Nieuws Syrië

Wat hebben Fatah en Aziz in Syrië gedaan?

De naar Nederland gevluchte Fatah en Aziz al H. staan terecht voor deelname aan een terroristische organisatie in Syrië. Het OM vindt onderzoek daar te gevaarlijk. Ana van Es ging wel en vroeg familie en bekenden naar de broers, Anneke Stoffelen deed dat hier. Aziz was een Nusra-leider, wordt gezegd, en Fatah werkte in de Nusra-gevangenis. Nee, hij is een praatjesmaker, zegt zijn vrouw.

De illustraties zijn interpretaties van scènes in dit verhaal. Beeld Alexandra España

Op de dam waar zoveel lijken vandaan drijven dat de omwonenden geen vis meer durven eten, staat een gemaskerde man. Alleen zijn ogen zijn zichtbaar. De bezoeker die deze avond de dam op rijdt, aarzelt. Hij moet deze man spreken over de gevangene die hier laatst verdween. Maar is het hem wel echt?

De man zet zijn masker af.

Toont zijn gezicht.

Hij is het.

Fatah al H.

Nog niet zo lang geleden een onbeduidende scharrelaar. Manusje van alles. Werkte als conciërge en in een restaurant. Kan z’n gezin nauwelijks onderhouden. Nu ineens is hij een man die ertoe doet binnen Jabhat al Nusra, het Nusra Front. Vanaf de dam rolt de terreurorganisatie in razend tempo zwarte vlaggen en een conservatieve religieuze ideologie uit over Syrië. Zelfmoordaanslagen met talloze doden maken de bevolking duidelijk dat met deze beweging niet te spotten valt.

De dan 36-jarige Fatah verbergt onder zijn masker hoogstens een stoppelbaard. Hij valt op tussen de andere Nusra-aanhangers op de dam. Die tooien zich met lange, woeste baarden en in korte tunieken, de oudtijdse dracht die zij zien als de enige toegestane in de islam. Fatah is anders. Geen religieuze scherpslijper. Hij bidt niet elke dag. Hij rookt. Franse Gitanes, volgens de broer die zijn sigaretten betaalt.

Deze levensgenieter, die minstens zo enthousiast lijkt over snelle auto’s als over de koran, wordt telkens weer gezien bij de dam, een regionaal hoofdkwartier van het Nusra Front.

De dam bij het dorp Mansoura is een van de eerste plaatsen in Syrië waar de terreurgroep een eigen gevangenis opent. Twee donkere opslagruimtes in het hart van het complex dienen als cellen. Op de binnenplaats worden executies uitgevoerd. In de diepte kolkt de rivier de Eufraat.

Zonder masker probeert Fatah zijn bezoeker gerust te stellen. De gevangene die verdwenen lijkt nadat Fatah hem naar de dam bracht? Die binnen een uur weer vrij zou zijn, die geen haar gekrenkt zou worden, maar die nu spoorloos lijkt?

‘Maak je geen zorgen.’

Het is maart of april 2013, op een avond die achteraf geen datum meer heeft. In de jaren van terreur in Syrië leefden de meeste geïnterviewden in dit verhaal noodgedwongen zonder agenda of telefoon. De avond dat Fatah op de dam zijn masker afdoet, ligt in de herinnering van zijn bezoeker kort nadat provinciehoofdstad Raqqa op 5 maart 2013 in handen viel van rebellen. De revolutie in Syrië lijkt op dat moment nog hoopvol.

Maar in razend tempo wordt de opstand gekaapt door extremisten. De dam bij Mansoura is volgens omwonenden meer dan een belangrijk Nusra-hoofdkwartier: het is ook de kraamkamer van Islamitische Staat (IS). In het geheim wordt vanaf de dam de overgang voorbereid naar IS. Deze nog wredere terreurgroep staat in Syrië in dit voorjaar van 2013 op het punt bovengronds te gaan.

Wat doet Fatah, een gewezen conciërge, in deze machtsbasis van islamitisch terrorisme? Zelf vertelt hij aan kennissen dat hij zijn positie dankt aan zijn jongere broer. Als je zijn verhalen mag geloven, is deze broer, Aziz al H., een belangrijke Nusra-leider elders in Syrië. Omwonenden hebben gehoord dat Aziz soms de dam bezoekt. Ze zeggen dat hij daar afspreekt met de commandant: Abu Loqman. Die is bij Nusra, maar sorteert in stilte al voor op de komst van IS. Daar zal Abu Loqman uitgroeien tot internationaal gevreesde terrorist: het hoofd van de IS-spionagedienst en het mogelijke brein achter aanslagen in Europa.

‘Ik ga misschien op reis’, vertrouwt Fatah zijn bezoeker toe.

Het is een van de laatste keren dat hij op de dam wordt gezien. Van de ene op de andere dag verdwijnen Fatah en Aziz uit Syrië. De gemaskerde man en zijn broer gaan op in de vluchtelingenstroom naar Europa. Als ze weer opduiken, is dat als asielzoeker in Nederland. Aziz heeft dan een relatie met journalist Ans Boersma en vestigt zich in Amsterdam. Fatah begint een nieuw leven in het Brabantse dorp Bergeijk.

Hoe herken je een oorlogsmisdadiger tussen echte vluchtelingen?

Extremisten die zich in Europa voordoen als oorlogsvluchteling: justitie is er sinds het op gang komen van de migratie uit Syrië beducht voor. Mogelijk zijn ze ‘sleeper cells’, gestuurd om aanslagen te plegen. Ook om recht te doen aan hun slachtoffers in Syrië wil justitie deze mensen vervolgen. Het is voor echte vluchtelingen onverteerbaar dat landgenoten met bloed aan hun handen in Europa aanspraak maken op hulp en bescherming.

Maar hoe herken je de oorlogsmisdadiger tussen tienduizenden echte vluchtelingen? En hoe bewijs je in Nederland wat zich zes jaar geleden afspeelde in de chaos van de oorlog in Syrië?

Op het oog zijn de broers Al H. niet te onderscheiden van andere Syrische vluchtelingen. In Bergeijk betrekt Fatah met zijn gezin een eenvoudige rijtjeswoning, worstelt met de taal en moet accepteren dat niet alleen hij, maar ook zijn vrouw buitenshuis vrijwilligerswerk moet doen. Gold zijn broer Aziz in Syrië als diepgelovig, hier gaat hij naar muziekfestivals en werkt in een café.

Op de ochtend van 3 december 2018 wordt Fatah op het woonerf in Bergeijk gearresteerd als hij zijn auto wil starten. Zijn broer zit dan al maanden vast. Beiden worden verdacht van deelname aan een terroristische organisatie. In februari van dit jaar wordt de zaak voor het eerst behandeld in een voorbereidende zitting bij de rechtbank in Rotterdam. Daar wordt duidelijk dat de Nederlandse autoriteiten Fatah (inmiddels 42) en Aziz (33) al jaren in het vizier hebben.

Het is pas de tweede keer dat het Openbaar Ministerie (OM) Syrische vluchtelingen vervolgt voor misdrijven in hun land van herkomst. Eind 2018 zijn twee andere Syrische asielzoekers tot jarenlange gevangenisstraffen veroordeeld vanwege hun deelname aan het Nusra Front. In die zaak is er rechtstreeks bewijs: foto’s waarop de verdachten bij een checkpoint staan.

In de zaak tegen de broers Al H. moet het OM het vooralsnog hebben van afgeluisterde gesprekken van de verdachten zelf, blijkt in de Rotterdamse rechtbank. Daarin geven ze hoog op van hun contacten met hooggeplaatste figuren binnen Nusra en IS. In één afgetapt gesprek vraagt Fatah zich af hoe ‘ze’ wisten dat hij en Aziz bij het Nusra Front zaten. In een andere opname zegt Aziz: ‘Ik heb gezworen niet meer te slachten, geen vrouw, geen man en niemand.’ De kwaliteit van de geluidsopnamen is slecht, de vertaling gaat moeizaam. Ooggetuigen? Die lijken er niet te zijn.

Opmerkelijk is dat het OM weigert onderzoek te doen op de plek waar alles zich afspeelde: Syrië. Moet dat niet gebeuren, suggereert Fatah’s advocaat. ‘Onmogelijk’, stelt de officier van justitie.

Een onderzoeksteam naar Syrië sturen, geldt niet alleen als gevaarlijk, maar ligt ook politiek gevoelig. Den Haag wil geen ‘rechtshulprelatie’ met de Koerdische autoriteiten die na de val van IS de dienst uitmaken in Noord-Syrië. Dit kan gevolgen hebben voor een ander hoofdpijndossier: de veertig Nederlandse IS’ers die nu nog in Syrië vastzitten, kunnen dan mogelijk terug naar huis. Contact leggen met de Syrische president Assad is taboe vanwege zorgen over mensenrechten.

Nederlandse politierechercheurs kloppen voorlopig dus niet aan bij het familiehuis in Tabqa, waar Fatah en Aziz met hun zes broers en een zus opgroeiden en in april 2013 samen afscheid namen voordat ze koers zetten naar de Turkse grens. Ze zullen ook geen bezoek brengen aan de dam bij Mansoura, waar het meer dan levensgrote IS-logo op het damgebouw nog steeds zichtbaar is.

Wat tref je aan als je in tegenstelling tot het OM wel in Syrië op zoek gaat naar het verleden van de broers Al H.?

Gewone Syrische jongens

Rondom de dam zijn Fatah en Aziz zes jaar na hun vertrek niet vergeten. Ze maakten indruk. Zonen van een plaatselijke handelaar in matrassen en landbouwmachines, gewone Syrische jongens van deze streek, die op het kantelpunt van de revolutie kozen voor de zwarte vlaggen van het jihadistische verzet. Informatie die het OM in Nederland met moeite bij elkaar sprokkelt, ligt in Syrië op straat. De Volkskrant spreekt meerdere omwonenden die verklaren dat de broers actief waren binnen het Nusra Front.

Elf geïnterviewden uit de omgeving van Mansoura stellen dat Fatah namens Nusra op de dam werkte. Hij is tussen februari en april 2013 meerdere keren gezien toen hij gevangenen naar de dam vervoerde. Broer Aziz was in zijn geboortestreek minder in beeld. Vier bewoners zeggen te hebben gehoord dat hij een Nusra-commandant oftewel emir was in de provincie Idlib of Latakia. Eén tribale leider kent Aziz persoonlijk uit zijn tijd bij Nusra, maar niet als commandant. ‘Hij was een gewone jongen binnen Jabhat al Nusra.’

De broers verlieten Syrië met een daverende klap: een even mysterieuze als spectaculaire diefstal. Vlak voor hun vertrek ging Fatah volgens vijf geïnterviewden aan de haal met apparatuur uit katoen- en suikerfabrieken en een wagenpark aan trucks van onder meer het Syrische staatsoliebedrijf Al Furat. Fatah en Aziz handelden samen, stelt een plaatselijke sjeik die in de truckhandel zit. De opbrengst zou in de miljoenen dollars lopen. Niemand weet wat de broers met dit geld hebben gedaan. Staken ze het in eigen zak, zoals het gerucht gaat, of is de bestemming grimmiger?

Binnen hun eigen stam vreest men het ergste. De provincie Raqqa, waar de broers opgroeiden, is zeer tribaal: ook in de 21ste eeuw zijn stammen – verbanden van meerdere families – hier allesbepalend. Sjeik Naif is het plaatselijke hoofd van de Abu Jaber, de stam waartoe Fatah en Aziz behoren. Hij woont op loopafstand van de dam en heeft geen goed woord voor hen over. Hij zag Fatah in actie en houdt hem verantwoordelijk voor marteling en moord op de dam. Hij veronderstelt dat beide broers met hun gestolen kapitaal naar Europa zijn gereisd om ‘aanslagen te plegen’.

Zijn broer, ook een sjeik, zegt dat hij door Fatah is gearresteerd. Een derde sjeik van hun stam, sjeik Aboud, erkent dat Fatah altijd in de weer was met zowel Nusra-commandanten als met gevangenen. Hij stelt dat Fatah de gevangenen wilde ‘helpen’, bijvoorbeeld door koffie voor hen te zetten. En dat hij zijn eigen rol vervolgens overdreef. ‘Als je hem ontmoette, zou je denken dat hij belangrijk was.’

Als je bij Nusra was, ben je dan altijd fout? In de mist van een jarenlange oorlog lijkt duidelijk dat Fatah actief was bij het Nusra Front, maar is het lastig om zijn precieze rol te reconstrueren. Was hij lid van de amni, de gevreesde veiligheidsdienst? Of slechts een mohaqiq, een rechercheur? Droeg hij verantwoordelijkheid voor executies? Of transporteerde hij vooral gevangenen en schepte hij daarover op?

Zeker is dat Fatah volop verhalen vertelde. Eerst in Syrië, later in Nederland. Die verhalen gaan niet alleen over hemzelf, maar ook over zijn broer Aziz. Die zou goede contacten hebben met Abu Loqman, en zelfs met Nusra’s opperste leider Abu Mohammed al Jolani. In alle verhalen is Aziz machtig genoeg om Fatah aan een baan op de dam te helpen. ‘Als je de broer bent van Aziz al H., is dat genoeg’, zegt een bekende van de familie. Om er als jihadist toe te doen, hoef je dan zelfs de baya, de islamitische eed van trouw, niet meer af te leggen.

‘Fatah wilde overal in’, zegt zijn broer Karim, die nog steeds woont in het familiehuis in Tabqa. ‘Vrije Syrische Leger, het Nusra Front, Islamitische Staat… Hij dacht dat hij alles was.’ In de tijd van IS werd het volgens hem gevaarlijk om zoveel te praten. ‘Daarom wilde mijn familie hem weg hebben.’

Niet gek om contacten te hebben bij IS

Tabqa, gelegen aan het Meer van Assad, is een gespleten stad. Pal aan het meer ligt de elitewijk vol laagbouwflats in Sovjet-stijl, gebouwd voor ambtenaren van het Assad-regime. De flats, nu deels platgebombardeerd, vormden voor de oorlog een onbereikbaar walhalla voor inwoners van het armere, oude deel van Tabqa. Een buurt aan de rand van de oude stad draagt tegenwoordig de bijnaam ‘wijk van de leiders.’ Zoveel jongeren hier waren het verdeel-en-heers bewind van Assad beu dat ze zich tijdens de revolutie aansloten bij het Vrije Syrische Leger, het Nusra Front en later IS.

Niet gek dat Fatah contacten had bij Nusra en IS, zegt broer Hamid, de oudste van het gezin, die tegenwoordig in Utrecht woont. ‘Die lopen daar gewoon rond. Het kunnen je buren zijn.’

In deze wijk ligt het huis van de familie Al H. Fatahs vrouw Maria, die als tiener in 2004 in deze familie trouwde, kan zich niet herinneren dat ze alle acht broers ooit samen in één ruimte heeft gezien. De één werkte in Saoedi-Arabië, de ander in Qatar. Fatah heeft losse baantjes in Libanon: als conciërge, bij een schoonmaakbedrijf en in een restaurant.

Aziz, de een na jongste, was nooit van de partij. Hij is nog een tiener als hij wordt gearresteerd. In de herinnering van zijn oudste broer rijdt die dag een medewerker van een van Assads talloze geheime diensten langs op een motor. Maakt één geruststellende opmerking. ‘Hij is zo terug. Hij moet alleen even wat documenten tekenen.’

Zo verdwijnt de eerstejaars student Aziz voor ruim zes jaar in Sednaya, de beruchtste gevangenis van Syrië. De aanleiding voor zijn arrestatie blijft vaag. Aziz had een groep extreem religieuze vrienden. ‘Ze gingen samen bidden’, zegt Karim. ‘Het regime kwam en arresteerde ze allemaal.’

In het voorjaar van 2011, bij het begin van de Syrische revolutie, krijgt Aziz amnestie. Thuis in Tabqa kan hij niet meer aarden. Vaak staart hij uren voor zich uit. Aziz, dan 25 jaar, vertelt de familie dat z’n nagels zijn uitgetrokken en dat er sigaretten op hem zijn uitgedrukt. Hij mist zijn celmaten, die de harde kern vormen van Syrische jihadisten. Onder hen is Abu Loqman, de latere meesterspion van IS die begin 2013 volgens omwonenden zetelt op de dam bij Mansoura.

‘Toen Aziz eruit kwam, was hij verloren’, zegt zijn broer Karim. Algauw trekt hij met de opstandelingen mee naar Aleppo. Zijn familie zegt niet te weten wat hij precies doet. Soms is hij maanden van de radar. Hij was met het Vrije Syrische Leger, denken ze. Mogelijk met de gematigde islamitische groep Ahrar al Sham. En ‘misschien’ bij het extremistische Nusra Front.

Hij is niet de enige van de acht broers die kiest voor het verzet. In november 2012 komt het bericht dat de jongste, Kafi, in Aleppo is gesneuveld. In een online overlijdensregister wordt hij bijgeschreven als martelaar van het Nusra Front. ‘Het is mogelijk’, erkent broer Karim. Zelf gaat hij ervan uit dat de benjamin van het gezin meevocht met het meer gematigde Vrije Syrische Leger.

Waar is Fatah terwijl de revolutie zijn twee jongere broers verzwelgt? ‘Thuis’, zegt Karim. Naar eigen zeggen stopt hij Fatah vaak geld toe. Fatahs vrouw Maria heeft echter de indruk dat haar man tussen 2011 en 2013 volop buitenshuis werkte. Auto’s verhandelen, zoiets. Als vrouw weet ze hier het fijne niet van. Bij nader inzien herinnert Karim zich dat Fatah in de verzetsjaren inderdaad ook eigen geld verdiende.

‘Met paspoorten.’

Raqqa is in die tijd nog onder controle van het regime, maar de rebellen vergroten hun invloed met de dag. In die chaos gaat Fatah geregeld naar het paspoortkantoor. Met zijn vlotte babbel weet hij toegang te krijgen tot de apparatuur. Koelbloedig regelt hij valse papieren voor de opstandelingen. ‘Veel mensen wilden het land uit en hij hielp ze.’

Daverende explosie bij de dam

Op zaterdag 2 februari 2013 schrikken de omwonenden van de dam bij Mansoura ’s ochtends wakker van een daverende explosie. Rebellen van onder meer het Nusra Front nemen de controlepost in bij de dam, die tot op dat moment in handen was van het leger van Assad. Met het damgebouw heeft Nusra een strategische voorpost in handen die zal dienen als springplank naar de grotere Tabqa-dam en de provinciehoofdstad Raqqa.

Sjeik Naif, die op loopafstand woont van de dam, krijgt bezoek van een van de nieuwe machthebbers. Deze rebel van het Nusra Front blijkt een knappe dertiger. Geen ruige baard, zoals de anderen, maar met een westers uiterlijk. Zijn accent verraadt dat hij uit deze streek komt. Het is Fatah al H. Een echte Abu Jaber, net als sjeik Naif.

‘Hij is van onze stam. Wij zeiden hem dat.’

Maar de ontmoeting tussen de twee bloedverwanten verloopt grimmig. Fatah toont de sjeik een handvol kogels. Hij neemt alle motorfietsen mee die de gemeente eerder uit voorzorg heeft gestald in het huis van het stamhoofd. ‘Hij is deze weg gegaan en wij waren bang van hem.’

Fatah vertoont zich in het dorp met een masker op. Sjeik Naif herinnert zich zijn strijdersnaam: Abu Ibrahim. De verhalen die rondgaan in het dorp maken hem duidelijk: deze man is meer dan een motorfietsendief. ‘Hij was, kunnen we zeggen, álles op de dam. Hij arresteerde mensen. Hij vermoordde mensen.’ Niet met zijn blote handen, benadrukt sjeik Naif. ‘Maar hij had de autoriteit, hij nam beslissingen.’

De dam bij Mansoura regelt samen met de stroomopwaarts gelegen Tabqa-dam al drie decennia de elektriciteitsvoorziening voor een groot deel van Syrië. Zodra Nusra-rebellen de macht grijpen, worden bezoekers verbannen naar de rand van het complex. Wie de pech heeft dieper naar binnen te worden geleid, vertelt het niet altijd na. Omwonenden zien Fatah daarom bij en op de dam, maar nooit in de dam.

De enigen die het Nusra Front binnen aan het werk hebben gezien, zijn de ingenieurs die hier bleven komen. Van dambeheer weten de Nusra-leiders immers niets. Het waterpeil stijgt alarmerend. Om een watersnoodramp te voorkomen, sluit het Assad-regime een Faustiaans pact met het Nusra Front en later ook met IS: de technische ambtenaren krijgen weer toegang tot de dam.

Onderweg naar hun werkplek moeten ze de eerste keer over de lijken klimmen van Syrische militairen die hier zijn gedood. Ze ontmoeten Abu Loqman, de emir van Nusra. ‘Een emir was een directeur zoals ikzelf’, zegt een van de ingenieurs over de plotselinge verandering van management. Ze zien hoe Nusra-strijders tunnels graven naar de omliggende dorpen. Rekruten moeten in de Eufraat springen ‘om sterk te worden’.

De illustraties zijn interpretaties van scènes in dit verhaal Beeld Alexandra España

In het hart van het damcomplex opent een van de eerste Nusra-gevangenissen van Syrië. Twee donkere opslagruimtes worden voorzien van traliewerk en stalen deuren. ‘Ze brachten hier zelfs de gouverneur van Raqqa, hoorden we.’ De ingenieurs durven niet dichtbij te komen. Van een afstand zien ze dat de cellen vol zitten. Gemaskerde mannen leiden de gevangenen geblinddoekt naar de wc. Geselen hen op het plein. Ze zien hoe de gevangenen worden doodgeschoten en dat hun lichamen in de rivier belanden.

Fatah al H.? De drie ingenieurs die op de dam Nusra en daarna IS hebben overleefd, zijn eensgezind: die hebben ze hier nooit gezien. ‘Maar er is iets dat je moet weten’, zegt de huidige hoofdingenieur, ‘als ze hier uit de buurt kwamen, droegen ze tijdens hun werk allemaal een masker. Dus als hij hier is geweest, zou ik hem niet herkennen.’

Vier dagen vast, zes jaar later er nog niet overheen

Wat gebeurt er als Fatah gemaskerd je huis binnenvalt en je meeneemt naar de dam? Het overkomt een tienerjongen in een dorp ten zuiden van de dam. Ineens staat Fatah hier op het erf. In de herinnering van de familie gebeurt dat kort voor de val van Raqqa op 5 maart 2013.

‘We herkenden hem aan zijn stem en zijn ogen’, zegt een neef die Engels spreekt. ‘In de gevangenis was hij de big boss.’

De familie weet wat op het spel staat. De vader des huizes onderhoudt politieke banden met de regering van Assad. Nu het verzet de macht grijpt, is dit een probleem. De vader zit veilig in de hoofdstad Damascus. Maar zijn zoon van 16 jaar is die dag thuis. Hij wordt geblinddoekt. Zijn handen achter de rug geboeid. Fatah neemt hem mee. De familie sjeest er achteraan, naar de dam. Een oom: ‘Hij is hier niet, zeiden ze. Maar we zeiden: we weten dat hij hier wel is.’

Vier dagen zit de tiener vast. Zes jaar later is hij er niet overheen. Zijn blinddoek bleef altijd om. Alleen op de wc mocht die even af. Ze martelden hem, zegt hij, met elektriciteit. Ze sloegen met buizen. ‘Maar het ergste was dat ze steeds een mes op mijn keel zetten en zeiden: we gaan je zo onthoofden. Stel je dat voor. Erger gaat het niet worden.’

De ex-gevangene knielt naast de verslaggever neer. ‘Voel jij eens aan mijn schouder.’ Puntige stukken bot steken door zijn huid. De rechterschouder is gebroken. Dat gebeurde op de dam, zegt hij. Zes ribben zijn ook gebroken. Elke nacht, al zes jaar lang, heeft hij nachtmerries. Werken lukt niet, hij kan de straat nauwelijks op. Slikt zware angstremmers. ‘Hij heeft een fobie voor soldaten’, zegt zijn oom. ‘Bij checkpoints verstopt hij zich achter vrouwen.’

De Volkskrant achterhaalt in Syrië drie van Fatah’s voormalige gevangenen. Behalve de tiener wordt ook sjeik Aziz, een broer van sjeik Naif, gearresteerd door Fatah. Hij weigert mannen van de Abu Jaber-stam te leveren voor het Nusra Front. ‘Wij hebben meer dan 17 duizend hoogopgeleiden, wij konden het niet accepteren om met zo’n groep te gaan.’ Na een paar uur komt sjeik Aziz ongedeerd vrij.

Minder geluk heeft de derde arrestant, een kolonel van de Syrische militaire inlichtingendienst. Hij vraagt hulp van een tribale relatie: sjeik Atif in Mansoura. De kolonel was gedeserteerd, stelt sjeik Atif. Hij wilde vluchten naar Turkije, maar bedacht zich, en hoopte in Nusra-gebied te kunnen blijven. Sjeiks in Syrië onderhouden banden met iedereen. Ze vormen de schakel tussen regering en verzet. Dus belt sjeik Atif zijn lokale contact op de dam: Fatah al H.

Sjeik Atif en Fatah gaan ver terug: hun grootvaders kennen elkaar. Dat telt in Syrië. Fatah drinkt geregeld thee bij Atif thuis. Hij geeft hoog op over ‘de organisatie’, ofwel het Nusra Front. ‘Onze gevangenissen zijn zoals de gevangenissen in Zwitserland.’ Ook vertelt hij over zijn machtige broer Aziz en diens band met Abu Loqman. En natuurlijk over zijn eigen paspoortzwendel, waar zelfs Nusra’s tweede man Abu Maria al Qahtani volgens hem van heeft geprofiteerd.

Kan Fatah de kolonel helpen? ‘We hebben niks tegen hem’, verzekert Fatah. Toch lijkt het hem beter als de deserteur even meegaat naar de dam, voor een routineverhoor. ‘Er zal hem niks gebeuren.’ Bij zonsondergang komt hij de kolonel halen in het huis van sjeik Atif. ‘Misschien duurt het ongeveer een uur.’

De volgende ochtend is de kolonel nog steeds niet terug. De sjeik raakt bezorgd. Hij heeft eerder gezien dat Fatah geblinddoekte gevangenen vervoerde naar het kantoor van shariarechter Abu Ali, berucht vanwege zijn onthoofdingen met het zwaard. Fatah zal toch niet zijn belofte breken aan hem, een sjeik? ‘We doen onderzoek’, zegt Fatah later die dag kortaf. ‘Hij is kolonel, hij heeft militaire informatie die de organisatie kan helpen.’ Op 9 maart 2013 verschijnt een grimmig filmpje op YouTube. Gezeten tegen een zwarte vlag met de islamitische geloofsbelijdenis zegt de kolonel dat hij gevangene is van het Nusra Front. Het is de laatste keer dat hij in leven wordt gezien.

Sjeik Atif treft Fatah nog één keer, als hij ’s avonds op de dam zijn masker afzet en zegt: ‘Ik ga misschien op reis.’

Diefstal van trucks en fabrieksonderdelen

Bij de dam staat een rij trucks. Fatah inspecteert ze. Hij wil de trucks verkopen in Turkije. ‘Ik zag dat met mijn eigen ogen’, zegt sjeik Aboud, die tot dezelfde stam behoort als de familie Al H. ‘En daarna was hij weg.’

De diefstal van de trucks en de fabrieksonderdelen bezegelt de reputatie van Fatah en Aziz. ‘Met het geld steunden ze het Nusra Front’, zegt een andere tribale leider, sjeik Abdallah, die voor de oorlog in de truckhandel zat. ‘Althans, dat was de bedoeling. Ze staken al het geld dat bedoeld was voor het Nusra Front in eigen zak en zijn gevlucht.’

Wanneer vertrokken de broers? In Nederland zal Aziz later in een interview met de Volkskrant zeggen dat hij Syrië ‘eind 2012’ voorgoed verlaten had. Maar in het familiehuis in Tabqa herinneren ze zich dat anders. Het was in april 2013, zegt zijn broer Karim. ‘Eind april 2013’, zegt een vriend van de familie, Adel. Dit tweetal escorteerde Fatah en Aziz persoonlijk door de woestijn naar Turkije.

De illustraties zijn interpretaties van scènes in dit verhaal Beeld Alexandra España

Fatah maakt met een illegaal bootje de oversteek naar Europa en vraagt in Nederland als vluchteling om bescherming. Gezinnen van de Syrische mannen die vooruitreizen naar Europa, blijven vaak wachten in Turkije. Zo niet Fatahs echtgenote Maria. Terwijl Fatah bij de IND vertelt hoe gevaarlijk het leven in Syrië is geworden, reist zij in maart 2014 als een spookrijder tegen de vluchtelingenstroom in terug naar Tabqa, inmiddels veroverd door IS. Gevaarlijk? Dat is relatief, zegt Maria. ‘Wat ook gevaarlijk is, is dat ik in een vreemd land alleen zou blijven met mijn kinderen.’

Vanuit Saoedi-Arabië komen ook Fatahs ouders naar Tabqa. Terwijl IS zijn terreurbewind uitrolt over de regio, viert de familie een trouwerij. Maria koestert dierbare herinneringen aan de circa drie maanden die ze doorbrengt in het kalifaat voordat ze doorreist naar Nederland. ‘Ik heb mijn familie gezien, ik heb een huwelijk meegemaakt. Ik heb een mooie tijd gehad daar.’

Het leven onder IS was niet slecht, zegt Karim. ‘In die tijd was dit het veiligste gebied van het land.’ In- en uitreizen kon gemakkelijk. ‘De handel was ook heel goed. Als je een vergunning had, kon je van hier naar Mosul en niemand hield je tegen. Als je iemand in Tabqa vraagt ‘wanneer ben je heel rijk geworden?’ dan zal hij zeggen ‘in de tijd van de islamitische staat.’’

Fatah strooit verhalen rond

De verhalen die Fatah eerder in Syrië vertelde, strooit hij ook in Nederland rond. Hij biedt zijn hulp aan bij een Syriër wiens achtergebleven familie in Raqqa problemen heeft met IS. Fatah belooft te kijken wat hij kan doen, via zijn eigen contacten en die van zijn broer Aziz, die volgens hem nog steeds warme banden onderhoudt met Abu Loqman en Nusra-kopstuk Al Jolani.

In de achtertuin van deze Syriër in Zoetermeer steekt Fatah als bewijs van zijn verleden zijn pols uit. Kijk naar dit horloge. Dit klokje is van de gevangen gouverneur van Raqqa. Met dit verhaal pochte hij ook in Syrië, weet sjeik Aboud van zijn eigen stam. Het verhaal gaat als volgt: Fatah zorgde zo goed voor de gevangen gouverneur dat die als dank zijn horloge gaf. ‘Ik ben er zeker van dat hij dat verteld heeft.’

In het Brabantse Bergeijk stapt een Syrische asielzoeker naar eigen zeggen al in oktober 2014 naar de politie. Hij zegt dat hij wordt bedreigd omdat hij belastende informatie heeft over Fatahs verleden. Met die melding lijkt weinig te gebeuren.

De Nederlandse autoriteiten hebben meer aandacht voor Fatahs broer Aziz. Die heeft onder een valse naam asiel aangevraagd. Aanvankelijk verschuilt hij zich voor zijn familie. Zijn oudste broer Hamid, die in Utrecht woont, ontdekt pas na maanden dat ook Aziz in Nederland is. De IND vraagt Hamid naar details over al zijn broers. Hij wil niet meegaan in Aziz’ leugens, maar gunt zijn broer ook een nieuw leven. ‘In de Arabische cultuur is het niet gebruikelijk dat je je broer verraadt.’

In elk geval vanaf het voorjaar van 2016 wordt Aziz afgeluisterd door inlichtingendienst AIVD. Later dat jaar worden Fatah en Aziz samen aangehouden op Schiphol, na een tip dat ze een groot geldbedrag, mogelijk een ton, hebben opgehaald in Saoedi-Arabië. De politie vindt slechts een paar duizend euro. De broers beweren dat ze ‘verre familie’ van elkaar zijn en mogen gaan.

Fatah blijft buiten beeld in september 2017, als zijn broer Aziz in het Amsterdamse debatcentrum De Balie wordt herkend als ‘IS-strijder’. De flamboyante Aziz, met als ex-vriendin een Nederlandse journalist, wordt in oktober 2018 als eerste door de politie opgepakt. Justitie vindt drie valse paspoorten bij hem thuis. Twee maanden later wordt ook Fatah gearresteerd.

Vanuit de gevangenis in Vught belt Fatah elke dag tien minuten naar huis. Ze praten niet over de zaak, zegt Maria. Fatah, haar ‘geweldige man’, heeft één slechte eigenschap: hij overdrijft. Niet alles wat hij zegt, is waar. ‘Ik weet dat hij bepaalde dingen heeft gezegd die ons in problemen hebben gebracht en ja, ik ben daar boos over. Weet hij dat? Ja. Zeg ik dat ook tegen hem? Nee, want in onze traditie is het zo dat ik weet dat hij het al zwaar genoeg heeft. Ik ga hem dan niet nog verder bezwaren met mijn woede.’

In het rijtjeshuis in Bergeijk zijn de gordijnen gesloten, zodat Maria haar hoofddoek af kan doen. Op schoot ligt een baby. Na drie dochters eindelijk een zoon. Fatah heeft het jongetje maar veertig dagen meegemaakt voordat hij werd gearresteerd, rekent ze voor. Hij is onschuldig. Dat staat voor Maria vast. Anders had ze toch niet nog meer kinderen met hem gekregen, als hij een slecht persoon was?

Syrische vlag hangt weer op de dam

Op de dam waar zes jaar geleden het kalifaat begon, hangt nu weer de Syrische vlag. Dit symbool van het Assad-regime is officieel nog steeds verboden, maar de ingenieurs wagen het erop. Met plakband hebben ze de driekleur met twee sterren op de muur gehangen. Pal tegenover de directeurskamer waar Abu Loqman omgeven door mannen met maskers begin 2013 werkte aan de verrijzenis van IS.

Wat gebeurde op de dam, en wie waren daarbij? Het gebouw toont zijn schuld. De twee gevangeniscellen zijn nog intact. De muren zitten vol jihadistische graffiti. Als de stalen deuren dicht vallen, voel je hoe benauwd deze ruimtes zijn, zelfs nu hier geen tientallen mensen op elkaar zitten gepakt. De ingenieurs wijzen naar de kogelgaten in de muur alsof de executies hier gisteren plaatsvonden.

Wat is het lot van de kolonel die door Fatah dit gebouw werd binnen gebracht? Volgens berichten op sociale media zou hij later door IS zijn gedood. Zijn vermissing achtervolgt sjeik Atif. Hij wil al langer over Fatah vertellen tegen de politie in Nederland, maar wist niet hoe hij die kon bereiken. Als de rechercheurs niet naar Syrië durven reizen, wil hij desnoods getuigen ‘via Whatsapp’.

In het familiehuis in Tabqa hoopt ook broer Karim dat de waarheid boven tafel komt. Als justitie in Nederland inziet dat Fatah een praatjesmaker is, die in het heetst van de Syrische opstand een spinnenweb aan verhalen ophing over zichzelf en zijn broer, dan komen ze vast gauw vrij. Thuis maken ze er grapjes over. ‘Als Fatah was gebleven onder IS, dan had IS zijn tong afgesneden.’

Tijdlijn

2011 Maart: Begin Syrische revolutie

April: Aziz vrijgelaten uit beruchte Sednaya gevangenis

2012 Januari: Nusra Front spreekt zich uit tegen president Assad, en voor een islamitische staat.

November: Jongste broer Kafi komt om in Aleppo

December: Nusra Front door VS aangemerkt als terroristische organisatie

2013 2 februari: Dam bij Mansoura veroverd door rebellen Nusra Front. Volgens omwonenden hoofdkwartier Abu Loqman.

5 maart: Rebellen veroveren Raqqa. Groot aandeel Nusra Front.

9 maart: Filmpje gearresteerde kolonel op YouTube.

8 april: IS, tot dan toe Iraakse groepering, verklaart Syrische Nusra Front onderdeel van IS. Conflict tussen IS en Nusra.

April: Fatah + Aziz verlaten Syrië (volgens verklaring broer + neef).

2013 Zomer: Fatah en Aziz in Turkije. Aziz ontmoet Ans Boersma in Istanbul.

2014 Januari: IS grijpt macht in grote delen Noord-Syrië

Maart: Fatah vraagt asiel aan in Nederland

Juli: Aziz vraagt asiel aan in Nederland

2015 Relatie Aziz en Ans Boersma beëindigd

2016 Broers aangehouden op verdenking van valutasmokkel uit Saoedi-Arabië.

2017 Mei: Tabqa heroverd op IS

Juni: Dam bij Mansoura heroverd op IS

September: Aziz in De Balie herkend als ‘IS-strijder’

2018 Oktober:  Aziz gearresteerd

December: Fatah gearresteerd

2019 Januari: Ans Boersma Turkije uitgezet als gevolg van onderzoek naar Aziz en Fatah.

Februari: Eerste pro forma-zitting. Broers zitten zeker nog tot mei vast.

Reactie Peter Plasman, advocaat van Aziz Al H.:

‘Cliënt heeft heel veel op te merken als reactie op de tegen hem ingebrachte beschuldigingen, maar hij zal dat doen op de daarvoor bestemde plek, de zittingszaal, en niet in de media.

Daar wil ik aan toevoegen dat cliënt niet wordt verdacht van enige activiteit die in verband zou staan met een aanslag in Nederland of waar dan ook. Dat betekent dat daarvoor geen enkele aanwijzing bestaat.’

Reactie Bart Nooitgedagt, advocaat van Fatah Al H.

Zoals bekend loopt er op dit moment een strafrechtelijk onderzoek naar cliënt. Zolang dat onderzoek loopt zal er door of namens cliënt geen commentaar gegeven worden op vragen van journalisten of anderen buiten het strafproces. Wellicht ten overvloede merk ik op dat een verdachte voor onschuldig dient te worden gehouden totdat zijn eventuele schuld onherroepelijk in rechte is komen vast te staan.

Verantwoording

De Volkskrant interviewde op 27 en 28 februari en van 4 tot en met 6 maart 2019 in Syrië ruim twintig personen voor dit verhaal: omwonenden van de dam van Mansoura (in de tijd van Assad bekend als de Baath-dam, onder IS als de Racheed-dam) en familieleden van Fatah en Aziz al H. in Tabqa. Veel geïnterviewden zijn tribale leiders ofwel sjeiks: zij onderhielden noodgedwongen contact met alle verzetsgroepen en weten daarom wie daarvan lid waren. In Nederland zijn interviews gehouden met broer Hamid en met Maria, de vrouw van Fatah. Daarnaast is in Nederland gesproken met twee Syriërs die Fatah zeggen te kennen.

Acht bronnen die worden opgevoerd in dit verhaal zijn anoniem. Een bekende van de familie wil niet met zijn naam in de krant omdat hij sympathiseert met het Nusra Front. ‘Ik wil niet getuigen in Den Haag. Dan eindig ik in Guantánamo Bay.’ De drie ingenieurs op de dam zijn bang voor ‘sleeper cells’ van IS. De indertijd 16-jarige gevangene en zijn oom en neef vrezen represailles van Fatah al H. Dit geldt ook voor een van de geïnterviewde Syriërs in Nederland.

Namenlijst:

Aziz = Abdelaziz al H. Verdachte in terrorismezaak, zou Nusra-emir zijn geweest.

Fatah = Abdelfatah al H. Verdachte in terrorismezaak, is gezien rondom de dam.

Hamid = Abdelhamid al H. Oudste broer. Woont in Utrecht.

Kafi = Abdelkafi al H. Jongste broer, omgekomen in Aleppo, mogelijk als Nusra-strijder.

Karim = Abdelkarim al H. Oudere broer, bracht Fatah en Aziz naar Turkije. Woont in Tabqa.

Maria = Maria al H. Vrouw van Fatah, woont in Bergeijk.

Adel = Adel Mohammed al Afeidli. Huisvriend van de familie, bracht Fatah en Aziz naar Turkije.

Sjeik Atif = Abdelatif al Mohammed al Faraj. Woont in Mansoura. Zegt dat Fatah de kolonel arresteerde.

Sjeik Aboud = Aboud Hamad al Alewi. Zelfde stam als familie Al H. Zegt dat Fatah rol bij Nusra overdrijft.

Sjeik Abdallah = Abdallah al Mohdi. Uit Mansoura. Zit in de truckhandel.

Sjeik Abdelaziz = Abdelaziz al Adeil al Adeeb. Broer van sjeik Naif, gearresteerd door Fatah.

Sjeik Naif = Naif al Adeil al Adeeb. Zelfde stam als Al H. Woont vlak bij dam. Zag Fatah in actie.

De kolonel=Abdallah al Jado’a. Volgens sjeik Atif gearresteerd door Fatah. Spoorloos verdwenen.

In deze streek in Syrië is het gebruikelijk dat mannennamen beginnen met het voorvoegsel ‘Abdel’: Abdelfatah, Abdelaziz enz. Alle geïnterviewden in dit verhaal kennen de broers bij hun volledige naam. Om verwarring te voorkomen bij Nederlandse lezers, wordt het voorvoegsel ‘Abdel’ in de tekst weggelaten: Fatah, Aziz enz.

Abu Loqman

Abu Loqman, echte naam Ali Moussa al Shawak, geboren in de provincie Raqqa in 1973, is een sleutelfiguur binnen IS. Hij geldt als drijvende kracht achter de overgang van het Nusra Front naar IS, was gouverneur van Raqqa, emir van de provincie Aleppo en later directeur van alle IS-veiligheidsdiensten in Irak en Syrië. Hij wordt genoemd als mogelijk brein achter de aanslagen in Parijs in 2015 en in Libië in 2018. Abu Loqman is meerdere keren doodverklaard, de laatste keer bij een luchtaanval in Syrië in april 2018. Onzeker is of hij echt is omgekomen. Abu Loqman is een van de vele Syrische jihadisten die voor de revolutie vastzat in de Sednaya-gevangenis. Volgens meerdere geïnterviewden in dit verhaal hield Abu Loqman begin 2013 kantoor op de dam bij Mansoura.

Ans Boersma

De Nederlandse journalist Ans Boersma werd in januari Turkije uitgezet. Dat was het gevolg van het onderzoek in de zaak van de broers Aziz en Fatah al H. Boersma, freelance correspondent voor onder meer Het Financieele Dagblad, had tussen 2013 en 2015 een relatie met Aziz. Justitie in Nederland had in deze zaak de Turkse autoriteiten om informatie over Boersma gevraagd, waarop zij prompt het land werd uitgezet. Boersma is niet verdacht van betrokkenheid bij terroristische activiteiten. Wel wordt zij verdacht van valsheid in geschrifte, omdat zij in 2014 een aanvraag voor een toeristenvisum voor Aziz ondersteunde waarbij volgens justitie een vals paspoort is gebruikt. Het OM heeft nog niet besloten of Boersma daarvoor wordt vervolgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.