Wat een schitterende overdrijver was Jezus

Nicolaas Matsier herlas het Nieuwe Testament - als literatuur, zonder spirituele aspiratie. Zijn meeslepende verslag wakkert de lust aan de Schrift ook zelf weer eens ter hand te nemen.

Het zat er eigenlijk niet in dat Nicolaas Matsier ook het Nieuwe Testament (NT) aan een kritische, literaire lezing zou onderwerpen, nadat hij in 2003 zijn, aan het Oude Testament (OT) gewijde De Bijbel volgens voltooide. 'Die teksten halen het niet bij de literaire rijkdom van het OT', zei hij destijds, tijdens een vraaggesprek met de Volkskrant. Maar nu ligt er dan toch Het evangelie volgens, waarin Matsier zijn aanvankelijke mening over de 'vlakke teksten' in het NT, blijkt te hebben bijgesteld.


Met de schoongepoetste bril van de gereformeerd opgevoede, maar volledig van het geloof bekomen literator, heeft hij zich op de vier evangeliën, de handelingen der apostelen, de brieven van Paulus en de Openbaring van Johannes gestort, met een aanstekelijk boek boordevol spitsvondigheden als resultaat, waarbij het leesplezier dat hij daarbij al doende ondervond, van de bladzijden spat.


Iedere spirituele aspiratie is hem bij deze onderneming vreemd geweest, wat de stelling van de Britse schrijver T.S. Eliot onderstreept dat, wie de Bijbel als louter literatuur kan beschouwen, het beste bewijs levert dat hij helemaal van God los is.


Toegegeven, schokkend nieuwe theologische onderzoeksresultaten hoeven we van Matsier niet te verwachten - keurig meldt hij aan wie hij de godgeleerde inzichten die hij opvoert heeft ontleend. Niettemin weet hij de lezer mee te slepen op zijn zoektocht. Het levert originele analyses op die in al hun scherpzinnigheid tot nadenken stemmen en de lust om ook zelf de Schrift weer eens ter hand te nemen, vergroten.


Het NT kent in feite twee hoofdpersonen. Naast uiteraard Jezus van Nazareth is dat Paulus, de man die het christendom vormde, het zijn naam gaf en het zaad zaaide dat in tweeduizend jaar tijd wereldwijd wortel zou schieten. Jegens beiden koestert Matsier, zacht gezegd, ambivalente gevoelens. Naast deze twee hoofdrolspelers lopen er nog wat discipelen als figuranten over het podium - 'stripfiguren', meent Matsier, die vooral uitmunten in onnozelheid en onbegrip.


Jezus' levensloop wordt geschetst in achtereenvolgens de evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Dat die biografieën - niet alleen qua stijl maar ook feitelijk - soms sterk van elkaar verschillen is inmiddels net zo algemeen aanvaard als de wetenschap dat ze vele decennia na Jezus' kruisdood zijn geschreven door andere auteurs dan de officiële naamgevers.


Het geheel overziend, vergelijkt Matsier ze met de Stijloefeningen van de Franse schrijver Raymond Queneau. Ze weerspreken de simpele gedachte dat de werkelijkheid zou dicteren wat wordt opgeschreven. De ingrediënten van de evangelieën fungeren als mannequins die steeds andere kleren showen. Net als bij Queneau's Stijloefeningen draait het om de kleren, niet om wie ze draagt.


Matsier typeert Jezus als 'een mondelinge man', geen man van het geschreven woord - de gedachte dat Jezus bij de confrontatie met de overspelige vrouw in het zand zou hebben geschreven, danken wij aan de dichter Gerrit Achterberg; het staat niet in de Bijbel - , die als genre de parabel (gelijkenis) beoefent en als belangrijkste stijlkenmerk de hyperbool hanteert. Matsier noemt hem 'een schitterend overdrijver', met een voorkeur voor sweaping statements.


Voorbeelden te over, zoals de boodschap na het gesprek met de rijke jongeling, dat het gemakkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan dat een rijke ingaat tot het koninkrijk der hemelen. En wat te denken van de zinsnede: 'Wat ziet gij den splinter in het oog van uw broeder, maar den balk in uw eigen oog bemerkt gij niet?' Of van de 'blinde leiders, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken'. Het spreken wordt afgewisseld met het doen van wonderen - genezingen van zieken en gestoorden vooral en het opwekken van een aantal doden, maar ook de bizarre vervloeking van een vijgenboom die, tot ergernis van Jezus, geen vrucht draagt en de volgende dag tot aan zijn wortels verdord blijkt.


Hier verlaagt Jezus zich tot het niveau van een Amerikaanse acteur in een B-film, die bij een kleine tegenslag meteen iets kapot moet maken, aldus Matsier. Er is meer dat hem tegenstaat in Gods Zoon. Jezus' 'afgrondelijke afschuw van familie' bijvoorbeeld. De man die Hem graag wil volgen maar eerst zijn zojuist overleden vader wil begraven, krijgt te horen: 'Laat de doden hun doden begraven.' En Mattheüs noteert uit Jezus' mond: 'Wie zijn vader of moeder liefheeft boven mij, is mij niet waardig.'


De onheuse manier waarop Hij zijn moeder bejegent, past in dit beeld. 'Vrouw, wat heb ik met u van doen?', voegt hij Maria toe als zij hem tijdens de bruiloft in Kana komt melden dat de wijn op is. Bovendien is het Matsier opgevallen, dat Jezus zich in het evangelie van Johannes tot een heuse narcist ontpopt, die het bij voorkeur over zichzelf heeft: 'Ik ben het licht der wereld', 'Ik ben de goede herder', 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven' en 'Ik ben de ware wijnstok', om maar eens wat te noemen.


Ambivalent is ook het oordeel over Paulus, de genadeloze christenvervolger die zich in Damascus bekeert, en zonder wie het christendom nooit een wereldgodsdienst was geworden. Matsier verafschuwt hem als de auteur van de brief aan de Filippenzen, een nietszeggend epistel vol voze galm, die hem aan vroegere zondagse preken doet denken. Maar hij bewondert hem ook, de dichter van de ontroerende poëzie in 1 Corinthiërs 13, waarin de liefde het uiteindelijk wint van het geloof.


Hoewel het hem er niet om begonnen was, doet Matsier tot slot een poging de vraag naar de actuele betekenis van het NT te beantwoorden. Die zit dan vooral in de radicalisering of zelfs omkering van de moraal uit het OT. Kort samengevat maakt het aloude 'oog om oog, tand om tand' plaats voor een dwingend 'hebt uw vijanden lief', en wordt het naaste-begrip opgerekt van 'degene die ons letterlijk na staat' tot iedereen, waar ook ter wereld, die onze hulp behoeft. Een radicale erfenis, concludeert Matsier, waar we nog niet vanaf zijn.


Het evangelie volgens Nicolaas Matsier.


De Bezige Bij; 285 pagina's; € 19,90.


ISBN 978 90 234 5534 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden