Wat gek, we zitten niet in een ijstijd

De aarde was tot het begin van de vorige eeuw hard op weg naar een koele periode, leert nieuw onderzoek. Hebben we dankzij de opwarming een ijstijd weten te voorkomen?

MARTIJN VAN CALMTHOUT

Er is de laatste tien jaar wat over afgeruzied, de klimaatreconstructies aan de hand van boomringen en fossiele diepzeemodder die lijken aan te geven dat het sneller warmer wordt dan ooit tevoren. Deugden de chemische interpretaties van de gebruikte monsters wel? Waren de statistische methoden eigenlijk in orde? Hoe zat het met perioden waarover weinig of geen gegevens bestaan? Onderdrukten die bijvoorbeeld niet het historische gegeven dat het in de Middeleeuwen ook warm was, terwijl de broeikasuitstoot van de mens toen geen serieuze rol speelde?

Hoogtepunt van de controverse waren de aanvallen op de Amerikaanse klimaatonderzoeker Michael Mann, die in 2001 de befaamde hockeystickgrafiek publiceerde: een lange vlakke aanloop, met aan het einde een scherpe piek omhoog. De lijn vatte de huidige opwarming van de aarde als een cartoon samen, onder meer in een van de rapporten van het VN-klimaatpanel IPCC. Alleen al daarom werd het een verplicht doelwit van de verzamelde klimaattwijfelaars.

Die tijd, zegt klimatoloog Shaun Marcott van Oregon State University in Corvallis, is echt voorbij. Deze week publiceerde hij met zijn team in Science een klimaatreconstructie aan de hand van 73 losse datasets, voornamelijk boorkernen met fossiele micro-organismen uit modderige zeebodems; de isotopensamenstelling daarvan verraadt de watertemperatuur. De met nieuwe statistische technieken geknutselde temperatuurreeks reikt tot 11.300 jaar geleden, toen de aarde begon te herstellen van de laatste grote ijstijd.

Om te beginnen onderstreept de studie nogmaals de grafiek van Mann, zoals de afgelopen jaren al talloze andere reconstructies deden. 'In de Middeleeuwen is er een warmere periode, en er is het koude interval van de Kleine IJstijd, maar binnen de foutenmarge is ons werk identiek aan dat van Mann', zegt Marcott.

Ook verder spreken de statistieken boekdelen. De huidige temperaturen zijn hoger dan pakweg 75 procent van de tijd in al die eeuwen. Voor de verwachte verdere opwarming, met zeker 2 graden en misschien wel meer, bestaat geen precedent, is de vaststelling in de Science-paper.

Twintig keer zo snel

Het zijn belangrijke conclusies, schat klimaatonderzoeker Rob van Dorland van het KNMI in De Bilt. Wat hem vooral intrigeert, is het tempo waarin de veranderingen optreden. Van Dorland: 'In de hele periode van tienduizend jaar gaat het steeds om honderdsten van een graad per eeuw. De huidige opwarming verloopt ongeveer twintig keer zo snel. Het duidt er eens te meer op dat er echt wel iets aan de hand is.'

De nieuwe reeks, zegt ook Marcott, opent een ander perspectief op de discussies over opwarming. 'We wisten al dat mondiaal gezien de aarde nu warmer is dan in het grootste deel van de laatste tweeduizend jaar. Nu zien we dat dit geldt voor de hele periode sinds de vorige ijstijd, het Eoceen. In feite omspant onze reeks de hele periode van menselijke beschaving.'

Het grootste deel van die tijd, zegt Marcott, was de instraling door de zon zonder twijfel de bepalende factor in het klimaat op aarde. Daarbij is vooral de positie van het noordelijk halfrond van belang, waar de grote landmassa's liggen. Dat de sterke toename van de CO2-concentraties in de atmosfeer samenvalt met de snelle temperatuurstijging de laatste honderd jaar, kan wat hem betreft geen toeval zijn.

Sterker: die plotse opwarming maakt een abrupt einde aan een ellenlange periode van heel geleidelijke afkoeling. Na de laatste ijstijd werd het in een paar duizend jaar tijd een hele graad warmer. Daarna keerde de aardas zich gaandeweg weer iets meer af van de zon, zodat de instraling op het noordelijk halfrond in winters minder werd. Dat resulteerde tijdens de laatste vijfduizend jaar in een daling van de temperatuur op aarde van 0,7 graad.

Twee eeuwen geleden werd in de Kleine IJstijd een dieptepunt bereikt, laten de reconstructies ook zien. Maar ook na de Kleine IJstijd, aan het begin van de 20ste eeuw, was het nog steeds koeler dan in pakweg 95 procent van de afgelopen tienduizend jaar.

In die zin, zegt de Utrechtse paleoklimatoloog Appy Sluijs, lijken we met de opwarming eigenhandig een koele periode te hebben afgewend.

Sluijs: 'Geen echte nieuwe ijstijd, maar berekeningen laten zien dat we nu wel ongeveer op het dieptepunt van die langdurige koelende trend hadden moeten zijn. Dat is duidelijk niet het geval. Het is warmer dan ooit eerder in de menselijke geschiedenis.'

MODDER ALS THERMOMETER

Reconstructies van het vroegere klimaat worden gemaakt aan de hand van zogeheten proxy's: met de temperatuur samenhangende eigenschappen van overblijfselen uit een bepaalde periode. Bekend zijn boomringen, waarvan de dikte het groeiseizoen weergeeft. Voor oudere perioden gebruiken paleoklimatologen boorkernen uit de oceaanbodem. Vetzuren in microfossiele algen daarin verraden bij welke temperatuur ze ooit leefden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden