Wat een zelfvertrouwen

SEVILLA HOUDT DE ECHTE FOLKLORE EN VERVOERING LIEVER VOOR ZICHZELF, MERKT CASPAR JANSSEN. GRANADA IS ROMMELIGER, MAAR TEGELIJKERTIJD GRIJPBAARDER...

Je hebt dus de stereotypen. Sevilla: stad van passie, hartstocht enmagie. De stad van de diepheilige paasprocessies en de doorleefdeklaagzangen tijdens de Semana Santa en het uitbundige flamenco-gevoeltijdens de Feria de Abril. En het stereotype van de Sevillaan: exotisch,warmbloedig en uitbundig.

Ik was al eens eerder in Sevilla, zeker 15 jaar geleden. Een afknapper.Het regende, er was geen behoorlijke hotelkamer te krijgen vanwege de Feriade Abril, de bewoners van de stad bleken knorrig, het eten was matig enduur voor Spaanse begrippen en hoogtepunten kon ik me achteraf nietherinneren. Ja, een letterlijk hoogtepunt, de beroemde gothische kathedraalvan de stad, de grootste ter wereld, met haar toren La Giralda, Arabischvan oorsprong, later op christelijke wijze verhoogd. Vanuit die toren hadje inderdaad een mooi uitzicht over de stad, maar de kathedraal zelf? Eentypisch geval van katholieke overdrijving.

's Avonds slenterde ik door de straten op zoek naar het fameuzeflamencogevoel, maar ik zag niet veel meer dan Sevillanen en toeristen diebier en wijn dronken in bars, zoals ze dat elders in Spanje ook doen.

Natuurlijk, overal waren tablaos flamencos voor toeristen, waar vooralde commerciëlere Sevillanas, met veel dans, werden opgevoerd, maar daarhaalde ik mijn neus voor op.

Pas later, in Granada, vond ik iets terug van dat romantischelevensgevoel dat veel bezoekers en ook de Sevillanen zelf aan hún stadtoeschrijven.

Het moet aan mij gelegen hebben. Want het bestaat echt - de folklore,de religieuze vervoering, de flamenco. Voer nooit een taxi-chauffeur op ineen verhaal, maar wat als de entree in de stad gepaard gaat met klassiekeflamenco die uit de cd-speler van de auto knalt en de chauffeur eenhartstochtelijke monoloog houdt over de zanger, Antonio Mairena, diegedurende de laatste tien jaar van zijn leven stad en platteland inAndalusië afreisde om het repertoire van plaatselijke zangers engitaristen te redden van de vergetelheid? De chauffeur - aan de buitenkantvalt niets vreemds aan hem te ontdekken - verliest nog net niet de machtover het stuur.

De volgende dag, in El Corte Ingles, de Spaanse versie van de Bijenkorf,staan bij de muziek- en electronica-afdeling tientallen mensen ademloos tekijken naar een flatscreen-televisie, niet vanwege het goede beeld of detechniek, maar omdat er een documentaire wordt uitgezonden over de SemanaSanta, de lijdensweek. Een baar met daarop een reusachtig beeld van Maria,wordt in slakkengang voortbewogen door tientallen dragers die, op hunvoeten na, zijn verscholen achter doeken. Vrouwen in het publiek huilen enaf en toe heft iemand vol vervoering een saeta aan, waarin Maria of Jezuslof wordt gezongen. Het zijn overbekende taferelen voor de Sevillanen, maarde bezoekers van El Corte Ingles weten zich slecht met moeite los te rukkenvan het televisiescherm.

Ongeveer de helft van het dvd-aanbod in de winkel betreft de SemanaSanta, die andere beroemde processie El Rocio of flamenco-muziek. Bij demuziekafdeling is het overgrote deel flamenco, waarvan weer een belangrijkdeel is ingeruimd voor Sevillanas. Ook Antonio Mairena staat erbij.

Later, in de winkelstraatjes in het oude centrum van de stad, net buitende toeristische zone, gonst het van opwinding over de feestmaand april. Intientallen stoffenwinkels en flamenco-kledingzaken in de omgeving van Plazadel Salvador worden jurken gepast en stoffen en waaiers uitgezocht.'Voorde feesten', bevestigt een verkoopster van Raquel's Trajes de Flamenco.

Katholiek Sevilla is meer dan de kathedraal. Tientallen vrouwen biddenin stilte in de Capilla de San Jose (Calle Jovellanos). In Triana, devroegere zigeunerwijk aan de overkant van rio Guadalquivir, sta ik 'savonds in Bar Santa Ana, naast Iglesia de Santa Ana in Calle Pureza (Wegvan de Puurheid). Het is er stampvol met vooral mannen die praten envoetbal kijken op tv. De wanden zijn bezaaid met foto's van de Semana Santaen van El Rocio, maar ook met flamenco-artiesten en stierenvechters. Achterde bar staat een krijtbordje met daarop het aantal dagen dat nog rest totde twee grote religieuze gebeurtenissen van het jaar. Devotie, flamenco,stierenvechten, voetbal, het gaat allemaal vanzelfsprekend in elkaar over.

Van het idee dat Sevilla het imago van katholieke vervoering enuitbundige folklore uitsluitend voor toeristen in stand houdt, blijft nietsover. Het is eerder andersom; Sevilla houdt de echte folklore en vervoeringliever voor zichzelf.

Bezoekers kunnen zich vergapen aan de kathedraal, aan het schitterendekoninklijke paleis Real Alcazar, waar vooral het Moorse gedeelte indrukmaakt en waar het heerlijk toeven is in de tuinen, en aan de prachtigeBarrio de Santa Cruz, de oude joodse wijk, later een Sevillaanse volkswijk.Voor de flamencofolklore kunnen ze terecht in een van de tabernasflamencas, veelal in dezelfde wijk of aan de Paseo de Colon, de boulevardlangs rio Guadalquivir, die de stad doorkruist. Maar zeker in april zijnde Sevillanen liever onder elkaar. 'Voor de Feria de Abril moet jeuitgenodigd worden door een van de organiserende groepen', zegt eenmedewerkster van een boekhandel bijna verontschuldigend.

Een perfect uitsluitingsmechanisme, dat ook geldt voor deelname aan deSemana Santa, en dat is eigenlijk maar goed ook. Je moet er niet aan denkendat groepen enthousiaste Amerikanen, Engelsen of Hollanders gaan meelopenin de pelgrimages.

Sevilla is altijd al een zelfbewuste stad geweest. Het doorstond vrijwelongeschonden alle brute omwentelingen in de nationale geschiedenis, de stadwerd rijk ten tijde van Columbus, en recentelijk, in de jaren tachtig ennegentig, profiteerde Sevilla flink van het Spaanse socialistische bewindvan Sevillaan Felipe Gonzales; er kwam een hogesnelheidslijn Madrid-Sevillaen in 1992 organiseerde de stad de Wereldtentoonstelling.

Tegenwoordig doet Sevilla het grotendeels op eigen kracht, metvliegtuigindustrie en een groot technologiepark, en met het toerismenatuurlijk. In alle optimisme zijn oude plannen voor een metro weeropgepakt, onder het gemeentelijke motto: Sevilla, la construccion de unsueño. De constructie van een droom. Wat een zelfvertrouwen. Je ziet hetniet voor je, op grote doeken bij de Amsterdamse metroputten.

Dan moet Granada bijna wel tegenvallen. Maar als ik door de smallestraatjes van de oude Moorse volkswijk Albaicín omhoog ben gelopen naarde Mirador San Nicolás, weet ik het weer. Die vreemde combinatie vanrommelige gezelligheid en de overdonderende pracht van het Alhambra - hetenige geheel intact gebleven Moorse paleizencomplex van Spanje. Vanaf deMirador San Nicolás is het uitzicht op het complex, met op de achtergrondde besneeuwde toppen van de Sierra Nevada, onovertroffen.

Het Alhambra is dé reden om Granada te bezoeken, maar bij de MiradorSan Nicolás gebeurt ook het een en ander. Het is een verzamelplaatsje voortoeristen, waar je lange tijd kunt rondhangen zonder je te vervelen. Nuspelen drie zigeuners flamenco-nummers; vanaf het voorjaar wordt hethelemaal gezellig, als de terrasjes op het achterliggende pleintje openzijn.

In de hele oude stad lijkt het leven zich nadrukkelijker op straat afte spelen dan in Sevilla. In de smalle straatjes die vanaf Plaza Nueva dewijk Albaicín inlopen, zijn honderden winkeltjes met vooral oostersesnuisterijen, die voor een deel op de stoep zijn uitgestald. En overalklinkt muziek.

Granada is een echte studentenstad en dat zie je: veel alternatievecafeetjes en veel graffiti. Maar ook veel cultuur, van muziek tot beeldendekunst, onder het motto: arte en la calle, kunst op straat. Pas in Granadavalt op hoe netjes, om niet te zeggen aangeharkt Sevilla eigenlijk is.Granada is rommeliger, maar tegelijkertijd grijpbaarder.

En ruwer. Volgens de 'Granadinos' zelf staan ze bekend om hunweerbarstigheid. Ze hebben er zelfs een woord voor: La malafollá, watzoiets betekent als een cynisch wantrouwen tegen alles en iedereen.Diepgeworteld is het gevoel dat de stad verdedigd moet worden, sinds deGranadinos zelf hardhandig de Moren en de Joden uit de stad haddenverjaagd. De ligging van de stad, met de rug naar de zee, deels ingeslotendoor imposant berglandschap, heeft daar zeker toe bijgedragen.

Voor de bezoeker maakt dat nauwelijks uit. De schoonheid van de stad,bijvoorbeeld tijdens een wandeling langs het riviertje Darro, met rechtsop de berg het Alhambra en links op de heuvel de wijk Albaicín, ismoeilijk te verhullen.

En als 's avonds, in de voormalige grotwoningen van zigeuners, in dewijk Sacromonte, weer flamenco klinkt, dan is het zelfs prachtig als heteen beetje schuurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden