Wat ging er mis bij Scholengemeenschap Bonaire?

Staatssecretaris Sander Dekker heeft het bestuur van de Scholengemeenschap Bonaire afgezet. Het school bestuur spreekt van 'financiële chantage'. Wat ging er mis?

Werkbezoek van de staatssecretaris aan SGB in 2012.Beeld Scholengemeenschap Bonaire

Frans Lauxen is boos, boos om wat ze nu weer flikken in Den Haag, 8.000 kilometer bij hem vandaan. Sinds 2009 is Lauxen onbezoldigd voorzitter van het bestuur van Scholengemeenschap Bonaire - de enige middelbare school op het eiland - en eigenlijk was er al die tijd gedonder. Nooit kreeg zijn school voor vmbo, havo, vwo en mbo voldoende geld om goed onderwijs te geven, zegt hij. Steeds moest hij bij het ministerie bedelen om de bedragen waar hij recht op had.

En nu? Staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker heeft aangekondigd het bestuur van de scholengemeenschap de laan uit te sturen. Hij zwaaide daarbij met een rapport van de Onderwijsinspectie, die onlangs concludeerde dat het een zooitje is op de school: het bestuur zou niet 'in control' zijn en onvoldoende zicht hebben op de onderwijskwaliteit en de financiële situatie.

Patroon

Volgens Lauxen, een gepensioneerde Nederlandse psycholoog met onderwijservaring, getrouwd met een Bonairiaanse, past het allemaal in een patroon. De Nederlandse regering wantrouwt de voormalige Antillen, zegt hij. En daarom probeert het ministerie de macht op de scholen over te nemen door slinkse voorwaarden te stellen: een school krijgt meer geld, maar in ruil daarvoor moeten er bestuurders uit Nederland worden benoemd. 'Het is financiële chantage', zegt Lauxen. 'Het is neo-koloniaal gedrag.'

Sander Dekker is niet onder de indruk van de aantijgingen. 'Voor mij is het heel eenvoudig', zegt de staatssecretaris. 'Ik wil dat de kinderen op Bonaire goed onderwijs krijgen. Ze zijn daarvoor aangewezen op één school, en die school presteert al jaren slecht. Ik voel me daar verantwoordelijk voor. Daar is niets neo-koloniaals aan.'

Ingrijpen op Scholengemeenschap Bonaire was onvermijdelijk, zegt Dekker, na het rapport van de Onderwijsinspectie. 'Mensen vragen me wat er niet goed gaat op deze school. Maar je kunt beter vragen wat er nog wel goed gaat. De onderwijskwaliteit en de financiën zijn niet op orde, het verbeterplan is niet goed en de examenresultaten vallen tegen. Dit is het enige wat ik kon doen. We moeten niet langer aanmodderen.'

Het botert al langer niet tussen Scholengemeenschap Bonaire en het ministerie in van Onderwijs - eigenlijk al sinds de 'transitie'. Op 10 oktober 2010 hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan en werden Bonaire, Sint Eustatius en Saba 'openbare lichamen' van het Koninkrijk der Nederlanden. Vanaf dat moment vielen de scholen op de eilanden onder het ministerie in Den Haag.

De kwaliteit van de scholen in Caribisch Nederland liet ten tijde van de transitie te wensen over. Gebouwen waren slecht onderhouden, leermiddelen waren ondermaats of ontbraken, leerkrachten misten vaardigheden. De leerlingen liepen daardoor ver achter op overzeese leeftijdsgenoten. Volgens de Nederlandse maatstaven, concludeerde de Onderwijsinspectie in 2008, verdienden de scholen het predicaat 'zeer zwak'.

Marja van Bijsterveldt, toen minister van Onderwijs, kwam direct in actie. Ze sprak met de scholen af dat de basiskwaliteit in 2016 op orde moest zijn. Naast de reguliere middelen zouden er ook extra middelen beschikbaar komen. Tientallen miljoenen euro's werden overgemaakt naar de eilanden, waar de scholen ze in Amerikaanse dollars van de bank haalden.

Inhaalslag

Elk jaar ontving Scholengemeenschap Bonaire een bedrag van rond de 10 miljoen dollar aan reguliere bekostiging en soms kwam er nog een paar miljoen bij, om een inhaalslag te kunnen maken.

En toch kreeg zijn school niet genoeg, beweert Lauxen.

De reguliere bekostiging voor zijn scholengemeenschap was namelijk gebaseerd op het budget dat de Antilliaanse regering vóór de transitie beschikbaar stelde. En dat was veel te laag. 'Verschillende commissies hebben vastgesteld dat we jaarlijks een paar miljoen meer nodig hadden om goed onderwijs te kunnen geven', zegt Lauxen. 'Daar trok de staatsecretaris zich niet veel van aan, maar hij rekende ons wel af op tegenvallende resultaten. Hoe kan ik iemand leren timmeren als ik geen hamer heb?'

Natuurlijk, Den Haag beloofde eventuele tekorten bij te passen, maar de school moest over die extra gelden steeds opnieuw steggelen met het ministerie. Daardoor wist de scholengemeenschap jarenlang niet hoeveel budget er beschikbaar was, concludeerde adviesbureau Capgemini, dat de school in 2013 in opdracht van het ministerie bezocht.

Ook had de school volgens Capgemini het exploitatietekort over 2011 (bijna 800 duizend euro) uit eigen zak betaald, terwijl het 'logischer was geweest' als het ministerie dat voor zijn rekening had genomen. Van dat geld waren dus geen leermiddelen aangeschaft en geen leraren aangesteld.

Deze financiële onzekerheden bemoeilijkten de relatie tussen de school en het ministerie. Ze veroorzaakten volgens de consultants van Capgemini 'een opeenhoping van brieven, discussies en irritaties'. De partijen moesten maar eens tot een oplossing komen, adviseerden ze.

Omdat Capgemini tijdens datzelfde bezoek concludeerde dat de directie niet goed functioneerde, de organisatie niet op orde was en het bestuur wel wat hulp kon gebruiken, kreeg de scholengemeenschap in het voorjaar van 2014 bezoek uit Nederland. Sjoerd Slagter en Wim Littooij zouden namens de VO-raad - de sectororganisatie van middelbare scholen - beoordelen wat er voor nodig was om de school weer op de rails te krijgen.

Een klaslokaal van Scholengemeenschap Bonaire.Beeld SG Bonaire

Bestuurscoaches

De twee bestuurscoaches keken rond op de school, spraken betrokkenen en legden hun bevindingen vast in een rapport. Daarin schreven ze dat er op de school veel leerlingen met een leerachterstand binnenkomen, dat er grote sociale problemen zijn op het eiland en dat het personeel een hoge werkdruk ervaart. Ook noteerden ze dat het bestuur en de directie de problemen niet aankonden, maar bereid waren hulp te accepteren.

Een paar maanden later, op 28 juni 2014, ondertekenden het bestuur en de bestuurscoaches het 'Akkoord van Rincon'. Daarin stond dat de bestuurscoaches nog twee jaar zouden adviseren, dat er een interim-directeur werd aangesteld en dat het ministerie voor adequate bekostiging zou zorgen. 'We hebben er een glas op gedronken', herinnert Slagter zich. 'Het was een mooie overeenkomst.'

Het akkoord hield niet lang stand.

'De staatssecretaris weigerde het te ondertekenen', zegt Lauxen. 'Hij kwam met meer eisen. Hij opperde dat de bestuurscoaches deel moesten gaan uitmaken van het bestuur. Daar heeft hij helemaal niets over te zeggen, dat is tegen de grondwet, het is in strijd met de vrijheid van onderwijs.'

Staatssecretaris Dekker beaamt dat hij extra eisen stelde. 'Als wij een reddingsboei toewerpen, dan kunnen we voorwaarden stellen', zegt hij. 'Wat mij opvalt, is dat het bestuur graag geld incasseert maar zich zelf vervolgens niet houdt aan de bijbehorende voorwaarden. Zo zijn ze uiteindelijk niet met de bestuurscoaches verder gegaan. Dat maakt het wel ingewikkeld.'

Ook Slagter is uiterst kritisch over de houding van het bestuur. 'De leden stelden kort na de ondertekening van het akkoord een nieuwe directeur aan', zegt hij, 'terwijl wij dat met klem hadden afgeraden.'

Geschikte kandidaat

Lauxen erkent dat ze zonder overleg de voormalige gezaghebber van Bonaire hebben benoemd tot directeur. 'Lydia Emerencia is onderwijskundige, ze is een landskind, ze kent de cultuur en ze was beschikbaar', zegt hij. 'Wij vonden haar een geschikte kandidaat.'

Slagter, die eerder met Emerencia had gesproken, denkt daar anders over. 'Het is een aardige vrouw', zegt hij, 'maar ze heeft nul komma nul ervaring in het onderwijs, laat staan met zulke complexe verbetertrajecten.'

Na de aanstelling van Emerencia bekoelde de relatie tussen de scholengemeenschap en de bestuurscoaches. Er ontstond een patstelling, het laatste restje vertrouwen verdampte en de Onderwijsinspectie schreef een vernietigend rapport over het bestuurlijk handelen. Het bestuur stapte een paar weken geleden nog naar de rechter om de openbaarmaking van het rapport te voorkomen, maar dat was tevergeefs.

Op 19 maart greep Dekker in.

Slagter betreurt de gang van zaken. Hij blijft erbij dat Scholengemeenschap Bonaire kennis uit Nederland kan gebruiken. 'Op scholen op Sint Eustatius en Saba zagen we dezelfde worstelingen, maar daar gaat het de goede kant op. Op beide scholen zit nu een Nederlandse directeur. Die geeft een impuls en dan komt het op stoom. Binnen afzienbare tijd zullen inheemse mensen het over kunnen nemen.'


Maar volgens Lauxen begrijpen Dekker en Slagter de sentimenten op het eiland niet. 'We zitten hier niet te wachten op een paar Nederlanders die de boel even snel komen reorganiseren. Het is verstandiger met eilandskinderen te werken. Dan is er draagvlak voor veranderingen.'


Hoe nu verder met Scholengemeenschap Bonaire?

Sander Dekker hoopt dat het bestuur de eer aan zichzelf houdt en er geen lange juridische strijd volgt. 'Dan krijgen de kinderen in die tijd nog steeds niet het onderwijs dat ze nodig hebben'. Lauxen denkt daar anders over. Zijn bestuur heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit van Dekker en vraagt tegelijkertijd in een 'de-escalerende' open brief aan de staatssecretaris om een laatste kans.

Nee, ze zijn in Den Haag nog niet van Frans Lauxen af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden