Wat gebeurde er met het ene hondje dat de treinbotsing bij Nijmegen overleefde?

Joris van Casteren ging op zoek en vond haar bij het echtpaar Van Horssen in Beuningen.

Bert en Thea van Horssen met hondje Rosso.Beeld Imke Panhuijzen

Elke ochtend krijgt Rosso een bruine boterham met achterham of met paté. 's Avonds eet ze kipfilet van de ambachtelijke slager, enkele minuten gekookt in water zonder zout, vermengd met kleingesneden sperziebonen en fijne hondenbrokken. 'Rosso moet het goed hebben', zegt mevrouw Van Horssen (75), die een lange parelketting draagt, driemaal rond haar hals gewikkeld. Ze zit op een crèmekleurige tweezitsbank in een uiterst propere woning met hoogpolig tapijt in een luxueus nieuwbouwcomplex te Beuningen, dat uitziet op een rotonde. Rosso ligt grommend op haar schoot.

Dat grommen is echt wel vervelend, vindt meneer Van Horssen (82), een lange heer met grijze snor, stropdas en geruite kousen, die eerst voor de Duitse verzekeraar Arag werkte en daarna als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand bij de gemeente Nijmegen meer dan vijfduizend huwelijken sloot.

Hij zit op een identieke bank, links van zijn vrouw, die vroeger kleding inkocht voor een inmiddels opgeheven modeketen. Gisteren kwam een van hun zoons op bezoek. 'Toen hij zijn moeder een kus wilde geven viel Rosso hem bijna aan', zegt meneer Van Horssen. 'En vervolgens hapte ze naar zijn kuiten.'

Op dinsdag 29 november 2016 las meneer Van Horssen in de krant over het drama dat zich de dag ervoor op het spoor had afgespeeld: een 69-jarige moeder en haar 43-jarige dochter waren met hun vijf honden in alle vroegte voor de stoptrein van Nijmegen naar Roermond gaan staan; één hond wist zich los te rukken en overleefde.

Meneer Van Horssen vermoedde dat het dier naar opvangcentrum De Mère in Balgoij was gebracht, wat inderdaad het geval bleek. Ze hadden altijd honden gehad, maar toen drie jaar geleden de laatste overleed, besloten ze vanwege hun hoge leeftijd geen nieuwe meer te nemen. 'Tenzij - en dat hebben we altijd benadrukt tegenover elkaar - er bij toeval eentje op ons pad zou komen', zegt meneer Van Horssen.

Dit was misschien zo'n situatie, vond mevrouw Van Horssen, die haar man naar De Mère liet bellen. 'Ach meneer, u bent al de tweehonderdste', zei een medewerker van De Mère tegen hem. 'O, dan gaat het voor mij over', antwoordde meneer Van Horssen.

Vorig jaar stapten moeder, dochter en 5 honden voor de trein

Journalist Joris van Casteren reconstrueerde de tragedie en schreef er Een botsing op het spoor over. Lees hier het hoofdstuk waarin de botsing plaatsvindt. (+)

Ze dachten er niet meer aan totdat ze anderhalve maand later door hun kleindochter werden gebeld. Die was met haar eigen hond bij Corné Kwint geweest, de Wijchense dierenarts waar meneer en mevrouw Van Horssen ook altijd met hun honden naartoe waren gegaan als die iets mankeerden.

Kwint, die regelmatig bij De Mère kwam, had tegen de kleindochter gezegd dat het hondje van de aanrijding - waar in de regio druk over werd gespeculeerd - die week zou worden vrijgegeven, na allerlei juridisch gesteggel. De kleindochter vertelde dat haar grootouders de dag na de botsing contact hadden gezocht met De Mère; mogelijk hadden zij nog steeds belangstelling.

's Avonds belde Kwint meneer en mevrouw Van Horssen op. Hij vond dat ze het hondje maar eens moesten gaan bekijken. 'Ze is zwaar getraumatiseerd, maar bij jullie zou ze het fantastisch hebben, een echt prinsessenleven', zei hij.

De volgende dag reden ze naar Balgoij. 'Die hond heeft een rugzak van hier tot Tokio, houd daar wel rekening mee', zei meneer Van Horssen onderweg nog tegen zijn vrouw. Bij De Mère namen ze in de wachtkamer plaats, een medewerker zou het hondje uit de kennel halen.

In de wachtkamer zat nog een echtpaar, met een agressieve teckel. Toen de medewerker met het hondje aan de riem de wachtkamer betrad, viel de teckel aan. 'Om het hondje te beschermen wierp mijn vrouw zich ertussen, sindsdien zijn ze onafscheidelijk', zegt meneer Van Horssen.

Hij rekende 150 euro af, wat later zaten ze in de auto, het hondje bij mevrouw Van Horssen op schoot. Ze reden naar een dierenwinkel om een mand en wat speeltjes te kopen.

Thuis merkte meneer Van Horssen dat het hondje hem niet moest. 'Ze had duidelijk iets tegen mannen, omdat ze natuurlijk altijd alleen was met die twee vrouwen die mensenschuw waren en vrijwel niemand meer zagen.' Het beestje blafte venijnig toen mevrouw Van Horssen haar bij hem op schoot probeerde te zetten. 'Ik zei: laat nou maar, dat bouwen we langzaam wel op, die band.'

Omdat de vacht op de rug van het hondje roodkleurig is, besloten ze haar Rosso te noemen. 'Maar we wisten dat ze eigenlijk een andere naam had', zegt meneer Van Horssen. Omdat ze toch achter die naam wilden komen, besloten ze de volgende dag naar het dorp Breedeweg te rijden, waar ze een voorbijganger vroegen in welke straat Gerda en Mirella (de moeder en de dochter die met de vijf honden voor de trein waren gaan staan) hadden gewoond.

In de Hulststraat belden ze bij de buren aan, een vrouw deed open. 'Die woonde er al bijna vijftig jaar', zegt mevrouw Van Horssen. 'Maar met Gerda en Mirella kreeg zij simpelweg geen contact, vertelde ze.' Hoe Rosso oorspronkelijk heette, wist de buurvrouw niet. Wel had ze als ze in de tuin zat de namen Boris, Shanty en Shadow horen roepen.

De spoorwegovergang waar het drama voorviel.Beeld anp

Meteen probeerde mevrouw Van Horssen de namen uit op Rosso, die zich duidelijk niet op haar gemak voelde in haar vroegere omgeving. 'Op alle drie die namen leek ze wel te reageren, maar op de een niet meer dan op de ander.' Meneer Van Horssen: 'Zo waren we nog niet wijzer, we hebben het toen maar laten rusten.'

's Avonds zetten ze de hondenmand naast het bed in de slaapkamer. Mevrouw Van Horssen tilde Rosso erin, zoals ze dat ook met de vorige honden had gedaan. Maar zodra ze naast haar man was gaan liggen en het licht had uitgedaan, sprong Rosso op bed. 'Toen heb ik haar weer in die mand gezet, maar telkens kroop ze bij ons.'

Tenslotte lieten ze Rosso bij hen liggen. 'Waarschijnlijk sliep ze bij die vrouwen ook in bed', zegt meneer Van Horssen, die dat een minder aangenaam idee vindt en er niet te veel aan probeert te denken. 's Nachts woelde Rosso flink, meneer en mevrouw Van Horssen schrokken er een paar keer wakker van.

Rosso wordt vier keer per dag uitgelaten. In het begin wilde ze niet alleen met meneer Van Horssen naar buiten, inmiddels lukt dat vrij aardig. Met andere honden heeft Rosso geen probleem, wel met mensen, vooral met mannen.

Dat leidt, als ze buiten mannelijke hondenbezitters tegenkomen, tot vervelende misverstanden, legt meneer Van Horssen uit. 'Nee, meneer het gaat niet om uw hond, zeg ik dan, het gaat om u.' Waarna hij zich fatsoenhalve gedwongen voelt Rosso's uitzonderlijke voorgeschiedenis uit de doeken doen. 'Ik heb het verhaal intussen wel honderd keer verteld, hier in de buurt weet iedereen ervan.'

Als een auto claxonneert of hard remt, raakt Rosso in paniek. 'Ze kan ook niet goed tegen belgerinkel of schurende geluiden,' zegt mevrouw Van Horssen, die als enige in staat is het beestje te kalmeren.

Op een keer begon het te regenen, meneer Van Horssen stak een paraplu op. 'Je had die hond moeten zien', zegt hij, 'het was pure hysterie.' Hij vermoedt dat Rosso ooit met een plu is geslagen. 'Vermoedelijk niet door die vrouwen, misschien door een vorige eigenaar, want de vrouwen haalden die honden op bij mensen die van hun dier afwilden, heb ik van de dierenarts begrepen.'

Rosso kampt met een extreme vorm van verlatingsangst, daar is het echtpaar intussen wel achter. 'Op een avond wilden we samen ergens naartoe, maar dat ging absoluut niet,' zegt mevrouw Van Horssen. 'Rosso vloog tegen de muren op en brulde de hele buurt bij elkaar', zegt meneer Van Horssen, die vreesde voor zijn interieur.

'Dat is natuurlijk van toen ze naar die spoorbaan zijn gegaan', verklaart mevrouw Van Horssen. Gerda, Mirella en de andere honden waren altijd om haar heen. 'En in één klap waren die allemaal weg, verpulverd.'

In de woning aan de Hulststraat is volgens meneer Van Horssen sprake geweest van 'een totaal gestoorde situatie'. Door het buitensporige gedrag van de hond ondervindt hij daar dagelijks de gevolgen van, op een wijze die hij vooraf niet kon vermoeden.

Zo eist Rosso dat het echtpaar op tijd gaat slapen, waarschijnlijk een gevolg van de matineuze levensstijl van haar voormalige bazinnen. Terwijl meneer Van Horssen rond een uur of elf, als zijn vrouw zich naar bed begeeft, graag nog een borreltje drinkt en naar de televisie kijkt. 'Dat gaat niet meer, ze stopt pas met janken en drentelen als ik in de slaapkamer ben.'

Niet lang na de aanschaf liet meneer Van Horssen de hond nog eens grondig nakijken door dierenarts Kwint. Bij De Mère hadden ze gezegd dat Rosso een kruising was van een jack russell-achtige en een bepaald soort teckel. Volgens Kwint vertoonde ze juist kenmerken van een cairnterriër, terwijl de hondentrimster, waar Rosso regelmatig naartoe wordt gebracht, het erop houdt dat een van haar ouders een Australische terriër is geweest.

Volgens dierenarts Kwint is Rosso tussen de 5 en 6 jaar oud, vermoedelijk heeft ze ooit pups gehad. Om ervoor te zorgen dat dat niet nogmaals zou gebeuren gaf meneer Van Horssen dierenarts Kwint opdracht haar eierstokken te verwijderen, waarbij tevens een geconstateerde ontsteking van de baarmoeder kon worden bestreden. Vervolgens stuitte Kwint bij de tepels op twee cysten, die zich tot tumoren kunnen ontwikkelen en daarom binnenkort operatief verwijderd zullen worden.

Met de bijkomende kosten voor het laten chippen en het toedienen van allerlei injecties hebben de Van Horssens al een slordige 2.000 euro aan Rosso uitgegeven, de dagelijkse porties kipfilet, ham en paté niet meegerekend. 'Dat is niet erg, maar geeft wel aan dat wij iets over hebben voor dat hondje', zegt meneer Van Horssen, terwijl hij de immer grommende Rosso, nog altijd op de schoot van zijn vrouw, een paar keer streelt. Hij brengt zijn hoofd dicht bij de hondenkop en zegt op kinderlijke toon: 'ja, hoor, dat hebben wij allemaal voor jou over.'

Om iets aan haar angsten te doen, besloot hij op een dag met Rosso langs te gaan bij een gerenommeerde Beuningse hondentrainer die iemand hem had aanbevolen. Tijdens het consult vertelde hij over de paraplufobie, waarop de hondentrainer een paraplu tevoorschijn haalde en onverwacht uitklapte, bij wijze van shocktherapie. 'Rosso schoot tegen het plafond, was zo totaal overstuur dat ik maar weer ben vertrokken.'

Ondanks alle moeilijkheden zien meneer en mevrouw Van Horssen ook zeker wel progressie. Zo speelt Rosso steeds vaker, het liefst met Piep, een van de tientallen speeltjes die ze in haar mand bewaart.

Bovendien luistert ze goed. 'Als je 'zit' zegt, gaat ze ook direct zitten', zegt meneer Van Horssen, die vervolgens demonstreert hoe netjes Rosso pootjes geeft.

Op vrijdag 24 november 2017 gebeurde er iets wonderlijks. Omroep Gelderland had mij uitgenodigd om over mijn boek Een botsing op het spoor te komen vertellen; een nauwgezette reconstructie van het drama dat zich op maandagochtend 28 november 2016 voordeed bij een spoorwegovergang in Nijmegen: een moeder en haar dochter uit Breedeweg bij Groesbeek waren daar met hun vijf honden op de rails gaan staan; één hond overleefde.

Bij Omroep Gelderland vertelde ik dat ik de puzzel redelijk compleet had weten te krijgen. Alleen ontbrak het stukje met de hond. Heel jammer dat het dierencentrum in Balgoij, waar het hondje was opgevangen, mij had laten weten dat de nieuwe eigenaren 'in verband met de privacy van de hond' geen contact met mij wilden.

Na het interview nam een redacteur van het programma mij apart: de eigenaren van de hond hadden het gesprek van zojuist gehoord en wilden wel degelijk met mij spreken!

Een week later zat ik bij Thea en Bert van Horssen in de woonkamer en maakte ik kennis met het hondje, dat ze Rosso hadden genoemd. Het dierencentrum, zo bleek, had mijn verzoek nooit aan hen overgebracht, waar ze zeer ontstemd over waren want ze wilden juist graag hun verhaal doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden