Wat een Cobraschilder was voor de moderne schilderkunst, was hij voor de tuinarchitectuur

Het eeuwige leven: Pieter Buys (1923-2018)

Tot ver na zijn 90ste ging Pieter Buys door met ontwerpen. Hij was een radicale vernieuwer van de tuin- en landschaps architectuur.

De nestor van de Nederlandse tuinarchitectuur overleed 1 februari op 94-jarige leeftijd in Vught.

Wat een Cobraschilder was voor de moderne schilderkunst, was Pieter Buys voor de tuin- en landschapsarchitectuur. Hij vernieuwde radicaal de inrichting van tuinen en openbaar groen in Nederland.

In totaal zou hij 1800 buitenruimtes aanleggen. Zijn laatste project was het bestemmingsplan Fort Isabella bij Den Bosch, waar hij tot ver na zijn 90ste jaar aan werkte. De nestor van de Nederlandse tuinarchitectuur overleed 1 februari op 94-jarige leeftijd in Vught. 'Hij stierf in het harnas', zegt zijn dochter Charlotte Buys.

'Hij zoog het leven op'

Marinke Steenhuis die in 2008 zijn werk en leven beschreef in het boek Pieter Buys, tuin- en landschapsarchitect - Maken en laten noemt hem een bijzonder flamboyante persoonlijkheid. 'Hij zoog het leven op.' Buys behoorde tot de belangrijkste vijf naoorlogse tuinarchitecten - samen met Mien Ruys, Wim Boer, Hans Warnau en Hein Otto - die aan de basis stonden van de emancipatie van de landschapsinrichting. Het groen werd even belangrijk als de stedenbouw en architectuur. Bekende projecten van Buys zijn de tuinen van de Radboud Universiteit in Nijmegen en van de universiteit van Tilburg, de herautentuin van de Efteling en het groen in de wijk Grondmolen in Papendrecht. Hij gaf ook les aan de Academie van Bouwkunst in Arnhem en de Wageningse universiteit.

Buys werd geboren in Haarlem maar verhuisde op jonge leeftijd naar Amsterdam. Hij kreeg zijn opleiding aan de tuinbouwschool in Aalsmeer. Daarna ging hij naar de Rijksmiddelbare Tuinbouwschool in Boskoop, die hij afsloot met de specialisatie tuinarchitectuur.

In 1946 trad hij in dienst bij tuinarchitect Daniël Haspels in Bussum, die hem stimuleerde te gaan werken in Scandinavië, dat toentertijd mijlenver voorliep in de inrichting van openbaar groen. Kenmerkend waren de eenvoud in lijnvoering, beplanting en materialen, terwijl in Nederland slingerende vormen en een grote diversiteit aan boomsoorten, struiken en bloemen overheersten.

De Bossche School

In Kopenhagen werkte hij tussen 1946 en 1948 voor tuinarchitect C.Th. Sørensen op de begraafplaats Assistens Kirkegard. Toen hij terugkeerde in Nederland nam hij het Bossche bureau van tuinarchitect Hasselman over. In 1958 maakte hij de tuinen bij het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Brussel.

De architectuur koos in die tijd voor licht, lucht en ruimte zoals dat werd gerealiseerd in de Bijlmermeer en die zo afstak tegen de benauwde vooroorlogse arbeiderswijken. Buys sloot zich aan bij een architectuurstroming die de Bossche School was gaan heten. Hij vulde hun werk aan met geleidelijke overgangen van cultuur naar natuur en van hard naar zacht. Altijd door middel van een helder framewerk bestaande uit bomen en hagen, aangevuld met uitgekiende bestratingspatronen, onderhoudsarme beplantingen, beelden, smeedwerk en waterbakken. 'Het ging om geïntegreerde projecten waarbij architecten, kunstenaars en landschapsontwerpers het werk op elkaar afstemden', zegt Charlotte Buys, zelf ook tuin- en landschapsarchitect. Een voorbeeld was de inrichting van de Molenhoek in Rosmalen.

Uiteindelijk telde zijn bureau meer dan 25 medewerkers. Na zijn pensioen kon hij weer alleen aan het werk gaan. Met landschapsarchitect Jeroen Hoefsloot creëerde hij de Leurse haven in Etten-Leur.

Marinke Steenhuis zegt dat zijn werk niet alleen werd gekenmerkt door wat hij maakte, maar ook door wat hij wegliet. Daarom koos zij voor haar in 2008 verschenen boek ook de subtitel Maken en laten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.