Wat gaan ze in Bagdad doen als ISIS komt?

In een soennitische wijk:
Bomaanslagen rukten hier in de burgeroorlog hele buurten uit elkaar, milities regeerden op straat. Komt die situatie terug?

In het parlement:
Even afkoelen helpt niet: de Koerden blijven weg. De grootste soennitische coalitie ook. Het nieuwe parlement 'in actie'.

ANGST VOOR BLOEDIGE CHAOS EN REVOLUTIE

BAGDAD - Terwijl haar echtgenoot zorgvuldig zijn woorden weegt, gooit Basma Shamsi (62) alle remmen los. 'De sjiitische milities komen in de nacht', zegt ze. 'Net als vroeger! Ze nemen onze mannen mee. Ze komen zelfs in soennitische moskeeën mensen arresteren. Een imam is verdwenen. Wie ze oppakken, komt nooit meer terug.' Haar echtgenoot Farouq al-Shibli (70) drukt voorzichtig zijn kin op de borst tot ze is uitgeraasd.


Ze hebben ze niet zelf gezien, de arrestaties waarvoor ze zo bang zijn, van soennitische jongemannen. Ze hebben ook geen vrienden die het is overkomen. Maar op de tv-zenders die Basma hier in Bagdad kijkt, gaat het over niets anders. Hun 30-jarige zoon Omar was op vakantie in het veilige Koerdische deel van Irak toen de strijd tussen de radicale islamisten van ISIS en de door sjiieten geleide regering drie weken geleden in al zijn bloedigheid losbarstte. Voorlopig moet hij van zijn ouders daar in het noorden blijven.


De gebeurtenissen jagen inwoners van soennitische wijken als Adhamiya angst aan. Nadat soennitische ISIS-strijders de noordwestelijke stad Mosul hadden ingenomen, verschenen er in de straten van Bagdad voor het eerst in jaren weer checkpoints van sjiitische milities. Moqtada al-Sadr, de leider van het machtige Mehdi-leger, toonde zijn spierballen met parades. Zijn strijders speelden een hoofdrol in de sektarische burgeroorlog van 2006-2008.


Tienduizenden Irakezen zijn in die jaren afgeslacht omdat ze de verkeerde religie aanhingen. Soennitische moslims moordden sjiieten uit en andersom. Bij checkpoints werden mensen ter plekke doodgeschoten omdat op hun identiteitskaart niet de goede religieuze naam stond. Bagdad werd een gesegregeerde stad. Bomaanslagen rukten buurten uit elkaar, milities regeerden op straat. De vrees is dat die taferelen terugkeren.


Weinig soennieten in Bagdad zien het extremisme van ISIS zitten. Ook Basma, Farouq en hun geblondeerde, hoofddoekloze dochter Ilaf (21) niet. Maar de invloed van ISIS binnen de opstandelingen wordt volgens hen schromelijk overdreven. De keurige familie - hij is gepensioneerd natuurkundige van het ministerie van Landbouw - gebruikt wel een ander woord voor de opmars van soennieten, een woord dat weinig goeds belooft voor eventuele pogingen de boel te lijmen: revolutie.


'ISIS levert misschien 10 procent van de oppositiestrijders', zegt Farouq. 'Zij hebben delen van Mosul in handen, maar andere delen hebben de revolutionairen.' De soennitische revolutionairen, legt Farouq uit, bestaan uit verschillende onderdelen. Er zijn voormalige leden van Saddam Husseins Baath-partij, en militaire officieren die onder Hussein dienden. Ook leden van invloedrijke soennitische stammen hebben de wapenen opgenomen. 'Het gevecht gaat tussen deze tribale strijders en de sjiitische regering. Wij staan achter de tribale strijders.'

Macht

Inderdaad, zegt Farouq - vriendelijke, waterige ogen, lichtblauw gestreept overhemd en kortgewiekte grijze snor - onder de Baathpartij was het eigenlijk beter. Dochter Ilaf vult aan: 'In Adhamiya willen veel mensen dat wat er in Mosul gebeurd is, ook in Bagdad gebeurt.'


In Irak vormen sjiieten met 65 procent de meerderheid van de bevolking, tegenwoordig met de macht stevig in handen. Zoals elders in de regio is consensus hier niet het sleutelwoord. De sjiitische premier Nouri al-Maliki doet al acht jaar zijn best soennieten - ongeveer eenderde van de bevolking - tegen zich in het harnas te jagen. Waren zij onder geloofsgenoot Saddam Hussein een bevoordeelde minderheid, nu klagen veel soennieten over discriminatie op de arbeidsmarkt, gebrek aan politieke invloed, en onbeschofte behandeling door politie en leger.


Niemand in de stad zegt openlijk: wij gaan alle soennieten een kopje kleiner maken. Maar bij gebrek aan een krachtige regering en vertrouwenwekkende strijdkrachten grijpen religieus georiënteerde paramilitairen zelf weer naar de wapens. Abu Sadr, een vijftiger met zonverbrand gelaat, indrukwekkende snor en dito buik, weet wat vechten is en zou het zo weer doen. Zevenentwintig dagen hielden hij en zijn kompanen in 2004 de Amerikanen buiten Najaf, zijn geboorteplaats.


'En wie zijn er sterker', vraagt hij retorisch, vanachter zijn openluchtkiosk in een park aan de Tigris. 'De Amerikanen of ISIS?' Zijn maat - eveneens sjiitisch militieman - knikt, sigaret aan de lip. 'Als we de opdracht krijgen om te vechten, is het binnen een week gedaan,' zegt hij. Het idee dat een veldtocht van sjiitische milities door soennitische gemeenschappen geen recept is voor een vreedzame toekomst, wijzen beide mannen van de hand. 'Alle Irakezen zijn broeders', zegt Abu Sadr.


Bij het wapengekletter van radicalen aan beide kanten dreigen gematigder stemmen te verstommen. Ze zijn er wel, zoals op de markt van Bab Sharji, waar Irakezen van alle religies en afkomsten elkaar vinden in de wens geld te verdienen. In zijstraatjes vol vuile etalageruiten en jongens met handkarren, verkopen venters alles van pornodvd's tot slippers en camera's.

Eenheid

De oplossing is een eenheidsregering met soennieten, sjiieten, Koerden en Arabieren, zegt krantenverkoper Sabah al-Katheer (58) uit de vrijwel volledig sjiitische wijk Sadr City. 'Mandela had zwarte en witte mensen in zijn regering, Maliki bedient alleen zijn kant. In Irak is democratie maar een slogan. Dus grijpen mensen naar geweld.'


Aan de Tigris denkt Farouq aan de laatste keer dat hij zijn geboortegrond verliet voor geweld, in 2006. Hij dwaalt door zijn tuin en inspecteert de plantjes. Tijdens de vorige vlucht zorgde zijn zus ervoor. Farouqs dochter zou liefst naar Europa gaan, zegt ze. Zoon Omar overweegt een vertrek naar Turkije. Farouq wil niet opnieuw weg. Maar, zegt hij in het Engels en met trillende handen die parkinson doen vermoeden: 'De toekomst is één groot vraagteken.'

GEJOEL, SCHORSEN, EN DAN IS ER GEEN QUORUM - VOLGENDE WEEK VERDER

Het parlement dat Irak uit de chaos moet redden vervalt binnen vijf minuten zelf in chaos. Zodra de vergadering - anderhalf uur te laat - is begonnen, staat een vertegenwoordigster van een Koerdische partij op en lanceert een tirade. Koerdische ambtenaren krijgen geen salarissen vanuit Bagdad, verklaart ze. Waarom niet?!


Een concurrerende delegatie ontsteekt subiet in boegeroep. Een parlementariër in uniform schreeuwt naar de Koerden dat zij het Iraakse leger niet steunen, militair materieel hebben ingepikt en uit zijn op terreinwinst. Twee groepen mannen verderop beginnen te bekvechten over het ontbreken van een Koerdische vlag in het parlement, terwijl beveiligers dichterbij schuifelen. De voorzitter gebiedt een schorsing, de rest van de zaal schreeuwt of vertrekt.


Een ernstig gebrek aan urgentie tekende de eerste zitting van het nieuwe Iraakse parlement gisteren, nota bene op de dag dat de VN juni 2014 aanwijzen als de bloedigste maand in Irak sinds 2008. De volksvertegenwoordigers zijn twee maanden geleden gekozen. Dinsdag hoopten Irakezen dat zij de eerste stappen naar een nieuwe, breder gedragen regering zouden zetten. Een verse parlementsvoorzitter is stap één. Vervolgens kiest het parlement een nieuwe president, een grotendeels ceremoniële functie, en dan de nieuwe premier - veruit de moeilijkste kwestie.


Ze komen niet voorbij de eerste stap. 'Het gaat altijd zo,' klaagt een lokale journalist. 'Maar Irak staat op instorten. Dit is niet het moment voor gekibbel.' Hij kijkt naar het tumult onder de publieke tribune en besluit: 'Wie baat heeft bij de chaos, wil misschien de zittingen verstore,n zodat het parlement geen regering kan kiezen.'


Het begon zo gemoedelijk. Een paar dozijn muzikanten, bijgestaan door een koor, test de instrumenten terwijl prominenten plaatsnemen op okerkleurige stoelen. Hier en daar een tulband of een lange witte djellaba, maar het overgrote deel in pak. Het is een bioscoopopstelling; als toeschouwers zitten de volksvertegenwoordigers voor een verhoogd podium, waarop het oudste parlementslid - tijdelijk voorzitter - achter drie microfoons zit.


Om kwart over elf wordt het volkslied ingezet. Dit is een gewichtige gelegenheid, er zijn procedures die gevolgd moeten worden. Kalende achterhoofden, een handvol hoofddoeken, en tien minuten onbeweeglijkheid terwijl een koranvers over het nut van samenwerking door de luidsprekers galmt.


Het komt niet tot een stemming. Na een halfuur afkoelen keert slechts een handjevol volksvertegenwoordigers terug naar de vergaderzaal. De Koerden, die een autonome regio in het noorden hebben, laten het afweten. De grootste soennitische coalitie ook. De meer seculiere groep van voormalig interim-premier Ayad Allawi is niet komen opdagen. Terwijl Irak brandt, besluit de tijdelijk voorzitter dat de 95 aanwezigen geen quorum vormen; tweederde van 328 leden moet present zijn om een stemming te houden. De zitting wordt een week verdaagd.


'Tegen die tijd heeft ISIS Bagdad bereikt,' mompelt een toeschouwer. Ze doen in elk geval hard hun best. De Verenigde Naties latendinsdag weten dat in juni 2417 mensen in Irak zijn omgekomen, waarvan ruim 1.500 burgers. Het dodental was vier keer zo hoog als in mei, nog voor ISIS Mosul binnentrok. Doden in de zuidelijke provincie Anbar, waar ISIS al langer steden in handen heeft, zijn niet meegeteld.


De religieuze en etnische verdeeldheid verlamt ook het parlement, ondanks oproepen van sjiitsche geestelijk leiders om snel een regering te vormen die alle groepen vertegenwoordigt. Om ISIS te bestrijden zet de regering van premier Nouri al-Maliki ondertussen in op leger en sjiitische milities. De strijders van ISIS, bekend van afgehakte hoofden en handen, geloven evenmin in compromissen. Zij executeerden tijdens hun blitzkrieg ten minste 160 gevangengenomen Iraakse militairen.


In de wandelgangen proberen parlementariërs journalisten te overtuigen van hun goede bedoelingen, of wijzen ze op de schuld van hun tegenhangers.


Partijleden van Maliki zeggen dat het probleem ligt bij de soennitische partij van parlementsvoorzitter Usama al-Nujayfi. Die zou pas willen aftreden verlaten als ook Maliki belooft niet voor een derde termijn te gaan. De sjiitische achterban van Maliki is daarover verdeeld. Zozeer dat zelfs Ahmad al-Chalabi, ooit gehaat als Amerikaanse vazal, opnieuw in de race is. In het voorbijgaan meldt een Koerdisch parlementslid dat zijn bevolkingsgroep het volstrekt oneens is over de toekomstig president - een eer die de Koerden toebehoort.


Het is half drie als de laatste politici zich aan het clubje ondervragende internationale journalisten ontwringen. Een ijverige schoonmaker heeft dan al de dweilmachine ter hand genomen, en glijdt zoemend over de gladde vloer. Morgen weer een dag. Pardon, volgende week weer een dag.

'STRIJDERS, KOM NAAR HET HUIS VAN DE ISLAM'

DE LEIDER VAN DE JIHADISTISCHE BEWEGING ISIS HEEFT MOSLIMS OVER DE HELE WERELD OPGEROEPEN NAAR HET KALIFAAT TE KOMEN DAT HIJ HEEFT UITGEROEPEN IN DELEN VAN SYRIë EN IRAK. GISTEREN VERSCHEEN EEN AUDIOBOODSCHAP VAN ABU BAKR AL-BAGHDADI OP INTERNET. HIJ RIEP STRIJDERS OP OM WRAAK TE NEMEN VOOR MISSTANDEN TEGEN MOSLIMS WERELDWIJD. VOLGENS BAGHDADI IS HET DE PLICHT VAN MOSLIMS OM NAAR 'HET HUIS VAN DE ISLAM' TE VERHUIZEN. HIJ RICHTTE ZIJN OPROEP VOORAL AAN PREDIKERS, INGENIEURS, RECHTERS, ARTSEN EN MENSEN MET MILITAIRE ERVARING.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden