'Wat heb je gedaan, Pedro. Wat?' 'Ik heb hem vermoord'

In de nacht van 22 op 23 september doodt Pedro Jahae zijn 11-jarige zoon Justin. Nadat hij in zijn woning in St. Joost is opgepakt, bekent Jahae (42) de jongen om het leven te hebben gebracht. Hij is korte tijd eerder verlaten door zijn vrouw, met wie hij twee kinderen had. De jongen woonde weer 'thuis' omdat zijn vader zich zo eenzaam voelde. Na onderzoek blijkt dat het kind is gewurgd. De vader wordt moord danwel doodslag ten laste gelegd. Hij wordt overgebracht naar de gevangenis in Vught. Op 17 oktober pleegt hij zelfmoord. Jahae was de vroegere buurjongen vanVolkskrant-verslaggever Willem Vissers. Een persoonlijk verhaal.

Vijf weken geleden doodde Pedro Jahae zijn 11-jarige zoon Justin. Een paar weken later bracht hij zichzelf om het leven. Pedro was mijn vroegere buurjongen.We noemden hem Pedro Sombrero. Mijn broer en ik verzonnen voor iedereen een bijnaam. Judith van schuin tegenover in de Rozenstraat in Echt was de Nachtkusbaby, omdat ze zo'n mooi gezichtje had. Huib van twee huizen verder was Theo Slowmotion, vanwege zijn traagheid.


Pedro was dus Pedro Sombrero, omdat hij ondanks mooie, blauwe ogen iets exotisch had en veel dragers van een sombrero nu eenmaal Pedro heetten, volgens ons dan. Pedro Sombrero is een zoete herinnering uit de onbezorgde kindertijd in Midden-Limburg, waar jonge stellen in het begin van de jaren zestig in dezelfde, nieuwe straat kwamen wonen en gezinnen stichtten.


Cuypers, Smeets, Vissers, Golsteijn, weer een Smeets, Schiffer, Jahae (de ouders van Pedro), Jongstra, Van der Laar, Van Pey, en zo verder, van 68 aflopend naar 2, met de oneven nummers aan de overkant.


Indachtig die geschiedenis, is de schok groot om op een onschuldige ochtend te lezen wat zich op de Plevitsstraat in St. Joost heeft afgespeeld. Het anonieme bericht op Teletekst van een dag eerder, over een 42-jarige man en zijn 11-jarige zoon ('zouden we hem kennen?'), heeft in de krant namen en gezichten gekregen. In de nacht van 23 september wurgt Pedro Sombrero zijn zoon Justin, met een pyjama van de vrouw die hem heeft verlaten.


Hij belt zijn vader en moeder na de daad. 'Ik heb hem gedood.'


Zijn moeder begrijpt hem niet. 'Wat heb je gedaan, Pedro. Wat?'


'Ik heb hem vermoord.'


Zijn ouders rijden naar St. Joost en treffen hun volledig ontredderde zoon. Ze durven niet naar de kamer waar Justin ligt. Pedro schreeuwt over straat. Pedro Sombrero. Even later, als ook de moeder en de andere grootouders van Justin op de hoogte zijn, arriveert de politie.


Mensen die rond vier uur in de nacht geschreeuw hoorden op straat, hebben daar niet meteen acht op geslagen. Later, als ze afzettingen zien, denken ze eerst dat er weer een hennepkwekerij is ontdekt. Het is wat, hier in het dorp, die stadse problemen van hennep en andere drugs. St. Joost is St. Joost niet meer, denken ze weleens.


Later zijn ze in shock. Burgemeester Akkermans van Echt spreekt bij het monument van de Bokkenrijder, waar honderden inwoners zijn samengekomen. Velen wisten van Pedro's problemen met Miranda, zijn vrouw. Ze had hem spoorslags verlaten, met achterlating van een brief. Ze wilde scheiden en alimentatie.


Op het zomercarnaval in augustus ging al het gerucht dat ze een vriend zou hebben. Maar hoe kon Pedro zijn kind iets aandoen?


¿¿¿

Pedro is op de dinsdag voor zijn daad bij Nicole en Hans geweest. Nicole en Miranda werkten samen bij de thuiszorg. 'Weet jij waar Miranda is?', vroeg Pedro. Nicole wist het niet. Ze vroeg hem binnen voor een kop koffie. Hij was zo rusteloos. Maar nee, Pedro moest verder. Op zoek naar Miranda.


Pedro is in paniek, in de dagen na haar onaangekondigde vertrek. Woede, droefenis, overspannenheid en wanhoop vermengen zich tot een gevaarlijke cocktail. Hij kan niet zonder Miranda, zíjn Miranda, met wie hij al vijftien jaar getrouwd is. Een maand eerder zijn ze nog in Egypte op vakantie geweest, met de kinderen en Pedro's ouders. Het was 'heet', zegt Pedro's vader Jan, 'en gezellig.' Nou ja, het viel de ouders op dat Miranda bijna luchtig deed over een eventuele scheiding. 'Als ik bij Pedro wegga, neem ik Léona mee. Dan mag Justin bij hem wonen.'


Wat heeft zich allemaal afgespeeld in die verschrikkelijk nacht, hoe voelde Pedro zich, wat deed hij, hoe is hij tot zijn daad van waanzin gekomen?


Justin en Léona waren met hun moeder vertrokken, maar Justin sliep weer thuis omdat hij het zo zielig vond dat papa alleen was. Meermaals heeft Pedro in de dagen daarvoor tegen zijn moeder gezegd: 'Mama, zullen wij samen doodgaan?' Doe niet zo raar, zei zijn moeder dan.


Moeder Mia vertelt over Pedro, tot in detail. Ik vraag of ik voor de krant een verhaal over Pedro mag schrijven, omdat Pedro door mijn hoofd blijft spoken. Ik wil ook vertellen over zijn goede kanten, over die eenvoudige, goedmoedige jongen, over hoe een goed mens tot waanzin kan vervallen.


¿¿¿

Pedro is al afgeschilderd als een beest, zoals dat altijd gebeurt met kindermoordenaars. Al die beelden doen afbreuk aan mijn Pedro, die wat naïeve jongen uit de Rozenstraat van de jaren zeventig en tachtig. Hoe kon hij zoiets doen, heb ik me al duizend keer afgevraagd. Hoe kan een mens zo wanhopig zijn?


Op de avond voor die verschrikkelijke nacht belt Pedro zijn ouders. 'Komen jullie bij mij slapen? Ik voel me zo eenzaam.' Ze vertellen hem dat hij zelf zijn problemen moet overwinnen, dat Justin toch bij hem is. Nu, ja nu, hebben ze daar spijt van. 'Dat verwijten we onszelf. Hadden we maar bij hem geslapen, dan was dit misschien niet gebeurd.'


Nog geen honderd meter van het huis van mijn jeugd zijn twee lieve ouders en grootouders geslagen, in verwarring, zo verdrietig na de dood van een kleinkind én van hun zoon binnen een paar weken, een verdriet dat menigeen nooit zal ervaren. Het is zo moeilijk.


Mijn moeder heeft een nacht niet geslapen van de tekst die ze op de rouwkaart moest schrijven, om Jan en Mia te condoleren met het verlies van Justin. Ik vraag mijn moeder of ze even meeloopt naar de ouders van Pedro. Ze durft niet. Ze heeft zijn ouders al langs haar huis zien schuifelen, ondersteund door vrienden, toen ze naar het politiebureau op de hoek liepen voor verhoor. Wat moet ik nog zeggen? Ik weet het niet meer. Ik weet alleen dat Pedro in mijn hoofd is gaan wonen en tegen mijn slapen bonkt.


¿¿¿

Zo ongelooflijk druk was het op de begrafenis van Justin, op vrijdag 1 oktober. Toespraken, ballonnen. Jongens van de voetbalclub droegen zijn kist. Natuurlijk hoorden de ouders van Pedro het gefluister. 'Kijk, daar heb je de vader en moeder van Pedro.' In de overlijdensadvertenties heet Justin geen Jahae meer, maar Verkoulen, de naam van de moeder. Pedro is weggeveegd uit de geschiedenis van zijn zoon.


Het regent op het kerkhof in Montfort, op een woensdag, een paar weken na de begrafenis van de jongen. Een herfstige middag met sluierregens. Daar, op het eind, rechts, daar ligt hij. Het graf wacht nog op een steen. Justin is begraven bij de broer van Miranda, die 17 jaar geleden omkwam bij een ongeluk. Bloemen zijn verwelkt. Op het graf ligt een gitaar van bloemen. Justin hield van gitaarspelen. Naast zijn naam staat een bal. Hij voetbalde. Een dag na zijn dood zou hij 12 jaar zijn geworden.


Een mevrouw die speciaal voor Justin naar kerkhof de Huysbongerd is gefietst, stelt voor om even onder een boom te schuilen. Ze vertelt dat hier 41 bloemstukken lagen, op 1 oktober. Ze heeft ook zo veel medelijden met die andere opa en oma van Justin, de ouders van Miranda. Ze hebben zo'n mooi huis gebouwd, na een leven hard werken. Maar wat is een mooi huis waard als je kleinkind is vermoord? Nichtje Romy heeft een tekening gemaakt. 'Lieve Justin, rust zagt.'


Justin was dit jaar jeugdprins van de Kroekestöp in St. Joost. In de carnavalskrant liet hij optekenen: 'Als ik burgemeester van St. Joost zou zijn, zou ik zorgen voor een crossbaan en geluk voor alle mensen.'


¿¿¿

Toen Pedro zo jong was als Justin, moesten wij een paar keer per week hartelijk lachen, als hij naar friture Natasja liep op de hoek van de straat. Pedro hield van eten, van gezelligheid. Hij was een beetje op zichzelf. Om voetbal, onze grote liefde, gaf hij weinig, maar als we een Blue Nix gingen kopen, een blauw ijsje dat 25 cent kostte, dan vroeg hij zijn moeder om geld. Soms aten we wel vier Blue Nixen achter elkaar en dan lieten we onze tongen aan elkaar zien. Helemaal blauw.


En hij deed mee aan onze Tour de France door de Bloemenbuurt, want Pedro was een van de weinigen met een krom stuur. Pedro, vier jaar jonger dan ik, demarreerde dan in het eerste rondje. We lieten hem gaan. Als we hem maar in het zicht hielden. We zeiden tegen elkaar dat Pedro zijn vlucht niet zou volhouden. Zijn beentjes zouden vermoeid raken. Een paar rondjes later zat hij aan de kant, op de stoep. 'Hallo Pedro', hijgden wij dan. Pedro lachte. Hij had ons tot het uiterste gedreven.


Van leren hield hij niet zo. Zijn vader betaalde voor het rijbewijs van de vrachtauto. Hij reed op Frankrijk, Spanje, Duitsland. Zijn oom Huub, die sinds jaar en dag bij Pedro's ouders inwoont, zegt: 'Pedro was een geweldige chauffeur.'


Moeder Mia: 'Soms zat hij huilend achter het stuur, om de problemen thuis.'


Pedro was niet de gemakkelijkste. Door de week was hij aan het werk. In het weekeinde wilde Pedro bierdrinken en gezelligheid. Dan was hij misschien niet altijd de ideale echtgenoot. En Miranda is best een mooie vrouw, een vrouw met sjans, zoals ze dat in Limburg zeggen.


Jarenlang had ik Pedro niet gezien, totdat onze vrienden Hans en Nicole ons uitnodigden om carnaval te vieren in St. Joost. Het is daar gezellig. Een hechte gemeenschap met 1.800 zielen. We kennen veel mensen daar, omdat ook inwoners van Echt naar St. Joost trekken en daar een mooi huis bouwen. Mijn vrouw en ik zijn een paar jaar geleden gehuldigd, omdat wij uit Haarlem naar St. Joost kwamen om Vastelaovendj te vieren. Dat vonden ze prachtig. Hollanders in St. Joost.


¿¿¿

'Willem, wat doe jij hier?', vroeg Pedro toen ik hem voor de eerste keer in decennia weer zag, een paar jaar geleden. Natuurlijk herkende ik hem meteen. Pedro. Onmiskenbaar Pedro Sombrero. Hij wilde het eerste biertje betalen, en het tweede geloof ik ook. Dit jaar was hij zo trots. Kijk, daar liep Justin, de jeugdprins, zijn zoon. Of dat niets voor onze David was, jeugdprins zijn? Nou nee, David keek vooral met grote ogen naar het carnaval in St. Joost.


Als je Justin zocht, had je hem zo gevonden, want de prins heeft een mooie, lange veer op zijn steek. Pedro stond midden in de zaal, met zijn biertje in de hand. Hij wiebelde een beetje. Als Miranda al naar huis wilde, moest ze vooral gaan. Hij, Pedro, had het naar zijn zin. Zijn zoon was maar één keer prins.


Het was toch al een speciale carnaval voor Pedro, het feest van 2010. Pedro was gefilmd door de makers het Ei van St. Joas, een hilarisch programma met een keur aan dorpsvertier. Leden van de vereniging maken elk jaar een paar filmpjes van gekke gebeurtenissen uit het afgelopen jaar, die ze dan opnemen met de hoofdrolspelers zelf. Het filmpje van Pedro is een beetje vulgair. Hij sliep in de cabine van zijn vrachtauto en moest nodig plassen. Hij draaide het raam open. Buiten liep een vrouw voorbij. Nou ja, de rest laat zich raden. Het café gierde van de lach.


¿¿¿

Een half jaar later zijn de lachsalvo's weggestorven. Pedro bekent na die verschrikkelijke nacht bijna meteen dat hij zijn zoon heeft gedood. Hij zit vast in beperking en verhuist spoedig naar de Penitentiaire Inrichtingen Nieuw Vosseveld in Vught.


Na een tijdje mag hij bellen met zijn ouders. 'Waarom Petro' (zijn moeder spreekt zijn naam uit als Petro), heb je dat gedaan?' Ze smeekt om een antwoord: 'Waarom toch?' Pedro weet het niet. Pedro heeft zo'n ongelooflijke spijt van zijn daad, maar die is onomkeerbaar. Justin is dood. Miranda is weg.


Pedro vertelt dat hijzelf ook dood wil. Wat heeft het leven nog voor zin? 'Ik krijg toch levenslang.' Hij heeft al een paar keer geprobeerd om zichzelf om te brengen. Maar zijn cel is kaal en hangt vol camera's. Ze houden hem in de gaten.


¿¿¿

Op een dag praat hij met psychiaters. Ze denken dat Pedro een iets lichter regime aankan. Het blijkt een fatale vergissing. Op een ochtend vinden ze Pedro in bed. Hij heeft zichzelf gewurgd met het snoer van de televisie. De directeur van de gevangenis heeft zich verontschuldigd bij de ouders. Het had nooit mogen gebeuren.


Zijn ouders hebben Pedro nooit kunnen bezoeken. Ze zijn wel in Vught geweest, om te zien onder welke omstandigheden hij is overleden. Pedro's zus Leonie laat een brief lezen van een medegedetineerde. Die schrijft over Pedro's gevoelens tijdens de laatste dagen van zijn leven: dat hij vol berouw was, dat hij zich afvroeg of hij eens het graf van zijn zoon kon bezoeken.


Het dossier van Pedro is na zijn dood gesloten.


Willem Vissers (46) is voetbalverslaggever van de Volkskrant. Hij werd geboren in Echt, in de Rozenstraat. PedroJahae woonde vier huizen verder.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden