Wat een verschrikkelijk land

Nederland is: slechte gezondheidszorg, taaie bureaucratie, dure kinderopvang en een zorgwekkend sociaal klimaat. Althans, dat vinden veel buitenlandse werknemers van internationale organisaties....

In een Amsterdams appartement grijpt de Argentijnse Flavia van der Linden-Dzodan (38) herhaaldelijk naar het hoofd wanneer ze over haar ervaringen met Nederland spreekt. Flavia weet alles van de vaderlandse geschiedenis, de asielzoekers, Descartes en Spinoza, het koningshuis en de koloniën. Na acht jaar 60 procent belasting betalen - 'for crap, basically' - wordt ze nu gedwongen stamppot te leren koken in een inburgeringscursus. 'Probeer te voorkomen dat je de taal leert', adviseert ze buitenlanders die hier komen werken. 'Je bent veel gelukkiger als je niet weet hoe er over allochtonen wordt gepraat.'

In haar woning in Bilthoven trekt de Poolse Monika Grojec (36) zuchtend en steunend haar tweejarig dochtertje op schoot. Ze is nerveus: al die jaren van zeuren en klagen, vanavond mag het er allemaal uit. Haar irritatie richt zich vooral op de gezondheidszorg en de zogenaamde emancipatie. Ze betaalt 130 euro per maand aan ziektekostenverzekering om zich standaard door dokters met een aspirientje naar huis te laten sturen. De kinderopvang is zo duur dat het stellen haast onmogelijk wordt gemaakt om allebei te blijven werken. En de lijdzame Hollanders lijken het zelf heerlijk te vinden om te worden opgelicht. 'Ik heb nog nooit zo'n onwetende, egoïstische en zelfgerichte samenleving gezien.'

Louis Guastavino (41) doet zijn zegje met wat meer beheersing. Hij zit op het terras achter het hoge gebouw van zijn werkgever: de European Patent Organisation (EPO) in Rijswijk. Er zijn veel problemen met de taaie bureaucratie, zegt hij, en het is niet te bevatten dat die niet kunnen worden opgelost. 'Maar', probeert hij, 'mijn verwachtingen op het gebied van de Nederlandse architectuur zijn bijvoorbeeld wel bijna ingelost.' Louis lijkt alleszins kalm en rustig, maar een zenuwkuchje verraadt zijn frustratie. Al twee keer probeerde hij zich te laten overplaatsen naar de EPO in München.

Onwaardige controles

Driekwart van de buitenlandse werknemers in Nederland is hier ongelukkig en wil het liefst zo snel mogelijk weg. Dat zegt een onderzoek van IOSA-NL, de vakbond van de internationale organisaties in Den Haag. Daarin heten de problemen netjes: ontoegankelijke gezondheidszorg, ingewikkelde belastingen, trage bureaucratie, dure kinderopvang, lastige huizenmarkt en het groeiende wantrouwen tegen vreemdelingen. Het is een abstract rijtje, totdat je man dreigt te worden teruggestuurd of je bijvoorbeeld geen arts kunt vinden terwijl het heel erg nodig is.

Maar ook buiten het Joegoslavië Tribunaal, de EPO en het Europese Ruimtevaart Agentschap (ESA) zijn de expats Nederland beu. Op de internetsite Expatica.com worden ze openlijk en uitgebreid niet goed van de onwaardige controles op Schiphol, de luchtvervuiling, de vreemdelingenpolitie die maar niets van het fenomeen expat lijkt te willen begrijpen en de belastingen. Ook vinden ze het moeilijk om minister Verdonk te respecteren, een vrouw 'die zonder problemen een kind met een open rug deporteert, maar er niet tegen kan als er naar haar wordt gespuugd'.

En het was allemaal nog niet zo erg geweest als het sociale klimaat maar een heel klein beetje zonniger zag. Nog maar kort geleden werden mensen die iets weten gewaardeerd. Nu schreeuwt iedereen zijn platte ongenoegen vrijelijk voor zich uit en waaien er hysterische stormen over het land. Allochtonen mogen gerust zwaarder worden gestraft dan autochtonen, steeds alledaagser vergrijpen kunnen reden zijn voor deportatie, op iedere krantenpagina en op elke zender krijgen vreemdelingen de hele dag door van alles de schuld. Monika zegt: 'I've never felt more foreign as in Holland.'

Communistische rij

De frustraties beginnen bij binnenkomst. Het lukte de Amerikaanse arts Joshua Sinberg maar niet om een verblijfsvergunning te krijgen. De IND vond zijn specialisme, chiropractie, niet legaal, de jurisprudentie en de verzekeraars vonden van wel. Joshua probeerde contact te krijgen met een ambtenaar, maar bij de IND namen ze de telefoon niet op, beantwoordden ze zijn mails en faxen niet, en deden ze de deur niet open als hij langskwam met zijn advocaat. Na vierenhalf jaar en duizenden euro's advocatenkosten kwam er onverwacht een brief: hij kreeg een verblijfsvergunning, die drie maanden geldig was vanaf de dag van zijn aankomst. Joshua brak, hij kon er niet meer tegen; wanhopig verliet hij het land. Vanuit zijn praktijk in Mexico schrijft hij: 'Het was gewoon opzettelijk.'

Eenmaal binnen wil de expat meestal een telefoonaansluiting. Overal volstaat daartoe een eenvoudige handeling, in Nederland moest Monika twee maanden wachten en twee keer een dag vrij nemen om ergens in een communistische rij te gaan staan. Nu ook begint de lange zoektocht naar een huisarts. Lamia uit Bangladesh zocht er een halfjaar vergeefs naar. Artsen stuurden haar naar de gemeente, ambtenaren daar stuurden haar terug.

Dit is overigens een veelgehoorde klacht: expats zijn verplicht zich te laten registreren op plekken waar ze dat niet mogen. Anders krijgen ze geen arts, geen vaccinatie voor de kinderen, mogen ze geen auto's of huizen kopen.

Mooie gebouwen

Louis Guastavino kent de verhalen - op de gangen van de EPO is het niet gezellig. Zijn collega's proberen het voor elkaar te krijgen dat hun echtgenoten niet langer verplicht thuis hoeven zitten of te voorkomen dat ze na een scheiding of pensioen naar het land van herkomst worden teruggestuurd. Ze begrijpen niet waarom ze belasting moeten betalen over het huis van hun ouders in Frankrijk of Zwitserland. Eén collega, een Zuid-Amerikaan uit wie nog maar nauwelijks kantoorhumor komt, deed er vijf jaar over om zijn kinderen bij zich te krijgen, nadat de moeder ziek was geworden en niet langer voor ze kon zorgen.

Al die duizenden ontevreden expats zouden graag even emotioneel uitbarsten in de pers, maar de vakbond IOSA-NL denkt dat dit niet goed is voor de onderhandelingen met de Nederlandse overheden; die overigens al negen jaar lopen. Daarom hebben ze Louis naar voren geschoven. Hij is een redelijke, verstandige man, getrouwd, zes kinderen, al zestien jaar patentonderzoeker bij EPO. Omdat Corsica wat saai werd, kwam hij naar Nederland. De verwachtingen op cultureel gebied zijn uitgekomen, al verstaat hij er niet zo veel van. Mooie gebouwen ook, zegt hij met een milde blik op de EPO-toren; 25 verdiepingen beton. Voor de rest is het land, hoe zegt hij dat netjes, 'een beetje anders'.

Een paar jaar geleden werd zijn zoon ziek. Volgens de huisarts had hij ernstige hartproblemen en moest hij zo snel mogelijk naar een specialist. Louis begon te bellen en hield daar niet meer mee op totdat alle specialisten in Nederland hem verzekerd hadden dat hij er pas over zes maanden terecht kon. Daarna was zijn geduld op en belde hij naar Frankrijk. Twee dagen later kon zijn zoon daar worden onderzocht, in het weekend, en de rekening die werd nagestuurd, bevatte geen verwarmingskosten, zoals expats vaak bij de Nederlandse artsen overkomt.

Het zijn de dingen die ook zijn bazen frustreren en de collega's van de andere internationale organisaties. Er zijn al jaren plannen om de EPO met vijfhonderd mensen uit te breiden, zegt hij, een beslissing die een nieuw gebouw vergt en een investering van tegen de 500 miljoen euro. Het geld ligt al vijf jaar te wachten op een soepeler houding van de Nederlandse overheden. Louis kucht, hij weet niet zeker of hij het mag vertellen, maar er zijn mensen die willen dat de EPO maar helemaal uit Nederland vertrekt. 'De komende maanden worden heel belangrijk', zegt hij.

Klagen

Tamas Csikos rijdt elke dag van zijn werk in het Amsterdams Medisch Centrum naar zijn woning in Bilthoven. Onderweg haalt hij zijn dochtertje op, dat de werkdagen bij zijn ouders doorbrengt. Daarna rijdt hij nog vijf minuten verder, zet de rode Mazda in een kleine parkeerhaven en gaat zijn huis binnen. Als de NS zijn echtgenote op tijd van haar werk bij Crucell in Leiden naar Bilthoven hebben gebracht, wacht hem dagelijks 'een surrealistische ervaring': een totaal gefrustreerde echtgenote, die alleen nog maar kan klagen over Nederland.

Normaal gesproken is Monika Grojec een vrolijke vrouw, pittig, actief, bereid om deel te nemen aan werk en maatschappij. Monika is opgegroeid in Warschau, ging haar gescheiden vader achterna naar de Verenigde Staten en kwam op Georgetown University in Washington haar Tamas tegen, een Nederlandse wetenschapper met Hongaarse ouders. Nederland, het land waaraan Tamas nog herinneringen bewaarde uit de jaren tachtig, was zo'n mooi land dat je er kinderen van op de wereld wilde zetten. Maar de zes Nederlandse jaren hebben Monika nerveus gemaakt, negatief en boos. Ze kan geen journaal of avondblad meer zien: 'Ik word erg ongelukkig van het nieuws.'

Tamas probeert er toch nog wat van te maken. Hij drentelt vrolijk rond in een gemakkelijke joggingbroek, om de paar minuten verschijnt zijn gezicht in een vierkante uitsparing in de wand, die de woonkamer van de keuken scheidt. Hij wil koekjes brengen, koffie, gekookte melk, thee, sinaasappelen. Maar ondertussen bemoeit hij zich daarmee doorlopend met wat Monika 'mijn interview' noemt. Soms heeft hij een kleine correctie, soms komt hij met een nuttige aanvulling vanuit zijn eigen perspectief: 'Nederlanders vinden Amerikanen misschien dom, maar hun publieke omroep behoort maar mooi tot de beste in de wereld.'

Monika's interview concentreert zich op de zogenaamde emancipatie. Als haar schoonouders niet voor haar dochter wilden zorgen, zou ze bijna driekwart van haar inkomen aan kinderopvang moeten uitgeven. Een belachelijke situatie, zeker omdat het in Hongarije of Duitsland helemaal geen onderwerp is. Maar vooral omdat Nederlanders zo'n hooghartige houding aannemen tegen Turkse en Marokkaanse vrouwen die liever thuisblijven en de kinderen opvoeden, terwijl Nederland met 27 procent vrouwelijke managers wat emancipatie betreft volgens CNN-cijfers moet worden vergeleken met Pakistan. En ze mag er niets van zeggen. In de VS en Duitsland mogen expats stemmen bij lokale verkiezingen, 'alleen hier worden we geacht om onze mond te houden'.

En dan: de gezondheidszorg. Monika kan het woord niet uitspreken zonder een gezicht te trekken alsof ze iets walgelijks heeft doorgeslikt. Haar eerste kind is na een paar maanden zwangerschap gestorven. In een ander land was dat volgens haar waarschijnlijk niet gebeurd, want in elk ander land, ook in Oost-Europa, is een echo een handeling die wordt uitgevoerd met het gemak van tandenpoetsen. Behalve dus in Nederland. Haar tweede zwangerschap liep ook bijna in het honderd. Het kwam net goed, maar dat lag niet aan de typische Nederlandse vroedvrouw. 'Zelfs in Zuid-Afrika worden zwangere vrouwen begeleid door iemand met een artsenopleiding.'

Overal in de wereld worden mensen doorlopend getest, gekeurd, geprikt, gescand en bepoteld, maar hier hebben ze nog nooit van 'het concept preventie' gehoord. Je kunt geen controle op baarmoederhalskanker krijgen, wel medicijnen als het al te laat is. 'Hier betaal je je gek en krijg je absoluut niets.'

En het ergste vindt ze nog wel: iedereen die dit maar normaal lijkt te vinden, niemand die er iets van zegt. Nederlanders hebben een simpele, primitieve kijk op de dingen. Een ruggenprik bij de bevalling is niet 'natuurlijk', als een kind sterft, 'had dat misschien wel zo moeten zijn'. Als ze dit hoort, zegt Monika: 'Als is aangereden op straat laat je hem toch ook niet sterven omdat dat misschien zo moet zijn?'

Ze kan nog uren doorgaan over paternalistische toespraakjes die ze krijgt bij de gemeente. Ook zou ze uitgebreid kunnen klagen over het racisme of de inburgeringcursus waarmee ze haar hebben lastiggevallen. Maar dat doet ze niet; ze kijkt vermoeid naar de uitsparing in de wand, waarin Tamas nu opgewekt met flessen witte wijn staat te zwaaien, en ze zegt: 'Zodra we de kans krijgen, verhuizen we naar Polen.'

Nederlands leren

In de periode voordat Máxima er beroemd werd, wisten ze in Argentinië van Nederland alleen dat er windmolens stonden en er in oranje shirts gevoetbald werd. Het was dus niet zozeer het land, maar veel meer de liefde voor Roy van der Linden die Flavia Dzodan hier naartoe dreef. Zij probeerde vanuit Buenos Aires een besturingssysteem voor computers via internet aan de West-Europese man te brengen, en Roy reageerde daar heel enthousiast op.

Intussen wonen ze al bijna negen jaar in een appartement in Amsterdam, noemen ze elkaar amor en bella, terwijl ze glaasjes cola inschenken voor elkaar en pakjes goedkope sigaretten doorgeven.

Flavia kwam met genoeg geld om de eerste drie maanden door te komen en de bereidheid om toiletten schoon te maken. Het was in de tijd dat de Verdonkjes nog op hun woorden moesten letten en je bij de procedures voor een verblijfsvergunning nog een kopje koffie kreeg. Binnen twee weken had Flavia een vergunning, een sofi-nummer, en ook hoefde ze met haar talenkennis maar een uitzendbureau binnen te lopen of ze kreeg een goeie baan in de IT. Aan verschillende ambtenaren vroeg ze: 'Moet ik niet ergens Nederlands leren?' Het antwoord was steeds: 'Natuurlijk niet. Dat is niet voor linguïsten.'

Meteen in het eerste jaar van haar verblijf werd ze hardhandig in elkaar geslagen door 'een dronken autochtoon' in een Rotterdamse tram. Toch vond ze de eerste Hollandse jaren heerlijk. De omslag in haar denken over Nederland kwam eigenlijk pas toen ze begon te begrijpen wat het woord 'allochtoon' betekende.

Roy had het voor haar opgezocht, en weet het nu nog uit het hoofd. 'Het is een term uit de plantenwereld', zegt hij, terwijl hij met nieuwe cola uit de keuken komt gelopen. 'Het wordt gebruikt voor planten die buiten hun natuurlijke habitat groeien.' 'Precies', zegt Flavia. 'Dat is toch ongelooflijk? Dan is het toch normaal dat moslimvrouwen hoofddoekjes dragen? Als ze niet bij Nederland mogen horen, willen ze dat wel bij de moslimwereld.'

Flavia gaat alleen in het buitenland naar de dokter, haat de Hollandse supermarkten en kan heel slecht tegen het gebrek aan service dat Nederlanders van bedrijven als NUON en UPC accepteren. Maar zonder de vreemdelingenhaat was dat nog wel draaglijk geweest. 'Er zijn landen die bestaan bij de gratie van immigranten', zegt ze, 'maar er is maar één land dat apartheid creëert door die mensen allochtonen te noemen. Dat woord geeft je het gevoel dat je vreemd bent, anders, dat je er nooit bij zult horen, ook je kinderen niet.'

Mensen zijn nu eenmaal racistisch, daar is weinig aan te doen. Het probleem met Nederland is: de overheid promoot de haat, stimuleert die, en het zou haar niet verbazen als ze het deed om de aandacht van de slechte economische prestaties af te leiden. Dat doet ze door met de verplichte inburgeringscursus niet naar vaardigheden te kijken, maar te discrimineren op nationaliteit. Ze doet dat door

volkomen irrelevante onderwerpen de media in te slingeren, zoals het verbod op burqa's, waarvan je er volgens Flavia in je leven maar twee of drie op straat zult zien. En ze doet het door welstandscommissies de satellietschotel te laten verbieden, terwijl overheden volgens Roy helemaal niet aan het recht op vrije nieuwsgaring van de burgers mogen komen: 'Verdrag van Rome', knipoogt hij.

Nee, Flavia en Roy worden beroerd als ze er te lang over nadenken. Niemand voelt zich nog welkom in Nederland, ook hun collega's kunnen de gezwollen retoriek over emancipatie en tolerantie niet meer horen. Achtenhalf jaar Nederland heeft hun liefde nog niet bedorven. Ze willen graag kinderen, maar kijken wel uit om die hier op de wereld te zetten. Hier is de politieke sfeer te gevaarlijk, hier wordt openlijk om problemen gevraagd. En je kunt kippen misschien niet verwijten dat ze kleine hersenen hebben, veel moeilijker wordt het om een land te vergeven dat ze als hun leiders kiest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden