Wat gratis is kan niet goed zijn

Moeten de entreeheffingen voor de rijksmusea worden opgeheven?..

Ik lees – op comfortabele afstand – dat een meerderheid van de Tweede Kamer meer allochtonen, jongeren en, bovenal, jonge allochtonen de grote musea binnen wil lokken en daartoe bepleit die musea gratis toegankelijk te maken. ‘Voor Nederlanders’, zegt de nadere precisering van de voorgestelde remedie tegen het gebrek aan getoonde belangstelling – en alleen die bepaling geeft al aan met welke mate van verwarring we hier van doen hebben.

Kom ik, weliswaar woonachtig in Rome maar juist weer beschikkend over een Nederlands paspoort, tijdens een weekeindje Rotterdam samen met mijn Vlaamse vriendin, die al een derde van haar leven in die stad woont, het museum binnen – dan moet zij betalen, maar ik niet.

Met Italiaanse vrienden naar de Nachtwacht of desnoods Peter Greenaway’s Nightwatching? Ik zou alweer buiten zijn voordat zij binnen zijn, want ik hoef niet in de rij te staan. De schaamte voor een dergelijke vertoning zou zo groot zijn dat ik er niet meer aan zou beginnen.

De redenering om het voorstel te motiveren werd het zuiverst verwoord door de Socialistische Partij: ‘De vaste collecties behoren tot ons nationaal erfgoed. Daar hoort geen kassa tussen te zitten.’ De verzamelingen van de musea zijn van ‘ons’, wij hebben het geld opgebracht ze aan te schaffen of te roven en ze vervolgens te bewaren, mogen wij alstublieft onze eigen inboedel bekijken?

Omgekeerd moeten die buitenlanders, die er immers niets aan hebben bijgedragen, schuiven als ze onze binnenhuisjes willen bezichtigen.

De redenering is even bedenkelijk als bespottelijk.

Kennen ze bij de SP een overheidsdienst waarvoor je niet hoeft te betalen?

Iedere handeling die de staat voor mij verrichten wil, doorgaans zelfs zonder dat ik daar om gevraagd heb, kost geld. Van paspoort tot onderwijs worden die voorzieningen ons allemaal tegelijkertijd opgelegd en aangeboden: identificatieplicht en onderwijsplicht zijn allebei voorbeelden van gedwongen winkelnering – waarbij wij de winkelier zelf ook al betaald hebben.

De enige taak die de overheid voor ons uitvoert zonder daar prompt betaling voor te vragen is het aanbrengen van een wielklem op een in haar ogen foutief geparkeerde auto. Volgens het briefje onder je ruitenwisser doet zij dat voor niets: slechts het weer verwijderen van die wielklem kost handenvol geld.

Maar museumbezoek moet om niet zijn.

Wat gratis is kan echter niet goed zijn: die wielklem bewijst het. Als de overheid voor een dienst geen geld vraagt, dan moet je pas op je hoede zijn: vermoedelijk is die dienst dan bedoeld om jou te sarren.

Die kostenloosheid wijst er in elk geval op dat de overheid er zelf het nut ook niet van inziet.

De motivering van het voorstel kreeg een vrome sociaal-democratische draai: gratis musea bevorderen de deelname van de cultureel kansarmen.

Zou een Kamermeerderheid in ernst geloven dat significante aantallen allochtonen, jongeren en, vooral, jonge allochtonen zielsgraag het Rijksmuseum, het Rijksmuseum voor Oudheden of het Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum zouden bezoeken en dat tot dusverre alleen maar hebben nagelaten vanwege gebrek aan middelen om een toegangskaartje te kopen?

Dan is de toestand in de hoofden van die afgevaardigden niet langer bedenkelijk, maar gevaarlijk.

Dat die allochtonen, jongeren en, bovenal, jonge allochtonen die musea, gratis of niet, niet bezoeken heeft louter en alleen te maken met een jarenlange traditie van liefdeloosheid en verwaarlozing. Die bepaalt alles wat in Nederland met kunst en cultuur te maken heeft.

Hoe kun je een museum – een theater, een concertzaal, een boek – serieus nemen en verleidelijk vinden wanneer je bent opgegroeid in een sfeer waarin die stelselmatig met minachting en kleinering zijn bejegend? Wanneer kunstvakken op scholen gemarginaliseerd zijn tot koddig hobbyisme, die zich verre houden van een diepzinnige, liefhebbende, steekhoudende en vooral veeleisende omgang met de levende kunsten? Wanneer kunstprogramma’s van de publieke omroep meedogenloos zijn weggedrukt, eerst door ze zo min mogelijk geld te geven, vervolgens door hun uitzendtijdstippen naar de randen van de nacht te verbannen en ten slotte hun makers te verwijten dat ze met bijna geen geld midden in de nacht er niet in slagen serieuze aantallen kijkers of luisteraars te trekken?

Er bestaat geen esthetische ervaring zonder daaraan voorafgaande grondige kennis, wat alle charlatans van de naïeve beleveniscultuur ook mogen beweren.

En er bestaat geen gedeelde cultuur zonder onderhoud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden