen een hele organisatie die je meer of minder subtiel onder druk zet om met fraude en bedrog mee te doen. Dan, als het geweten te hard protesteert, de openbaarmaking van de misstanden. Heel even ben je bekende Nederlander. Maar de meer duurzame beloning is verlies van je baan. Waar je lof en bewondering zou verwachten, is uitsluiting je deel.

Jarenlang
Zo verging het ook Verberne. Na jarenlang gesjoemel met handtekeningen intern en daarna extern aanhangig gemaakt te hebben, kreeg hij weliswaar gelijk - zijn school moest uiteindelijk 3,2 miljoen aan onterecht ontvangen subsidies terugbetalen - maar zijn baan raakte hij kwijt. Zijn oude werkgever procedeert tegen hem en vecht zijn recht op een werkloosheidsuitkering aan.

Waarom oogsten mensen als Verberne niet meer waardering? Is het de kleuterklaslogica dat je niet mag klikken, ook al heeft Fredje dat hondje echt tot bloedens toe getrapt? Kaken op elkaar want klikken is slechter dan hondjes doodtrappen. Bovendien weet Fredje je anders op weg naar huis wel te vinden.

Niet mogen klikken hoort bij kleuterklassen, en bij zeer gesloten gemeenschappen. Bij gezinnen waar huiselijk geweld plaatsvindt, bij in zichzelf gekeerde dorpjes, stammen, jeugdbendes en sektes. Gemeenschappen die alleen op elkaar durven rekenen. Buiten is alles vreemd, buiten weet je maar nooit. Als je uit de school klapt, lig je er uit en kom je er nooit meer in. En omdat je op de buitenwereld niet durft te vertrouwen, moet je wel blijven en je aanpassen.

Luisterend oor

Blijkbaar ontpoppen moderne arbeidsorganisaties zich ook tot zulke sektarische clubjes als er een serieuze criticus opstaat. Ik ken althans geen verhalen van klokkenluiders met wie het wel goed afliep. Die in hun eigen organisatie een luisterend oor vonden en vroeger of later bedankt werden. Behalve de neiging tot sektarisme speelt misschien ook medeplichtigheid een rol. Als ik een collega die de klok luidt, gelijk geef en bedank, wat moet ik dan over mezelf toegeven? Dat ik met gesjoemel of fraude heb meegedaan en ook nog te slecht en te laf was om in opstand te komen? Geen prettig gezicht in de spiegel.

Als we op cruciale momenten de mentale leeftijd van de kleuter uit eigen beweging niet overstijgen, moeten we wetten en regelingen maken die ons daartoe dwingen. Die klokkenluiders beschermen op de momenten dat de kleuter in ons opstaat en wil roepen dat je niet mag klikken. Het is positief dat organisaties klokkenluiderregelingen invoeren die arbeidsrechtelijke bescherming en praktische hulp bieden. De modelregeling voor zorgorganisaties uit 2010 is een goed voorbeeld.

Bescherming

Maar genoeg is het niet. Gezien de enorme risico’s die klokkenluiders lopen en het grote maatschappelijke belang dat zij dienen, is ook nationale bescherming nodig - en, als het om Europese of mondiale bedrijven gaat, om Europese of mondiale bescherming. De strijd tussen klokkenluider en organisatie is immers per definitie ongelijk: de organisatie heeft meer macht en middelen en dus een langere adem. Die strijd moet de klokkenluider niet zelf hoeven voeren. Een derde partij, bijvoorbeeld een ombudsman of het Openbaar Ministerie, kan dit veel beter overnemen. Zoals slachtoffers van misdrijven ook niet zelf hun zaak hoeven uit te vechten, maar dat aan het OM kunnen overlaten, zo moeten klokkenluiders ook hun zaak aan derden kunnen laten.

Nodig is bovendien een nationaal (en uiteindelijk ook Europees en mondiaal) klokkenluiderfonds waaruit de proceskosten en gederfde inkomsten van klokkenluiders betaald kunnen worden. Aan de derde partij de taak om die schade op de werkgever te verhalen. Tot dat gelukt is, kunnen klokkenluiders dan dankzij het fonds hun eten en huis blijven betalen. De zaak Verberne is een goede aanleiding. Wacht niet af tot de volgende klokkenluider beschadigd en geruïneerd achterblijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden